Globaal bekeken
Zaterdag l.l. kreeg prof. dr. C. Graafland alsnog ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in actieve dienst te Utrecht, een vriendenboek aangeboden in de St. Janskerk te Gouda, op dezelfde plaats waar – zo merkte Graafland op – 10 jaar geleden aan ds. L Kievit een vriendenboek werd aangeboden. Uit de bundel voor Graafland, getiteld 'Uitdagend gereformeerd' (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer) nemen we een gedeelte over uit de bijdrage van ds. J. Maasland, getiteld 'C. Graafland, "een man van traditie".':
'Theologie bedrijen is voor Graafland niet zozeer broodwinning, als wel bezinning op het "levende Brood". Op een zeer existentiële manier is hij steeds blijven omgaan met zijn bevindelijke opvoeding en zijn wortels In de gereformeerde traditie. Weinig hoogleraren hebben de gewoonte zo persoonlijk eigen hart en leven prijs te geven. In zekere zin is Graafland in dat opzicht een uiterst eigentijds theoloog. Ervaring is immers in. Wie het voorrecht kent hem te horen preken, weet hoezeer ook eigen bevinden en ervaren in zijn preken aan de orde komen. Wel vindt deze ervaring grond in het objectieve van Gods beloften zoals deze in de Schriften verwoord staan. In dat opzicht is Graafland een echt reformatorisch theoloog. Onze ervaring dient immers de toets van de Schrift te doorstaan.
Mij kwam bij het doordenken en samenstellen van deze bijdrage het bij poëzie-minnaars zo bekende gedicht "De moeder de vrouw" van Martinus Nijhoff in gedachten om redenen die ik hoop te verduidelijken.
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Poëzie lezen en duiden is een riskante bezigheid. Eigenlijk kan en mag het niet. Je gaat tussen de dichter en zijn lezer in staan. Laat ik mijn gedachten zeggen over het verband tussen Nijhoffs woorden en Graaflands bezig zijn. Ik waag het er op omdat ik het niet laten kan.
Een brug verbindt voorheen van elkaar gescheiden oevers. Zonder brug is de afstand te groot om beide oevers te betreden. Het water is er veel te diep voor. Graaflands jarenlange bezinning betreft de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie. In toenemende mate is hij bezig geraakt met de verbinding van die traditie naar het heden. Een nieuwe brug is dringend gewenst, willen de overzijden elkaar niet hoe langer hoe meer gaan vermijden. De "ik" uit het gedicht ligt in het gras achterover. Hij wordt overvallen door een gelukzalig gevoel van weidsheid en oneindigheid. Een theoloog herkent zulke gevoelens bij zichzelf. De passie waarmee Graafland jarenlang bezig is, publiceert, doceert, kan alleen maar volgehouden worden omdat ook zijn hoofd en hart vol zijn van "het landschap wijd en zijd" van de gereformeerde traditie. In die traditie is doorslaggevend het "zo zegt de Heere". Die stem klinkt luid en doet de oren klinken.
Tegelijk is traditie: we krijgen "de zaak" overgeleverd van anderen. De brug wordt geslagen. Gezin en kerk, opvoeders en voorgangers bemiddelen. Dat maakt traditie kwetsbaar, soms aanvechtbaar, maar tevens ook boeiend en levendig. De stem uit de oneindigheid in Nijhoffs gedicht blijkt afkomstig van een schippersvrouw, die psalmen zingend de Waal af komt varen. In die stem verneemt de "ik" zijn moeder die overleden is. Ze vaart langs in de herinnering en ze komt boven als iemand die op God gericht leefde en de "ik" ook zo leerde leven. Over traditie gesproken! Graafland memoreert in zijn geschriften en preken menigmaal de invloed van zijn moeder op zijn eigen geestelijk leven. Ze blijkt tevens bepalend te zijn geweest voor zijn manier van omgang met de gereformeerde traditie. In 1966 zegt hij in een gesprek: "Ik ben in 't piëtisme, in de oude schrijvers gekweekt. Mijn moeder las ze en kende ze goed".
En als hij een bijdrage schrijft over de theoloog F.A. Lampe, dan schrijft hij: "Mijn moeder heeft op haar langdurig ziekbed, dat ook haar sterfbed zou worden, alle vier delen van Lampe's Verborgentheit van het Genaade-Verbondt doorgelezen. Zij was een piëtistische vrouw, die aan mij, toen nog een jongen van 18 jaar, telkens haar bewondering en verwondering uitsprak, omdat zij erdoor getroffen werd, hoe Lampe alle geschiedenissen van het Oude Testament zo wist uit te leggen en toe te passen, dat ook haar geestelijk leven erin verklaard werd". Die herinnering aan zijn moeder is ook weer te lezen in zijn "afscheidscollege" voor de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond: "Ik ben opgevoed in het piëtistisch klimaat van de Nadere Reformatie. Mijn moeder las en kende de oude schrijvers van binnen uit. En zij droeg dat ook over aan ons als haar kinderen…".
Tegelijk blijkt hier ook een wortel te liggen van Graaflands steeds kritischer omgaan met die traditie, gelet ook op wat zijn vader in zijn toespraak aan het promotiediner zei toen moeder reeds overleden was: "Als je moeder je boek had gelezen, zou zij er waarschijnlijk niet zo blij mee zijn geweest".
Met deze woorden wil overigens niet gezegd zijn dat Graaflands omgang met de traditie louter door reactie op eigen verleden bepaald is. Er zit ook een geweldig stuk persoonlijke betrokkenheid achter op de zaak zelf. Wel heeft hij van huis uit gezien en gehoord welke schaduwkanten het tot systeem verheven of béter verlaagd bevindelijke leven kent.
Wie hem dat ook leerde was dr. J.G. Woelderink.'
N.a.v. het Ingezonden in het nr. van dit blad van 9 december l.l. van de hand van mevr. L.C.C. van Bergen-Meijers inzake kinderen aan het avondmaal (uit haar synodetoespraak over de kerkorde S.o.W.) ontvingen we een brief van een lezeres, die Calvijn citeert (uitgave Sizoo, biz. 403) uit diens Institutie.
'In de Waarheidsvriend van 9 december 1993 is een ingezonden stuk opgenomen van mevrouw L.C.C. van Bergen-Meijers, waarin zij onder meer schrijft: "Ingeval het avondmaal is er momenteel in veel gemeenten op grond van bovenstaande een nieuwe praktijk gegroeid, waarbij gedoopte kinderen meedoen in de viering. Ook ten tijde van Calvijn was dit de normale gang van zaken".
In zijn Institutie IV. 16.30 heeft Calvijn geschreven, waarom het Heilig Avondmaal aan kinderen niet uitgedeeld wordt:
(…) "Terwijl daarentegen het Avondmaal toegewezen is aan hen die vrij wat ouder zijn, die de tedere kinderleeftijd te boven zijn en reeds geschikt zijn tot vaste spijs. Dit onderscheid wordt zeer duidelijk in de Schrift aangewezen. Want de Here maakt in de Schrift, wat de Doop betreft, geen onderscheid in ouderdom. Maar het Avondmaal biedt Hij aan, niet opdat allen gelijkelijk daar deel aan zullen hebben, maar alleen zij die in staat zijn het lichaam en bloed des Heren te onderscheiden, hun eigen consciëntie te onderzoeken, de dood des Heren te verkondigen en de kracht ervan te overwegen. Willen wij iets duidelijkers hebben, dan hetgeen de apostel leert (1 Corinthiërs 11 : 28), wanneer hij vermaant dat een ieder zichzelf beproeve en onderzoeke en dan ete van dit brood en drinke uit die drinkbeker? Er moet dus een onderzoek voorafgaan, en dat zal men van de kinderen tevergeefs verwachten."
Als er kinderen bij Calvijn aangingen aan het Avondmaal dan gaven zij eerst blijk te beseffen waar het bij het Avondmaal om gaat Daartoe was in Genève een vorm van onderricht ontworpen om aan kinderen die aan het Avondmaal wilden deelnemen, vragen te stellen. (Stemmen uit Genève van Johannes Calvijn, Bundel V, onder d. bIz. 449, uitgegeven bij de Gereformeerde Bibliotheek te Goudriaan, 1977.)
Zoals mevrouw Van Bergen het nu stelt zonder daarbij de vindplaats te vermelden, is wat zij beweert, onjuist'
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1993
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's