Kerstfeest in Amsterdam
Het Heil in de Noorder
Het is voller dan ooit in de Noorderkerk: het Heil des Volks heeft de kerk gehuurd om er haar Kerstfeest te vieren. Broeder Frinsel junior heet allen welkom: gekomen uit het hele land naar de Jordaan in Amsterdam. Broeder Frinsel is dankbaar dat de aloude viering de laatste jaren in de Noorderkerk plaatsvindt: in de Jordaan, dicht bij de oorsprong van het Heil! Hier is ooit ds. De Liefde begonnen. Al wordt de kerk zichtbaar gerestaureerd – alles gaat door. Ikzelf, te gast, ben ook dankbaar. Dit had ds. De Liefde moeten weten, die in conflict lag met de Hervormde Kerk van destijds. Er is de laatste jaren een brug geslagen tussen deze kerk en het binnenstadswerk van christelijke instellingen. Achter de kerstboom ontwaar ik bekende medewerkers van het Heil, de één Christelijk Gereformeerd en de ander Pinksterman, die nog bij ons in Zeist op de oude catechetencursus hebben gezeten. Maar opgelet: we gaan zingen. Komt verwondert u hier mensen, zie hoe dat u God bemint! De piano speelt prachtig door het kerkorgel heen. Frinsel opent met gebed tot de Heere, die in het afgelopen jaar het al Kerst liet worden in menig verloren mensenkind. Ik denk aan Klaas, de drugsverslaafde uit de provincie, die via het opvangcentrum in de Willemstraat in de Noorder kwam en daar zó werd getroffen door de boodschap. Hij herkende die van thuis, maar hoor die als nieuw, zodat we een blijvende band hebben gekregen. Hij zit hier ook ergens: het gaat goed met hem. Frinsel leest nu het Kerstevangelie; In de oude vertaling, merk ik. Ik heb hem leren kennen als een ware broeder in Christus, wars van alle ontsporingen bij Pinkstergemeenten. Hij vertelt dat hij, als zendeling in Afrika, Kerst vierde bij zomerhitte, maar de Hollandse kerstsfeer ook kon waarderen: bijna was het een witte kerstviering geworden. Vanmorgen sneeuwde het nog. Maar hij zegt dat het niet om de sfeer gaat, maar om het Evangelie van Gods opzoekende liefde.
Nu gaat het Urker Mannenkoor zingen, net als vorig jaar. In visserstenue. Machtige mannenstemmen zingen: nu daagt het in het Oosten. Daarna zingen we samen het Stille Nacht.
De verteller uit de Jordaan
Nu komt het verhaal van broeder Frinsel sr. Dat is echte traditie bij het Heil. De meesterverteller uit de Jordaan begint. Het licht gaat uit, alleen de kaarsen branden. Vorig jaar had hij een prachtig verhaal van een kerkmens die door omstandigheden zichzelf leerde kennen en door een kind tot het Evangelie kwam. Het had 's zondags in een preek in de Noorder gezegd kunnen zijn. Nu blijkt het dan te gaan om een commandant, die gewond in de strijd, wordt verzorgd in een kasteel van de Hugenoten. Daar ziet hij het portret hangen van een gestorven kind: het kind dat destijds tijdens inkwartiering van dragonders bij een ruzie was gewond en gestorven. En daarvoor was déze commandant verantwoordelijk geweest! Zijn schuldgevoel brengt hem tot een vluchtpoging. Maar de oude Hugenoot weerhoudt hem en vertelt hoe God hem van zijn haat heeft genezen. Dan kan diezelfde God de commandant van zijn schuld genezen! Een verhaal van Frinsel leidt altijd tot het hart van het Evangelie. In de pauze is het gezellig druk. De mensen kunnen de klassieke chocolademelk drinken en boeken kopen. Ditmaal is er ook een stand van de Noorder t.b.v. de restauratie: CD's, kaarsen, kaarten en mijn boek over de catechisrnus: een open monument. De verkoopt loopt goed. Dat is precies wat ik hoop: dat evangelischen oog krijgen voor de gereformeerde belijdenis en dat reformatorischen daarachter naar de Schriften zullen doorstoten. En kijk, daar is ook die zuster van de Gereformeerde Gemeente die in de zending in Afrika heeft gewerkt. Daarna kwam ze bij ons in de Jordaan. Nu werkt ze op het buitencentrum. We missen haar. Maar daar is dan weer onze broeder uit Woerden, diaken geweest, naar Amsterdam gekomen om bij het Heil te werken in de jeugdherberg, en ouderling in de Noorder. Zo gaat het hier: de één gaat en de ander komt.
Van krib naar kruis
Na de pauze mag ik dan de Kerstboodschap brengen, nadat we eerst gezongen hebben: Daar ruist langs de wolken: dat lied van het Heil. Vorig jaar sprak collega Van Andel uit West, nu ben ik dan weer aan de beurt. Het gaat over de vierde koning, een Russische legende. De drie Wijzen brachten goud, wierook en mirre. Maar wist u dat er een vierde was? Die had edelstenen bij zich. Maar onderweg trof hij eerst een vondeling aan, die hij door een vrouw liet verzorgen. Haar gaf hij de eerste edelsteen. Vervolgens trof hij een rouwstoet aan: vrouw en kinderen zouden als slaaf verkocht worden. Aan hen gaf hij zijn tweede edelsteen. Tenslotte kwam hij door een oorlogsgebied, waar mannen gegijzeld werden: hen kocht hij vrij met zijn laatste edelsteen. Intussen was hij de drie koningen voorgoed kwijtgeraakt en had hij de ster voorgoed uit het oog verloren. Hij zwierf goeddoende door een wereld vol leed, en werd een oude man. Na jaren droomde hij nog eens over die ster – en zag hem ineens weer glanzend rood stralen. Dat bracht hem toch in het beloofde land, in een drukke stad, waar hij door een mensenmenigte werd meegetrokken naar een heuvel met drie palen. De ster verscheen weer, boven de middelste: een man van Smarten. De Heiland die hij zocht, en die hij indirect al ontmoet had in hongerigen, dorstigen, naakten en gevangenen. Maar dit was Hij! De vierde koning had hem niets meer te bieden: zijn edelstenen waren immers op. Hij strekte zijn lege handen uit naar de kruiskoning. Toen vielen enkele donkerrode druppels van Zijn kostbaar bloed in zijn handen. Hij hoorde het laatste kruiswoord en toen de Meester stierf, stierf ook de wijze.
Hoe herkenbaar! Wij vieren Kerst, maar zijn er zelf ook niet bij geweest, al hunkeren we er elk jaar naar. En heeft Jezus niet gezegd: voorzover gij dit één van mijn minste broeders gedaan hebt, hebt gij het Mij gedaan? Zo doet het Heil veel voor mensen in nood. Maar tenslotte hebben zowel de hulpverleners als de verslaafden en de gasten dit éne nodig: de verzoening door het bloed. Zijn wieg was een kribbe. Zijn troon was een kruis. Maar wij blijven de Messias verwachten, die het Vrederijk brengt.
Wij horen hierna het Mannenkoor nog enkele Kerstliederen zingen en na het dankgebed zingen wij samen het Ere zij God.
Het was 15 december, maar het leek alsof het 25 december was. Bij de uitgang werden Kerstpakketten en -broden uitgereikt. Ik zie nog net dat Klaas een paar boeken koopt, om door te geven. Dankbaar loop ik langs de Prinsengracht, met de verlichte Westerkerk, naar een tram of bus. Ere zij God.
C. Blenk, Amsterdam
[Tekst foto: Tot de fraaiste gesneden preekstoelen in Nederland behoort ongetwijfeld de kansel in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, welke in 1647-'49 werd vervaardigd door Albert Vinckenbrinck. Op de panelen van de kuip zijn de werken van Barmhartigheid in perspectief-architektuur weergegeven met op de voorgrond een evangelist. Op de hoeken staan allegorische vrouwenfiguren die deugden voorstellen.
Uit R. Steenstra, Verbeeld vertrouwen, Bosch en Keuning N.V., Baarn.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's