De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In de vorige eeuw vertaalde (en herdichte) de predikant-dichter J.J.L. ten Kate al de gedichten van de jong overleden Schotse predikant Robert Murray MacCheyne (1813-1843). In een uitgave bij Den Hertog, Houten, 'Zo gij Zijn stem dan heden hoort', troffen we het volgende gedicht, getiteld 'Heb de wereld niet lief':

De wereld gekozen!
De wereld voor God!
haar doornige rozen,
voor 't storeloos genot.
Gekozen de wereld!
Die rust'loze zee,
die wentelt en dwerelt,
voor de eeuwige vreê.

Zij waagt op de stromen
haar vreugde, haar rust.
Reeds ziet ze, in haar dromen,
de vriend'lijke kust.
Maar, de onweêrs genaken
met vliegend gespan.
Hoe ras zal ze ontwaken!
En, arme! wat dan?

Dan dreigen de kolken
haar dobb'rende boot.
Dan fronsen de wolken,
dan ratelt de dood
nabij en van verre,
geen ster die verrijst,
waar Bethlehems Sterre
de weg ons niet wijst!

De kelk der vermaken,
de kransen der eer,
't zinkt al in de kaken
des afgronds terneer.
Dan stijgen de kreten:
'O God van genâ!
Dat kon ik niet weten.
Sta mij bij! Ik verga!'

Nee, dolende harten,
gij weet het niet, nee!
De wereld geeft smarten,
lijdt schipbreuk, vliegt heen.
Bij Jezus allenig
is vreugd en genot,
zo heerlijk en enig
en eeuwig als God!

Kom! wend dan uw ogen
van de ijdelheid af!
Haar lach is een logen,
haar poort is het graf.
Weg, dromen en schimmen!
Het nachtgordijn viel,
het Licht staat ter kimme:
het schijne in uw ziel!


Hier volgt het tweede deel van de meditatie van Hans Joachim Iwand, vertaald door ds. H.J. Lam te Harderwijk, overgenomen uit het Kerkblad van de hervormde gemeente te Harderwijk (voor het eerste deel, zie 'Globaal bekeken' van vorige week). Meester, wij vergaan! (n.a.v. Lukas 8 : 22-25).

'Luther zegt ergens: "God is nog voor niemand God geworden, of Hij is voor hem eerst tot een duivel geworden". – Er is nog niemand tot God gekomen, of hij is eerst bij Hem vandaan gevlucht. U vraagt naar tekenen. Merkt u dan niet dat hetgeen er heden ten dage in onze kerk gebeurt, – dat dat het teken is. "Meester, wij vergaan." Dat is het wat wij de kerk van vandaag te verwijten hebben – niet wij, maar het verwijt ligt in het Evangelie zelf – dat deze naakte waarheid van de weg, die Christus gaat, verzwegen wordt in de verkondiging, op school, op catechisatie, voor de hele wereld. Want we kunnen niet geloven dat de wereld deze waarheid verdraagt. We durven niet te zeggen dat de reis met Christus een stormachtige reis is, een dodelijke reis. Maar de waarheid zal daarin bij ons binnenvallen dat wij met de ons vertrouwde Jezus niets meer weten te beginnen. Wij willen tegenwoordig het kruis niet meer. Onze harten zijn te week en te slap geworden.
Het kan zijn, wanneer de waarheid weer sterk op ons afkomt, dat dan velen, die nu denken dat ze goede christenen zijn, afvallen. Het kan ook zijn dat velen al erop wachten dat eindelijk de waarheid weer doorbreekt. In plaats van loze, gemakkelijke beloften moet de openbaring aan de dag treden, hoe het ten diepste is wanneer men met God de vaart waagt. Tegenwoordig wordt telkens gewezen op de tegenspraak, die er bestaat tussen wat de predikant verkondigt en het ware gezicht van het christendom. Maar zouden die twee niet weer met elkaar in overeenstemming zijn, wanneer wij de waarheid zouden verkondigen? Als we daarvoor de moed zouden hebben! Als we de moed zouden hebben de roeiriemen los te laten en Christus te wekken: "Here, wij vergaan!" Als we toch eens zouden begrijpen dat wij het schip niet kunnen houden en dat het noodweer Hem geldt.
Wat er vandaag de dag gebeurt, heeft geen kracht, ook niet bij hen, die het meest trouw zijn aan de belijdenis. We kijken rond of wij ons niet ergens in veiligheid kunnen brengen. Voortdurend is er de angst, in heel onze maatschappij, onder ons volk, dat het christendom zou kunnen ophouden een staatsgodsdienst te zijn. Dat is het verschrikkelijke dat men gelooft slechts christen te kunnen zijn voor zover het christendom openlijk erkend is. Maar dat zijn niet de mensen, die Christus in het schip volgen, dat zijn de landrotten. Zij echter bepalen tegenwoordig het beeld van de kerk.
Slechts weinigen wagen het tegenwoordig om voor hun angst uit te komen, wagen het te zeggen dat Christus juist in de kerk verraden wordt. Maar juist zo bedekken wij dit verraad. Eigenlijk moest het zo zijn dat wij nauwelijks meer de slaap konden vatten vanwege de storm, die door onze kerk raast Dat het zo met de kerk gaat, ligt aan ons valse christendom; ligt daaraan dat wij niet meer weten dat de weg van Christus tot aanvechting leidt. Aan ons eigen leven ervaren wij het lot van de kerk. Zolang wij ons eigen lot zo verkeerd verstaan, zolang, verstaan wij ook het lot van de kerk verkeerd.
Wij denken altijd weer dat God een idee is. Nee, zo'n God hebben wij niet. Wij hebben veelmeer een God, Die bij ons in het schip is. Die met ons ten onder gaat, wanneer wij ten onder gaan. Deze God heet Jezus Christus. God deelt ons lot. En dat wij dat nooit geloven kunnen, is juist onze aanvechting. Wij zijn ver van Hem, de kerk is ver van Hem. In deze nood kunnen wij slechts schreeuwen: "Meester, wij vergaan!" Zouden wij dat nù doen, dan deden we het juiste. Is het nog niet tot ons doorgedrongen dat wij, de kerk, schuldig zouden kunnen staan aan het lot van ons volk? Schuld daardoor dat zij, de kerk, zwijgt. Wij denken altijd weer: de kerk redt het volk, en daarom voelen wij ons tot redding geroepen. Nee, wij moeten een kerk zijn, die tot Christus roept. Dan staat Hij op en bestraft de storm. En dan volgt een stilte, de stilte van berouw en boete, de stilte die ook over Petrus kwam, toen hij zei: "Here, ga uit van mij; want ik ben een zondig mens". Wij hebben bij lange na nog niet door. Wie onder ons is. Dat God Zelf onder ons is, dat wij de Koning der ere in ons schip hebben, dat het Woord Gods bij ons zijn herberg heeft.
Gij kleingelovigen, waarom zijt gij zo bevreesd? Wie is Hij, Die de storm gestild heeft?'


Uit een boekje ('Proost') met 'toepasselijke citaten' (uitgave Unieboek, Van Holkema en Warendorf), een boekje voor 'rijp en groen', de volgende puntige gezegden:

• Vergeef je vijanden, maar vergeet hun namen niet!'
(John Kennedy)

• Geef mij een roemer wijn – ik zal er alle onvriendelijkheid in verdrinken.
(Julius Ceasar)

• Zonder muziek zou het leven een vergissing zijn.
(Nietzsche)

• Familie duurt een mensenleven lang.
(Gerrit Achterberg)

• De pijn van het afscheid nemen is niets vergeleken met het plezier van het weer zien.
(Charles Dickens)

• De beste plaats voor melk is in de mond van kinderen.
(Winston Churchill)

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's