De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vloeken is aangeleerd! Word geen naprater! (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vloeken is aangeleerd! Word geen naprater! (1)

5 minuten leestijd

Op de sportpagina van een bekend dagblad stond op 9 sept. een impressie van een tennistoernooi. Richard Krajicek bereikte niet zijn begeerde doel. De krant vermeldde hierover 'Zijn coach Rohan Goetzke vloekte een aantal malen hartgrondig "shit".' Was dat echt een vloek of niet? In ieder geval is het van belang stil te staan bij het verschijnsel 'vloeken'. Hoe definiëren we het? Het lijkt me het beste om dit begrip te beperken tot dat woordgebruik waarin we niet in de eerste plaats allerlei 'grenswoorden' naar voren halen, maar die termen waarin de Naam van God op een niet mis te verstane wijze wordt geschonden. We gebruiken daarvoor ook wel de uitdrukkingen 'misbruik' of 'lasteren' van de Naam van de Heilige.
Dit is de lijn die ook in het oude leerboek van de kerk, de Heidelberger Catechismus, wordt gevolgd. In Zondag 36 wordt een behandeling van het derde gebod gegeven. Het gebod zelf (Ex. 20 : 7) luidt: 'Gij zult de Naam van de Heere uw God niet ijdel gebruiken; want de Heere zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdel gebruikt.' Het begrip 'vloeken' wordt dus toegespitst. Diverse lelijke woorden en schuttingtaal kunnen daaronder niet worden gerangschikt, hoezeer we die ook betreuren en er ons tegen dienen te verzetten.
Een sprekend voorbeeld van het lasteren van de Naam des Heeren vinden we in Lev. 24 : 10-23. Daarin lezen we van een (jonge)man die de Naam 'lasterde en vloekte'. Hij had een moeder uit Israël en een vader van Egyptische afkomst. Een kind uit een gemengd huwelijk, met alle geestelijke bezwaren van dien. In een ruzie met een Israëlitische man vallen de genoemde verschrikkeljke woorden. Wat is het gevolg? Op bevel van de Heere wordt hij gestendigd. Zo zwaar rekent de God van het verbond de lastering van Zijn Naam aan.
Waarom toch deze zware straf? Kan het niet worden afgedaan met de opmerking: 'Schelden doet geen zeer'? Nee, achter en in Gods Naam is Gods Wezen. Hij is de God van heiligheid en majesteit, van gerechtigheid en van liefde. Wie Hem beledigt, pleegt majesteitsschennis van de allerzwaarste aard, nog veel erger dan wanneer aardse vorsten en machthebbers worden beledigd. Daarnaast kunnen we stellen dat Gods openbaring in Zijn Naam in daad van genade en ontferming is. Wie Hem in het geloof leert kennen, kan niet anders dan diep onder de indruk zijn van Hem zoals Mozes bij het brandende braambos: 'Ik zal zijn die Ik zijn zal', of: 'Ik ben die Ik ben'. Die woorden vertolken niet slechts het bestaan van God, maar getuigen van Zijn trouw. Hij zal Mozes niet in de steek laten. Hij zal Zijn volk door de eeuwen niet loslaten. Zo krijgen de woorden van Jezus later een diepe kleur: 'Ik ben de goede herder, Ik ben het licht der wereld' enz. We mogen immers de 'Ik-ben-woorden' van de Heiland zien in het licht van wat eens tot Mozes was gezegd.
Wat is het erg als deze God van heiligheid en van majesteit, maar ook van liefde en trouw, wordt beledigd en gelasterd, doordat Zijn Naam, die Naam zo heilig, groot en goed, door het slijk wordt gehaald. Zoiets mag toch niet? Niemand wil toch dat dit gebeurt met de naam van de man of de vrouw, die we liefhebben? Dat neem ik niet, zegt men dan.
Zo mag het niet worden geaccepteerd als de naam wordt misbruikt van Hem, Die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven. Meer liefde kon de Heere niet geven, dan Hij in Christus heeft gedaan. Als we onder de indruk zijn gekomen van deze ontferming en barmhartigheid voor schuldige en verloren zondaars, zal het ons oneindig verdriet doen, wanneer we mensen vloekend en lasterend met die Naam horen omgaan. Zo kun je niet achteloos getuige zijn van een taalgebruik waardoor de allerhoogste God op het allerdiepst wordt vernederd. Ik weet overigens wel, dat niet elke gelegenheid zich leent voor een vermaning of een discussie. Ook in dit opzicht dienen we tijd en wijze te weten, opdat het middel niet erger wordt dan de kwaal. Maar het dient op zijn minst als een pijnlijke scheut door ons hart te gaan, elke keer als we de Naam van Hem, die ons lief is, horen besmeuren. Voordat we het beseffen, zijn we zelf zo vertrouwd geraakt met het zondige en verkeerde om ons heen, dat ook in dit opzicht gebeurt, dat we het aanvaarden als een gegeven, waaraan je toch niets kunt veranderen. Zouden we dan toch niet mede schuldig staan? Laten we dit als eerste punt vasthouden: Vloeken als misbruik van Gods Naam is zondig. Het lasteren van de Naam des Heeren mag niet worden getolereerd. En dan niet alleen als iets dat in een wet staat, waaraan we ons nu eenmaal hebben te houden, maar ook en vooral omdat Hij erdoor wordt gekrenkt aan Wie de wereld het aanzijn heeft te danken en door Wie mensen worden gered, die zichzelf niet kunnen behouden. (Wordt vervolgd).

B.J. Wiegeraad, Reeuwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vloeken is aangeleerd! Word geen naprater! (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's