Werken van barmhartigheid
Barmhartigheid staat niet los van het recht. Barmhartigheid jegens de één kan immers onrecht jegens de ander betekenen. De bijbelse notie barmhartigheid onderscheidt zich dan ook wezenlijk van liefdadigheid. In een recent verschenen studie over 'zorg voor zwakzinnigen in Nederland in de tweede helft van de negentiende eeuw', verschenen onder de titel 'Huizen van barmhartigheid', lezen we het zo:
'Nederland stond vanouds bekend om zijn goede sociale zorg: de zeventiendeeeuwse hofjes en de achtiende-eeuwse gestichtsgebouwen. In de naam huizen van barmhartigheid klonk een lang en rijk verleden door. Het woord "barmhartigheid" had alles in zich om de naam volkomen passend te maken. Het was aan de Bijbel ontleend, voor iedereen verstaanbaar en werkte onderscheidend. Tegenover barmhartigheid stond weldadigheid of ook wel liefdadigheid. Een negentiende-eeuwer begreep onmiddelijk dat een vereniging met de naam "Tot nut en weldadigheid" tot de algemene of neutrale zorg behoorde.'
We realiseren ons zeer wel, dat ook christelijke barmhartigheid, zoals die in de vorige eeuw soms gepraktiseerd werd vanuit het diaconaat, wel eens vervormd werd tot liefdadigheid, tot be-déling zelfs, vanuit de hoogte. Maar in bovengenoemd boek, verschenen naar aanleiding van het 100-jarig bestaan van 's Heeren Loo in Ermelo, komt op indrukwekkende wijze de andere kant naar voren: barmhartigheid vanuit het brandende hart van Christus.
Reveil
Telkens weer als men kennis neemt van het Reveil in de vorige eeuw komt men onder de indruk van de sociale bewogenheid van de mannen, die het hart van deze beweging vormden. In het Reveil en de daarmee verbonden 'opwekkingen' in de vorige eeuw werd, vanuit de wetenschap dat Christus het verlorene zoekt, niet alleen het Woord verkondigd aan gééstelijk verlorenen maar werd ook een reddende hand uitgestoken naar diegenen, die maatschappelijk tot de marginalen of zelfs de uitgestotenen werden gerekend: zwakzinnigen, de armsten der armen, maar ook diegenen, die door een verzondigd leven een uitzichtloos bestaan leidden. De 'huizen van barmhartigheid' waren eigentijdse concretiseringen van de twee-eenheid van woord en daad. Het logo van de 'Huizen van Barmhartigheid' bestaat dan ook (veelbetekenend) uit een àfdak (een ònderdak), met daaronder een vlam als symbool van de Heilige Geest.
Het was O.G. Heldring, die samen met Groen van Prinsterer besloot de vrienden van het Reveil aan te schrijven, omdat hij was geschrokken van 'de geestelijke en materiële armoede in Nederland'. Er ontstond een 'Christelijke Vriendenkring' van onge veer dertig personen, die zich gedurende tien jaren heeft bezonnen op de verhouding tot de kerk en de bijdrage aan het onderwijs maar ook op de ondersteuning van de armenzorg.
Uit de activiteiten van de Vriendenkring is onder andere voortgekomen de nu nog bestaande 'Vereniging tot heil des volks', opgericht door Jan de Liefde.
Inrichtingen
Dr. Theo Jak, de schrijver van het boek 'Huizen van Barmhartigheid', neemt de lezer mee langs diverse andere instellingen en inrichtingen, die zo in de vorige eeuw ontstonden.
In Amsterdam ontstond een 'school voor haveloze kinderen'. De Christelijke Vrienden stelden, dat 'midden onder hen leefde een grote groep kinderen en jeugdigen, die als onwetenden, in letterlijke zin als heidenen, langs de straten zwierf. Het was de hoogste tijd voor hen iets te doen.' Ook de in bevindelijke kringen bekende ds. A.P.A. du Cloux – 'reveilsympathisant' – bezocht de school en schreef er een artikel over.
Uitvoerig krijgt in het boek aandacht het 'Huis van Barmhartigheid' in Ermelo, ontstaan uit de zendingsgemeente van ds. H.M. Witteveen, een man van het Reveil, die – aldus de schrijver van het boek – 'stond aan het begin van de wederopbouwvan het kerkelijk leven in Ermelo rond het midden van de negentiende eeuw'. Zijn boodschap sloeg aan in de situatie van diepe armoede, waarin de mensen toen, vanwege onder andere misoogsten, verkeerden. Zelf heeft Witteveen ook altijd geldzorgen gekend. Hij heeft zijn hele leven een halve cent bewaard, die hij kreeg van een jongetje 'om zijn schulden af te doen.' Dat halfje nam hij aan in het geloof dat het allemaal zou goed komen.
Witteveen bezocht ook graag de conventikels op de Veluwe, 'omdat de levendige gesprekken, het gebed en de zang hem goed deden'. Zelf maakte hij een keer een versje ter voorlezing op het conventikel:
'Mijn schuld die is vergeven,
de kwijtbrief mij gegeven,
mijn God bracht het Zoen.
Toen ik alles moest derven,
wou Jezus voor mij sterven:
wat zal ik Hem nu weer doen?
Heer Jezus leer mij leven
om u eeuwig eer te geven.
Onder de prediking van Witteveen vonden vele 'krachtdadige bekeringen' plaats. Ook genezingen op het gebed vonden onder zijn bediening plaats. En intussen ontwikkelde hij het Huis van Barmhartigheid, waar vanaf het begin zwakzinnige en epileptische kinderen werden opgenomen, maar dat later een huis werd, waar mensen werden opgenomen, die lichamelijke of geestelijke verzorging nodig hadden. Het huis stond 'open voor allen, die tengevolge van een zondig leven hier een toevluchtsoord zoeken.'
Gunning schreef van Witteveen: 'iemand, die tienmalen achtereen in grote zonde viel, werd telkens, na schuldbelijdenis, met goed geloof door hem weer aangenomen.'
Brede aandacht krijgt in het boek ook 'Groot Bronswijk', in 1873 begonnen als Huis van Barmhartigheid in het Groningse Wagenborgen. Ook dit huis gaat terug op de zendingsgemeente in Ermelo, van waaruit namelijk een zendeling, E.F. Malga, naar het Noorden van Nederland trok. Het resultaat van die evangelisatiearbeid was onder meer, dat de kerkeraad van de hervormde gemeente van Wagenborgen het niet meer aandurfde een vrijzinnige predikant te beroepen maar een 'orthodoxe leraar' aantrok in de persoon van ds. L. Okken. De leden van de Vereeniging voor Evangelisatie keerden toen terug naar 'de grote kerk.'
Intussen zegt de auteur over het aldaar gestichte 'Huis van Barmhartigheid':
'de geschiedenis van het Huis gaf stichting, omdat zij oude waarheden tot leven bracht. De Voorzienigheid had het dorp opnieuw tot zijn bestemming gebracht. Zoals in vroegere dagen de hoge grond bescherming bood tegen het woeste water, zo was het Huis nu een haven in de onstuimige maatschappij. Wagenborgen illustreerde ook de beperktheid van het meten naar menselijke maat. Het arme zanddorp bleek nog niet het minste te zijn onder de Groningse dorpen, want het barmhartigheidswerk maakte zijn naam overal bekend. Hetzelfde gold voor de kleine, onaanzienlijke boerderij van de familie Brons. God verkoos telkens het zwakke en gewone om Zijn naam te openbaren.'
Bezinning
Er zou uit dit fraaie boek nog veel meer te vermelden zijn, namelijk uit de hoofdstukken 'De Doleantiebeweging en de diaconale zorg' en "s Heeren Loo (1891-1901): een pedagogisch behandelingsinstituut'.
Liever echter schrijf ik nog enkele woorden ter nadere bezinning. Ongetwijfeld hebben aan het barmhartigheidswerk van de vorige eeuw de onvolkomenheden en beperktheden van die tijd gekleefd. Men kan zich verder ook afvragen of de verbinding tussen barmhartigheid en gerechtigheid wel altijd werd gelegd. Veel nood werd gelenigd, terwijl onrechtvaardige verhoudingen in de maatschappij in stand, bleven. Maar wie zou daar nu een oordeel over durven vellen? Indrukwekkend was immers de nadruk op heiliging van het leven, die in de praktijk van het christelijke dienstbetoon ofwel de barmhartigheid tot uitdrukking kwam. Indrukwekkend was ook de bewogenheid om het geestelijk heil van de mensen, terwijl die bewogenheid niet ten koste ging van de zorg om de leefbaarheid van het bestaan.
Mij dunkt, dat er naar twee zijden vandaag lering uit valt te trekken. Het Reveil heeft ook vandaag in haar bewogenheid een appèl naar twee zijden. Enerzijds daar, waar het getuigenis of de dienst van de kerk opgaat in (najagen van) gerechtigheid. Wanneer we vandaag opnieuw worden geconfronteerd met het armoede vraagstuk ('de nieuwe armen') is het goed wanneer de kerk, zoals recent geschiedde door het hervormd moderamen, zich tot de overheid wendt met een appèl om sociale rechtvaardigheid te betrachten ten opzichte van de geminimaliseerden. Als ook maar tevens wordt beseft, dat de kerk met twee woorden moet spreken, namelijk óók over gééstelijke armoede van onze tijd en de boodschap, die daarin nodig is.
Het zij, als gezegd, toegegeven, dat de notie barmhartigheid in het verleden soms van haar bijbelse diepte is ontdaan, maar we kúnnen en mógen deze notie niet missen. Het brandende hart van Christus komt tot uitdrukking in reddende handen, die uitgestoken zijn naar geestelijk verlorenen èn sociaal ontredderden. Wanneer we de notie van de barmhartigheid (van Christus) gaan missen, mogen we ons afvragen of de vandaag veelgenoemde gerechtigheid nog wel in Christus is gefundeerd.
Maar het wóórd kan ook niet zonder de daad. Ook vandaag zien we gelukkig her en der nog uitingen van de sociale bewogenheid, die het Reveil kenmerkte. Het gaat dan om sociale bewogenheid, die niet los staat van bewogenheid om het geestelijk welzijn van mensen.
Zo bestaat vandaag nog steeds de Vereniging tot Heil des volks, die 'een beker koud water' reikt in Amsterdam.
In Amsterdam is vandaag zo ook werkzaam de Stichting Kuria, ten behoeve van terminale aidspatiënten.
Verder heeft de laatste jaren van zich doen spreken de Stichting Ontmoeting voor daklozen.
Laten we hier ook mogen noemen De Herberg. Is het 'toevallig', dat de oorsprong van de herberg in Wagenborgen ligt? Ooit stond de pastor loci aldaar (ds. G. de Fijter) oog in oog met het grote gebouwvan Groot Bronsveld, dat, omdat het anders afgebroken zou worden, beschikbaar was voor andere doeleinden. Het plan van tóén vond geen doorgang, maar het idéé kwam wel tot verdere ontwikkeling.
Ook vandaag vraagt de Heere Zijn gemeente geloof te tonen in haar werken. Daaronder horen ook de werken van barmhartigheid. Maar moeten ook wij niet juist telkens weer leren, dat barmhartigheid niet ten koste van het recht zal gaan en dat onrecht zeker niet met barmhartigheid valt af te kopen? Het gaat ook om rechtvaardige verhoudingen in het maatschappelijke leven. De zorg van de overheid in deze is primair. Maar het zal ook de kerk een zorg zijn of de overheid in deze wel voldoende zorg dráágt.
We hebben ook vandaag nodig een nieuwe opwekking, een nieuw Reveil. Wanneer ons dat gegeven wordt, zal dat eigentijdse trekken hebben. Maar zou dan niet opnieuw in de eenheid van woord en daad en in de verwevenheid van barmhartigheid en gerechtigheid het totale leven voor Gods Aangezicht in het blikveld komen?
Onze samenleving is in bepaald opzicht in toenemende mate een armoedesamenleving: vanwege het toenemende aantal 'nieuwe armen' èn vanwege de geestelijke noden, die op tal van terreinen ontwrichting van het leven met zich meebrengen. Bovendien is die samenleving vandaag wereldwijd.
Ook nu gaat het om de vlam onder het afdak, getekend in het logo van de Huizen van Barmhartigheid. In 1864 zong op het jaarfeest in Elberfeld en Barmen de tweeduizendkoppige menigte:
O Geest der eerste Christen-tijden,
Ontwaak Gij in de Christenen weer
Sterk Gij ons hart om trouw te strijden
Voor 't Rijk van Jezus onzen Heer.
J. van der Graaf
N.a.v. dr. Theo Jak, Huizen van Barmhartigheid, Uitgave Vereniging 's Heeren Loo, Ermelo, 290 pag., ƒ 19.50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's