De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

Op 25 november l.l. promoveerde in Utrecht drs. B. Plaisier, hervormd predikant te 's-Gravenhage, vroeger werkzaam voor de G.Z.B. in Torajaland. De titel van liet proefschrift is 'Overbruggen en grenzen – de communicatie van het evangelie in het Torajagebied (1913-1942.' Promotor was prof. dr. J.A.B. Jongeneel.
We feliciteren op deze plaats de promovendus van harte met de voltooiing van deze studie en de daarmee behaalde doctorsgraad. In liefst 701 bladzijden – zeer leesbaar overigens voor ieder – wordt ons een doorwrocht stukje zendingsgeschiedenis geboden, verricht onder verantwoordelijkheid van de G.Z.B. en daarin vanuit de gereformeerde sector van de Hervormde Kerk. Als zodanig is deze studie origineel en uniek.
Uit dit boek, dat voor een deel tot stand kwam middels interviews in Torajaland, nemens we het volgende over; zomaar, willekeurig, namelijk over één van de pioniers, Johannes Belksma:

'Johannes Belksma was op 19 oktober 1884 in liet Friese dorpje Tzum (bij Franeker) als enige zoon van een landarbeider geboren. Zijn moeder, Saakjen Tjeerdsma, was opgegroeid in een gezin waarin de ouders principieel voor de Afscheiding gekozen hadden. Zijn vader kwam uit een niet kerkelijk milieu; hij was kennelijk door zijn vrouw kerkelijk geworden. Vanaf het begin waren vaderen moeder Belksma betrokken bij de Gereformeerde Kerken. Zij voedden hun kinderen dienovereenkomstig op. Hun vorming ontvingen zij in de kerk, in de Anti-Revolutionaire Partijen door lezing van het Friesch Dagblad en De Standaard.
Omdat de vorderingen van Johannes op de lagere school goed waren, werd hij in de gelegenheid gesteld om gedurende vier jaar de normaallessen aan de openbare school van Franeker te volgen. Nadien werd hijkwekeling met hulpacte in Welsrijp en Garijp. Intussen voerde hij in Franeker actie voor de oprichting van een School met de Bijbel, waarvan hij bij de stichting onderwijzer werd. Hij behaalde intussen de hoofdakte en de akte Frans. In 1907 huwde hij met Hiltje Greidanus, een dochter van een boer, die aanvankelijk nogal bezwaar maakte tegen een huwelijk met de zoon van een boerenknecht. Hiltje was op de boerderij opgegroeid en had slechts weinig opleiding genoten.
In 1912 reageerde Belksma op een advertentie in Alle den Volcke, warin een "Christelijk onderwijzer van Gereformeerde beginselen" werd gevraagd. Bij het sollicitatiegesprek met het Bestuur bleek hij een "aangename indruk te maken en won hij al dadelijk door zijn bescheiden, doch resoluut optreden aller hart". Zijn lidmaatschap van de Gereformeerde Kerken was een probleem: de Algemene Vergadering van de GZB had namelijk bepaald dat uitgezonden zendingsarbeiders Hervormd dienden te zijn. Belksma had echter zo'n indruk op de bestuurders gemaakt, dat zij dit besluit niet aan hem durfden meedelen. Zo is Belksma vanaf het begin nauwelijks iets in de weg gelegd ter zake van zijn kerkelijk lidmaatschap. Hij voelde zich vanwege familiebanden, maar ook emotioneel zeer verbonden met de kerken uit de Doleantie. Dit heeft ertoe geleid dat de meest toonaangevende zendeling van de GZB uit de periode voor de tweede wereldoorlog, gereformeerd was en bleef.
Daarop verhuisde Belksma met zijn vrouw en twee kinderen naar Rotterdam, waar hij als extraneus een deel van de cursus van de NZS volgde. Eind 1915 behaalde hij in Leiden de akte Maleise taal, land- en volkenkunde van Ned. Indië. Ten tijde van zijn studie geraakte hij echter in een geestelijke crisis, die hem er bijna toe bracht om niet uit te gaan. Doordat hij vanwege de mobilisatie als soldaat werd opgeroepen, kon hij enige tijd afstand nemen van de zendingszaak en kwam daardoor met zichzelf in het reine. Hij kreeg vrijstelling van militaire dienst en werd op 3 februari 1916 als zendeling-onderwijzer uitgezonden. Zijn uitzending vond niet plaats in een reguliere kerkdienst, maar tijdens een ontmoeting in het wijkgebouw van de Herv. Gemeente van Zeist. Dit vanwege zijn status (onderwijzer) en zijn kerkelijke identiteit. Na zich in april in Depok georiënteerd te hebben, arriveerde hij op 12 mei in Rantepao.
In de daarop volgende maanden oriënteerde hij zich op de taal, de adat en de cultuur van de Toraja's en nam hij samen met Van de Loosdrecht de samenstelling van een aantal onderwijsmethoden ter hand. Na de moord op Van de Loosdrecht vroeg het Bestuur hem als vervanger op te treden, tot een nieuwe zendeling-leraar de plaats van Van de Loosdrecht ingenomen zou hebben. Deze vervanging liet echter tot 1 oktober 1929 op zich wachten, met als gevolg dat Belksma tot die tijd ressortszendeling gebleven is. Hij nam zijn intrek in het huis van Van de Loosdrecht in Barana en verrichtte alle werkzaamheden van een zendeling-leraar, behalve het bedienen der sacramenten. Pas tijdens zijn verlof in 1924 kon hij geordend worden tot zendeling. Ondanks het veel striktere beleid ten aanzien van Gereformeerden ging het Bestuur akkoord met het feit dat hij Gereformeerd bleef.
Belksma mocht zich verheugen in het algemene vertrouwen van het bestuur van de GZB. Vanaf 1917 was hij de vertrouwensman van het Bestuur Zijn werk en visie werden door het Bestuur, en in later tijd ook door zijn jongere collega's, hogelijk gewaardeerd. Dit maakte hem dan ook tot de primus inter pares.
Zeker in de eerste tijd verdiepte Belksma zich grondig in de cultuur en de godsdienst van de Toraja's. Hiervan getuigen allerlei artikelen, volksverhalen en raadsels in Alle den Volcke. Hij had duidelijk de gave om op een enthousiaste, boeiende en beeldende wijze over het leven van de Toraja's te schrijven. Daarbij ging hij enigszins fragmentarisch te werk. Zijn specifieke interesse en studie op dit gebied lijkt echter vanaf het einde van de jaren twintig af te nemen. Samen met een aantal leerlingen werkte hij in die tijd aan de berijming van psalmen en gezangen in de Torajataal, terwijl hij ook het catechisatieboekje Soera' Kapeladaran (1932) schreef. Daarnaast was hij redacteur van het door de zending opgerichte blad Soelo. Belksma werkte gedurende 211/2 jaar in het Torajagebied.
Persoonlijk leed is Belksma niet bespaard gebleven. Hij verloor twee kinderen aan de dood. Zijn vrouw moest hij in 1932 vanwege een geestesziekte in een psychiatrische inrichting in Den Haag laten opnemen. Uiteindelijk keerde hij in 1933 zonder zijn vrouw, maar met zijn dochter in Rantepao terug. Het afscheid en het gescheiden leven van zijn echtgenote, vielen hem zeer zwaar, zodat hij in 1935 het HB verzocht te mogen terugkeren. Zijn vertrek stelde hij echter telkens uit. In 1937 stierf zijn vrouw op vijftigjarige leeftijd als gevolg van een ongeval bij het particuliere verpleeghuis waar zij toen verpleegd werd. Belksma keerde daarop nagenoeg overspannen naar Nederland terug met de gedachte nooit meer terug te keren naar Rantepao.
In Nederland bleek het echter anders te gaan. Hij ontmoette er Hendrika Johanna Jantina van der Woude, een wijkverpleegster, met wie hij op 25 mei 1938 in het huwelijk trad. Zij beiden vertrokken daarop naar Indië. Belksma hervatte zijn werk.
In datzelfde jaar ontving hij een koninklijke onderscheiding uit handen van de Gouverneur van Celebes: hij werd benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. In 1939 werd uit hun huwelijk zijn negende kind geboren. Enige maanden na het uitbreken van de oorlog met Japan en kort voordat de Japanners het Torajagebied in bezit namen, stierf hij op 3 maart 1942 aan een acute ziekte. In Rantepao werd hij de dag daarop begraven.
Tot op de huidige dag zingen de Toraja's nog liederen uit de liederenbundel, die hij hun schonk. Zij denken aan hem als aan de man die dicht bij hen stond. Hij leeft in de herinnering voort als een man die weliswaar zeer fel was, die bij onregelmatigheden soms hard optrad, maar vooral opviel door zijn inzet, zijn liefde voor land en volk, en zijn kennis van cultuur en adat.'


In het Hervormd Kerkblad van Ermelo schrijft ds. A. Baas knipogend naar 'de Sint' en refererend aan een pastor, die als we goed zijn ingelicht ooit ondertekende met L.V.:

'Uit Aller Mond. U zult het nauwelijks geloven, maar ondergetekende wijkt voor sinterklaas. Niet op 4 december, maar op zaterdagavond 11 december hopen we ons maandelijks zanguurtje te hebben.
U zult het misschien als een knieval voor die "goedheilig-man" bestempelen. Maakt u zich geen zorgen. Waar ik me ernstig zorgen over maak is het feit dat dit oer-hollands feest verdrongen wordt door die "kerstman" met alles wat erbij hoort. Over modern heidendom gesproken!
Laten we als christelijke gemeente toch kleur bekennen en eensgezind het feit van de geboorte van onze Heere en Heiland vieren op een wijze waar "de wereld" van zegt "hé, dat is wel eventjes wat anders…" Ook hier geldt het woord van de apostel: en wordt deze wereld niet gelijkvormig.
Wat betreft sinterklaas moet ik altijd denken aan een collega – die niet meer onder ons is – die gezag had. Hem werd ook gevraagd of je wel "goed hervormd" (goed gereformeerd) was als je dit "heerlijk avondje" liet komen. Hij zei: ja, je mag het vieren, wanneer je ook bij mij een presentje brengt. Het is maar dat u het weet.'


In De Zaaier schreef ds. A. Cysouw onder zijn gemeenteberichten uit Lexmond het volgende 'Uit de historie':

'100 jaar geleden was ds. J.C. Prins net weg uit Lexmond. Hij heeft hier gestaan van 1889-1892. In 1930 heeft hij als emeritus-predikant een boek geschreven, getiteld "Uit mijn pastoraal leven". Antiquarisch nog wel te verkrijgen. Ook over Lexmond heeft hij een en ander opgetekend. "Midden in de kom van het dorp stond een klein huisje, waarin twee bejaarde Roomse zusters woonden (De Dorpsstraat). Ook die twee werden bij mijn bezoeken in de gemeente niet voorbijgegaan. Een der gesprekken met haar gehouden, had zelfs aanleiding gegeven om er een bijbel uit te reiken. Die ook gelezen werd. In de omwandeling werden ze genoemd bij haar voornamen. leder in het dorp sprak van Driek en Mie: Driek was de oudste en zorgde voor het huishoudinkje. Mie had een bestellingsdienstje op het naburige stadje (Vianen). 'k Zie haar nog met de grote zwarte hond, voor een karretje gespannen, voorbij strompelen. Op een maandagavond, even voor middernacht, werd er aan de pastorie hard aan de bel getrokken. Verschrikt werden we wakker. We dachten aan brand. Ik mijn bed uit, een weinig aangekleed, vlug naar beneden, de lamp aangestoken, de deur geopend, en wie zag ik daar voor mij staan? Mie. Ze vertelde dat haar zuster al enkele dagen ernstig ziek was. Zo ziek dat de dokter vanmorgen de raad had gegeven de pastoor te ontbieden. En die was vanmiddag gekomen en had Driek bediend. De zieke stelde toen de pastoor tot tweemaal toe een vraag. Daarop werd de pastoor zo boos dat hij zijn jas aantrok en wegliep. Nu was het verzoek van Mie of ik niet eens met haar zieke zuster wilde praten. Ik kleedde me verder aan en stond enkele minuten later aan het ziekbed van Driek. Ze was goed bij en vertelde me in hoofdzaak hetzelfde als haar zuster Maar daar kwam het: Ik vroeg tot tweemaal toe aan meneer pastoor: meneer pastoor, kan ik nu mijn zaligheid verwachten alleen van de Heere Jezus of moet er nog wat bij? Hij zei alleen dat zulke vragen niet te pas kwamen en liep boos weg. En nu stel ik u die vraag, meneer dominee: alleen de Heere Jezus of moet er nog wat bij? Ds. Prins liet de Bijbel het antwoord geven. Las daartoe enkele mooie teksten. Toen antwoordde de stervende vrouw: 'een mens heeft alleen In de Heere Jezus te geloven. Diezelfde nacht stierf zij.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's