De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Doperse tendensen in onze tijd (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Doperse tendensen in onze tijd (7)

10 minuten leestijd

Er is in de loop van de kerkgeschiedenis veel strijd over de doop geweest. In onze tijd is deze strijd zéker niet minder.
Voorstanders van de kinderdoop staanlijnrecht tegenover voorstanders van de volwassendoop. Beiden slaan elkaar met teksten uit de Schrift om de oren!
Dit deed de stichter van het Leger des Heils verzuchten: 'als het zó moet, dan helemaal maar geen doop'. Een onterechte uitspraak van W. Booth, doch wel te begrijpen, als men enigszins op de hoogte is van de twist over het sacrament van de doop.
Ik zwijg er dan nog maar over, dat er ook zijn die zich laten overdopen op oudere leeftijd, omdat zij de kinderdoop van nul en generlei waarde achten. Hoewel… er helemaal over zwijgen wil ik toch niet, omdat deze doperse tendens van het overdopen ook onder ons voorkomt.
Daarmee bedoel ik vanzelfsprekend niet dat de overdoop in onze gemeenten wordt gepraktiseerd. Wel zie ik gebeuren, dat men zich elders laat overdopen als een teken dat men er echt bij behoort. Volgens sommiger mening kan men zich alleen als een gelovige laten dopen.
Uit wat ik tot nu toe schreef zal het duidelijk zijn, dat het de moeite waard is om in het verband van deze serie ons met de doop bezig te houden.

De gemeente
Hoe zien wij de gemeente? Deze vraag is van uitermate groot belang. Sommigen zien de gemeente òf de kerk als een vereniging. Men kan er lid van zijn òf niet.
Zelf denk ik niet dat er zo over de gemeente òf de kerk gesproken mag worden. De betekenis van de woorden 'gemeente' en 'kerk' laat dit niet toe.
Het woord 'gemeente' heeft te maken met 'eruit geroepen zijn'. En inzake het woord 'kerk' wordt de catechisanten reeds geleerd, dat dit betekent 'wat van de Heere is'. De gemeente òf de kerk is maar niet een samenraapsel die uit losse individuen bestaat. Neen, de gemeente vormt samen een gemeenschap. Mensen die bij elkaar behoren en die op elkaar zijn aangelegd.
Dat mensen samen een gemeente vormen, heeft als oorzaak dat zij allen in het Verbond begrepen zijn. Krachtens het Verbond dat God met hen gesloten heeft, mag er van de gemeente zelfs gesproken worden als gemeente des Heeren.
Nu is het mij maar al te goed bekend, dat men de aanspraak 'gemeente des Heeren' heel verkeerd kan interpreteren. Men kan er van uitgaan dat de gemeente bestaat uit enkel gelovigen, maar men kan ook menen dat zij bestaat uit enkel ongelovigen. Zo hoorde ik ooit eens een predikant bij de bediening van de doop tot de gemeente zeggen: 'U bent allen gedoopte heidenen'. Het verbond had voor hem geen enkele waarde.
Tussen deze twee uitersten neem ik liever een middenpositie in. Ik denk dat die positie ook het ineest in overeenstemming met de Schrift is.
Wij moeten eens letten op de profeten. Als zij tot het volk spreken, spreken zij hen altijd aan als de gemeente des Heeren. Maar… hebben zij dan niet geweten van tweeërlei kinderen van het Verbond? Zij hebben hiervan heel goed geweten, al was het alleen al door wat zij voor ogen zagen. Toch hebben de profeten niet gezegd: 'U behoort wel tot de gemeente des Heeren en u niet, omdat u niet leeft in overeenstemming met Gods wil.'
Neen, heel het volk hebben zij aangesproken krachtens het Verbond. Heel het volk hebben zij teruggeroepen tot de wegen des Heeren. Zij hebben daarin geen onderscheid gemaakt. Krachtens het Verbond had de Heere recht op allen!
In dit alles zit een les voor ons. Hoe zeer het nodig is, dat er onderscheidenlijk gepreekt wordt, dient toch de classificatiemethode niet zover doorgevoerd te worden als in het verleden wel werd gedaan.
Het is mij niet onbekend, dat deze methode gehanteerd werd om mensen pastoraal te helpen. In de prediking wilde men jongeren en ouderen daardoor waarschuwen, bemoedigen en vertroosten, al naar gelang nodig was. Niettemin kan men in de onderscheidingen wel te ver gaan. Een volgende stap is, dat men de gemeente des Heeren in zoveel stukken gaat opdelen als er mensen zijn. Dit zou niet eens zo vreemd zijn, want God gaat met ieder mens een eigen weg. Van geen twee wegen is te zeggen dat zij dezelfde zijn, hoewel er zeer zeker kruispunten zijn, waarop men elkaar ontmoet. Toch zij uitermate voorzichtigheid geboden in het classificeren van de gemeente! Zeer voorzichtig moeten wij zijn met allerlei onderscheidingen in de gemeente des Heeren. Nog meer alert dienen wij te zijn, dat wij niet gaan schiften in de zin van: de ene mens behoort erbij en de andere niet, omdat men geen blijken van genade vertoont.
Van de gelijkenis van het visnet kunnen wij veel leren. Alle vissen zitten in het net. De vissen die aan de maat zijn, maar die ook onder de maat zijn. Wanneer valt de schifting? Als het net aan wal getrokken is. Wat beneden de maat is, wordt dan pas terzijde gelegd.
Zo zal het ook zijn bij Jezus' wederkomst. Dan zal de schifting plaatsvinden. De schapen – om een ander beeld te gebruiken – aan de ene zijde, de bokken aan de andere kant.
Goed opgevat is de naam 'gemeente des Heeren' een zeer mooie naam. Zij laat ons horen dat de Heere krachtens het Verbond recht heeft op ons allen.
Hierbij blijft van kracht, dat er in de gemeente des Heeren tweeërlei kinderen van het Verbond zijn, maar op grond van de naam kan er geappelleerd worden aan het hart van hen die niet wezenlijk tot de gemeente des Heeren behoren. Zij kunnen het op grond van het Verbond wezenlijk worden.
Wellicht is het goed om op te merken dat ik onder het Verbond versta het genadeverbond. Ik wil zelfs van een en hetzelfde Verbond spreken, als het gaat om de gemeente des Heeren. Een en hetzelfde Verbond met daarin tweeërlei kinderen des Verbonds. Dat wil zeggen: kinderen die de genade van het Verbond, de Verbondsmiddelaar deelachtig worden en kinderen die de wraak van het Verbond zullen ondervinden. Wij mogen niet vergeten, dat die wraak er is. Zij gaat uit tegen de kinderen der gehoorzaamheid.
Het is één Verbond: het genadeverbond. Om duidelijk te zijn: in dat ene Verbond zijn de uitverkorenen opgenomen. Het gaat mij persoonlijk te ver om in hun geval ook nog van een verlossingsverbond te spreken.
Ik wil graag met twee woorden spreken, nl. over het werkverbond en het genadeverbond. Een helder bijbels zicht op die twee is mij voldoende, hoewel ik er direkt aan toevoeg, dat dit nog altijd niet zo gemakkelijk is. Daarvoor is veel wijsheid en inzicht van de Heilige Geest nodig.

Een voorwaarde?
Het zal onze lezers wel bekend zijn, dat bijna tegelijk met de kerkhervorming de wederdoperij bestond.
Wat was de aanleiding dat men zich liet overdopen? De oorzaak was de visie op de gemeente. Dat ik in het voorgaande zo uitvoerig ben ingegaan op de gemeente des Heeren, staat in direkt verband met de visie op de gemeente, zoals de dopers die kenden. Volgens de mening van de dopers kan de ware Kerk slechts uit ware gelovigen bestaan.
Er mag eerst gedoopt worden, als is komen vast te staan, dat iemand waarlijk een gelovige is. Wie met de Geest gedoopt is en daarvan blijken geeft in boete en bekering, kan ook het uiterlijk teken van de doop ontvangen. De inwendige doop vormt op deze manier samen met de uiterlijke een volkomen doop.
Eerst moest de prediking gehoord worden. Door de prediking werd het geloof gewerkt en daarna volgde dan de doop.
Veel nieuws is er niet! Bovenstaande zienswijze van een aantal eeuwen geleden, komen wij ook in onze tijd tegen. En zoals het tóen een discussiepunt vormde tussen de dopers en de gereformeerden, zó is dit vandaag nog precies hetzelfde.
Als ambtsdrager hoort men op huisbezoek iemand met veel verve vertellen, dat men zich laat overdopen, omdat men is gaan inzien dat, nu men gelooft, de kinderdoop helemaal geen waarde heeft.
Ik moet zeggen, dat het niet eens altijd de slechtste gemeenteleden zijn, die met deze dingen bezig zijn.
Onlangs hield ik ergens een inleiding over het Verbond. Na de pauze was er gelegenheid tot vragen stellen. De bedoeling van vragen stellen is niet alleen dat men een antwoord krijgt, maar dat men ook met elkaar in discussie geraakt. Nu, dat wij in discussie geraakten, heb ik geweten. Nog zie ik haar voor mij staan, een jonge vrouw van ongeveer dertig jaar. Trouw leefde zij iedere zondag met haar gemeente mee. Ook zette zij zich in voor evangelisatiewerk. Vrijmoedig en blijmoedig klampte zij mensen aan om ze te vertellen van de Heere Jezus. Werkelijk, zij schaamde zich daarvoor niet. Zelfs niet in drukke winkelstraten.
Vol overtuiging gaf zij die avond weer, wat zij naar haar mening in de Schrift had gelezen, inzake de doop.
Evenals de dopers vertelde zij dat God wil, dat eerst het Evangelie wordt uitgedragen (de verkondiging van zonde en genade). Het tweede was dat de Heere door de verkondiging het geloof werkte, waarop dan volgde de doop. Zij zag die doop meer als een bevestiging van haar geloof, alsmede ook als een versterking. Want – zo zei ze goed reformatorisch – de sacramenten versterken het geloof.
Deze trits van prediking-geloof-doop vond zij in het gehele Nieuwe Testament terug. Als bewijs werd door haar Handelingen 2 aangehaald, waar wij onder andere lezen, dat zij die het Woord Gods gaarne aannamen, werden gedoopt. Verdere bewijzen waren voor haar Saulus, Cornelius, Lydia, de stokbewaarder en anderen.
Een aantal weken na die discussie kreeg ik een zeer uitvoerig schrijven van haar. Nog dieper ging zij in op wat zij die avond had gezegd. In dat schrijven trof mij een zin, die ik letterlijk overneem: 'En wat belooft God als wij ons echt bekeren en ons laten dopen? Hij belooft ons de volheid van de Heilige Geest. Leest u maar Handelingen 2 : 38 en 39, waar geschreven staat: "En Petrus zeide tot hen: Bekeert u en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toeroepen zal".' Om kort te gaan: ook bij deze jonge vrouw waren doperse tendensen aanwezig, al was het alleen al haar zienswijze op de doop en daarbij het zicht op de gemeente des Heeren, die alleen maar kan bestaan uit echte gelovigen.
Nu is het niet mijn bedoeling om er een 'welles-nietes' spel van te maken. Dan slaan wij elkaar met Bijbelteksten om de oren en komen wij geen steek verder. 't Geeft alleen maar hete hoofden en koude harten. Van meer belang is om in een slotartikel eens met elkaar na te gaan òf het geloof aan de doop móet voorafgaan èn of het geloof niet zoals in bovenstaand geval tot een voorwaarde wordt gemaakt voor het ontvangen van de genade!
(Slot volgt)

G.S.A. de Knegt, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Doperse tendensen in onze tijd (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1993

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's