Nu syt wellecome…?!
'Hij is gekomen tot het Zijne…'(Joh. 1 : 9-11)
Met onze kinderen zingen wij in de adventsdagen welkomstliederen voor de Heere Jezus. Alleen… is Hij welkom? Zijn wij op Zijn komst gesteld?
Johannes sluit zich al in het eerste hoofdstuk nauw aan bij het vermelde in het Oude Testament. Steeds komt daarin het komen van de Messias aan de orde. En Johannes de Doper heeft het over Degene Die na mij kómen zal. En Jezus Zelf zegt: Ik ben gekomen! En Martha met anderen valt dit getuigenis bij. Komen dat is een kernwoord, een trefwoord. In vers 9 horen wij het eveneens: 'Komende in de wereld'. Was aan het komen. Daarbij denkt de evangelist aan de eerste tijd van Jezus' optreden. Hij vergelijkt het met een zonsopgang. Johannes ziet Christus er aan komen als het Licht (vers 3-5). Het Licht. Dat is God in Christus. De gezalfde is de lichtdragende tegenwoordigheid van God. Dat belijdt ook Nicea: 'God uit God, Licht uit Licht'. Dat God naar ons overkomt, dat is Evangelie! Wonder-rijk. na alle eeuwen van uitzien, komt Hij nota bene in het vlees! In Christus hebben wij met God Die tot ons komt, te doen. Dat belooft wat. De Heere Zelf neemt de verlossing, de herschepping ter hand. Hij komt onder ons wonen en werken. Wij mogen Zijn heerlijkheid zien, vol van genade en waarheid. Het Licht komt van Boven, van al zo ver en het schijnt in het donker, in de wereld. Met 'wereld' is hier vooral de mensenwereld bedoeld, maar wel in nauwe samenhang met heel de schepping.
'Dit was het waarachtige Licht'. Het echte, wezenlijke, het enig werkelijke. O, er doet zich in de wereld veel als licht voor en zelf houden wij veel voor licht en leven. Maar zodra wij onszelf en de wereld beter leren kennen, is het alleen maar duisternis, bar en boos. Het waarachtige Licht. Hoort u wel, hoe exclusief dat is. Het sluit al het andere uit. Het is onvergelijkelijk. Alleen Jezus Christus is het Licht der wereld, en alleen wie Hem volgt zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben (Joh. 8). Het Licht was en kwam in de Wereld 'om ieder mens te verlichten'. Dat wil zeggen: Niemand kan zonder dit Licht! Luther zegt: Er is geen licht behalve Christus. Dat is waarheid. Hij alleen is en geeft leven, kennis, vrede, vreugde.
Het Licht dat ieder mens verlicht, komende in de wereld, is ons dus zeer nabij. Het is toegankelijk! Ieder mens is onder bereik van dit Licht. Het Licht zoekt ieder op. God is niet onbereikbaar ver gebleven, belijdt Johannes in vers 10. 'Hij was in de wereld'. Welnu dan zal de wereld dit Licht verwelkomen, nu het reddend in de wereld is verschenen. Om de duisternis te verdrijven. Want wat bewoog Christus om naar en in deze duistere wereld te komen? Gods welbehagen. Zijn onuitsprekelijke liefde voor de wereld (Joh. 3). Om te behouden. Me dunkt dat de wereld dit waarachtige Licht verrukt zal begroeten. Nu krijgen mensen de kans van hun leven. Hij verkeert immers midden onder hen!
En het klemt temeer, omdat er tussen Christus en de wereld een relatie bestaat. De wereld is toch door Hem gemaakt en dankt aan Hem haar (voort)bestaan. Nu het Licht komt, verschijnt de Scheppingsmiddelaar ten tonele in levende lijve. Hij zet voet op Zijn eigen wereld. Wel dan komt het toch zeker tot een vreugdevolle begroeting, een werkelijke ontmoeting tussen het Licht en Zijn kosmos, waarvan Hij het Leven is. Ja, dat zou je mogen verwachten en dat heeft het Licht ten volle verdiend. Alleen… 'de wereld heeft Hem niet gekend'. Ongelooflijk! Toch waar gebeurd!
Ja maar… kan het niet zo zijn dat de wereld Hem niet heeft herkend? Nee. Het is erger; de wereld heeft Hem niet gekend. Wat een ontstellende vervreemding; een bedroevende verwerping! Er is geen vergissing in het spel, maar opzet. Niet kennen d.i. uit vijandschap het Licht verwerpen. Met Jezus niet van doen willen hebben. Scherper kan de zonde niet aangetoond worden. Het Licht wordt willens en wetens versmaad. De wereld houdt het bij haar eigen licht(en). Zweert bij de Verlichting, die de zogenaamde mondige mens in de waan brengt dat hij zonder God kan of zelf een god is. Let wel, Jezus was niet ver, maar Hij bleef de wereld vreemd. Omdat de wereld niets in Hem zag. God niet in Hem zag!
Dat geldt tot op heden. Vandaar de toenemende onbekendheid met en de groeiende ergernis en haat jegens het Licht. De wereld heeft Hem niet gekend. Dat is de droeve werkelijkheid. Daarmee is en wordt de wereld ook geoordeeld. Zij willen Mij niet kennen. Waarom toch? Wel, omdat de mensenwereld terdege beseft, dat zij van haar plaats moet en met haar werken voor de dag moet komen. De diepe vijandschap ontlaadt zich met alle zelfhandhaving incluis tegen de Gezondene van de Vader. De wereld heeft U niet gekend (Joh. 17). Niet kennen betekent evenzeer niet kiezen voor de Zaligmaker, maar partij kiezen voor de overste van de wereld en zijn werken doen. Omdat de wereld het hare liefheeft, zegt zij principieel nee tegen Jezus.
Het komt opnieuw aan de orde – en daarmee wordt de kring nauwer getrokken – in vers 11: 'Hij is gekomen tot het Zijne maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen'. Het Zijne, de Zijnen. Al het geschapene. Zijn volk. Dat hoort ván en bíj Hem. Zijn eigendom. Zijn te-huis. Zijn land. Zijn stad. Zijn volk. Zijn familie. Allemaal Zijn kroondomein! Daarover is Hij door God gezalfd (Psalm 2). Daarvoor is Hij tot Redder gezonden. Hij komt daar waar Hij eeuwenlang verwacht mocht worden, waar Hij op een goede ontvangst mocht rekenen. Gezegend is Hij Die komt in de naam des Heeren!
Dat had u gedroomd! Hij is niet aangenomen. Niet welkom. Hij is helemaal niet ontvangen. Het woord betekent eigenlijk: binnen laten, graag bij zich ontvangen en met liefde. Met de bedoeling iemand bij je te laten blijven; het leven samen te delen. Niets van dit alles ten aanzien van Jezus. Hij mocht er niet in van de Zijnen! Zij hebben Hem Zijn rechtmatige plaats ontzegd. In Bethlehem al, en naderhand geen plaats om het moede hoofd op neer te leggen… tot het op Golgotha letterlijk zijn beslag kreeg. Niet aangenomen. Er staat niet: Zij konden of mochten Hem niet aannemen. Wat zij gedaan hebben komt echt helemaal voor hun eigen rekening. Het heeft niet aan Jezus gelegen, want Hij heeft er in woord en daad alles aan gedaan om hen voor Zich te winnen. Wat de Zijnen Hem hebben gedaan, is werkelijk uit den boze! De wettige Eigenaar en Erfgenaam uifgeworpen, gedood. Een hartgrondig nee tegen Hem en Zijn liefde. De Zijnen zijn en doen precies als de wereld! Bevreemdend. Verbijsterend en toch is het werkelijk waar, gebeurd.
U, jij, schudt het hoofd? Maar wat geldt van u, van jou?
Hoort u bij het Zijne? Jazeker. Bij Zijn gemeente en vanuit de doop. Hij komt tot ons in Zijn huis, in Zijn Woord. De wereld kent Mij niet. U wel?! Hebt u Hem aangenomen? Wat moet de Geest van ons melden: 'Jaar en dag laten gaan, tegen gestaan? Moet de Heere klagen dat de dieren wijzer zijn dan u (Jes. 1)? Moet God getuigen: Maar Mijn volk wou niet… (Psalm 81). Met alle gevolgen van dien! Hoe denkt u, jij, dat te kunnen verantwoorden? Wat hebt u eigenlijk op de Heere Jezus tegen? Niets zegt u. Dat is een leugen, want waarom hebt u Hem dan niet aangenomen? Maar… dat gaat zomaar niet, zegt iemand. Hoort u weer dat niet? Niet en nog eens niet!
Later misschien. Denkt u dan wel gastvrij onthaal te verlenen? De Geest overtuigt ons, dat wij in Hem niet geloven. Dat is overtuigen van zonde. De Heere Jezus komt voor u staan en ziet u, jou, in de ogen, in het hart, en vraagt: Waarom wilt u Mij niet binnen hebben? Weet goed, dat wie bij zijn weigering blijft, straks van de Heiland te horen krijgt: Ik ken u niet. En de deur werd gesloten. Dan verstommen alle jamaars, alle excuses, al die uitvluchten…
Niemand zal kunnen zeggen: De Heere Jezus wilde er bij mij niet in. Hij weet beter: Gij hebt niet gewild. En dat de Heere Jezus dan de deur dicht doet voor eeuwig. Dat is rampzalig. Nog wekt, dringt u Gods Zoon. Heden zo ge Mijn stem hoort, verhardt uw hart niet. Laat u leiden. Gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Dat was, zegt u, bij mij ook het geval. Ik moet me ervoor wegschamen. Ik heb er zo'n verdriet en last van. Ik heb Hem zo lang buiten laten staan kloppen. Maar het is anders geworden. Ik heb Hem aangenomen. Hoe dat gebeurd is? Wel het geheim mag verklapt worden: Híj is gekomen. Hij heeft mijn hart genomen. Ik heb verstaan, dat Hij moest komen voor mij, in mijn duisternis. Wat Hem is overkomen in de wereld, dat deed ik Hem aan. Mijn hart is verbroken. Ik heb van de Geest geleerd te smeken: o Heiland, doe niet met mij zoals ik U heb gedaan. Ga mij niet voorbij. Kom toch in mijn hart, Heere Jezus. Ontferm U mijner.
Mag ik vragen: Riep u het aan dovemansoren? O nee. Zijn 'ja' is sterker dan mijn 'nee'. Hij wilde komen, ook tot mij, in mij wonen. Maar wat graag. Ik moet heden in uw huis zijn. Mij is zaligheid geschied. Hij wilde mij kennen, aannemen. Van eeuwigheid al. Hij wijst mij nooit meer de deur. Ik mag belijden: Nu syt wellecome, Jesu, lieve Heere!! Wat een zegen met Kerst. Werkelijk God dank!
P. Koeman, Bilthoven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's