Moet de kerk met meerderheid van stemmen over zichzelf beslissen?
Hervormde synode aanvaardt concept kerkorde
Vorige week, op vrijdag 20 november, nam de hervormde synode met 21 stemmen tégen de concept kerkorde voor een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland aan. De week daarvóór was het concept door de gezamenlijke synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk aanvaard met 19 stemmen tegen. In die stemming werd reeds duidelijk, dat alleen binnen de Hervormde Kerk (grote) tegenstand wordt geboden aan het Samen op Weg proces. De uitslag van de stemming op de hervormde synode heeft dat nog eens bevestigd. Daarom was er nu geen applaus, in tegenstelling tot de triosynode, waar lang en ovationeel de handen op elkaar gingen. De vergadering van de hervormde synode bracht ieder bij de werkelijkheid terug, na de euforie van de behandeling in de triosynode.
Spanning
Met enige spanning was de zitting van de hervormde synode tegemoet gezien. Niemand verwachtte een andere stemmenuitslag, maar wat zou worden gezegd? Is er nog een begaanbare weg samen?
Dr. G.H. van de Graaf, praeses van de synode, zei er in een geladen woord, ter inleiding van de bespreking o.a. het volgende van:
'(…) Het applaus aan het einde van de triosynode vertolkte indringend datgene, waar woorden tekort schieten om gevoelens weer te geven.
Anderen onder ons echter hebben ditzelfde gebeuren ervaren als een dieptepunt in ons kerkelijk bezig zijn. In vele van de stemverklaringen, die afgegeven werden, was de onthutsing en ontsteltenis duidelijker hoorbaar dan woorden konden zeggen.
Met deze gegevenheden beginnen wij nu aan de vaststelling in eerste lezing van de ontwerp-kerkorde.
Het is mijn stellige indruk dat veel, zeer veel van de beroering die ontstaan is, in wezen slechts zijdelings met het SOW-proces als zodanig te maken heeft. Veel van de troebelheid, de modder en het vuil dat is boven komen drijven, – waarbij de een dit en de ander dat als zodanig zal aanwijzen – veel van de onzekerheid, de verdeeldheid, de verwarring en verlegenheid, die boven is komen drijven, lag reeds lang op de bodem van ons eigen kerk-zijn. Het kwam slechts daardoor niet naar boven en niet aan de oppervlakte, omdat er niet in ons kerk-zijn werd geroerd. Omdat we op veel punten de zaak van de kerk met rust lieten en angstvallig vaak nog slechts de oppervlakte beroerden. Het geding om de waarheid werd en wordt in de kerkelijke vergaderingen in veel opzichten niet gevoerd en heel vaak vermeden. Niet slechts ter linker- of ter rechterzijde, maar kerkbreed.
Nu in het kader van het SOW-proces fundamenteel in ons kerk-zijn wordt geroerd, komt veel naar boven, wat reeds al te lang op de bodem van ons eigen kerk-zijn lag.
(…) Hoe diep de vervreemding is en hoe slecht wij elkaar kennen, blijkt bijvoorbeeld als in de synode verondersteld wordt, dat andere leden van de synode de jongeren niet zouden leren, dat een mens tussen wieg en graf bekeerd moet worden.
Hoe lang leven wij al niet vaak ten opzichte van elkaar achter gesloten deuren!…
En nu is er ineens tocht ontstaan. Er is het gevoel, dat er gerommeld wordt aan de gesloten deuren. Nu is er iets dwars door die gesloten deuren en ramen van ons kerk- en gemeente-zijn naar binnen gekomen en dat is van alles aan het beroeren gegaan.
Maar het wordt totaal verschillend beoordeeld, wat er dan wel aan het binnenkomen is.
Enerzijds wordt ons als synode en als moderamen toegeroepen van vele kanten: 'ga door op de ingeslagen weg!' Er is een vermoeden, dat wij op de tocht zouden zijn komen te staan van de Heer, de opgestane Heer zelf, die door onze gesloten deuren en ramen binnenkomt.
Maar er wordt ons als synode en moderamen ook toegeroepen: 'Stop dit proces! Pas op voor een breuk! Het is helemaal de Heer niet, maar een levensgevaarlijke openheid, het leven, het heil zelf wordt hier op de tocht gezet en wij dreigen gevaarlijk ziek te worden!'
Dat is de verwarring en de vertroebeling, die boven is gekomen, nu er in ons eigen kerkzijn geroerd wordt. Die verwarring en vertroebeling zouden er ook zijn gekomen, moeten hebben komen, naar mijn stellige overtuiging, als we aan het SOW-proces nooit begonnen waren. Want dat hebben we ook samen, en dat was nog maar aan het begin van dit jaar, als synode gezegd: het kan niet zo zijn, dat we het geding om de waarheid laten rusten. Het geding om de waarheid moet gevoerd worden.
(...) Het geding om de waarheid dient gevoerd te worden, niet alleen in deze ene ambtelijke vergadering, de synode, maar in alle ambtelijke vergaderingen en met alle ambtelijke vergaderingen. Reeds veel eerder hadden wij vanuit het moderamen en in contact, in gesprek en in ontmoeting willen treden met andere ambtelijke vergaderingen en de leden daarvan. De gelegenheid daartoe is ons in alle drukte tot nu toe helaas niet gegeven. Van harte hopen wij dat God die in de komende tijd wel geeft.
Daarom hoop ik van harte, dat het tot een vaststelling in eerste lezing zal komen, opdat dit ontwerp ter bespreking de kerk in zal gaan. Opdat het intensieve luisteren naar elkaar op de enig juiste wijze voortgezet en verder geïntensiveerd kan worden.
Daarbij kan er geen sprake zijn, dat dit gesprek in het teken daarvan zou staan, zoals hier en daar wel gesuggereerd wordt, dat een fusiebesluit al zou zijn genomen. Wel vindt dit gesprek plaats in het teken van een voortdurend blijven luisteren naar elkaar. Dit luisteren dient dan wel wederkerig te zijn. Zeker zal ervoor zorg gedragen worden, dat gaandeweg naar de ontmoeting met onze SOW-partners optimale condities van veiligheid en de mogelijkheid tot groei van de eigen identiteit geschapen worden. Dit kan voor ons allen mogelijk worden, als wij allen de bereidheid delen tot een samen zoeken en vragen naar wat de Heer in deze tijd van ons vraagt en, niet te vergeten, naar wat de Heer der kerk ons in deze tijd schenken wil in Zijn genade. (…)'
Algemene beschouwing
Vervolgens kregen 36 synodeleden het woord om een soort algemene beschouwing te geven, voorafgaande aan de eigenlijke bedoeling van de zitting, namelijk het bekrachtigen van de besluitvorming op de triosynode ten aanzien van de kerkorde.
Vanwege het grote belang van de ontwikkelingen, die zich nu voordoen, geven we van alle sprekers een samenvatting van wat ze zeiden.
Ds. L. den Besten, Zevenaar, betreurde dat niet ieder mee kan of wil. Zelf was hij ook niet gelukkig met het geheel. Maar een beter resultaat is niet haalbaar. Hij had een kerkorde gewild 'méér open naar de wereld, minder naar binnen gericht, meer op het heden dan op het verleden, meer op de actualiteit dan op de geschiedenis geconcentreerd'. Zijn amendementen zouden echter geen meerderheid behalen. Hij wilde toch ook stáán voor deze kerkorde, op weg naar één kerk, samen met gereformeerde en lutheranen, samen ook met de Gereformeerde Bond. Samen bidden, zingen en werken, samen luisteren naar elkaar. De Geest van God schenkt geloof, hoop en liefde.
Oud. M. Burggraaf, Ede, achtte de keuze tussen federatie of fusie geen absolute. Kennelijk kan het op plaatselijk vlak op de wijze van federatie. Waarom op bovenplaatselijk niveau dan niet? Er wordt gezegd dat dit, wat de classis betreft, 'ecclesiologisch' bezien niet kan. Maar op plaatselijk vlak kan het dan ecclesiologisch toch ook niet? Hij wilde het federatieve graag ook voor het bovenplaatselijke geregeld zien, al is het maar in overgangsbepalingen.
Ds. H. Klink, Hoornaar, (mede namens ds. W.P. van der Aa, Herwijnen), noemde de 19 tegenstemmers in Alphen aan den Rijn (triosynode) een wolkje als eens mans hand, waaruit een grote regenbui kan groeien. Met name in de Hervormde Kerk bleven grondige bezwaren tegen de fusie en de naamswijziging. Er is grote onvrede bij grote delen van de kerk. Wanneer men de Kaski-cijfers, leest komt die onvrede voornamelijk dáár voor, waar de meeste kerkgangers zijn en ook het meeste geld bijeen wordt gebracht. 'Is het eerlijk om met gebruikmaking van hun geld de zaak te forceren? Kleine gemeenten met slapende leden zijn oververtegenwoordigd in de synode. Er is intussen geen grotere eenheid dan tégen Samen op Weg. Het gaat dan om de belijdenis, de naam, de fusie, de doop, het avondmaal, het huwelijk.
Ds. Klink vreesde vervreemding van het grondvlak van de Hervormde Kerk. Deze kerk is door haar geschiedenis een grootheid, die ons is toevertrouwd. Deze kerk is te zeer verweven met het voorgeslacht dan dat we haar zouden mogen prijsgeven. De Gereformeerde Kerken zijn een dorre tak geworden, afgesneden van haar grondwater. Daarom: 'nee' tegen Samen op Weg!
Ds. P. M. Breugem, Barneveld vroeg of in de opdracht, die de commissie kerkorde kreeg, de fusiegedachte al zat ingebakken of dat die er nu is uitgerold. Wanneer is het fusiebesluit genomen? Verder vroeg ds. Breugem waarom Lutheranen zo'n grote invloed mochten uitoefenen (met name op het slotgedeelte van de kerkorde), terwijl ze een eigen synode mogen behouden.
Ds. B.A.M. Luttikhuis, Leiderdorp, reageerde 'woedend' op de geldkwestie, die ds. Klink had ingebracht: 'naar de verdoemenis met uw geld'. Het woord fusie moet verder uit ons vocabulaire, zo vervolgde hij. Het gaat om vereniging. Door het ordevoorstel op de triosynode is de discussie over federatie of vereniging halverwege afgebroken. Hij wilde per motie (later afgestemd) de synode alsnog een excuus laten uitspreken over die gang van zaken.
Ds. A.M. Roest, Oosterbeek, wilde van harte voor stemmen. Niet dat Samen op Weg door hem is begeerd. Een noodsituatie kan geen begeren inhouden. Maar de Heilige Geest werkt tegen allerlei begeren in. Laat ons eigen geesten beproeven. We horen samen, 'niet omdat ik het begeer of omdat de tijd ertoe noopt maar omdat ik me geroepen acht'.
Dr. J. Hoek, Veenendaal zei vóór artikel I (het inleidende grondslagartikel) te hebben gestemd en toch wat het geheel betreft tégen te zullen stemmen. De pijnpunten zijn gebleven. We krijgen een vage naam voor een vage kerk. De optie voor 'een calvinistische trein' is van de hand gewezen. Laat er dan in ieder geval ruimte zijn voor hervormde wagons.
Dr. Hoek verwees naar een brief van de PKV Zuid Holland (zie hiernaast) en naar de brieven van de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging. Het zal ecclesiologisch wel niet kunnen, maar 'als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan'.
Oud. mevr. L.C.C. van Bergen-Meijers, Wieringerwerf, maakte 'van haar hart geen moordkuil.' Aan het eind van de triosynode huilde haar ene oog van vreugde om het goede en haar andere van verdriet om de broeders, die niet mee konden. Ze uitte vervolgens haar woede over de Open Brief, die ook door synodeleden was ondertekend. 'Hoe is het mogelijk te zeggen dat dit geen belijdende kerkorde is?' Het gaat daarin om de genade, de bediening der verzoening, het getuigenis aangaande Gods beloften en geboden. Of is het misschien geen belijdende kerkorde meer, omdat de trits doop-belijdenis-avondmaal ontbreekt? Als deze kerkorde er niet had gelegen, hadden we een andere hervormde kerkorde moeten maken vanwege de secularisatie. Mevr. Van Bergen refereerde aan de eigen gemeentelijke situatie in Noord Holland en voegde de 'bonders' toe in een comfortabele positie te zitten. Fel gispte ze vervolgens de Gereformeerde Bond, die niets heeft gedaan terwijl de synode er alles aan heeft gedaan: 'Putten' is nagenoeg gehonoreerd. Er is nu sprake van diepgaande kerkelijke ongehoorzaamheid.
Ds. H.J. Lam, Harderwijk, zei dat zijn grootvader 'Lam' trouwde met een vrouw die 'De Leeuw' heette. Zo verkeerde het lam met de leeuw. Zou dat in SoW ook gelden? Hoe wordt de grootste SoW partner door hervormden bekeken? Waar is het kleine jongske, dat ons drijft? Het SoW-proces is een schouwende (theoretische) poging. De apostelen gingen door geloof, niet door aanschouwen.
Ds. M. Ravenhorst, Muiden, refereerde aan het bondslied, dat steevast gezongen werd , op de toogdagen van de hervormd gereformeerde jeugd: 'De Vaan ontplooid, 't is Godes zaak…' Hij vroeg zich af of 'we' (hervormd gereformeerden) de banier nog wel heffen dáár, waar het nodig is: in de strijd, vooraan; niet in de Burcht, waar veilgheid is. Vaandragen is het kruis van Christus dragen, achter Hem aan. Waar werkelijk de waarheid wordt verkondigd, verrijst het kruis. Wanneer we het kruis verliezen, verliezen we de waarheid. Onze kracht ligt niet in het isolement maar in het Woord van God. 'Ik roep op tot de strijd.'
Ds. B.A. Venemans, Amsterdam, herinnerde aan de terugkeer van de 'Hersteld Verbanders' in de Hervormde Kerk (1946). Er was toen geen hervormde kerkorde. Men herinnerde zich toen echter wel de Acte van Afscheiding en Wederkeer (1834). Ze hadden vertrouwen in het belijdende karakter van de kerk, omdat ze op God vertrouwden. Ook nu kunnen we de vereniging met vertrouwen tegemoet zien. We hebben nu wel een kerkorde met belijdend karakter. In ieder geval is er ruimte voor het belijdend spreken. Of die ruimte gebruikt wordt, ligt aan ons. Geen boycot of dreiging met afscheiding als 't u belieft!
Dr. R. van Kooten, Soest, noemde de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland een nieuwe kerk, meer gericht op de toekomst dan geworteld in het verleden. 'Ik kan niet mee met de nieuwe kerk. Durf ik dan het geding om de waarheid niet aan? Ja, maar ik wil deze beslissing niet aan.' Overgangsbepalingen zullen geen uitweg bieden, meende hij, want 'het gaat mij om de hele Hervormde Kerk'. Maak derhalve een kerkorde voor die gemeenten, die Samen op Weg zijn en laat de andere gemeenten hervormd blijven. Laat er verder sprake zijn van een federatief groeimodel. Op de triosynode ging de gereformeerde dr. Visser met zijn ordevoorstel ervan uit, dat alleen nog maar in het kader van fusie kan worden gedacht. 'Spreek dat dan ook als hervormde synode uit' (een ingediende motie op dit punt werd verworpen).
Ds. mevr S.H. Hoogendijk, Beets, stelde, dat er grenzen zijn. De 'overkill' aan brieven heeft wat haar betreft contraproductief gewerkt. Hebben alleen diegenen, die tégen SoW zijn, de Hervormde Kerk lief? De Gereformeerde Bond voelt zich voor het blok gesteld? 'Ik ook'. Het zou erg zijn als de GB afhaakt, 'maar voor mij zijn de grenzen bereikt.'
Oud. B. van Bokhoven, Linschoten: 'wat gezegd moest worden is gezegd, ik zal tégen stemmen'. Nu is, aldus Van Bokhoven, het woord aan de classes. Pas na ontvangst van de consideraties wordt duidelijk of één en ander kerkscheidende factoren oplevert. Dan zal duidelijk zijn hoe breed het draagvlakvan SoW is. De gemeenten zullen zich moeten uitspreken. Verder refereerde hij aan de gelijkenis van het zaad: als het een goed zaad is komt het vanzelf wel op.
De naamgeving van de nieuwe kerk achtte hij 'volstrekt onbevredigend.' Wel wilde Van Bokhoven nog kwijt, dat het hem speet dat de GB zich tegen de naam Verenigde Reformatorische Kerk in Nederland had gekeerd. Zelf stelde hij nog eens voor 'Evangelisch Hervormde Kerk in Nederland' ('evangelisch' terwille van de Evangelisch Lutherse Kerk), een voorstel dat niet haalbaar bleek.
Ds. F.S.J. van der Sar, Schoondijke, achtte deze kerkorde reformatorisch te zijn; niet een beschrijving van een gestalte van de ware kerk van Christus, maar als een kerk tegenover Christus, als gemeente van zondaren. Hij toonde respect voor die gemeenten, die 'nee' zeggen. De optie echter van federatie, zoals verwoord in de brief van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, kan nu niet meer bij amendement worden ingediend. Zo'n optie had eerder moeten worden verwoord. De zorg voor de gemeenten ging hem verder ter harte, met name de volkskerk. Verder achtte hij het woord synodocratie – gebezigd in de brief van de 19 verontruste predikanten – kwetsend. Met meerderheid van stemmen op de synode besluiten is intussen een beperkt middel.
Diaken J. Eits, Maartensdijk, miste in alle beraadslagingen de 'tweeërlei kinderen des verbonds'. Verder noemde hij de classis niet alleen 'ontmoetingspunt' maar ook 'beslispunt'. Deze kerkorde brengt ons weg van een gereformeerde kerk. 'Daar heb ik mijn kinderen niet voor over.'
Ds. E.J. Hefting, Kollum, zei, dat pijn en aarzeling niet alleen bij de GB voorkwamen. Ook hij heeft het proces niet begeerd. Maar het gaat niet om ons begeren. Het gaat om de roeping. Hij voelde zich gekwetst door woorden als 'niet-bondsgemeenten' (brief van 'de 19'). 'Ik verbaas me over veel onhervormde geluiden, juist van de kant van diegenen, die zeggen hervormd te willen zijn en blijven. Sinds de bizondere synode met de Gereformeerde Bond in januari van dit jaar heeft hij iets meer begrepen van de zorg van de hervormd gereformeerden. Maar er is een grens aan het begrip. Het gaat verder om een kerk waar geluisterd wordt. Dan gaat het om een geestelijke zaak, een zaak van de Geest.
Ds. D.M. de Jong, Oss, noemde het ontwerp 'meer bevlogen' dan hij aanvankelijk had gedacht. Er is sprake van 'missionaire bewogenheid'. Hij toonde zich blij dat na decennia allerlei 'anathema's' (vervloekingen) niet meer gelden. Hervormd zijn, zei hij verder, is geen 'exclusief recht'. De Gereformeerde Bond heeft niet in alles zijn zin gekregen. Er is echter ruimte. Hij vroeg vervolgens aan de GB: 'Hebt u de andere hervormden ten diepste geaccepteerd? Trek u nu niet pruilend terug. Versta uw roeping'.
Oud. A. Drost, Veen, zei, dat de beoogde kerk voor hem een nieuwe kerk zal zijn, waarin hij zich niet thuis zal voelen. Ik heb het recht daar vragen over te stellen. Mijn voorgeslacht heeft de Hervormde Kerk niet in de steek gelaten, in 1834 niet, in 1886 niet, in 1951 niet. Gaat u nu op pad men hen, die mij aan het eind van de vorige eeuw in de steek lieten?
Ds. Y.C. de Groot, Assen, zei, dat hij in januari voelde waar het knelde bij de bonders. Het ging hen om de vaderlandse kerk. De kerkorde zou nog eens kritisch worden bekeken. Deze is intussen krachtig bijgesteld. Er zouden verder gesprekken komen. De synode gaf een handreiking voor gesprekken uit. In de Waarheidsvriend is echter nog geen 'vermoeden van een gesprek' geuit. Ds. De Groot zei ook boos te zijn, vanwege gekwetste liefde. 'Ik kan niet zonder de Gereformeerde Bond, maar ook niet zonder de gereformeerden en de lutheranen'.
(Tijdens het betoog van ds. De Groot interrumpeerde ds. R. van Kooten, Soest, met op te merken, dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een uitvoerige handreiking met gespreksvragen naar de kerkeraden had gezonden; en ds. J. Geene, Zetten, dat hij slechts aangesproken wilde worden op zijn kerkelijke vertegenwoordiging en niet op zijn bonder-zijn).
Oud. L. van Walsum, Bleskensgraaf, vermoedde dat moties als van ds. Luttikhuis (over gereformeerde ordevoorstellen) nog door vele gevolgd zullen worden. Er is in SoW sprake van verschillende culturen. De voortgang van SoW wordt bepaald door economische motieven (er zijn intussen ook al 'spijtgemeenten') en door gedrevenheid van theologen in de top, zodat het proces doel in zichzelf wordt. Intussen heeft 50-60 procent van de hervormden geen boodschap aan het proces. Als deze groep zich niet vinden kan in de nieuwe kerkorde loopt het fout.
Ds. J. te Winkel, Emmen, stelde, dat in het grondslagartikel de dynamiek is verdwenen. Hoe kan in de GB worden gezegd dat men de belijdenis kwijt is? Die staat er nog steeds in. Het ontwerp is één grote concessie aan de GB. En intussen hebben – tot zijn verdriet – de remonstranten afgehaakt.
Ds. J. Geene, Zetten, zei, dat hij met het grondslagartikel kan leven, maar in het verdere verloop van de kerkorde wordt het hart van de kerk aan de kant gezet. Voetstoots worden bijvoorbeeld kinderen aan het Avondmaal toegelaten. Daarover is geen principiële discussie meer. 'Ik ben geroepen als predikant mijn oordeel te geven. Ik ben verder de laatste die me af zal scheiden'.
Diaken Th.C. Kallis, Kerkenveld, voelde wel voor bovenplaatselijke hervormde verbanden. Voor hem was echter ook de grens bereikt. Hebben de voorstemmers voor deze kerkorde de Hervormde Kerk en haar belijdenis niet lief?
Ds. mevr. M.J. van de Beld-Rijfkogel, Helmond, achtte de Open Brief (van 19 hervormden) aanmatigend. Wie durft beweren de waarheid in pacht te hebben? De God van de Bijbel gaat vele wegen. Hij is een bewegelijke God, geen statische stamgod. In de pers ging het steeds om wat van de zijde van de GB op tafel werd gelegd. Intussen sluit deze kerkorde al niet meer aan bij de situatie van nu en morgen. De grens is bereikt. De hervormde familie telt méér gezinsleden dan de Gereformeerde Bond.
Ds. A. van de Beek, Rijssen, stelde, dat het gaat om de kerk van Christus. Verder zei hij: 'Ik schrik van de haast'. Wezenlijke dingen van het reformatorisch belijden verliezen we. Het gaat ook om het tota Scriptura (de héle Schrift). Dat valt met name te zeggen bij de paragrafen in de kerkorde over doop, belijdenis, avondmaal, huwelijk. Vanuit de hele Schrift heeft de Reformatie voor de kinderdoop gepleit.
Ds. Van de Beek vroeg verder wat de lutheranen nu eigenlijk willen. Waarom valt voor hen wel bovenplaatselijk te regelen en voor hervormden niet?
Ds. S.W. Bijl, Markelo, zei, dat velen op deze kerkorde hebben gewacht. Hij wilde het allemaal nog graag wijder en breder, richting evangelischen, pinksterkringen, kleine kerken ter rechter zijde en uiteindelijk ook de Rooms Katholieke Kerk.
Ds. B.H. Weegink, Katwijk aan Zee, achtte de brieven van 'de 19' en de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging uitingen van diepe zorg inzake het belijdend karakter en het historisch karakter van de nieuwe kerk. Het tegenstemmen heeft een signaalfunctie. Hij vreesde verder 'een dolerende greep naar de macht'. De Hervormde Kerk heeft een nationaal en historisch karakter. Daarin is sprake van leiding Gods (1568 Wezel en 1571 Emden). Deze kerk is door vele stormen heen gegaan. Het was ook een kerk van herbergzaamheid. De kerk, die we nu gaan oprichten, is een kerk van denominaties.
Ds. S.H. Hiemstra, Drieborg, zei, dat in zijn gemeente al 15 jaar van harte sprake is van SoW. De nu voorliggende kerkorde is helder en ruimtescheppend. Ze wordt breed gedragen. Hij achtte dit een Godsgeschenk. Hij betreurde de eenzijdige berichtgeving in de Waarheidsvriend en het impliciet oproepen tot afscheiding. 'Er is straks geen weg meer terug'.
Ds. A.J. Hammer, Hoofddorp, zei 'van harte ja'. Deze kerkorde heeft een weldadige ruimte. Er is wel olie op de golven. Hoe moet het verder? Vanuit het geloof in de ene Heere en de ene Geest. In brieven wordt aan het slot steevast de synode leiding des Geestes toegebeden. 'Geloven we er dan ook in?'
Ds. E. Westrik, Dordrecht, had bewondering voor de werkgroep kerkorde: 'belijdend, open en slim'. Een kerkorde op papier is intussen mooi. Maar het gaat ook om het gevoel, het sentiment. Hoe gaan we daarmee om? Er komen gevoelens los bij verlies van de naam, de geboorteleden, het huwelijk, de classis. Kun je verlies, heimwee theologisch doorvertalen? Maar uiteindelijk is de kerk daar, waar de gemeente is. Deze kerkorde zet ons op het spoor van de gemeente. Hij vroeg zich daarbij af of we al echt over fusie hebben gesproken.
Ds. A.W. Berkhof, Raad verband andere kerken, zei, dat na de eerste combisynode (1972) meer tijd nodig was dan werd gedacht. In de 'interne oecumene' spelen accenten en spiritualiteit een rol. In de brede oecumene is het proces in Nederland intussen niet onopgemerkt gebleven. Maar nu is de betrouwbaarheid naar de partners in SoW in het geding.
Prof. dr. M. den Dulk, kerkelijk hoogleraar te Leiden, noemde de kerkorde een loofhut: vier wanden en een dak van riet, meer is het niet… Je kunt er doorheen kijken, naar de sterren van het verbond en naar buiten. Het is een tent om weer op te breken. Het is geen kazemat. De ware kerk ligt voor ons. De remonstranten zou hij als 'waarheidsvriendin' ook willen uitnodigen in de tent.
Ds. L. Korevaar, visitator generaal, zei, dat het in de Hervormde Kerk net zo spannend is om de eenheid te vinden dan om die te bewáren. De eenheid ligt niet in het belijden of de Icerkorde maar in het 'wij-gevoel'. De rechte eenheid echter ligt in de uitverkiezing, waarin we aan elkaar gegeven zijn. We hebben het niet begeerd om samen verkoren te zijn. Afscheiding is al te menselijk. Doleantie was een menselijk ingrijpen. Het gaat om de gezindheid, méér nog dan om 'het geding om de waarheid'. De hervormd gereformeerden werd ds. W.L. Tukker door Ds. Korevaar als lichtend voorbeeld voorgehouden. Bij de aanvaarding van de vrouw in het ambt stond deze op de drempel van de Hervormde Kerk. Maar hij ging niet weg. Hij bleef hervormd en zelfs visitator.
Dr. K. Blei, secretaris generaal, zei als laatste spreker, dat we met het SoW-proces te laat zijn om nog trots te zijn. Van Ruler noemde ooit de gescheidenheid van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken een huishoudelijke twist. We hebben nu intussen een kerkorde, maar niet 'voor iets federatiefs'. Hem was verder bijgebleven de roep op de triosynode (van ds. H.J. Lam, Harderwijk) 'Meester, red ons, wij vergaan'. Maar we zijn toch kerk dank zij de trouw van de Heer? Zouden we dan nu durven zeggen: dit is (wordt) de valse kerk, die niet meer kerk van Jezus Christus is? Met Gamaliel (Hand. 5) zei hij dan liever te bezien of deze zaak uit God is of uit de mensen.
Besluit
Na deze uitgebreide algemene beschouwingen ging de synode tot stemming over, met het bovenvermelde resultaat. Ds. B. Wallet, secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg en voorzitter van de Commissie Kerkorde, had in een reactie op de sprekers nog wel toegezegd, dat de brieven van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging, in het kader van de raadpleging door de classes en de gemeenten zouden worden 'meegenomen'. Alle besluiten – zei hij verder – zijn kerkelijk genomen, maar de problemen zijn niet opgelost. 'Pluraliteit lossen we niet op met een eenmalig gesprek'.
Inderdaad is de besluitvorming correct verlopen, al bleef ook nu de zaak omtrent fusie of federatie mistig. Met ruime meerderheid heeft de hervormde synode nu ook zelf echter de kerkorde aanvaard. Als zodanig verliep alles correct. Maar men kan evengoed zeggen, dat de ontwerp-kerkorde met de stem van een breed gedeelte der kerk tégen (hervormd gereformeerden en enkele confessionelen) werd aangenomen. In de kerk heerst echter als het goed is niet de macht van het getal. Evenwel zijn we nu in het stadium gekomen, waarin de kerk zelfs over zichzèlf stemt met meerderheid van stemmen. Wat is dan de (hervormde) kerk in deze?
Intussen kristalliseren posities uit. Buiten de vergaderingen wordt wel gepoogd allerlei nuanceringen aan te brengen in stemgedrag. Maar als het erop aan komt, kan slechts vóór of tégen worden gestemd. Zo goed als dan geldt, dat het gereformeerde deel der kerk aaneengesloten stemt, zo vormt ook het overige deel een gesloten front. De stellingen lijken te zijn ingenomen.
De vraag is, of dit zo verder mag gaan. Enigszins begrijpelijk is ter synode gelaakt, dat het woord synodocratie viel (in de brief van 'de 19'). Wij zouden immers ook géén andere weg tot kerkelijke besluitvorming weten dan de weg van de ambtelijke vergaderingen! Maar wel mag de vraag worden gesteld, of er sprake is van wijs beleid of – om het zacht te zeggen – van onverstandig beleid. Wanneer in een bestuur op vitale punten telkens bij meerderheid van stemmen besloten wordt, geeft dit op den duur frustraties en breuklijnen. Wijs beleid is het dan om toch maar het gesprek voort te zetten. Dat mag toch zéker wel worden gevraagd, wanneer de kerk voor zulke ingrijpende beslissingen staat, dat voortgaan naar hereniging voor een belangrijk deel van de kerk betekent: overgaan naar een andere kerk. Op deze wijze gaat een minderheid door onder het juk van een meerderheid. Laat dat dan meerderheidsbewind heten in plaats van synodocratie.
Het woord is nu aan het zogeheten 'grondvlak', liever aan gemeenten en classes. Verwacht mag worden, dat de gemeenten in de volle breedte van de kerk de ernst van de huidige ontwikkelingen zullen verstaan.
Er breekt een tijd aan, waarin grondige voorlichting naar de gemeenten toe nodig is. Maar méér dan informatie en discussie of 'actie' is nodig, het gebed om leiding des Geestes voor allen, die zich bezig moeten gaan houden met de ontwerp-kerkorde en alles wat daaromheen aan de orde is.
En dan vooral het gebed om bewaaring der kerk.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's