In memoriam Willem van Kranenburg
Na een kort docht ernstig ziekbed is op de leeftijd van 60 jaar van ons heengegaan Willem van Kranenburg, evangeliedienaar in de hervormde gemeente te Nieuwlande. Zonder hier de diverse stadia van zijn levensgang te memoreren, maak ik in diepe dankbaarheid melding van een periode in de zestiger jaren, waarin hij als evangelist voor mij en voor vele anderen van onvergetelijke betekenis werd. Mijnheer Van Kranenburg – zo spraken wij hem altijd aan – was destijds woonachtig in Merksem, een voorstadje van Antwerpen, waar hem en zijn vrouw de leiding was toevertrouwd over een evangelisatiepost van de Gereformeerde Gemeenten. Hoogtepunten in het bestaan van de kleine gemeente, die daar ontstond, vormden de jaarlijkse evangelisatieacties gedurende de zomervakanties. Tientallen jongeren bevolkten dan enige weken dag en nacht achtereen de kleine kerkzaal aan de Oude Barreellei en de nog kleinere bijruimten, die de woning rijk was. In die onooglijke uithoek van de bruisende stad Antwerpen lag onze operatiebasis, vanwaaruit wij naar de havenstad met haar omgeving uitzwermden, om de vaak onkundige en onverschillige bewoners in aanraking te brengen met de boodschap van de Heiland. We strooiden folders en boden bijbels aan. Wij zongen er in de open lucht lustig op los om de Belgen uit hun tent te lokken. En onze evangelist, voorzien van een geluidsversterker en geflankeerd door zijn leger heilssoldaten, stak dan een pakkende, puntige preek af met de steevaste oproep tot geloof en bekering. We deden kroegen en kerkpleinen aan, kamden havenbuurten en flatwijken uit om het Goede Nieuws te brengen.
Wie was Wim van Kranenburg in dit gebeuren? In ieder geval de spil, maar méér dan dat: de bezielende voortrekker, een saambinder van vlees en bloed. Met de bewogenheid en fijngevoeligheid van een rasechte pastor wist hij ons in twijfel en mismoedigheid op te beuren. Met zijn kostelijke humor en mimiek kon hij spanningen ontwapenend doorbreken en de groep jongelui hecht aaneenbinden. Zijns ondanks bond hij ons ook stuk voor stuk aan zichzelf, want wij raakten sterk aan hem gehecht. Maar dat lag toch vooral hieraan, dat hij ons aan de Meester wilde hechten. Wij gingen naar Merksem om Belgen te evangeliseren, maar wij verlieten Merksem en wisten vooral ook onszelf geëvangeliseerd. Als ik zeg dat Merksem voor ons iets van een doorbraak, een bevrijdende doorbraak had, zeg ik niet te veel.
Kunt u het begrijpen dat wij in hem zijn kwijtgeraakt een vader, die een broeder was? Maar zo druk ik mij niet goed uit. We zijn hem niet kwijt. Hij is thuis bij zijn Vader en Oudste Broeder, waar hij zo naar kon verlangen. Zoals één van de bevrijdingsliederen, die hij ons liet zingen, luidt:
Hoe dichter ik nader
tot het huis van mijn Vader,
hoe sterker ik hijg
naar de eeuwige woning,
waar het heil van mijn Koning,
mij wacht na de krijg.
A. de Reuver, Delft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's