Massamedia en seksualiteit
In het nog altijd lezenswaardige boekje van dr. Hans Jürgen Baden, getiteld De grenzen der nieuwsgierigheid, wordt uitvoerig aandacht geschonken aan de rol die de media spelen op het terrein van de erotiek en seksualiteit. Baden signaleert een doorbreking van allerlei taboes en een schaamteloze nieuwsgierigheid, die haar weerslag vindt in sensationele berichtgeving en onthullende reportages.
De eerste druk van dit boek verscheen in 1960 en sindsdien is er veel veranderd. Baden concentreert zich in zijn betoog sterk op de gedrukte media, kranten en tijdschriften, en op de radio. Over de televisie spreekt hij nauwelijks.
Visuele verwildering
Zou Baden zijn boek in onze tijd geschreven hebben, dan zou hij zeker zijn trefzekere kwalificatie van de sensationele geïllustreerde tijdschriften op de tv toegepast hebben. Het bekijken van de illustraties die deze bladen durven opnemen, noemt hij kort en krachtig: het plegen van 'optische ontucht'.
Is het met de tv anders, zo kan men zich afvragen. Drs. Dorenbos constateert dat de tv de 'Nationale hoerenkast' van Nederland is geworden.
Wie dat leest, schrikt even. Zo'n plat woord past niet in het vocabulaire van nette christenen, zoals wij zijn (of denken te zijn).
Of hij helemaal ongelijk heeft? Drs. Knevel, die twee boekjes over televisiegebruik in christelijke kring op zijn naam heeft staan, betoogt keer op keer, dat het veel erger is dan wij denken. Het lees-, luister- en kijkgedrag in christelijke kring wijkt nauwelijks af van dat van het niet-christelijke deel van de samenleving.
Kerkmensen kijken overal naar, ook al zullen zij volhouden, dat ze de tv alleen gekocht hebben voor het journaal, de natuurfilms van de E.O. en de aardige kinderprogramma's, waarmee zij hun kinderen menen thuis te kunnen houden.
Knevel baseert zijn scherpe oordeel niet alleen op de uitkomsten van een onderzoek, dat in opdracht van de E.O. in 1985 door een onafhankelijk onderzoeksbureau is ingesteld, maar ook op recente gegevens, die hijzelf door middel van een enquête heeft verzameld tijdens zijn vele spreekbeurten over de gevaren van de tv. Als er één factor is die de secularisatie heeft bevorderd, dan is het wel de invloed van de media in de 20e eeuw.
Trendsetter
Constateren dat de media de secularisatie en verseksualisering van onze samenleving in de hand hebben gewerkt, is gemakkelijk; de wetenschappelijke bewijzen daarvoor leveren is uitermate moeilijk. De discussie gaat al gauw over de vraag of de media trendvolgers of trendsetters zijn, m.a.w. weerspiegelen de massamedia alleen maar wat er in de maatschappij omgaat of veroorzaken zij zelf ook veranderingen?
Mensen die de invloed van de media, met name van de televisie, plegen te bagatelliseren, roepen onmiddellijk, dat de media slechts trendvolgers zijn. De massamedia weerspiegelen als het ware wat er in de maatschappij omgaat. Je moet je dan ook niet zo opwinden over wat de media bieden. Je leeft nu eenmaal in deze samenleving en je hebt zelf de macht om je al dan niet door de media te laten beïnvloeden.
Anderen zullen juist benadrukken, dat de massamedia nieuwe ontwikkelingen op gang brengen en stimuleren. Meestal betreft dat zaken, die in strijd zijn met christelijke waarden en normen. Zo worden de massamedia instrumenten in de hand van maatschappijvernieuwers en profeten van de nieuwe tijd, die een volstrekt andere seksuele moraal prediken. De media zijn trendsetters geworden.
Onderzoekingen hebben aangetoond, dat de media in veel gevallen de meningen en opvattingen van een samenleving bevestigen en dat hun invloed dan vrij zwak is. De uitzonderingsgevallen betreffen onderwerpen die voor het grote publiek geheel nieuw zijn en waarover het zich dus nog geen mening heeft gevormd. In dat geval is de invloed op mening en gedrag sterk. Actiegroepen spelen daar handig op in en zien vaak kans hun visie aan het publiek op te dringen.
Die onderwerpen – die dikwijls op het terrein van ethiek en moraal liggen – worden via kranten, tijdschriften, radio en televisie onze huiskamers binnengebracht en vaak is er geen verweer. De kennis van de christelijke ethiek, gebaseerd op de Heilige Schrift, is immers minimaal geworden, zeker waar het deze invloeden betreft. De kerk heeft nagelaten een ethiek van de massamedia te ontwikkelen, waarbij de gemeenteleden geleerd werd hoe zij moesten omgaan met de media. Met alleen verbieden komt men er niet.
Seksuele revolutie
Het is ondoenlijk om in kort bestek te schetsen welke rol de massamedia gespeeld hebben in de zgn. seksuele revolutie. Ik denk, dat hun invloed sterker is dan wij vermoeden.
In de 19e eeuw zijn het de gedrukte media, die een belangrijke rol spelen in de verbreiding van moderne denkbeelden op het gebied van de seksualiteit. Wij moeten dan niet alleen denken aan kranten en tijdschriften, maar ook en vooral aan boeken. Door de industriële revolutie aan het begin van de 19e eeuw werd het mogelijk kranten en tijdschriften in grote oplagen te vervaardigen tegen een betaalbare prijs. De populaire pers was ontstaan. Moderne onchristelijke, revolutionaire opvattingen, die aanvankelijk alleen in intellectuele kring voorkwamen, konden nu gepopulariseerd en onder een breed publiek verspreid worden. Bovendien werkte het hele culturele klimaat eraan mee, dat nieuwe, progressieve ideeën snel ingang vonden bij brede lagen van de bevolking.
De wijsgerige leer van de autonomie van de mens, populair vertaald en gepropageerd in de leuze van de Franse Revolutie 'Geen God en geen meester', sprak velen aan. Toen later Darwin kwam vertellen, dat de mens een veredeld dier was en Freud wees op de libido sexualis als de drijfveer van het menselijk handelen, duurde het niet lang meer of allerlei schrijvers gingen zich beijveren om deze onbijbelse leringen via goedkope boeken en vlugschriften aan de man te brengen.
Moderne literatuur
In de literatuur ging men steeds meer aandacht vragen voor het seksuele leven van de mens. Dat is, gezien de invloed van met name Freud, niet zo verwonderlijk. Iemand als Lodewijk van Deyssel schreef naturalistische verhalen over kinderen, vol zelfbevredigingsproblematiek en amitiés particulières, bepaalde vormen van homofilie. In Engeland, waar tijdens het Victoriaanse tijdperk nauwelijks over seksualiteit geschreven mocht worden, kwam de reactie daarop in hevige mate. Het boek Lady Chatterley's Lover van Lawrence shockeerde in 1928 het deftige publiek. Een schandaal vond men het. Inmiddels is dit werk in tal van goedkope pocketuitgaven verkrijgbaar, is er een film van gemaakt en worden er tv-uitzendingen aan gewijd. De verspreiding van een dergelijk werk – het verscheen aanvankelijk als privé-uitgave in Florence – is illustratief voor de wijze waarop nieuwe ideeën over erotiek en seksualiteit het grote publiek bereiken. Reeds in 1929 werd er in Parijs een volksuitgave van dit boek uitgegeven. In de Verenigde Staten en Engeland mocht de ongekuiste en onverkorte uitgave aanvankelijk niet verkocht worden. Nog in 1960 moest de uitgever van de bekende Penguin-pockets zich voor de rechter verantwoorden wegens het publiceren van de volledige tekst van dit boek.
Zo zien wij, dat in betrekkelijk korte tijd de normen en waarden op dit gebied veranderen. De wetgeving wordt aangepast of zodanig geïnterpreteerd, dat onder verwijzing naar het 'recht op vrije meningsuiting' in onze samenleving vrijwel alles kan en mag op dit gebied. Boeken en artikelen die de vrije liefde verheerlijken en propageren, leest men eerst in kleine kring, dan worden zij in grote, goedkope oplagen via de drukpers verspreid onder duizenden lezers en vervolgens ontfermen de audio-visuele media film, radio en tv zich erover.
De cultuurhistoricus Bouman tekent hierbij aan: 'Het etaleren van het seksuele bleek zeer profijtelijk voor de roem van vele schrijvers. Men kon er verschillende vliegen in één klap mee slaan: bekendheid verwerven, hoge oplagen en ressentiment uitleven.'
De 'gewone' seksualiteit was na verloop van tijd zo gedetailleerd en onbeschaamd beschreven, dat men naar sterkere prikkels zocht. Incestmotieven, homoseksualiteit en andere vormen van seksuele beleving deden hun intrede in de literatuur en vandaar in de audio-visuele media. Kranten en vooral tijdschriften bleven niet achter: schrijven over seksualiteit, erotische belevenissen, intieme bekentenissen van filmsterren bleek door het publiek gewaardeerd te worden. De oplagecijfers vlogen omhoog.
Onder het motto: er is vrijheid van meningsuiting leek alles te mogen en te kunnen in de media.
Journalistieke codes
Het recht van vrije meningsuiting komt als apart artikel in onze Grondwet niet voor. Toch zijn er tal van waarborgen in de Grondwet ingebouwd om dit recht te kunnen handhaven: vrijheid van drukpers, vrijheid van vereniging en vergadering zijn er enkele voorbeelden van.
Het recht op vrije meningsuiting wortelt in de 18e-eeuwse filosofie van de Verlichting. Dit recht impliceerde echter niet, dat alles kon en mocht via het medium drukpers. De voorstanders van toen, die dit recht verdedigd hebben, zouden vreemd opkijken als zij zouden zien welke vrijheden men zich tegenwoordig veroorlooft.
In de 20e eeuw hebben journalisten, uitgevers, eigenaren van kranten- en tijdschriftconcerns, medewerkers van radio- en televisiestations vrijwillig een aantal regels of codes opgesteld om excessen te voorkomen. In theorie zien deze codes er prachtig uit, maar in de praktijk houdt men zich er vaak niet aan. Het zou te ver voeren, daarvan de bewijzen te leveren. Wie er dieper op in wil gaan, verwijs ik naar mijn bijdrage in Amersfoortse Studies, nr. 11, getiteld: Mondige burgers, mondige kijkers? (Uitg. EH, Amersfoort 1993).
Het recht op vrije meningsuiting wordt misbruikt om de meest schunnige dingen te publiceren of te vertonen. De lezers en kijkers zijn immers mondig, zo redeneert men. Het zijn niet alleen christelijke politici en ethici die zich tegen deze opvatting verzetten. Reeds in 1968 betoogde prof. dr. J. Tinbergen in het socialistische dagblad Het Vrije Volk, dat de overheid de plicht heeft om in te grijpen als er misbruik van dit grondrecht gemaakt wordt.
Seks en geweld
De massamedia zijn trendvolgers op het gebied van de veranderde seksuele moraal. Zij weerspiegelen wat er zich in onze samenleving afspeelt. 'Sex and murder' zijn de ingrediënten die in veel boeken, artikelen, radio- en televisieprogramma's en films verwerkt worden. Als je die erin stopt, is succes verzekerd, zei een krantenmagnaat tegen aankomende journalisten. En hij heeft gelijk: dat wil het grote publiek.
Ook de reclamemakers weten dat. Gevolg: nog meer seks en erotiek in de reclameboodschappen.
Soms geeft men zelfs een wetenschappelijk tintje aan de getolereerde losbandigheid. Men beroept zich dan op de zgn. katharsistheorie. Katharsis betekent zuivering (Aristoteles paste dit begrip toe op wat de toeschouwers bij een klassieke tragedie ervaren).
Wie kijkt naar misdaad- of seksfilms, zo zegt men, raakt zijn agressie of seksuele aandrift kwijt zonder dat dit voor de samenleving kwalijke gevolgen heeft. De criminaliteit op seksueel gebied neemt daardoor af. In de Scandinavische landen was dat reden om de wetgeving in zeer libertijnse zin aan te passen. Bij ons is men zover nog niet gegaan, maar censuur wordt nauwelijks toegepast. Preventieve censuur is sowieso uit den boze en maatregelen achteraf neemt men ook niet. Trouwens, zelfs al zou de Nederlandse regering strenger toezicht houden op bijvoorbeeld de fatsoensnormen die bij radio en tv gehanteerd dienen te worden, dan nog kan er via de kabel en de satelliet zoveel ongecontroleerd binnenkomen, dat dit nauwelijks iets uithaalt. Enkele jaren geleden heeft ir. Van der Waal dit probleem aangesneden in een aantal artikelen in de Waarheidsvriend (jrg. 1991), getiteld 'Moraal en fatsoen in de Europese mediaregels'.
Doordat de media gretig inspelen op de vraag naar meer en sterkere seksuele prikkels, worden zij van trendvolgers trendsetters. In tal van informatieve programma's via radio en tv komen mensen aan het woord die ongegeneerd hun mening geven over seks.
Nog veel meer invloed gaat er uit van amusementsprogramma's. Wie dag in dag uit geconfronteerd wordt met driehoeksverhoudingen, echtscheidingen, bedscènes, mannelijk en vooral vrouwelijk naakt in een erotische sfeer, wordt daardoor zeker beïnvloed.
Wie een radio- en televisiegids doorbladert en daarbij let op de programma's waarin op enigerlei wijze erotiek en/of seksualiteit aan de orde komen, zal al spoedig tot de schrikbarende conclusie komen, dat de normen op dit gebied snel vervagen en wijzigen. Men hoeft daarvoor ook niet het omroepblad van Veronica of de Tros te raadplegen. Visie van de E.O. is al voldoende. De omroepverenigingen zijn gedwongen in hun programmabladen integraal te vermelden wat andere omroepen te bieden hebben.
De raad van Bileam
De massamedia kunnen suggestief werken. Dat geldt zeker voor de televisie, waarbij oog en oor gestreeld worden. De kijkers kunnen gemakkelijk tot naleven of nadoen gebracht worden. Men noemt dat het imitatieve aspect van de media.
Christenen hebben de neiging de invloed van actualiteitenrubrieken en andere informatieve programma's te overschatten en die van amusementsprogramma's te onderschatten. Effecten van de media, zeker op lange termijn, zijn moeilijk te meten. Dat de massamedia effect hebben, staat vast. De beïnvloeding gaat langzaam en sluipend.
Wie bij het licht van de Heilige Schrift een onderzoek instelt naar het effect van de media op de seksuele moraal, ook van christenen, wordt al spoedig herinnerd aan de huiveringwekkende geschiedenis van Bileam, die blijkens Num. 31 : 16 de raad gegeven heeft om de kinderen van Israël te verleiden door de dienst van Baäl-Peor, de god van de vruchtbaarheid en de seksualiteit. Het lijkt wel, of nu dezelfde raad in praktijk wordt gebracht. Laten wij niet te gauw roepen, dat het wel meevalt met de effecten van de massamedia. Er gaat, juist op het terrein van de moraal, soms een demonische invloed vanuit op ons en onze kinderen. Hoe lang zal het duren voordat het laatste restje christelijke moraal verdwenen is?
Hoe verder?
De televisie heeft in onze woonkamers een vaste plaats gekregen. Is er dan niets goeds van te zeggen? Kunnen wij dan niet selecteren? Iemand zal zeggen: 'Ik selecteer mijn boeken die ik uit de bibliotheek haal, ook en ik geef mijn kinderen echt niet allerlei onverantwoorde tijdschriften.' Prachtig. U kunt inderdaad zelf bepalen wat er in huis komt. Maar kunt u dat met de radio en vooral de televisie ook zo gemakkelijk? Ik weet zeker van niet. Het gemak waarmee kinderen en jongeren met de afstandsbediening van het ene kanaal naar het andere kunnen overschakelen, maakt het voor ouders moeilijk, toezicht te houden op het programma, waar zij naar zitten te kijken. En als pa onverwacht de kamer binnenstapt, kan zoonlief in een fractie van een seconde naar een ouders-welgevallige uitzending overswitchen…
De vrijgemaakt gereformeerde predikant H. Folkers heeft in het tijdschrift De Reformatie van 1989 een aantal adviezen gegeven met betrekking tot het televisiegebruik in een gezin met opgroeiende kinderen. Het zijn zeven stellingen, die opgenomen zijn in bovengenoemde Amersfoortse Studie. Ik geef ze kort weer:
Stelling 1: de week begint met de tv-loze dag, de zondag.
Stelling 2: voor de kleintjes of de basisschoolkinderen wordt maximaal driemaal per week een kort kinderprogramma geselecteerd. Voor de rest bevorderen we voor hen bewust een voorlees- of leescultuur.
Stelling 3: wanneer de kinderen naar het vervolgonderwijs gaan en veel huiswerk moeten maken, wordt er van maandag tot donderdag zo lang zij nog niet naar bed zijn, alleen maar naar het nieuws gekeken. Ook dus door de ouders!
Stelling 4: er wordt verder alleen naar programma's gekeken, die van tevoren uit de omroepgids zijn geselecteerd.
Stelling 5: wanneer er een programma wordt geselecteerd dat de moeite van het kijken waard is, terwijl de tv niet op het moment van uitzending mag worden aangezet, wordt het opgenomen op de videoband.
Stelling 6: op vrijdag- en zaterdagavond is er dan gelegenheid om wat gezien moet of mag worden, te bekijken.
Stelling 7: in gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslissen de ouders.
Over 'mediapedagogiek' zou nog veel te zeggen zijn. Ik moge verwijzen naar het boek Christelijk gezinsleven (Boekencentrum, 's-Gravenhage 1990), waar ik uitvoeriger op deze problematiek ben ingegaan.
drs. N.C. van Velzen, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's