De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doperse tendensen in onze tijd (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doperse tendensen in onze tijd (3)

10 minuten leestijd

Een vorig keer liet ik het een en ander lezen over het aanbod van genade zoals dit door ds. J.P. Paauwe op papier is gezet.
Men mag van hem zeggen dat zijn visie op de Nederlands Hervormde Kerk niet juist is geweest, maar zijn prediking is wel in overeenstemming met de Schrift geweest. Natuurlijk, ook hij legde accenten. Maar wie van de dominees ontkomt daaraan? Wij hebben allen – voor zover de bediening van de verzoening ons is toevertrouwd – onze eenzijdigheden. Voor mij blijft het een wonder, dat de Heere gebruik wil maken van de eenzijdigheden van de prediker. Wat het aanbod van genade bij Paauwe betreft oog het volgende. Hij stelde onder andere dat God er Zelf bij is als Hij Zijn Woord laat uitdragen. Voorts dat de aanbieding van de genade, waar zij van Godswege in de prediking wordt gedaan, allen zonder uitzondering geldt.
Ik moet zeggen dat Paauwe heel ver ging. Toch blijft hij volledig binnen de grenzen van de Dordtse Leerregels. Hij spreekt die als het ware na, als hij letterlijk stelt: 'Aan u allen, en was hier de gehele wereld, ware het mogelijk om alle levenden van deze plaats toe te spreken, dan zou in dit uur aan alle mensen de aanbieding van de genade Gods in Jezus Christus worden gedaan. Het behaagt de Heere om de mens vrijwillig, oprecht, Jezus Christus met al Zijn schatten en gaven, in één woord het leven, het leven zelf aan te bieden. Wie door de genade van God op de aanbieding van Gods genade in Jezus Christus letten kan en deze aanbieding door een waar geloof omhelst, die is gezet in de hemel in Christus Jezus en gezegend met alle geestelijke en eeuwige zegeningen.'
Bij het nog weer eens overdenken van dit citaat van Paauwe viel mij op, dat hij niet alleen stelt dat het aanbod van genade weimenend is, maar van Gods zijde ook oprecht. Het is dus niet zo dat de Heere het een en ander belooft, al Zijn heil, maar als het er op aankomt Zijn belofte niet gestand doet. Neen, wie Jezus Christus en al Zijn schatten en gaven wil hebben, kan Hem ontvangen. Om met één van de Erkines te spreken: 'In de prediking wordt Jezus Christus aan onze voeten gelegd en vraagt de Heere aan ons: Als u Mijn Zoon wilt hebben, u kunt Hem krijgen.'

Geen verontschuldiging
Dopers is het om te zeggen: ik hèb de Heere Jezus aangenomen. Gereformeerd is het om te zeggen: de Heere Jezus hééft mij aangenomen. In het eerste geval sta ik met mijn beslissing in het middelpunt, doch in het tweede geval valt alle licht op Jezus Christus. Zijn keuze voor mij is belangrijker dan mijn keuze voor Hem. Met dit laatste wil ik niet zeggen dat mijn keuze voor Hem niet van waarde òf enig belang is. Ik wil er slechts mee zeggen, dat mijn keuze altijd een afgeleide is. Als ik voor Jezus mag kiezen, is het alleen omdat Hij voor mij heeft gekozen. Als ik Hem mag aannemen, is het alleen omdat Hij mij heeft aangenomen. Alles is van Hem en alles gaat van Hem uit. Hij neemt het initiatief. Hij heeft – met eerbied gesproken – de teugels in handen. Trouwens, hij houdt de teugels in handen!
Zonder iets van mijn verantwoordelijkheid af te doen òf daarop af te dingen, is èn blijft het Zijn werk. Om die reden zing ik met de kerk van alle eeuwen: 'Hij zal Zijn werk voor mij volenden (afmaken).'
Nu is de vraag wel, waarom de één wel gelooft en de ander niet. Het komt wel voor, dat mensen jarenlang trouw iedere zondag naar de kerk gaan en dat er toch ogenschijnlijk in hun leven niets gebeurt.
Het zal onze lezers zijn opgevallen dat ik opzettelijk het woord 'ogenschijnlijk' heb gecursiveerd.
In een kerkdienst gebeurt namelijk altijd iets. Nooit gaat men – om met G. Boer te spreken – als dezelfde mens de kerk uit. Van wijlen G. Boer zijn deze kernachtige woorden bekend: 'Wanneer men onder de bediening der verzoening heeft gezeten, is men òf wat dichter naar de Heere en Zijn Koninkrijk opgeschoven òf wat verder daar vanaf. Vrijblijvendheid is er niet bij. De Heere laat Zijn Woord niet tevergeefs uitdragen!'
Het bovenstaande moeten wij goed ter harte nemen. Sommigen denken dat zij een stok en een blok zijn als zij in de kerk zitten, maar dat is volstrekt niet het geval.
Nog altijd blijft echter de vraag, hoe het nu komt dat jongeren en ouderen de Heere Jezus als hun enige troost in leven en sterven leren kennen, terwijl anderen dat niet doen. Is het aanbod dan toch niet welmenend? Hebben de dopers dan toch gelijk als zij stellen, dat er nog wel zoveel vrije en goede wil in de mens is, dat men Jezus kan aannemen? En als dit laatste niet het geval is – en dat is inderdaad niet het geval – ligt het dan wellicht aan het offer van Christus? Hebben de Leerregels van Dordt geen gelijk als zij zeggen dat het offer van Christus genoegzaam is voor de zonden van de gehele wereld? Nu, wat dit laatste betreft, behoeven wij aan het gelijk van Dordt niet te twijfelen, want Dordt spreekt in alle delen èn onderdelen de Schrift na.
Van het offer van Christus moet neergeschreven worden, dat Hij daardoor een volkomen genoegdoening heeft verworven. Ik moet zelfs nog wat verder gaan en zeggen: Christus' offer heeft ook alles te maken met de toepassing. Verwerving en toepassing, daarvoor heeft Christus Zijn leven gegeven! Wat Hij verworven heeft kan Hij ook toepassen. Heel concreet: Hij schenkt het geloof en wel zo, dat wie gaat geloven, zelfs graag gaat geloven. Laat het zo zijn dat er allerlei bij ons mensen opgeruimd moet worden, maar ook dit is waar, dat alle ware gelovigen een gewillig volk zijn in de dag van Gods heirkracht.
Zo dikwijls iemand genade zoekt, kan men bij Christus alles vinden. Zelfs behoeft het voor hem geen belemmering te zijn om tot Christus te gaan, als hij voelt, dat hij niet wil en kan geloven. Over dit laatste behoeft men werkelijk niet in te zitten. Wie er onder ons over in mocht zitten, houd ik voor hoofdstuk II : 8 van de Dordtse Leerregels. Op een wel heel schone wijze staat er geschreven: '… dat God heeft gewild, dat Christus door het bloed Zijns kruises uit alle volken, stammen, geslachten en tongen, diegenen allen, en die alleen, krachtig zou verlossen, die van eeuwigheid tot zaligheid verkoren en van de Vader Hem gegeven zijn, hen zou begiftigen met het geloof, hetwelk Hij hun, gelijk ook andere zaligmakende gaven des Heiligen Geestes, door Zijn dood verworven heeft.' Christus schenkt, brengt en bewerkt dus alles. Daaraan hoeft nooit getwijfeld te worden. Hij heeft het beloofd, toegezegd. Wat van Zijn lippen uitgaat, blijft vast en ongebroken. De conclusie van wat ik heb geschreven is: iemand, maar dan ook niemand is te verontschuldigen.

Pastoraat
Niemand is te verontschuldigen! Toch wil ik het bij deze zin niet laten! Want in het pastoraat komen met name de ambtsdragers in aanraking met allerlei vragen en opmerkingen over het willen van God en over dat van de Heere Jezus.
Woederink heeft er in zijn tijd ook mee te maken gehad. Om die reden schreef hij het bekende boekje over de doperse geestesstromingen. Of echter wel altijd alles zo dopers was als hij meende te moeten stellen, is nog maar de vraag. Er kunnen in een gemeente uitwassen ontstaan in de loop der jaren die andere oorzaken hebben dan het doperdom. Om een duidelijk voorbeeld te geven: lijdelijkheid mag men de dopersen ten tijde van de reformatie zeker niet in de schoenen schuiven.
Zij waren met het aannemen van Jezus helemaal niet lijdelijk. Zij beleden daarvan veeleer dat het een coöperatie was, een samenwerking tussen God en mens, zoals men dit ook aantreft bij Pelagius en Arminius. Met dit alles wil ik maar zeggen, dat niet altijd alles dopers is, wat door ons dopers wordt genoemd.
Dat wil intussen niet inhouden, dat Woelderink ten onrechte bepaalde dingen zo heeft geschreven als hij heeft gedaan. Wellicht dat de toon iets anders had kunnen zijn, maar over verschillende uitwassen heeft hij wel ware en waarachtige dingen gezegd!
Ik noem een aantal zaken waarmee hij in aanraking kwam en waarmee ambtsdragers in onze tijd eveneens worden geconfronteerd.
In de prediking wordt de gemeente voorgehouden dat Christus alles schenkt, brengt en bewerkt. Onder aan de kansel zit iemand die denkt: 'Ja maar, dat geldt alleen voor de uitverkorenen.' Heeft hij helemaal ongelijk die zo denkt? Hij heeft gelijk èn ongelijk. Het eschaton (de dag van Jezus' wederkomst) zal ons laten zien dat Jezus er alleen is voor allen die door de Vader aan Hem zijn gegeven. Dus vanuit het allerlaatste gezien heeft men gelijk. Niettemin schrijf ik ook neer, dat diezelfde persoon volstrekt ongelijk heeft. Ik schrijf dit niet neer uit lust tot een woordenspelletje, maar om te laten zien waarom het gaat.
Kijk, als in de prediking wordt gesteld, dat Christus alles schenkt, bewerkt en meebrengt, dan is het helemaal niet aan de orde dat het alleen voor de uitverkorenen is. Christus schenkt niet alles aan uitverkorenen, die weten dat zij uitverkoren zijn. Want wie weet òf men uitverkoren is? Neen, Christus schenkt alles aan verlorenen, aan vijanden, aan jongeren ouderen die geen steek om Hem geven. Hij wordt een ieder, zelfs een drugsdealer, een moedermoordenaar, of – zoals John Bunyan ons voorhoudt in z'n 'Christenreize naar de eeuwigheid' – de grootste der zondaren aangeboden. Ja, en dan nog aangeboden tot redding. Wie Jezus Christus tot zaligheid wil ontvangen, krijgt Hem.
Zo'n laatste zin als hierboven geschreven, wordt bepaald niet door een ieder overgenomen. Want als men op huisbezoek hierover spreekt, wordt er soms al heel snel gezegd: 'Het zal allemaal wel waar zijn, doch wij moeten niet vergeten, dat niemand Jezus wil hebben'. Dat mag zo zijn, maar dat ligt dan wel voor een ieder die Hem verwerpt. Ik maak hierbij trouwens nog een kanttekening. Het is Bijbels om te zeggen, dat niemand Jezus wil hebben. Ik ben er diep van overtuigd dat er voor Jezus plaats gemaakt moet worden. Inderdaad: niemand wil Hem hebben! Toch moeten wij uitermate voorzichtig zijn met dit hardop te zeggen. Met name dan als de onwil ons nooit tot smart is geworden. Het is mij in de loop der jaren opgevallen dat soms de meest ware dingen gezegd werden, terwijl het wel leek alsof men het over een ander had. Zelf was men er blijkbaar niet bij betrokken. Weest op uw hoede als u gaat spreken in de derde persoon. Het is niet gebruikelijk om altijd het woord 'ik' te gebruiken en in de eerste persoon te spreken. Toch, als het gaat om de onwil, mag men dit wel doen.
Doch nogmaals zeg ik: onze onwil staat ons niet in de weg. Het staat de Heere niet in de weg. Niet onze wil doet ons verloren gaan, maar het feit dat wij Jezus verwerpen. Wat onderweg ook wel wordt gehoord, is dat iemand zegt: 'Maar wat denkt u wel niet, ik kan Jezus toch zomaar niet aannemen? Wanneer ik dat zou doen, ben ik niet gereformeerd.' Het zal juist zijn, dat men Jezus niet kan aannemen als men op dezelfde brede weg blijft wandelen. En ook dit is waar: niemand zal ooit Jezus willen hebben, tenzij God een wonder doet. Desondanks ligt het niet willen ten volle voor de verantwoording van ons. Niemand wordt van Godswege hindernissen in de weg gelegd. De zonde kan nog zo groot zijn, de voldoening van Christus is groter. De Psalm blijft waar als die ons zegt: 'Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren'. Bij Christus is meer dan genoegzaam alles wat ons ontbreekt. (Wordt vervolgd.)

G.S.A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Doperse tendensen in onze tijd (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1993

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's