De les van een list
Misschien is 'list' nog te vriendelijk. Ds. H.M.C. van Oosterzee, overigens, naar is gezegd, een welwillend man sprak van 'geniepig'. Maar laat ik nu eerst duidelijk maken waarover het gaat. Het gaat over de wijze waarop in 1816 het 'Algemeen Reglement op het bestuur der Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden' is ingevoerd. Datzelfde reglement waarover de hele eeuw door tot half in de 20e eeuw toe zo veel is te doen geweest en dat de aanleiding is geworden tot Afscheiding en Doleantie. Onder de naweeën ervan zuchten wij nog.
Dit reglement is geheel buiten de kerk om tot stand gekomen. De gemeenten hadden er niets in te zeggen, de classicale vergaderingen werden niet geraadpleegd, de kerk stond voor een voldongen feit. De genoemde ds. Van Oosterzee schreef in 1873: 'Waarlijk het oordeel is niet te hard, dat de organisatie door een coup d' état (= staatsgreep) aan de kerk is opgedrongen'.
Hoe dit kon gebeuren? De stuwende kracht achter dit reglement was de theoloog-ambtenaar J.D. Janssen. Theoloog, omdat hij in Leiden de studie had gedaan, in 1796 afgesloten met het proponentsexamen. Ambtenaar, omdat hij, zonder predikant te zijn, in 1798 ambtenaar bij het Uitvoerend Bewind werd, een functie waarin hij in wisselende rangen, met wisselende titels, onder wisselende regiems gedurende 50 jaar werkzaam bleef.
Reeds onder het bewind van Napoleon had hij een nieuwe kerkorde voor de Hervormde Kerk ontworpen. Maar daar kwam toen niets van. Zijn kans kreeg hij onder koning Willem I. Deze wilde de kerk een nieuwe structuur geven. Ik acht het niet onwaarschijnlijk dat het Janssen is geweest die de koning op het idee heeft gebracht deze zaak – al zo snel na de bevrijding van de Franse overheersing – ter hand te nemen. Over Janssens ontwerp werd een aantal predikanten, geheel op persoonlijke titel geraadpleegd. In het geheim. Buiten de kerk om. Tenslotte werd het bereikte resultaat voorgelegd niet aan de Raad van State, maar tot verontwaardiging van de leden die daarin niet gekend werden slechts aan een drietal van hen. Per Koninklijk Besluit van zondag (!) 7 januari 1816 werd het vastgesteld, met de bepaling dat het 'met den meesten spoed en in deszelfs geheel in den loop van dit jaar in werking (zou worden) gebragt'. Overeenkomstig de hem door de koning verleende machtiging schreef de Commissaris-Generaal O. Repelaer van Driel alle kerkelijke colleges en organen aan 'de meest geschikte maatregelen te nemen, ten einde hunne werkzaamheden regelmatig te eindigen' en per 1 april 1816 over te dragen aan de nieuw te benoemen colleges en personen.
Protesten uit de kerk bleven niet uit. Zij zijn er een bewijs van dat nog heel wat gereformeerd kerkelijk denken in de kerk gevonden werd. De voorstelling van zaken als zou de toestand van de kerk geheel en al vermolmd zijn geweest is volstrekt bezijden de waarheid. Het meest bekend is het protest van de classis Amsterdam. Maar ook die van Tiel, Haarlem, Utrecht, Delft en Delfland, Tielerwaard en Gorinchem alsmede de Waalsche Kerk van Dordrecht zonden gemotiveerde bezwaarschriften. Het was alles tevergeefs. Het kwaad was tenvolle besloten. De classis Amsterdam was in 1815 bezig aan een nieuwe interne regeling. Zij was voornemens nog in april 1816 bijeen te komen. Daar schrok het Departement van. In april bijeenkomen? Dat kon niet meer. Dat mocht niet meer. Dan was de classis Amsterdam geëindigd. De scriba van de stoute classis ontving een briefje van de Commissaris-Generaal met het verzoek de leden van de classis tegen 29 maart samen te roepen 'ten Einde als dan Eene Communicatie van wegens Hem Commissaris-Generaal te ontvangen'.
De classis hoorde toen deze 'communicatie', een nadere verklaring en beantwoording van de bezwaren aan. Zij was ontworpen door de ambtenaar Janssen en goedgekeurd door de koning. Met geruststellingen, valse tactieken en dreigementen werd gepoogd de onrust (was het zelfs een dreigende opstand?) weg te nemen. Niet zonder resultaat! De eertijds dappere classis legde nu het hoofd in de schoot. En de ellende begon.
Bepaald onfraai is het Algemeen Reglement ingevoerd. Geheel onkerkelijk. De rol van J.D. Janssen is hierin uiterst dubieus. Men is te werk gegaan met geheim overleg. Met een list zijn de classicale vergaderingen buiten werking gesteld. Geniepig is niet te sterk. Met geheim overleg, kongsi's en listen werd 70 jaar later de Doleantie voorbereid en uitgevoerd. Men sla G.J. Vos' 'Het Keerpunt' nog eens op.
Waarom dit verhaaltje nu? Ik schrok van de bewering van ds. B. Wallet in Nova op vrijdagavond 12 november jl.: het gaat in het S.O.W.-proces om fusie. Wanneer is daartoe besloten? Is de kerk daarover gehoord? Wijst ordinantie 20 niet duidelijk de weg? Is de mogelijkheid van federatie al een gepasseerd station? Hebben de Hervormde synodeleden op de trio-synode eind oktober zich laten overrulen? Gaat het weer onkerkelijk toe? Worden nu opnieuw de classicale vergaderingen buiten spel gezet? Door een ordevoorstel van Gereformeerde zijde? En zijn er weer Hervormde afgevaardigden naar een meerdere vergadering, toen naar een classis, nú naar een synode, die het hoofd maar in de schoot leggen?
L.J. Geluk, Rotterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's