De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een nieuwe kerk!  Nergens tegen, overal voor

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een nieuwe kerk! Nergens tegen, overal voor

Een persoonlijke impressie

19 minuten leestijd

Op de laatste, extra combisynode in de Arazaal van Avifauna te Alphen aan de Rijn is mij heel erg duidelijk geworden, dat het bij de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland gaat om een nieuwe kerk. Noch confessioneel, noch theologisch, noch ethisch is er sprake van historische continuïteit. Op vrijdag 12 en zaterdag 13 november moest de rest van de Concept-kerkorde behandeld worden, omdat de combisynode van begin oktober niet verder kwam dan artikel 6. In Alphen moesten de volgende 13 artikelen behandeld worden. Het was de vraag of dat zou lukken, maar de voorzitters van de drie synoden speelden het meesterlijk klaar.

De sacramenten
Dat wij vanwege het ontbreken van historische en confessionele continuïteit te doen hebben met een nieuwe kerk, werd mij met name duidelijk bij de behandeling van de sacramenten, waarvan de zuivere bediening met de rechte prediking volgens Calvijn het wezen vormt van de ware kerk. Hier zijn op ingrijpende wijze door de nieuwe kerkorde wissels omgezet. Let wel: de oude visie blijft mogelijk. De kerkorde spreekt zich niet uit tegen de kinderdoop en ook niet tegen het afleggen van geloofsbelijdenis om deel te kunnen nemen aan de viering van het Heilig Avondmaal. Dat mag de commissie niet in de schoenen geschoven worden. Misschien lag hier voor verschillende leden van de commissie wel het hart, maar tegelijk werd uit de voorstellen duidelijk, dat ook andere visies, die zich wèl tegen kinderdoop en tegen de relatie belijdenis-heilig avondmaal richten, alle ruimte moeten krijgen. En die ruimte is het juist, die zich wèl tegen de kinderdoop en wèl tegen zuivere bediening van het Heilig Avondmaal richt.

De Heilige Doop
In de hervormde kerkorde staat verwoord dat de Heilige Doop op gezette tijden bediend wordt aan de kinderen van de gemeente in haar midden. Daarna volgt als lid 2 dat degenen die niet als kind ten Doop zijn gehouden, de Heilige Doop ontvangen na openbare belijdenis des geloofs te hebben afgelegd. Ons huidige artikel 15 geeft dus heel duidelijk aan dat de Nederlandse Hervormde Kerk uitgaat van de kinderdoop. In de nieuwe kerkorde is die vanzelfsprekendheid weggelaten. Daar lezen wij nu: 'De doop wordt bediend aan hen voor wie of door wie de doop begeerd wordt nadat het geloof door en met de gemeente beleden is.'
Een knappe formulering, maar wat gaat er achter schuil? Dat in de nieuwe kerk gekozen kan worden voor kinderdoop of volwassendoop. De leden van de nieuwe kerk die vinden, dat je als ouders je kinderen later zelf moet laten kiezen of zij gedoopt willen worden, hebben alle ruimte. Zo'n houding is geen belemmering voor de deelname aan het Heilig Avondmaal en ook niet om een ambt te kunnen bekleden. De kerkorde zegt immers niet, dat wij van de kinderdoop uitgaan als regel?! De leden van de kerk kiezen voor het één of het ander.

Subjectivisme en partnerschap
Dat het hier gaat om subjectivisme wordt nog eens extra duidelijk door de woorden: 'begeerd wordt'! Als het goed is, wordt de doop door ouders inderdaad begeerd, maar als het wel is dan laten wij onze kinderen niet dopen, omdàt wij het begeren. Waarom dan wel? Omdat God eenzijdig van Zijn kant het verbond der genade heeft ingezet en omdat Hij bevolen heeft de kinderen het teken en zegel van het verbond te geven. In de dogmatiek zeggen wij met een moeilijk woord, dat het verbond der genade monopleurisch is: het komt eenzijdig van Gods kant vandaan. God kwam tot Abraham en de HEERE gaf het bevel om al wat mannelijk was te besnijden. De moderne theologie ziet het verbond echter enkel en alleen als dupleurisch. God en mens zijn verbondspartners. En dat is m.i. een radicale verandering: in plaats van de notie dat de kleine kinderen behoren gedoopt te wezen, zoals het klassieke doopformulier formuleert en de hervormde kerkorde minstens suggereert, is het accent van de doop verlegd naar de begerende mens.

Heilig Avondmaal
Ook bij de formulering van de viering van de maaltijd des Heeren zijn ingrijpende verschuivingen waar te nemen. In de huidige hervormde kerkorde spreekt art. 15 over de Heilige Doop, artikel 16 over de catechese, artikel 17 over de belijdenis van het geloof en artikel 18 over de viering van het Heilig Avondmaal. Deze volgorde alleen al is veelzeggend. De kinderen van de gemeente moeten breder onderwezen worden en zo via het leren van de kerk geleid worden naar de belijdenis van het geloof als toegang vragen tot de tafel des Heeren. De beide 'tussenartikelen' zijn in de nieuwe kerkorde in hun schakelfunctie weggevallen. En dat is niet zomaar. Dat heeft verstrekkende consequenties. Dat blijkt uit twee zaken.

'In het 'midden' of 'door'
De hervormde kerkorde zegt van het avondmaal, dat dit gevierd wordt in het midden van de gemeente. De nieuwe kerkorde zegt, dat het gevierd wordt door de gemeente. Wat het verschil is? Het vieren in het midden van de gemeente houdt niet de vooronderstelling in dat héél de gemeente van klein tot groot het Heilig Avondmaal meeviert. Dat kan ook niet want het klassieke avondmaalsformulier stelt zeer terecht, dat de Heere het voor de gelovigen heeft ingezet. Er valt, zoals oud. B. van Bokhoven stelde, een scheiding, die niet bij de kerkdeur ophoudt, maar die dwars door de gemeente loopt. Die scheiding is door de nieuwe formulering uitgewist. Hoever dit alles strekt (en dat is een logisch gevolg van de wissel, die bij de doop omgezet is) bleek toen gezegd werd, dat zelfs niet-gedoopte kinderen aan de tafel des Heeren kunnen deelnemen. Over het doen van belijdenis hoeft dan helemaal niet meer gesproken te worden. Dat bleek ook wel bij de stemming over een amendement, dat het doen van geloofsbelijdenis toch wilde invoegen als regel om te kunnen deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Het voorstel kreeg slechts 28 stemmen! Tegen de voorgestelde tekst stemden slechts 20 synodeleden.

Onderricht
Voor de eerlijkheid moet ik wel even de letterlijke tekst vermelden van het Heilig Avondmaal: 'Tot de maaltijd van de Heer zijn uitgenodigd zij die Jezus Christus belijden en instemmen met de lofprijzing en door geloofsonderricht tot dit geheimenis zijn toegeleid.' Er is dus toch nog wel sprake van geloofsonderricht! Inderdaad, maar dit begrip is zeer rekbaar. Een predikant kan hier ook aan voldoen middels een enkel woord tot de kinderen. Ds. P.M. Breugem wees dan ook niet voor niets op de ernst, dat het volk van God wordt uitgeroeid, omdat het geen kennis heeft. En ds. E.H. Klink waarschuwde dat het niveau in de kerk bedroevend aan het zakken is.

Belijdende kerk?
De nieuwe kerkorde heeft verschillende hobbels genomen en kerkordelijke leefruimte gezocht voor datgene wat in diverse gemeente reeds praktijk is. Uit dit omzetten van diverse principiële wissels kan ik voor mijzelf slechts één conclusie trekken, namelijk dat het belijdende karakter, dat de kerkorde wil hebben, ontkracht is door de pluraliteit. Wij zijn met het conceptkerkorde terug achter 1951. Tegelijk blijkt uit deze uitwerking bij de sacramenten hoe een verdeeld 'belijdenis-huis' – dat met name artikel I door het samenvoegen van diverse tradities en geloofsbelijdenissen is – niet bestaan kan. Datgene wat de Heidelberger Catechismus en ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen van doop en avondmaal, werkt niet door in de artikelen. De tekst spreekt zich niet direct uit tegen de belijdenis. De tekst is niet tegen de kinderdoop, maar omgekeerd kan niet gezegd worden, dat zij hartelijk voor de kinder-doop kiest. Hierbij denk ik aan Christus' woord, dat wie niet vóór Hem is, in diepste zin tégen Hem is.


Voor mij gaat het dan ook niet meer op. Wanneer men mij over de streep wil trekken door te wijzen op het feit, dat de kerkorde toch een belijdend karakter heeft. Dat is op zichzelf waar, maar het is geen gereformeerd karakter meer. Het is meer een protestants karakter. Wat dat is? Dat weet ik ook niet, maar misschien is dit het best te omschrijven als: 'Alles moet in die ene pluriforme (hotel-)kerk toch kunnen: èn het klassieke denken èn het moderne denken'. In deze visie werd ik bevestigd door het feit, dat verschillende keren naar mijn beleving op de principiële vragen en tegenwerpingen meer vanuit het moderne levensgevoel geantwoord werd dan vanuit de Schriften. Niets kan meer met zekerheid gesteld worden. Er zijn verschillende zaken, waarvan wij niet meer kunnen zeggen, dat zij onder ons volkomen zekerheid hebben; dat zullen alleen nieuwe, diepgaande studies kunnen duidelijk maken. Alsof de schat der kerk geen waarde heeft en het studeren van onze vaderen niet te vertrouwen is. Dat hoeven wij niet blindelings te volgen, maar dan moeten wij wel aangeven wáár en hóe zij gedwaald of verkeerd gekeken hebben. De wereld gebruikt dan nog het spreekwoord, dat je geen oude schoenen moet weggooien voordat je nieuwe hebt. Je mag fundamentele gedachten alleen prijs geven als je er iets beters voor terug hebt gekregen!

Het huwelijk
Een derde belangrijk punt was de behandeling van het huwelijk. Liever gezegd: het ene woordje 'trouwdiensten' in artikel 7. In de nieuwe kerkorde staat namelijk geen artikel meer over het huwelijk, zoals wij dat nu hebben in artikel 21 van de hervormde kerkorde. Ds. B. Wallet leidde dit punt in en begon met te zeggen dat de discussie over het huwelijk niet direct een specifieke SoW-zaak is. Dat de commissie geen artikel formuleerde over het huwelijk werd door de één gelaakt en door de ànder geloofd. Ds. Wallet en ook andere sprekers wezen er op, dat er weinig theologische gronden zijn om in de kerkorde over het huwelijk te spreken. De Reformatie deed dat ook niet. Ds. S. de Groot uit Assen beriep zich hiervoor zelfs op de Dordtse Kerkorde! Als derde punt noemde ds. Wallet in zijn verantwoording, dat door een veranderende visie op het huwelijk in de maatschappij de kerkelijke vanzelfsprekendheid ook aan het verdwijnen is. Voor velen is het huwelijk geen scheppingsordening meer. Natuurlijk is het voor de kerk niet onverschillig hoe mensen in relatie met elkaar omgaan. Zeker geldt dit van het huwelijk, want de kerk heeft iets speciaals met verbondsrelaties. Maar als wij nu in de kerkorde zouden spreken over het huwelijk, dan moeten wij ook over andere relatievormen spreken, want de relatiekenmerken van liefde en trouw gelden ook voor andere relatievormen. De werkgroep liep op dit punt vast, omdat zij wilde rekenen èn met de bestaande kerkorden èn met de praktijk èn met studies. De werkgroep wilde het gesprek hierover echter niet voeren in het kader van de kerkorde. De synode moest maar een studieopdracht geven en, als de synode het dan eens is over de uitslag, moet zij zelf aan de werkgroep de opdracht ssen op mij diffuus over in wat hij nu verstond onder de uitdrukking 'trouwdiensten'.

Studiegroep
Ds. P. Boomsma lanceerde vervolgens namens de moderamina het voorstel een studiegroep in te stellen om zich te buigen over het huwelijk en andere relatievormen. Persoonlijk voelde ik mij door dit voorstel gepakt. Ik ervoer het (let op mijn woordkeuze) als een heel knap gevonden ontsnappingspoging om de druk van de ketel te halen en de concept-kerkorde op dit punt niet te laten sneuvelen. En dat temeer daar er voor dit ogenblik nog nooit over zo'n voorstel gesproken was.
Dat ik het niet positiever weet in te schatten hangt mede samen met het feit, dat ik door jarenlange synode-ervaring met studiecommissie in het algemeen en met een studiecommissie over seksualiteit in het bijzonder, niet zo'n hoge pet op heb van hetgeen zoiets uitwerkt. Enkele jaren geleden nam de synode op voorstel van ds. F.S. van der Sar en van mij het besluit om een bijbelse studie te verrichten op het punt van de seksualiteit in de meest brede zin van het woord. Het heeft heel lang geduurd eer deze commissie aan het werk ging en aangaande de uitslag koester ik weinig illussies. Het wordt gewoon wat de nieuwe kerk beoogt te zijn: nergens tégen, overal vóór! Dat werd ook wel duidelijk uit de sprekersronde. Hervormd-gereformeerde en confessionele afgevaardigden gaven moedig getuigenis, dat het huwelijk als inzetting van God heilig gehouden moet worden; anderen vroegen nadrukkelijk ruimte voor andere relatievormen.

Sprekersronde
Omdat het hier niet gaat om een letterlijk verslag maar om een impressie, geef ik hier alleen iets uitvoeriger aandacht aan het spreken van ds. H. Klink die zijn spreektijd van anderhalve minuut uitgebreid zag, omdat andere synodeleden hun tijd aan hem gaven. Ds. Klink vroeg om een heldere stellingname ten gunste van het huwelijk, opdat niet via de achterdeur zou worden binnengehaald wat via de voordeur niet binnen te halen is. Ds. Klink vergeleek het christelijk geloof met een zuurdesem, dat kerk en volk vooral tijdens de reformatie doortrokken heeft. Waar de moderne gedachtengang mank gaat is, dat met de voortschrijding van de jaren de ontwikkelingsgang van de mensheid automatisch naar het goede evolueert. Hij wees er echter op, dat het zout zouteloos kan worden en het zuurdesem uitgewerkt kan raken. Mocht de synode overgaan tot de aanvaarding van alternatieve relatiepatronen dan sanctioneert zij het proces van de secularisatie en stelt zij zich tegenover de kerk van alle eeuwen. Hij wees op Christus als de Rots, Die in het verleden en nu velen er voor bewaard heeft om in een degeneratieproces mee te gaan. Ds. Klink riep dan ook met klem op om tegen artikel 7 te stemmen in zijn huidige vorm.

Inschatting
Na de sprekersronde antwoordde ds. Wallet dat het legitiem was om in het woord trouwdienst vooralsnog de aanduiding huwelijksdienst te horen klinken en dat het voor het overige goed was niet op de bezinning vooruit te lopen. Het stevige verhaal van ds. Klink zou voor bredere studie meegenomen worden. Hij waarschuwde om uit één en ander geen andere conclusie te trekken dan dat wij het er nog niet over eens zijn. Aan dit punt kan SoW niet afgemeten worden.
Met het laatste ben ik het volkomen eens. De zaak van huwelijk en andere relatievormen is geen SoW-kwestie. Dit speelt in alle drie kerken. En ik ie afzonderlijke synoden aan de orde zou komen, de Luthersen en de Gereformeerden waar-schijnlijk zo goed als unaniem en de hervormde synode in meerderheid andere relatievormen als legitiem zouden erkennen en ruimte zouden willen geven voor speciale diensten om Gods zegen te vragen over samenwonen van heterofiele en van homofiele partners. Dus als zodanig mogen de tegenstanders van SoW niet in dit punt hun tanden bijten. Dat geef ik toe. Maar! In onze kerkorde staat nog steeds dat het huwelijk een inzetting Gods is (en dit artikel kan alleen veranderd worden door een verdubbelde synode). Het meegaan naar de Verenigde Protestantse Kerk betekent voor mij dan wel in deze zin het overgaan naar een nieuwe kerk dat deze kerk met opzet geen artikel over het huwelijk heeft opgenomen. Het beroep op de Reformatie en op Dordt vond ik huichelachtig, want daar ging het om iets anders. Als Luther, Calvijn en Dordt (om maar een paar voorbeelden te noemen) op de combisynode hadden kunnen spreken, dan zouden zij geen twijfelachtige houding aangenomen hebben. Wat schrijf ik: zij spreken in hun werken nog steeds nadat zij gestorven zijn en kennen naast het huwelijk geen andere legitieme relatie. Ds. W.P. van der Aa zei heel terecht, dat bedoelde mannenbroeders het huwelijk niet in de kerkorde opnamen maar de zaak van het huwelijk wel regelden!

Stemverklaringen
Het lukte de voorzitters om de behandeling van de kerkorde zó te stroomlijnen, dat zaterdagmiddag toch alle artikelen behandeld waren. Voordat de combisynode tot stemmen overging, kregen de leden eerst de gelegenheid een stemverklaring af te leggen. Ik zal enkele uitspraken weergeven.
Ds. H. Klink (hervormd, Hoornaar) verklaarde, dat hij tégen ging stemmen met het oog op de Nederlandse Hervormde Kerk. En dat temeer omdat de hervormde gezindheid, waar Groen in de vorige eeuw over sprak, in dit nieuwe geheel niet tot zijn recht komt en op sommige plaatsen zelfs miskend wordt.
Oud. A. Drost (hervormd, Veen) verklaarde, dat het hier ging om een kerk waar hij zich niet thuis zou kunnen voelen en dat deze nieuwe kerk pertinent geen voortzetting was van de Hervormde kerk.
Diaken H.G. Beentjes (geref., Ermelo) noemde de kerkorde een goed stuk werk en wilde uiten het te betreuren dat niet allen ja zouden zeggen.
Oud. J. Eits (hervormd, Maartensdijk) verklaarde tegen te zullen stemmen vanwege zijn zorg voor het eeuwig heil van de jeugd.
Ds. J. Geene (hervormd, Zetten) verklaarde van Luther de rechtvaardiging van de goddeloze geleerd te hebben en van Abraham Kuyper, dat Christus Koning is over alle terreinen van het leven. 'Dus het gaat mij er niet om om tegen de lutherse en tegen de gereformeerde traditie te stemmen. Ik geef toe dat hier een belijdende kerkorde voorligt, maar veel behoort niet tot mijn belijdenis. Dit is dus de kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk. Daar zal ik mijn consequenties uit trekken!'
Oud. L. van Walsum (hervormd, Bleskensgraaf) verklaarde tegen te zullen stemmen, omdat deze kerkorde het spoor van de waarheid verlaat. Hij had moeite om deze kerkorde als belijdend te kwalificeren. Bovendien maakte deze kerkorde de fusie tot een feit. Dat was nog nergens op de wereld gelukt. 'In Nederland zal het ook niet lukken. Daar zal op z'n minst dictatoriaal gezag voor nodig zijn. Het SoW proces heeft veel verzwolgen. U wilt toch geen dwang gaan uitoefenen over 1 miljoen hervormden die tegen zijn?'
Ds. H.J. Lam (hervormd, Harderwijk) omschreef en vergeleek het gebeuren met de storm op zee. Hij riep de synode op om geen verdere actie te ondernemen maar eerst eens uit te roepen: 'Heere, wij vergaan!'
Ds. A. van de Beek (hervormd, Rijssen) onderstreepte hetgeen anderen gezegd hadden en sprak uit tevens grote moeite te hebben met de aparte situatie van de Evangelisch-Luthersen en ook met het feit, dat bij doop en avondmaal niet geargumenteerd werd vanuit de Schrift maar vanuit hetgeen tegenwoordig normaal is.
Ds. H.A. van de Pol (hervormd, Dinteloord) uitte dat de Lutherse traditie met grote zorg door de synode omgeven werd, maar dat het tegenovergestelde gold van de gereformeerde, traditie. 'Er wordt geen rekening gehouden met andere minderheden. U bent bezig vanuit de gedachte dat zo het lichaam van Christus één is, maar ik vrees dat u tegelijk bezig bent een been te amputeren', daarmee doelend op hen die niet mee zullen kunnen gaan.
Ds. W.J. Scheltens (geref., Glimmen) verklaarde vóór te zullen stemmen, omdat de nieuwe kerkorde een vruchtbare eenheid is tussen apostolaat en confessionaliteit. Artikel I noemde hij een visitekaartje.
Ds. W.P. van der Aa (hervormd, Herwijnen) verklaarde tegen te zullen stemmen vanwege de gang en de vaart waarmee het proces voortsnelde. Hij vroeg de synode af te remmen om toch mee te kunnen.
Ds. P.M. Breugem (hervormd, Barneveld) verklaarde, dat ook de hervormd-gereformeerden goed mee hadden willen doen, maar wij hebben elkaar niet kunnen overtuigen. 'Wat mij het meeste bezwaart, is dat door deze kerkorde de Gereformeerde Kerk in klassieke zin verleden tijd is.'
Ds. B.H. Weegink (hervormd, Katwijk aan Zee) sloot zich van harte bij de overige sprekers aan, maar wilde dit zelf zeggen om duidelijk te maken, dat niet alleen de hervormd gereformeerden, maar ook de confessionelen kooltjes uit het vuur wilden halen. Zij zijn de verliezers. Hun 'nee' moge een signaal zijn ook voor de Nederlandse Hervormde Kerk.
Ds. F. Beekman (hervormd, Koudum) noemde de nieuwe kerkorde een Godswonder. Dat dit nu kan na zoveel scheuringen. Niet begeerd, maar gekregen. Met verdriet constateerde hij dat het wonder niet unaniem aanvaard werd.
Ds. P. Boomsma (geref., Apeldoorn) riep op na aanvaarding van de kerkorde niet gescheiden op te trekken maar de gang van ontmoeting, gesprek en verrijking te gaan. Hij sprak ook de hoop uit dat degenen, die menen dat ds. Boomsma niet staat in het voetspoor van Jezus Christus, hem daarop zullen aanspreken om daarop uit te dagen. Dan zal er eer zijn voor de naam van God.

Stemming
Na de stemverklaringen werd de concept-Kerkorde in stemming gegeven. Er waren 19 stemmen tegen. Even later werd per synode afzonderlijk gestemd. Er waren 18 stemmen tegen in de Nederlandse Hervormde Kerk. De Gereformeerde Kerken en de Evangelisch Lutherse Kerken stemden unaniem voor de kerkorde. (Dat er bij de tweede stemming één stem minder was, wekte ieders verbazing. Zelf dacht ik eerst nog aan de mogelijkheid dat een gereformeerde of lutherse afgevaardigde bij zijn eigen synode niet alleen tegen durfde te stemmen, maar na afloop werd mij duidelijk dat een hervormde afgevaardigde geen tweede stemming verwachtte en daarom even naar het toilet was.) De tegenstand zit dus heel duidelijk alleen in de Hervormde Kerk. Dat is benauwend! Voor geen enkele gereformeerde of lutherse afgevaardigde waren de genomen hobbels zo principieel, dat de nieuwe kerkorde onaanvaardbaar is. Dat is een teken aan de wand. Het echte gereformeerde gevoelen en denken zal in de nieuwe kerk geen, versterking vinden. Dit bevestigt mijn overtuiging, dat het gaat om een nieuwe kerk en dat er ook vanuit de beide andere kerken gezien noch confessioneel, noch theologisch, noch ethisch sprake is van historische continuïteit.

Applaus
Na de stemming volgde er tot driemaal toe een overweldigend applaus. Ik had het gevoel met mijn ziel in een hagelbui te staan. De synode had niet de betekenis gepeild van het feit, dat 19 confessionele en hervormd gereformeerde afgevaardigden met hart en ziel nee hadden gezegd. Onder het geklank van steeds weer aanzwellend applaus heb ik mijn koffer gepakt en de zaal verlaten. In de kelder onder de synodezaal werd een antiekbeurs gehouden. Ik had het gevoel dat daar ook veel terecht was gekomendiepste overtuiging heilig en lief is. Het is mijn hoop, dat de hervormde gemeenten nu duidelijk gaan maken hoe zij tegenover deze kerkorde staan. Dat zij principieel neen zullen zeggen en tegelijk duidelijk zullen maken hoe principieel dit nee is, want wij mogen best van iedereen principieel meegaan de nieuwe kerk in, als wij tegelijk maar de ruimte geven aan alle anderen om principieel gebruik te maken van de geboden ruimte. Kortom: in de hotelkerk is ook voor ons ruimte, maar dat is dan een nieuwe kerk.

ds. R. van Kooten, Soest

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Een nieuwe kerk!  Nergens tegen, overal voor

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's