Globaal bekeken
Hier volgt een ontboezeming uit het Wageningse SoW, dat we vanwege het curieuze karakter, overigens zonder alle conslusies tot de onze te maken, een plaats geven:
'Er was eens een haas en er was eens een schildpad. De dieren besloten om samen een hardloopwedstrijd te doen. Omdat ze wisten dat hazen harder kunnen lopen dan schildpadden besloten ze, dat de schildpad bij de start een flinke voorsprong zou krijgen. Toen het startschot klonk repte de haas zich van zijn startplaats naar de plaats waar de schildpad gestart was; daar aangekomen zag de haas de schildpad vóór zich. Nu rende de haas naar de plaats waar hij de schildpad gezien had; maar op die plaats aangekomen was daar de schildpad niet meer. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Op ieder moment rende de haas naar de plek waar steeds de schildpad al weer was vertrokken. Het werd millimeterwerk. Maar de schildpad won de wedstrijd, dat wil zeggen: de schildpad bleef de haas altijd vóór.
Dit verhaal is zo oud als de Westeuropese cultuur, en eeuwen lang hebben geleerde mensen er het wijze hoofd over gebogen. Het aardige van het verhaal is dat het natuurlijk (volgens de feiten) niet klopt, terwijl er toch (volgens de logica) geen speld is tussen te krijgen (pas in de eeuwigheid zou de haas de schildpad in kunnen halen, als de afstand tussen hen uiteindelijk nul is geworden).
Het Samen-op-Wegproces van hervormden en gereformeerden heeft wel wat weg van die wedstrijd tussen de haas en de schildpad. Met, uiteraard, de gereformeerden in de rol van de haas. Aan de wedstrijd zelf lijkt geen einde te komen. Of erger nog: naarmate de wedstrijd vordert en de finish meer en meer in zich zou moeten komen verzandt de hele zaak in millimeterwerk waaraan HAAStige mensen geen touw meer vast kunnen knopen. Dat is landelijk zo en dat is plaatselijk zo. Op landelijk niveau wordt over een nieuwe kerkorde gesproken/gemillimeterd; HAAStige gereformeerden begrijpen dat niet: voor ons heeft een kerkorde niet veel meer waarde dan een trui die je uitdoet zodra je het warm krijgt. Op plaatselijk niveau speelt (nu al) de kwestie van de kerkgebouwen. Millimeterwerk, waardoor SoW een sow dreigt te worden. Er was een plan om per 1 januari aanstaande op alle zondagen in één hervormd en in één gereformeerd kerkgebouw samen te komen, maar voor dit plan was bij de (wijk)kerkeraden (nog?) onvoldoende draagkracht (onder andere omdat, bij sluiting van Vredehorst, de Bevrijdingskerk wèl altijd maar de beide hervormde kerkgebouwen niet altijd open zouden zijn voor één van de beide ochtenddiensten). Nu is er een nieuw plan dat naar verwachting wel voldoende ondersteuning zal krijgen: éénmaal per maand een ochtenddienst in beurtelings de Grote kerk. Ons Huis, en de Bevrijdingskerk, waarbij de overige kerkgebouwen dicht zullen blijven.
Millimeterwerk? Eigenlijk wel ja. Maar wel gemillimeter als noodzakelijke fase In een onomkeerbaar proces. We moeten, niet alleen aan de ander, maar ook aan onszelfde tijd gunnen en de tijd geven om los te weken van onszelf en naar de ander toe te groeien. De liefde die de naaste geen kwaad doet laat zich niet dwingen: daar is tijd voor nodig. Tijd. En misschien wel eeuwigheid.
"Wie gelooft, haast niet", zegt Jesaja volgens onze bijbelvertaling. Het Hebreeuwse woord dat met "haasten" vertaald wordt kan ook "vrezen" (Willibrordvertaling) of "beschaamd staan" (Nieuwe Testament) betekenen. "Wie gelooft zal niet beschaamd staan" (Romeinen 9, 33 e.a). Wie de ander alleen maar als schildpad blijft zien is uiteindelijk zelf het haasje.'
Bij uitgeverij Den Hertog te Houten verscheen een lezenswaardig boek over de vroegere predikant in de Gereformeerde Gemeenten ds. P. Honkoop (eertijds 'varkenshandelaar'), over wiens leven menige anecdote in omloop is. Hier volgt een passage uit het boek:
'Werk van mannen als Comrie en Kohlbrugge vormde regelmatig bronnenmateriaal voor zijn preken. Ook heeft de predikant veel Schotten en puriteinen (vooral de Erskines) geraadpleegd. Wat echter het meest zijn prediking beïnvloedde en bepaalde was zijn eigen geestelijke leven. Al op jonge leeftijd had hij veel geestelijke ervaringen achter de rug, die hem een grote zekerheid in zijn persoonlijke geloof gaven. "Op jonge leeftijd kende hij al de verstgevorderde stand van het genadeleven", zo vertelt ouderling J. Koster uit Rijssen, die veel contact had met ds. Honkoop. "Hij had door genade kennis mogen krijgen aan de drie onderscheiden Personen. Daarbij had hij over die zaken de verzegeling des Geestes ontvangen. Met geestdrift en vol vuur kon hij ziijn toehoorders aanmoedigen dat ook te zoeken. Anderzijds zei hij, wanneer het ging om de rijkdom die te vinden is in de Middelaar Jezus: '"Ik kan er maar wat van stamelen'"." Het beluisteren van preken van ds. Honkoop viel niet voor iedereen mee. "Hij had een rauwe stem", aldus ouderling Koster. "Daarbij sloeg hij nogal eens op de rand van de kanselbijbel. Toen hij eens bij oude mensen in het RIjssense tehuis De Dannenberg kwam, stond juist de kerktelefoon aan, waarop een (op de band opgenomen) preek werd afgedraaid. '"Tsjonge, wie schreeuwt daar zo?'" vroeg ds. Honkoop. Hij kon nauwelijks geloven dat hij het zelf was."
Later, hij was inmiddels predikant in Yerseke, was ds. Honkoop korte tijd voor rust in Rijssen. Hij beluisterde daar de nieuwe predikant, ds. M. Blok. "Wat hebben jullie een goede ruil gedaan", zo meende hij oprecht "Zo'n rustige man, in plaats van een schreeuwer. Maar ja, ik ben tussen de varkens grootgebracht."
Ds. W. Hage hoorde veel preken van ds. Honkoop: "In zijn preken was hij een en al vuur". Ds. G.H. Kersten zei, goedmoedig spottend, tegen hem: "Jij bent net een koopman op de markt".
Veel bewondering had ds. Honkoop voor (de toen nog jonge student) A. Vergunst, een man "met een hoofd als een grammofoonplaat". Daarmee doelde hij op het goede geheugen van deze predikant, aldus ouderling Koster. Zelf moest hij het doen met "een gat in mijn hersens". Maar, zo zei ds. Honkoop tot student Vergunst, "daardoor lag ik open voor een te onderwerpelijke prediking. Daarvoor waarschuwde ds. G.H. Kersten mij al. Nu waarschuw ik jou voor een te voorwerpelijke prediking, want dan krijg je het hout niet nat". Gods volk zal daaraan tekortkomen, zo wilde hij daarmee zeggen. Lessen, die beide predikanten zich terdege hebben aangetrokken.
"Ds. Honkoops prediking was voorwerpelijk, maar vooral onderwerpelijk. Hij hamerde er altijd op: onderhandelingen zijn geen afhandelingen: zien is nog geen hebben. Natuurlijk mogen we niet alles weggooien, maar altijd moeten we bedenken: Er is maar één grondslag."
I. Hubregtse uit Yerseke zegt zich diens prediking nog levendig te kunnen herinneren. "Ongeveer zes jaar heeft hij in Yerseke gepreekt. Twee maal per zondag en regelmatig door de week. Maar geen enkele maal sloeg hij over te wijzen op de noodzaak om Christus te kennen. Om te weten in Hem gerechtvaardigd te zijn. En dat preekte hij altijd vol gunning. '"Dat is de grote genade erbij'", zo zei hij dan. En hij wist waarover hij praatte. Hij bezat wat hij anderen zo hartelijk aanprees. Hij ging er echter nooit mee boven een ander staan. Het kleinste nam hij mee en sloeg het niet weg."
Ouderting G.D. Pas (Gouda) woonde in Rijssen in de tijd dat de predikanten Lamain en Honkoop elkaar opvolgden (1947). Hij is voorzichtig in zijn vergelijking, maar toch: "Ds. Lamain was veel gevoeliger, gemoedelijker; ds. Honkoop veel zakelijker en scherper. Hij liet in zijn prediking niet veel van de eigengerechtige mens over. Dat gaf in Rijssen wel eens problemen, want alle gemoedelijkheid werd radicaal weggesneden. Veel citeerde ds. Honkoop Kohlbrugge: '"Met de lompen en vodden van eigengerechtigheid kun je de berg Sion niet op'". Maar ds. Honkoop kon ook de gerechtigheid van Christus uittekenen en je daarmee tot grote jaloersheid wekken". "Systematiek", zo gaat ouderling Pas verder, "daar was ds. Honkoop wars van. Hij zette zo vaak de twee lijnen paradoxaal naast elkaar: '"Buigen kun je niet. Je vecht je liever dood'", zo zei hij dan. Maar anderzijds: '"Het is zo simpel: je hoeft alleen maar te buigen'".'
De hervormde synode boog zich over een rapport van een 'Commissie ad hoc ter bestudering van het beleid met betrekking tot disfunctionering van predikanten'. Over dit rapport en de discussie staat volgende week in deze kolommen een bijdrage. Uit sprankelende toespraken van de voorzitter van de commissie (mr. G.H.O. van Maanen) enkele 'aforismen', oftewel puntige gezegden:
•Predikanten in opleiding worden te laat met de gemeente in contact gebracht:
'Een beetje veearts ziet al in een vroeg stadium van de opleiding een koe…'
•Heeft het rapport niet te veel een 'masculine toonzetting'? (alles mannelijk, 'hij').
'Mijn vrouw vond dat ook maar ze had er vrede mee omdat het ging om dis-functionering van predikanten.'
'Het zwaard van Damocles functioneert alleen als zodanig zolang het hàngt.'
•Ten aanzien van een suggestie om twee predikanten, die zijn vastgelopen in hun gemeenten, te laten ruilen zei een synodelid: 'Waar twee ruilen, moet er één huilen'. Commentaar:
'Dat staat niet in het Hooglied, maar in Van DaIe; men kan ook zeggen: als er twee huilen is het beste te ruilen'.
Nu ook nog enkele 'aforismen', gedachten hier en daar weggeplukt uit een boekje van wijlen ds. H.G. Abma 'Een glimlach door de tranen heen' ('meditatieve notities bij de Heidelbergse Catechismus', uitgave J.J. Groen, Leiden). Het boekje zelf is eigenlijk één aaneenschakeling van zulke gezegden.
•'Eigen baas en niemands knecht is slaafser dan Zijn eigendom te wezen. Dienaar van de satan zijn, dat is de ergste slavernij bij schijnbare absolute vrijheid. Eigendom van Christus zijn, dat lijkt bevoogding, maar het is het toppunt van vrijheid. Christus geeft ons immers aan onze eigenlijke bestemming terug.'
•'Het is wel eens gebeurd tijdens een doopbediening, dat de moeder die haar kind ten Doop hield, ineens begon te lachen, toen de Doop plaats had. Ze was wat je noemt in kennelijke staat van buitenkerkelijkheid. Gevraagd waarom ze zo in de lach schoot, antwoordde ze: ik vond het zo vreselijk gek. Is de Doop nu inderdaad zo vreselijk gek? We vinden het misschien meer zin hebben, dat de dokter met de injectienaald onze kleine behandelt. Die stof waarmee de geneesheer onze kleine inent, doet iets in dat lichaampje, maar het water van de Doop van de hemelse Medicijnmeester doet ogenschijnlijk niets. Is de Doop nu zo gek? Vindt u het ook gek, wanneer we elkaar de hand geven of wanneer we elkaar een kus geven, als we veel van elkaar houden? De Doop is een goddelijke handdruk, een hemelse kus. Daarmee geeft de Heere uitdrukking aan Zijn liefde.'
•'Als de Geest werkt gaat het vanzelf. Zalig worden is volkomen stilzitten. Het Is een absolute rustkuur. Dan ontvangen we in dit leven reeds volop de rust, die een voorproef is van de eeuwige rust die te wachten staat'
•Vele mensen, hoe egoïstisch ook, bedienen zich regelmatig van het majesteitelijk meervoud. Aan vorsten geen gebrek. Wij komen zo en zo laat en er komt er maar eentje. Wij hopen u te ontmoeten en slechts één hand wordt ons toegestoken. Als we bidden: geef ons dagelijks brood, bid ik niet lekker alleen voor mezelf. Ook niet alleen voor gezin en familie. Ik bid tegelijk voor mijn naaste, die honger lijdt. En daarom moet ik ook de daad van barmhartigheid voegen bij het woord van het gebed.'
•'Amen is het eind van het gebed en het nooit eindigende begin van de eeuwigheid. Engelen, ouderlingen, dieren en gezaligden vallen neer voor de troon en zeggen vol aanbidding: Amen. De lof en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging en de eer en de kracht en de sterkte zij onze God in alle eeuwigheid. Amen.'
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's