Terugblik op 1993
Sluipend kwam de ramp naderbij. Ik bedoel het wassende water in het zuiden van ons land. In februari van dit jaar werd allerwegen de watersnoodramp van 1953 herdacht. Die ramp ging gepaard met orkaangeweld en was dermate overrompelend dat vele doden vielen. Het watergeweld is nu minder. Maar de gevòlgen in materiële zin zijn voor duizenden mensen niet minder ingrijpend, terwijl ook nu in ieder geval vee ten offer is gevallen aan het water. Toen dit jaar de ramp van 1953 werd herdacht, kwam weer allerwegen de vraag op òf en hóé hierin de hand Gods moest worden verstaan. Die vraag is met name bij rampen altijd weer aan de orde. Is de hand Gods ook in het kwade? De Schrift zegt 'Zal er een kwaad in de stad zijn, dat de Heere niet doet?' (Amos 3 : 6). En onze beproefde Heidelberger belijdt, in het overigens meer en meer omstréden artikel over de voorzienigheid, dat regen en droogte, ziekte en gezondheid ons van Gods vaderlijke hand toekomen. Dat geloven we, ook al begrijpen we het niet.
Er is overigens ook onder diegenen, die zich gebonden weten aan de gereformeerde belijdenis, fundamenteel verschil van inzicht als het gaat om de consequenties voor het leven, die uit de leer aangaande de voorzienigheid worden getrokken. Dat is ook recent weer gebleken, in de commissie namelijk uit de Gereformeerde Gezindte, die zich van overheidswege over het vaccinatievraagstuk heeft gebogen. Het mag betreurd worden, dat in een problematiek, waarin het om mensenlevens gaat, ten overstaan van volk en overheid, (nog) niet tot een eenparige gedachtenbepaling naar Schrift en belijdenis kon worden gekomen Hebben we bij dit alles echter niet te bedenken, dat zondag 10 een gelóófsbelijdenis is, een belijdenis, die om persoonlijke geloofsbeáming vraagt wanneer ons mensen voorspoed of tegenspoed treft? Zondag 10 is toch enerzijds niet bedoeld als een document, dat tevoorschijn wordt gehaald om even de vragen op te lossen wanneer leed mensen of grote groepen mensen treft. En deze belijdenis is er anderzijds toch zeker niet voor bedoeld om mensen af te houden van hun verantwoordelijkheid voor eigen leven en het leven van de naaste medemens?
Maar, hoe het ook zij, de vraag naar het hoe en waarom van Gods handelen kwam ook dit jaar, bij rampen in het groot en in het klein, telkens weer naar voren.
In het dagblad Trouw werd intussen een uitspraak van iemand in het Limburgse bij de ramp, die zich daar voltrekt, als kopje eruit gelicht: 'we zijn aan de goden overgeleverd'. Zo'n, overigens stáánde, uitdrukking geeft te denken. Mensen moeten toch kennelijk èrgens met de raadselen van het leven heen. Als we dan ook geen technisch afdoend antwoord meer hebben op het natuurgeweld dan zijn er de goden nog, zeg de weergoden, waarachter mensen zich verschuilen. Zouden we het dan maar niet liever houden op de belijdenis, dat God alle dingen draagt en leidt en bestuurt? Die belijdenis geeft vaster grond om op te staan.
De 'goden' van menselijke makelijk zijn grillig, onberekenbaar. De God en Vader echter van onze Heere Jezus Christus is een God van barmhartigheid en recht. En recht en barmhartigheid hebben elkaar ontmoet in het offer van de Zoon.
Het belijden van Gods hand in de dingen gaat, juist met het zicht op het Kruis, over het scherp van de snede. Wanneer dit belijden tot fatalistische berusting brengt en de menselijke verantwoordelijkheid wordt uitgeschakeld, mag de vraag worden gesteld of het nog gaat om het geloof in de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Een levensinstelling als die van 'overgeleverd zijn aan de goden' kan ook ongemerkt de geméénte binnen sluipen en zelfs door theologische misvattingen worden gevoed.
We zien het…
Bij vele wederwaardigheden overigens, die zich ook in 1993 dichtbij en ver weg voordeden, moesten we vaak zeggen, dat we het zagen maar niet konden doorgronden. Maar ook 1993 was nochtans Anno Domini, jaar onzes Heeren, evenzovele jaren nadat het echte tellen van de jaren is begonnen, toen namelijk het Kruis van Christus stond opgericht in de geschiedenis en Hij de machten onttroonde. De jaren vóór Kruis en Opstanding tellen we in de christelijke jaartelling af, de jaren ná Kruis en Opstanding tellen we op; omdat we als christenen de ganse geschiedenis in Gods Hand en de zin der geschiedenis bij Christus weten.
Op het wereldtoneel voltrokken zich ingrijpende en aangrijpende dingen. De Wende in Zuid-Afrika heeft enkele jaren geleden een onomkeerbare ontwikkeling in gang gezet. De weg is gebaand naar politieke verantwoordelijkheid voor de zwarte meerderheid van het volk. Echte vrede werd het nog niet, al zijn er verregaande en hoopvolle stappen gezet naar een nieuwe constellatie. Intussen heeft daar echter in het afgelopen jaar nog rijkelijk bloed gevloeid. Radicale elementen (zwart en blank), die zich niet bij de nieuwe ontwikkelingen neerleggen, schuwen het geweld niet. Als mensen niet hun zin krijgen is het oorlog. Dat blijkt al op de schoolpleinen. Het komt ook tot uitdrukking in het brede beweeg van de volkeren.
Ook de Wende in de voormalige Sovjet-Unie en in het voormalige Joegoslavië heeft bepaald nog geen vrede gebracht. In de ontwikkelingen daar speelt mee, dat de economische situatie schrikbarend slecht is. Van nieuwe machthebbers worden wonderen verwacht. Maar bovendien geldt daar – zoals ook elders – nog steeds het oude marxistische adagium 'zuerst kommt das Fressen und dann die Moral'. Als mensen de broekriem steeds strakker moeten aanhalen, daalt vaak het morele pijl. Dan blijkt er altijd weer een vruchtbare voedingsbodem te zijn voor nationalistische of fascistische elementen, die met goedkope leuzen mensen hoop geven; een hoop, die uiteindelijk valse hoop blijkt te zijn. De verkiezingen in Rusland hebben de wereld er hardhandig bij bepaald, dat een Wende, zoals zich daar voltrok, nog geen stabiele, door fundamentele waarden genormeerde situatie brengt. We werden erbij bepaald hoe labiel het evenwicht daar is, omdat het aan zulke fundamentele waarden schort na zoveel jaar communistische dictatuur. Daarom is er alle reden, gezien ook de ontwikkelingen dit jaar, om het hart vast te houden, als we bedenken welke ruïneuze krachten kunnen loskomen in het geestelijk vacuüm, dat is ontstaan.
En wat het voormalige Joegoslavië betreft, wie heeft daar nog een enigszins verantwoord politiek oordeel over? Ons rest slechts de beschamende constatering, dat niet ver van onze grenzen mensen elkaar afslachten, terwijl ieder in de internationale samenleving erbij staat en toekijkt. Het zijn intussen mensen, die het elkaar aandoen. Dat zullen we, ook in het belijden van Zondag 10, allereerst zeggen.
Met vrees en beven kan men zo ook de ontwikkelingen na de Wende in Israël gadeslaan. Dat zich in korte tijd een wending in de politieke verhoudingen tussen Israël en de Palestijnen heeft voltrokken, was verrassend. Er werd in 1993 in ieder geval een eerste stap gezet op weg naar vrede, waar ook de andere volkeren in het Midden Oosten ten nauwste bij betrokken zijn. Maar intussen profileerden zich ook in Israël de radicale elementen, die van geen verzoening willen weten: de Hamasbeweging aan Palestijnse zijde en de niet minder radicale kolonisten en anderen aan Israëlische zijde. Israël zelf is na de vestiging van de staat in 1948 nog niet eerder zo verdeeld geweest als nu.
Gezien het feit, dat ook de kerken in de wereld, niet in het minst ook in Nederland, op één of andere wijze zich bij Israël betrokken weten, blijkt de kloof, die in Israël tussen bevolkingsgroepen zichtbaar wordt, ook dwars door de christenheid te lopen. Te vrezen is, dat zich ook in Israël de radicale vleugel steeds sterker ontwikkelt, die elke poging tot verzoening met het Palestijnse volk en het zoeken naar wegen voor vrede zal willen blokkeren. Christenen zoeken daarbij intussen soms een legitimatie in bijbelse profetieën, die aan het conflict in het Midden-Oosten een ideologische dimensie dreigt toe te voegen.
Met ingehouden adem volgen we de ontwikkelingen in het Midden Oosten. Zal er nog echte vrede komen? Bid om de vrede voor Jeruzalem!
De kerk
Het jaar 1993 was ook in het kerkelijke leven ingrijpend. Met spanning is uitgezien naar de triosynode, waar de conceptkerkorde voor een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland behandeld werd. Even was er de euforie, toen namelijk na enkele dagen vergaderen, het concept in grote meerderheid werd aanvaard op de triosynode. Met name binnen de Hervormde Kerk kwamen we echter al snel met beide benen weer op de vloer. De nabeschouwing immers op datgene, wat op de triosynode was gebeurd, nam daar, vanwege de sterke interne verdeeldheid aanmerkelijk meer tijd dan in de gereformeerde synode, waar men unaniem is inzake Samen op Weg.
De vraag drong zich in 1993 inmiddels steeds sterker op hoe de kerk verder haar koers zal gaan bepalen. De vraag werd gesteld, en is steeds dringender gesteld, of de Hervormde Kerk met zo'n sterke verdeeldheid wel verder mag gaan dan een federatie van de drie kerken. Na de synodevergadering namen stemmen in deze uit de breedte van de kerk in aantal toe.
De ontwikkelingen in het Samen op Weg proces werden ook op de voet gevolgd binnen andere kerken. Met name de bladen binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) besteedden veel aandacht aan Samen op Weg. Daarbij speelde ongetwijfeld een eigen kerkelijk bepaald verwachtingspatroon een rol. Hier mag echter met waardering worden gememoreerd, dat zelden van buitenaf goedkope oplossingen werden aangedragen. Wel was er telkens de vraag: 'Wat doet de Gereformeerde Bond of wat zal de Gereformeerde Bond doen?' Alsof de Gereformeerde Bond hier te beslissen heeft. Waar echter die vraag werd gesteld, kwam soms hartverwarmende geestelijke verbondenheid en oprecht medeleven openbaar. Op z'n minst was er terughoudendheid in de commentaren, uit vrees niet in troebel water te vissen. Dat deed, bij de brede aandacht, die er was en in de velerlei commentaren, die geuit werden, weldadig aan. Bij dit alles was het meest treffend de getoonde en beleefde verbondenheid in het gebed.
Hier en daar waren er overigens ook uit afgescheiden kring pijnlijk aandoende geluiden. Van bepaalde zijde werd kortweg gesteld, dat het heimwee van de afgescheidenen toch eigenlijk niet meer leeft en dat de ontwikkelingen, die zich nu in de Hervormde Kerk voltrekken, geen gebedszaak zijn. Soms ligt dat dan aan de basis gelukkig anders dan kerkelijke leidslieden willen doen geloven. In ieder geval is breed merkbaar geweest, dat er in Nederland nog een volk is, dat deernis heeft omtrent het gruis van Sion, ook waar zich cruciale ontwikkelingen bij de ander voltrekken, omdat toch het diepe besef leeft, dat het gaat om de kerk van Nederland. Wie kan dan eigenlijk met goed geweten zeggen buiten de schuld van de kerk in ons land te staan?
We hebben overigens binnen de hervormd gereformeerde kring ook in 1993 geen program willen ontwikkelen. Onze bede was en is: 'Aanschouw het verbond'. Want de Heere Christus wandelt – geloven we, belijden we – tussen de kandelaren. En de kandelaren zijn de gemeenten.
Hervormd gereformeerden zijn intussen ook het afgelopen jaar herhaaldelijk als dwarsliggers getypeerd. Hopelijk wordt dat verstaan als zorg voor het welzijn van de kerk. Als we dan echter zo dwars liggen pp de ontwikkelingen naar een verenigde kerk, dringt zich ook onweerstaanbaar de vraag op naar eigen innerlijke gesteldheid. Ook 1993 had er alle tekenen van, dat het eenvoudiger is om binnen een verdeelde kerk eenparig dwars te liggen dan eenparig gemeenschap te oefenen. Het jaar 1993 bracht bijvoorbeeld schrijnend aan het licht wat ook in hervormd gereformeerde kring de heilloze gevolgen waren van de gelegitimeerde perforatie van gemeentegrenzen. Er is niets waarop we ons als hervormd gereformeerden kunnen verheffen.
Voortgang
Ook aan het eind van 1993 vergeten we intussen niet, dat er nog vele goede dingen in Juda waren. De dienst der verzoening vond nog voortgang. De kandelaar is nog niet weggenomen.
Ook in 1993 zond God 'goedertierenlijk verkondigers van de zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil' (D.L. I, 3).
Ook in 1993 werden weer nieuwe jonge dienaren des Woords in het ambt bevestigd. Ze namen de fakkel over van de ouderen en mochten zo de dienst voortzetten. Om ook in deze tijd medearbeiders te zijn in de dienst, om paarlen te hechten aan de Middelaarskroon van Koning Jezus.
Er vielen ook weer mensen weg, in gezinnen, families, kerkelijke verbanden, gemeenten. Lege plaatsen worden pijnlijk gevoeld. Gedachtig aan het apostolisch vermaan om onze voorgangers te gedenken, die ons het Woord Gods hebben verkondigd, en om hun werken na te volgen, noemen we hier de hervormd gereformeerde voorgangers, die in 1993 van ons heen gingen:
dr. H. Bout (87 jaar) 3 januari,
ds. C. van der Wal (94 jaar) 1 mei,
ds. E.E. de Looze (89 jaar) 11 mei,
ds. H. Jongebreur (79 jaar) 15 juni,
ds. T. van Delen (86 jaar) 30 juli,
ds. A.J. Kret (65 jaar) 16 oktober,
ds. A. Klein Kranenburg (84 jaar) 18 oktober,
dhr. W. van Kranenburg (60 jaar) 16 december.
God vergeet niet de arbeid der liefde aan Zijn Naam bewezen, als die de heiligen gediend hebt en nog dient (Hebr. 6 : 10).
Nu het jaar 1993 ten einde spoedt en we alle wederwaardigheden op ons laten inwerken, vinden we rust op de vaste grond, in de wetenschap, dat Christus Heere der wereld. Hoofd van Zijn gemeente en Heiland der Zijnen is.
Het welbehagen zal door Zijn hand gelukkig voorgaan. En Hij maakt een volk gewillig op de dag van Zijn heirkracht.
We zijn niet overgelaten aan 'de goden' maar onderworpen aan Zijn heerschappij. In dat geloof mogen we over de drempel van het nieuwe jaar gaan.
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1993
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's