De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Op 16 november as. hoopt aan de landbouwuniversiteit te Wageningen te promoveren op een fysiochemisch thema (experimenten met slachtkuikens) de heer J.D. van de Klis, diaken van de hervormde buitengewone wijkgemeente te Apeldoorn, tevens lid van de generale synode. Van harte gelukgewenst! Van de stellingen bij het proefschrift noemen we:

* Ouders realiseren zich onvoldoende dat een automatische keuze voor het regionaal reformatorisch onderwijs een ernstige bedreiging vormt voor het plaatselijk protestants christelijk onderwijs.

* Congregationalisme is ingebed in de grondleggende artikelen van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland.

* Invoering van sociale dienstplicht voor jongeren is een goede basis voor een 'zorgzame samenleving'.

* Veel bezuinigingsmaatregelen in maatschappij en kerk zijn uitsluitend mogelijk door een beroep op het stijgend aandeel van de bevolking dat niet aan het reguliere arbeidsproces deelneemt

* De uitspraak van Montesquieu (1687-1755) 'De veelheid van wetten is een teken van het verval van een volk' is vandaag de dag zeer actueel.


In de 'Hervormde kerkbode van Harderwijk' nam ds. H.J. Lam het eerste deel van een door hem vertaalde meditatie over van de Duitse theoloog, geestverwand van Luther, Hans Joachim Iwand over 'de storm op zee' (Lucas 8).

'Wat het meest opvalt aan de geschiedenis van de storm op zee is dat zij zonder meer verteld wordt. Deze pijnlijke gebeurtenis in het leven van de discipelen wordt niet verzwegen. Evenmin stelt men het voor als een gebeurtenis uit de tijd, waarin de discipelen nog niet het ware geloof hadden. De discipelen, die deze geschiedenis berichten, zijn immers de leiders van de gemeente, de kerkelijke autoriteiten. Zij geven zichzelf op deze manier bloot.
Geloven zij dat ze met zo'n bericht de mensen tot het geloof kunnen brengen? Wij zijn gewend aan andere berichten over ervaringen van het geloof. Wanneer bij ons een student zijn eerste preek maakt en ter beoordeling voorlegt, of wanneer een predikant een proefpreek houdt, dan verwachten we van hem iets heel anders: bezieling, enthousiasme. Hij moet laten horen dat hij iets ervaren heeft. Want de mensen hebben dat niet En hebben wij zelf zulke ervaringen niet, dan verheugen we er ons toch over, wanneer wij in het vertellen ervan mogen delen. Zover zijn wij gekomen; zover is het met ons gekomen. Wij zijn heel ver verwijderd van het punt, waarop deze oprechte getuigen van Christus stonden.
Het is ronduit godslasterlijk, met welke vanzelfsprekendheid er gesproken wordt over Christus als de grote wereldheerser. Deze vanzelfsprekendheid moet stuk lopen op het grote geheimenis, dat boven ons staat: "Wie is toch Deze dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?"
We zouden weer moeten terugkeren naar het punt, waairop de discipelen stonden. Dan zouden we onze medemens vandaag niet vragen: "Wilt u ook het geloof ervaren? Wilt u zich zeker voelen op het punt van een zalige genade?" Dan zou iedere propaganda van de kerk jammerlijk moeten stukbreken. Dan zou er moeten komen wat ons de discipelen betuigen: We willen u niets voorspiegelen. Maar we willen u duidelijk zeggen wat het kost, wanneer u met Jezus in het schip gaat. We willen u zeggen hoe het ons vergaan is. Dan kunt u zich nog bijtijds terugtrekken. Dan hoeft u niet te zeggen: "U hebt een belofte gedaan, maar niet gehouden". Wie in dit bootje stapt, moet weten dat het een stormachtige vaart zal worden. Het hart zal u ontzinken, het geloof ontvallen, het vertrouwen op God te schande worden. Er is met u een Man in het schip. Die met u prijsgegeven is. U kunt slechts de zeilen strijken en dan roepen: "Meester, wij vergaan!" Dat zeggen de discipelen; dat zeggen ze ook ons vandaag. Het is geen vaart, waarbij we op goed weer kunnen rekenen, maar een vaart met de Heer der wereld, met Christus. Dan zou u moeten weten dat alle elementen van deze wereld daartegen zullen samenzweren. En u staat er niet als geloofshelden. De storm zal komen en de vloedgolven. Maar Christus slaapt. Dan zult u voor uw Meester gaan staan en zeggen: "Meester, het is uit. Waarom hebt U ons hierheen gebracht? U hebt ons weggeleid uit ons beroep, uit ons vaderland, bij onze vrienden. U hebt tweedracht gezaaid tussen ons en onze kerk. En nu hebt u ons meegenomen in het schip, dat vergaat". De dag zal komen dat u van Jezus alles terug verlangt wat Hij van u vroeg. U wilt terugkeren tot uw afgoden, tot het geloof waarbij u zich lekker voelt, daarheen waar u zich zeker voelt en vaste grond onder de voeten hebt "Meester, wij vergaan' U met ons en wij met U." Dat is het einde van de reis. Ach, waren we toch thuis gebleven, toen U ons haalde!'


In een uitgave over Amsterdam in de reeks (Standaardgidsen, uitgave Unieboek, Houten) troffen we het volgende aan over 'Het Nederlands in Amsterdam':

• 'Talrijke karakteristieken van het Hollandse dialect – met name de uitspraak van de gutturalen – zijn ook te horen in Amsterdam. Eigenlijk moeten we het niet over het Hollands hebben maar over het Amsterdams, de taal van de stad, de trots en de band van alle geboren Amsterdammers. Voor de Haarlemmers, die zich erop laten voorstaan dat zij het zuiverste Nederlands spreken, is Amsterdams een platvloers dialect. De inwoners van Den Haag en omstreken, die hun taal wensen te verfijnen, spreken bekakt en ook zij beschouwen Amsterdams als een ordinair dialect. De Amsterdammer heeft, in overeenstemming met het imago van de stad, altijd opengestaan voor vreemde invloeden: hij gebruikt veel woorden of wendingen die, via de hugenoten, uit het Frans afkomstig zijn en ook veel joodse (Hebreeuwse of Jiddische) woorden. De rasechte Amsterdammer noemt zijn stad nog steeds Mokum, van het Hebreeuwse makum (heilige plaats). Zonder noodzakelijkerwijs uit de joodse gemeenschap afkomstig te zijn zal hij u vertellen van zijn mispooche, van het Hebreeuwse mischpacha (familie). Kapsones hebben komt van het Hebreeuwse kapsones (verwaandheid). Een deel van de Nederlandse woordenschat en in nog sterkere mate van de Amsterdamse is van Franse oorsprong. De inbreng van de hugenoten is terug te vinden in de naam van de Jordaan, die vermoedelijk afgeleid is van jardin (tuin) en in uitdrukkingen als in de merode zitten, armoede lijden (merode komt van maraud, schelm) of op zijn ponteneur staan (ergens een erezaak van maken). Tegenwoordig wordt de Nederlandse taal beïnvloed door het Surinaams, het Marokkaans (Arabisch) en het Turks.'


Uit dezelfde gids een stukje uit The London Spy van 1694 van de hand van Edward Ward over 'een groot moeras en een goddeloos volk' (het kreeg in die tijd zeven herdrukken):

• 'Daar Amsterdam de hoofdstad is van de zeven goddeloze provincies is, zo is het de voornaamste stad wat de vele zonden betreft, die hier een vrijplaats vonden. Iemand een Amsterdammer noemen, betekent zoveel als te zeggen, dat hij geen christen is, en het noemen van zijn geboorteplaats is voldoende om hem bemind te maken bij Diocletianis, berucht om zijn achtervolging van de christenen. De koning van Japan, een groot vijand van het christendom, wilde niemand die de leer van onze Heiland beleed, toestaan met zijn onderdanen handel te drijven zonder tevoren te hebben gezworen hun godsdienst niet te zullen beoefenen zolang zij in zijn land verbleven. Verschillende naties, de Engelse onder andere, weigerden zich te onderwerpen aan een voorschrift, zo oneervol voor henzelf en voor de heilige religie waarin zij waren onderwezen. Maar de Hollanders uit deze stad, vastbesloten iets te verkrijgen waarmee zij hun lichamen konden vertroetelen, al zouden zij hun ziel erdoor verdoemen, zonden instructies aan hun twee afgevaardigden, alles te ondertekenen dat van hen verlangd zou worden. Dus tekenden de twee schelmen, inplaats van zich als christenen te bekennen, de overeenkomst met de naam Hollanders, wat sindsdien bij de Japanners een gebruikelijke benaming is gebleven voor een slecht sujet en een ongelovige.'

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's