In de omgang met anderen… (2)
'Wandelt met wijsheid bij degenen die buiten zijn, de bekwame tijd uitkopend.'Colossensen 4 : 5)
In het contact met anderen kennen wij bepaalde omgangsvormen. Behalve die is het goed te weten op welke manier je de ander het beste benaderen kunt. Paulus biedt de gemeente toen en nu de nodige handreiking. Met het oog op evangelisatie. Om hen die nog buiten zijn binnen te krijgen.
Het apostolisch vermaan en advies luidt: 'Wandelt met vdjsheid…' Met wijsheid gaat in het Grieks zelfs voorop! De apostel gebruikt een uitdrukking die heel vaak in het Oude Testament voorkomt. Met name in het Spreukenboek. Wijsheid betekent niet: geleerdheid, veel diploma's op zak hebben. Wel: het rechte, het juiste weten te doen! Wijs heid heeft alles te maken met, komt op uit de vreze des Heeren. Die is het beginsel van alle wijsheid en allen die ze doen hebben goed verstand.
Wijsheid krijg je en heb je pas in de verborgen omgang met God. Die doe je op onder de leiding van de Heilige Geest, levenslang. De Geest leert je wat Gód wil, wat Zijn bedoeling is met je bestaan en dat van anderen. Hij reikt je aan, hóe je hebt te leven en te handelen overeenkomstig Gods geboden en beloften. Je hele leven(spraktijk) wordt door Gods openbaring beheerst. Gestempeld door de eerbied en de liefde voor Hem. In dankbare, gehoorzame toewijding. Je wandelt voor Zijn Aangezicht, oprecht. Kijk, zegt Paulus, een dergelijk leven bevalt op en maakt indruk. Zo'n bestaan is uitnodigend!
Weet u er van? Wordt u erop aangekeken en aangesproken? Tot uw verrassing en vreugde? Om daardoor des te meer getuige te zijn van uw Meester?!
Er wordt ook in onze maatschappij scherp op christenen gelet. Jongeren proeven terdege of wij authentiek zijn. De buitenwacht merkt heus, hoe ons gemeentezijn is. Of wij, 'zendingsminded' zijn of alleen maar naar binnen en op onszelf gericht.
Met wijsheid wandelen, omgaan met hen die buiten zijn (en niet te vergeten ook met hen die binnen zijn!) is een goede invalshoek voor het aanreiken van het Evangelie. Met wijsheid wandelen in relatie tot buitenstaanders houdt tevens in, dat je met tact en heel fijngevoelig te werk gaat. Het is namelijk lang niet eenvoudig om je in te laten met hen die het Evangelie niet kennen, of daar hoe dan ook van vervreemd zijn, of er vijandig tegenover staan. Met de beste wil van de wereld en met al je ijver en enthousiasme kun je het verkeerd aanpakken en de zaak bederven. Bijvoorbeeld door te hard van stapel te lopen, door steeds aan het woord te zijn, door overal pasklare antwoorden op te lanceren en je niet echt al luisterend in te leven in de noodsituatie van de ander maak je op korte en lange termijn brokken. Door ongevoeligheid, door overgeestelijkheid, door niet hartelijk en uit geloofsondervinding te reageren geef je aanstoot en ergernis. De wijze kent zijn tijd. Dat houdt eveneens in de juiste manier waarop hij de ander tracht te bereiken. Wellicht zegt u: 'Maar dit is onbegonnen werk. Overvraagt Paulus ons niet? En is onze situatie niet zozeer verschillend van die van Paulus en de gemeente te Colosse dat deze aansporing niet langer opgaat?!' Of een ander voegt erbij: 'Ja maar, het is zo moeilijk om dit in praktijk te brengen. Op mijn werk, in de buurt, in de klas. De meesten vinden het geloof in Jezus Christus maar onzin, achterhaald. Zij willen er niet mee te maken hebben. Zij zien het in het gunstigste geval als één van de vele mogelijkheden, die je al dan niet persoonlijk interessant vindt, of voor jezelf nodig acht. Laat echter anderen vrij in hun mening en levenswijs.
Nu was de situatie in Paulus' dagen niet veel beter. Dat blijkt wel uit zijn correspondentie. Zijn aansporing van Hogerhand gegeven blijft van kracht. Voor heel de christelijke gemeente en maar niet voor een aantal zendingsspecialisten. Niet heilloos bezig zijn en het aflaten weten vanwege eigen belangen, groepsdenken, door polarisatie, maar je heilig verplicht weten tot het verbreiden en verdedigen van de Waarheid! Zoveel mogelijk naasten die nog buiten zijn, werven. Wie dat nalaat en verzaakt, brengt grote schade toe aan het kerkelijke leven en aan het geloofsleven en laat 'buitenstaanders' aan hun ellendig lot over. Juist dat zal van onze hand geëist worden!
Als de gemeente haar zendingsroeping verstaat, geneest die haar van twijfel en onzekerheid. In de zending bezig verlost het haar van onheilig gekijf en geschrijf. Door de Geest der zending wordt zij juist vervuld en aangevuurd, gericht op de eer van God en de op- en uitbouw van Zijn Gemeente, wereldwijd en dichtbij. Het geeft veel meer rijkdom en vertroosting in de kennis des Heeren en de omgang met Hem en de Zijnen.
De zegenende ziel zal vet gemaakt worden! Het delen van Gods genade leidt tot vermenigvuldigen. De opdracht geldt: 'Wees een zegen'. Daaruit blijkt, of wij een kind van Abraham zijn en ons in het voetspoor van Gods Zoon bevinden. Er wordt gevraagd naar kenmerken van het geloof Waarom worden deze specifieke zo weinig meer gezien en genoemd?
Voor dit werk wil de Geest de leden van Gods gemeente toerusten, ouderen en jongeren. Voor iedere situatie zal de Geest naar Christus' beloften mond en wijsheid geven! Zijn wij er (r)echt om verlegen in onze tijd en met het oog op de situatie van ons land en gezien de problematiek in de kerken? Getuigen zijn moetje leren. Het moet je inderdaad gegeven worden. Maar dat is ons toegezegd: 'Gij zult Mijn getuigen zijn', is allereerst een belofte! En de belofte van God maakt de opdracht uitvoerbaar!
De Geest der wijsheid Die het uit Christus neemt en ons verkondigt, staat in voor het met wijsheid wandelen bij hen die buiten zijn. Het is van de Heere Jezus te leren, hoe Hij omging met een Nicodemus en een Samaritaanse. Zijn wijsheid en liefde spoort aan om in alle bewogenheid, met ernst en eerlijkheid met naasten op onze weg geplaatst om te gaan. Het worde hen duidelijk gemaakt, dat zij zich hebben te bergen achter het bloed der verzoening om behouden te zijn! Ziet toe, schrijft Paulus elders, hoe gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. Doen wij dat? Dat zal niet tevergeerfs zijn in de Heere! In ieder geval geldt en telt: Wie zielen vangt, is wijs (Spr. 11 : 30). Daartoe is gebed onmisbaar. Wij krijgen van de apostel ook nog deze les: 'de bekwame tijd uitkopend'.
Het wil zeggen: de geschikte gelegenheid te baat nemen. De geboden en aanwezige mogelijkheid met inspanning van alle krachten benutten. Geen gegeven kansen voorbij laten gaan. De tijd is de beslissende tijd, het juiste moment in het geheel van Gods heilshandelen. Wees daar in verkeer met hen die buiten zijn op bedacht. Je moet niet lukraak evangeliseren, maar er alert op zijn: Wanneer kan ik de ander het best bereiken? En dan het werkelijk gegéven moment aangrijpen. Tijd, situatie nauwlettend in de gaten houden en bovenal op God en Zijn aanwijzingen letten. Daarvoor is evenzeer wijsheid nodig om te wandelen en te handelen. Niet ieder moment is geschikt. Soms is een tijd van zwijgen, van afstand bewaren, van verwachten nodig en dan weer contact zoeken, erop inhaken, uitleg geven.
Het geldt al in de dagelijkse omgang met elkaar, in de opvoeding, in je huwelijk, in je ambtelijk bezig zijn. Geestelijke zaken kun je niet elk moment ter sprake brengen of aan de ander kwijt. Er dient tijd en gelegenheid voor te zijn geschapen. Wie forceert, verliest. De tijd moet rijpen. Maar wees er op bedacht. Vraagt de Geest om Zijn leiding. Zoals Filippus het ter rechter tijd te horen en te doen kreeg. (Hand. 8)
Het vereist dus een 'op Gods inspraak wachten'. En naar degenen die buiten zijn toe een echt 'open zijn', belangstelling hebben, mee-levend, mee-lijdend, aan- en invoelend zijn. Met liefde en respect. Immers bij alle verscheidenheid, want geen mens en situatie is gelijk, is een eigen, specifieke benadering en aanpak nodig. Dat moet je levenslang leren van Hogerhand om het Woord ter rechtertijd te spreken. Hoe goed is een woord op zijn tijd. (Spr. 15)
De tijd uitkopend betekent tevens: Alles op alles zetten nu het nog kan en mag en moet! Nog is er de gelegenheid de ander het Evangelie te melden om zalig te worden door het geloof in Jezus Christus. Wij leven in het laatste der dagen. Elk ogenblik kan de Heere verschijnen. Vindt Hij ons wakende en alzo doende?
Nu de dagen boos zijn, klemt de opdracht van Paulus temeer. Nú wil God gezocht en gevonden worden. Nog wekt en dringt Gods Zoon. Heden zo gij Zijn stem hoort! Koopt u, koop jij de tijd uit? Laat je voor jezelf en voor anderen geen tijd van genade verloren gaan? Paulus heeft alles op alles gezet in de dienst van de verzoening (2 Cor. 5). Kennen en praktiseren wij deze heilige hartstocht en delen wij zijn zorg?
De tijd uitkopend. Niet te vergeten voor onszelf Ons leven is kort en onzeker.
Wij worden al vroeg door de Heere geroepen. Aan jongeren vraagt Hij: Geef mij je hart! En ouders en ouderen worden niet overgeslagen. Hoe lang wacht God al om u en jou genadig te zijn? Wee, wie genadetijd verloren laat gaan en door eigen dwaze schuld buiten staat en buiten blijft! Het allerergste is, dat Jezus zal zeggen: Gaat weg van Mij.
De Geest wil u en jou – want wij gunnen de duivel niemand! – bij Christus hebben en houden, in Hem doen zijn en blijven. Dan pas ben je echt binnen. Daar is God nog altijd op uit! Hij wordt ervoor geloofd en geprezen! (Ps. 87).
P. Koeman, Bilthoven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's