De herders
Rondom hen werd de wereld wit.
God strooit zijn englen neer als rijm.
En aarzlend nam hun hart bezit
Van 't simpele geheim.
Der eeuwen zwellende ongeduld
Ging eindelijk te bloeien aan.
God heeft zijn heerlijkheid verhuld
En is als kind ontstaan. –
De heemlen deinden licht en luid,
En 't drong hun zinnen huivrend in:
God, die zich in het vlees besluit,
Neemt heden een begin.
De nacht stond donker om hen heen,
Toen zei er één, met schorre stem,
En allen rezen: 'k hoor geween!
En ging naar Bethlehem.
Zij vonden Jozef tranenblind
Maria afgemat van smart.
Toen koosden zij en kusten 't Kind
Met handen ruw en lippen hard.
Willem de Mérode
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's