Het Kerstkind… kind des Verbonds
Melanchton heeft eens gezegd: 'Christus kennen, dat is Zijn weldaden kennen'. Met deze uitspraak wilde hij te kennen geven, dat het voldoende is, als iemand weet en belijdt wat Christus voor hem gedaan heeft. Met een dankbaar hart mag dat worden aangenomen, maar verder moet men zich maar niet al te zeer verdiepen in het mysterie (het geheimenis) van de persoon van Jezus Christus.
Wat Melanchton heeft gezegd, klinkt aantrekkelijk. Waarom zou men zich druk maken om de persoon van Christus? Het heeft in het verleden vaak alleen maar hete hoofden en koude harten gegeven. Dat doet het eveneens in het heden!
Toch kunnen wij niet om de persoon van Jezus Christus heen. Zelfs om twee redenen niet. In de eerste plaats is Zijn werk zeer nauw verbonden aan Zijn persoon. Vervolgens stelt Hij zelf aan ons de vraag: 'Wie zegt gij, dat Ik ben? (Mattheüs 16 : 15) Ook als wij bij het werk van Christus beginnen, kunnen wij niet terzijde stellen de vraag wie Hij is, die dit alles doet.
De Beloofde
Als ik de vraag stel 'wie Hij is, die dit alles doet', geef ik onder andere als antwoord: Hij is de Beloofde.
Direct na onze ongehoorzaamheid in het paradijs klinkt er de moederbelofte. In de moeder van alle beloften wordt Christus en al Zijn arbeid beloofd. Zijn werk tot een verzoening van al onze zonden.
Deze belofte wordt herhaald als de Verbondssluiting met Abraham en Zijn zaad plaatsvindt. In het zaad van de aartsvader zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.
Duidelijker tekent de belofte van de Messias zich af als de stam van Juda wordt aangewezen, die de Beloofde naar het vlees zal voortbrengen.
Na het tijdperk van de aartsvaders wordt een lange tijd de profetie van de komende Messias niet vernomen. Het is Mozes, die als het ware de draad weer oppakt en het volk voorhoudt: 'Een profeet uit uw broederen, gelijk mij, zal de HEERE, uw God, verwekken, naar Hem zult gij horen.
Ook Bileam, gedreven door de Heilige Geest, kondigt een en andermaal aan dat de Messias geboren zal worden.
Met name de tijd van David wordt de gróte tijd van de profetie van het Messiaanse koningschap. Van David zelf mag men zeggen, dat hij een beeld en schaduw van de Messias is. In zijn koningschap heeft hij iets afgebeeld van het koningschap van zijn grote Zoon.
Ook moet men er op letten dat David in zijn liederen (de Messiaanse Psalmen) niet alleen spreekt over de komst van Davids Zoon en Davids Heere, maar ook dat er zoveel gezegd wordt over het werk van Jezus Christus. Wie denkt in dit verband niet aan Psalm 22? In een profetisch vergezicht vermeldt David in dit lied wat de Messias moet ondergaan. Het lijden en sterven van de Messias voorzegt hij tot in de details in dit lied.
In het algemeen kan men van de Psalmen zeggen, dat zij een volledig beeld van de Beloofde geven.
Na David zijn het vooral de profeten, die de komst van de Messias aankondigen. Te denken valt onder andere aan Jesaja, Jeremia, Daniël, Ezechiël en anderen.
Vier eeuwen na Maleachi breekt de volheid van de tijd aan. Op de van God bestemde tijd wordt Zijn Zoon geboren. Geboren uit een vrouw, geworden onder de wet. Het Kind des Verbonds bij uitstek.
Een echte zoon van Israël
De Zoon van God is werkelijk mens geworden. Het Kind van Bethlehem is waarachtig God en waarachtig mens.
Niet moet vergeten worden, dat Hij wat betreft zijn mens-zijn tot Israëls zaad behoort.
Zoals ik reeds schreef, is Hij naar het vlees Davids Zoon. Ook wordt wel gezegd dat Hij is de Spruite Davids, uit de wortel van Isai. Hoe het zij: het Kind van Bethlehem is er één van Abrahams zaad.
Hoewel Hij de Zoon van God is, voelt Hij zich niet te hoog om zich te conformeren met wat onder Israël gebruikelijk is.
Evenals ieder jongetje wordt Hij in de tempel voorgesteld. Hij wordt besneden. Op twaalfjarige leeftijd wordt Hij 'zoon van de wet'. Op dertienjarige leeftijd treedt Hij in het openbaar op. ledere sabbath is Hij in de synagoge te vinden.
Jezus spreekt de taal van Zijn volk. Hij gaat gekleed als Zijn volk. Hij kent de profeten zoals Zijn volk.
In niets heeft Hij Zich onderscheiden van Zijn landgenoten. Zelfs in Zijn naamgeving valt Hij – om zo te zeggen – niet op. De naam 'Jeschua' is een naam die ten tijde van Zijn omwandeling op aarde door meerderen gedragen werd. bovendien zal het ons wel bekend zijn, dat er onder de medewerkers van Paulus één was, die Jezus heette met de bijnaam Justus (Col. 4 : 11).
Gravemeijer merkt inzake de naamgeving van Gods zoon het volgende op: 'Ook in dit opzicht heeft Hij de gestalte van een dienstknecht aangenomen en is ook hierin de mensen gelijk geworden, dat Hij een naam ontving, die bij de mensen niet vreemd was'.
Opvallend is wel dat in de tweede eeuw na Christus de naam 'Jezus' verdwijnt. Het lijkt wel alsof deze naam dan nog alleen is voorbehouden aan de Zoon van God.
Kort samengevat is het Kind van Bethlehem een echt kind uit Israël, een echt kind van het Verbond.
Méér dan een Kind van het Verbond
Wij doen aan de persoon van Jezus Christus tekort, als wij alleen maar zeggen, dat Hij op aarde een Kind van Het Verbond is geweest.
Niet minder moet van Hem gezegd worden dat Hij in Zijn vleeswording Verbondsmiddelaar is. Ja, de geboren Zaligmaker is Hoofd en Middelaar van het genadeverbond. Hij vertegenwoordigt als de laatste Adam de nieuwe mensheid.
Jezus Christus is de eigenlijke partij in het genadeverbond, waarmee God dit verbond sluit. Hij is het ook, die als Borg en Middelaar de realisering van dit verbond garandeert en mogelijk maakt. In Hem als Hoofd en Middelaar ligt het verbond vast en is het onwankelbaar.
Als Middelaar heeft Hij door Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige Testament, het verbond der genade en der verzoening besloten (dat is, voleindigd, verzegeld), toen Hij zei: Het is volbracht.
Alle voorwaarden zijn vervuld. Alle condities zijn door Christus volledig volbracht. Dit alles wil zeggen, dat in de prediking het Kind van Bethlehem onvoorwaardelijk aangeboden mag worden. Het houdt ook in dat het Hoofd en de Middelaar van het genadeverbond tot een ieder – wie dan ook – zegt: 'als u van Mij gebruik wil maken, behoeft u het niet na te laten, want Ik heb aan alles voldaan'.
Kinderen van het Verbond mogen bij Hem, Die meer is dan een Kind des Verbonds, een toevlucht en schuilplaats zoeken èn vinden.
Er is bij Hem een overvloed aan genade. Let wel: Hij houdt deze overvloed niet voor zichzelf, doch Hij deelt die uit aan de grootste der zondaren.
Eén met ons
Het Kind van Bethlehem is van het ware zaad van Abraham. Hij is Eén met Zijn volk (Israël) geworden. Hij is Eén met ons geworden.
In de Schrift lezen wij, dat Jezus Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en ons in alles gelijk geworden is, uitgenomen de zonde. Allerlei Bijbelse uitspraken verhinderen ons de incarnatie (de vleeswording) van Jezus te verfraaien. Jezus wordt ons in de Schrift voorgehouden als mens die onder de misdadigers is gerekend. Hij is in alle dingen gelijk als wij verzocht geweest. Daarom kan Hij vlak naast ons staan en onze Broeder zijn.
In Bethlehems stal is de Zoon van God geboren, die de menselijke natuur van na de val heeft aangenomen.
Als ik dit zo neerschrijf, geeft dit perspectief voor de mensen, die menen dat er voor hen geen heil is. De troost van het Evangelie wordt hun hierdoor aangereikt.
Vooral dr. H.F. Kohlbrugge heeft erop gewezen, dat Christus zo diep mogelijk in het door de zonde beheerste vlees getrokken moet worden. Geweldige troostrijke zaken zegt hij daarover in zijn boek, dat handelt over het geslachtsregister van Jezus in Mattheüs 1.
Ook Luther heeft hierop steeds gewezen. Zowel hem als Kohlbrugge ging het erom, dat mensen die volledig geestelijk bankroet waren en geen uitweg meer zagen, hierdoor geholpen werden. Nooit of te nimmer behoefde men eraan te wanhopen dat er geen vergeving zou zijn.
Een geweldige troost: Christus werd vléés om onze Heere en Zaligmaker te zijn.
Bij Van Niftrik las ik: 'Het is in het Evangelie alles minder geweldig en daarom troostrijker: Christus de Heiland komt als Broeder onder arme zondaren wonen'.
Het kind des Verbonds
Opzettelijk heb ik 'kind des Verbonds' in het kopje met een kleine 'k' geschreven. Onder een kind des Verbonds versta ik een ieder die het merk- en veldteken van de Heere Jezus aan het voorhoofd draagt.
Helaas zijn er vele gedoopten een eigen weg gegaan. Ongetwijfeld zullen er onder ons ouders zijn, die eronder zuchten. Zij hebben hun kinderen laten dopen. Zij hebben alles eraan gedaan om hun kinderen een christelijke opvoeding te geven. Wat in hun vermogen lag, deden zij. Niettemin zagen zij hun kinderen wegdwalen van God en Zijn dienst. Onder die kinderen zijn er die er volstrekt niets meer mee te maken willen hebben. Zij komen niet meer bij vader en moeder thuis als zij beginnen over de Heere en Zijn dienst.
Mag ik voor die ouders met name neerschrijven, dat het Kind van Bethlehem alles weet. Ook uw verdriet en zorg over dit alles. En dat u met alles bij Hem mag terechtkomen. Als ouders mag men pleiten op de beloften van het genadeverbond. Ja, men mag pleiten op het Verbond, hetwelk het Kind van het Verbond nooit heeft verbroken. Integendeel, Hij heeft het Verbond in Zijn bloedstorting vastgemaakt. Daarom: Hij kan helpen. Hij alleen; Hij wil helpen. Hij alleen!
Laten wij nooit of te nimmer onze afgedwaalde kinderen des Verbonds opgeven! Ze als ouders, maar ze ook als ambtsdragers nooit afschrijven in de zin van: 'er is aan hem of aan haar toch niets meer te doen'. Als men zelf enigszins weet – door genade – waar de Heere ons weg heeft gehaald, zal men er niet aan twijfelen òf de verst afgedwaalden kunnen terecht gebracht worden. Want… er zijn geen grenzen aan Jezus' macht; voor elk die wonderen van Hem verwacht. Wonderlijk, het Kind des Verbonds past bij een kind des Verbonds, een rijke Christus bij een arm zondaar. De Kerstnacht openbaart het ons!
Kinderen des Verbonds mogen Kerstfeest vieren vanwege het Kind, dat ons in alles gelijk geworden is.
G.S.A. de Knegt, Barneveld
[Tekst foto: Doopbekken in de Stadtkirche in Wittenberg.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's