Globaal bekeken
In het (nieuwe) blad Kerkinformatie werd 'uit de archieven' het volgende doorgegeven over 'Hervormd of gereformeerd?'
'De officiële benaming "Nederlandsche Hervormde Kerk" stamt uit de kerkorde van 1816, die werd vastgesteid door Koning Willem I en door de kerk aanvaard.
In de tijd van de Republiek was onze "grondwet" de Unie van Utrecht van 1579. De gewesten sloten zich aaneen tot een soort statenbond. Hoewel op het gebied van de godsdienst de gewesten een zekere beslissingsbevoegdheid behielden, namen zij alle de Gereformeerde godsdienst (de "christelijke gereformeerde religie") aan. Zij waarborgden daarnaast andersgezinden vrijheid van geweten, maar niet van openbare uitoefening van hun godsdienst.
De gemeenten waren per gewest georganiseerd in classes en hun vertegenwoordigers kwamen regelmatig bijeen in provinciale of particuliere synoden. Nationale synoden met vertegenwoordigers uit alle gewesten zijn in de zestiende eeuw enige malen bijeengekomen, maar na die van Dordrecht in 1618/1619 zijn ze niet meer gehouden.
Er was dus een verbond van afzonderlijke gemeenten per provincie met een eigen bestuur en rechtspraak, met die van de andere provincies verbonden door hetzelfde gereformeerde geloof, ledere gemeente noemde zich: de "Gereformeerde kerk van…". Samen noemden ze zich soms "kerk", maar meestal "kerken".
De gemeenten in de gehele republiek hadden dezelfde belijdenis (confessie Belgica), dezelfde catechismus (van Heidelberg) en dezelfde kerkorde (van Emden, uiteindelijk van Dordrecht 1618/1619). Omdat deze gereformeerd van karakter waren, was het kerkverband gereformeerd, dat wil zeggen gezuiverd, her-vormd ten opzichte van het oude, rooms-katholieke geloof.
De naam "hervormd" wordt in de tijd van de republiek nooit gebruikt, totdat een door de overheid benoemde commissie voor alle provinciale kerkverbanden samen een nieuwe psalmberijming gaat vervaardigen. Deze werd in 1773 aangenomen als 'Het boek der psalmen nevens de gezangen bij de Hervormde kerk van Nederland in gebruik". Vanaf die tijd spreekt de overheid geregeld van "Hervormd" of "Hervormd genootschap". De kerk zelf noemt zich echter nog altijd "Gereformeerd".
In 1809 maakt de regering een concept-reglement op de organisatie van het "Hervormd kerkgenootschap in het koninkrijk Holland". Door het overhaaste vertrek van koning Lodewijk Napoleon blijft dit in een bureaula liggen tot na de Franse tijd. In 1814 spreekt de grondwet van de Christelijke Hervormde kerk. Met het accepteren van de kerkorde van 1816 neemt dan de kerk de naam "Hervormd" officieel over.
De kerken die zich bij de Afscheiding (1834) en de Doleantie (1886) van de Nederlandse Hervormde Kerk hebben losgemaakt, zijn zich vervolgens opnieuw Gereformeerd gaan noemen.'
In het verzameld werk van mr. Abel J. Herzberg (uitgave Querido, Amsterdam) troffen we het volgende over Herodes:
'De joden, veelal mensen met heel andere jeugdherinneringen, zijn ook al geen vrienden van hem. Zij citeren, als zij over hem praten, bij voorkeur de historische uitspraak dat hij naar de troon geslopen kwam als een vos, geregeerd heeft als een tijger, en gestorven is als een hond. Zo sterk is hun afkeer van hem, dat, toen tegen het eind van de vorige eeuw de destijds beroemde Russisch-joodse beeldhouwer Antokolsky met een marmeren fantasie kwam over Iwan de Verschrikkelijke, Achad Haäm, een joods en zionistisch denker van het grootste gezag, hem verweet dat hij, zoekende naar het zinnebeeld van wreedheid en tirannie, de koning van Judea niet had verkozen boven de tsaar van Rusland.
Maar ook de grote beschermheer van Herodes, keizer Augustus (aan wie Vondel in zijn Gysbreght eveneens herinnert), die hem een mensengeslacht lang had vertrouwd en bewonderd, die alle reden had om hem welgezind te zijn en bovendien met betrekking tot gruwelen niet zonder ervaring was, gruwde ten slotte ook van hem. Hij liet zich op een goede dag ontvallen dat Herodes een man was aan wiens hof een varken het beter had dan een zoon. Dat was nog niet gezegd, of het was reeds een historisch woord geworden en werd nooit meer vergeten. En dat zou stellig niet gebeurd zijn, als het niet, met al zijn overdrijving en spot, raak geweest was. Er zat trouwens een Griekse woordspeling in (hujos is zoon, hus is varken), die men in het Nederlands zou kunnen weergeven door te vertalen dat Herodes zuiniger was op de zwijnen dan op de zijnen. Augustus zinspeelde erop dat het varken door de joden in Judea niet werd gegeven en bijgevolg ook niet geslacht, maar dat Herodes – afgezien van een indrukwekkend aantal andere moorden – wel drie van zijn zonen had laten doden, van wie twee bovendien volkomen onschuldig waren, terwijl de derde had gehandeld uit een wrok, die alleen maar begrijpelijk was. Dat die drievoudige moord had plaats gehad met toestemming van de machtige keizer zelf, vergat hij er natuurlijk bij te vertellen. Die toestemming, die nodig was omdat de slachtoffers, evenals hun vader, Romeinse staatsburgers waren, en daarom niet zonder inwilliging van het hoogste gezag in Rome konden worden ter dood gebracht, was alleen maar een welwillendheid jegens zijn leenman in Jeruzalem, en mocht de roem van Augustus uiteraard niet verduisteren.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's