Vragen van dr. J. Hoek
Vorige week is allerwegen breed aandacht gegeven aan een vraaggesprek met dr. J. Hoek in Woord en Dienst. Hoewel de vraagstelling tamelijk suggestief was en dr. Hoek kennelijk werd uitgedaagd om als lid van het hervormd moderamen iets naar 'eigen kring' te zeggen, stelde hij zaken aan de orde, die om een open antwoord vragen. Het lijkt me correct er ook in deze kolommen op te reageren, nadat dit – desgevraagd – eerder elders werd gedaan.
Zonder het interview op de voet te volgen, noem ik drie zaken, waarover dr. Hoek en ondergetekende met elkaar ook breder spraken.
1. Hoe steekhoudend zijn de argumenten, die we in ons verzet tegen Samen op Weg (blijven) hanteren? Hoek zelf heeft van meet af gepleit voor het helder maken van de 'historische continuïteit' van de beoogde verenigde kerk. In Theologia Reformata heeft hij uiteengezet dat de Evangelisch Lutherse Kerk in die coninuïteit niet past. Hij wilde de lutheranen een status-aparte geven om vervolgens het samengaan van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken historisch helder te krijgen. Dan gaat het intussen ook om de 'confessionele identiteit', juist in het geding met de Gereformeerde Kerken.
Deze gedachte heeft dr. Hoek ook met een motie op de triosynode – die per ordevoorstel werd gekapt – willen indragen. 'Onfatsoenlijk' heette dit van lutherse zijde toen. Met Hoek zijn we intussen van oordeel, dat we inderdaad, èn met betrekking tot het historische element èn met betrekking tot het belijdende element, de zaak kerkelijk zuiver moeten houden. Want wat zou ons principiële verweer zijn wanneer de Gereformeerde Kerken zouden willen her-enigen met de Hervormde Kerk, op basis van de gereformeerde belijdenis?
Wij blijven geroepen hier èn bijbels èn confessioneel èn historisch mee te denken.
2. Op enigszins ongelukkige wijze – door de suggestieve vraagstelling in Woord en Dienst – is de verdenking geuit, dat de Gereformeerde Bond een soort 'verborgen agenda' heeft. Later heeft dr. Hoek uitgelegd dat hij vreest, dat het bij sommigen in de 'achterban' zo ligt. Hier en daar merkt hij geluiden die op afscheiding duiden. Argumenten tellen dan niet, men is tegen zonder in de worsteling te (willen) staan om een valide onderbouwing van de argumentatie, historisch en in belijdend opzicht. Als aan verlangens van hervormd gereformeerden tegemoet wordt gekomen, zou dan vanuit een verborgen agenda weer nieuwe tegenstof worden aangedragen.
Voor alle duidelijkheid zij hier in dit verband dan nog eens opgemerkt, dat vanuit het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond – men zie wat in Putten in oktober 1992 is gezegd – van meet af twee lijnen zijn aangegeven. Het gaat om de concept-kerkorde, die nu voorligt, en om de voortgang van het proces als zodánig (het bovenplaatselijk hervormde). Als zodanig is van geen verborgen agenda sprake geweest, maar van een consistente lijn.
3. Dr. Hoek vraagt intussen – en dat 'kopten' de meeste kranten – om krachtige leiding van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Nu moet men natuurlijk – kerkelijk gezien – wel weten wat men doet wanneer men de 'vereniging' oproept krachtig leiding te geven. De leiding der kerk ligt nog altijd bij de ambtelijke vergaderingen. Daar heeft de Gereformeerde Bond de jaren door dan ook, in een niet onduidelijke (fundamenteel onderbouwde) positiebepaling ten aanzien van Samen op Weg, de volledige verantwoordelijkheid gelegd. Daarover is ook breed en telkens herhaald informatie en leiding gegeven aan de gemeenten.
Thans staan we – het is gezegd in de Verklaring, die vorige week in deze kolommen stond afgedrukt – voor een cruciale ontwikkeling. De concept-kerkorde is hervormd-gereformeerd-breed (inclusief ook de stem van confessionelen) afgestemd. Zou dr. Hoek ter synode zijn geweest dan zou ook híj, zo liet hij weten, hebben tegengestemd.
De vraag om het bovenplaatselijk hervormde wordt nu intussen alleen nog maar meer van kracht. Welnu, dat vraagt inderdaad om leiding van de zijde van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Als zodanig is dan ook de vraag van dr. Hoek om leiding, waarbij hij de breedte van de hervormd gereformeerde kring op het oog heeft, terzake. Niet dat daarmee de vereniging opeens de kèrk wordt maar opdat de kèrk wete hoe binnen de kerk geoordeeld wordt. En opdat ook voor de gemeenten helder wordt òf en hóé ze als hervormde gemeenten zullen kunnen verder gaan. Dat is echter pas na de a.s. hervormde synodevergadering echt aan de orde.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's