Ook de kerk kan een papierwinkel worden
Overpeinzing bij de ingang van een nieuw jaar
'Kan ook een dominee zalig worden?', was de vraag, waarmee ds. H .S. J. Kalf, vlak voor zijn overlijden, nog éénmaal een grote lezerskring bereikte. Enige tijd geleden wijzigde op een bijeenkomst van predikanten een gewezen vrijgesteld predikant de vraag in díé zin, dat hij voor 'dominee' vrijgestelde dominee invulde. De vrijgestelde – dominee of niet-dominee –, op wèlke post dan ook, gaat namelijk gebukt onder de kerkelijke bureaucratie. Hij wordt bedolven door papieren, maar voegt intussen ook zèlf stapels papier aan het geheel toe. De moderne vergadercultuur vaart wèl bij de productie aan papieren, terwijl die productie op zich weer wordt bevorderd door de vergadercultuur.
Het bureaucratisch element raakt overigens zeker ook de 'gewóne' dominee. Dit vanwege de papierrompslomp, waarmee ook hij en iedere kerkelijke werker te maken heeft. Te verdedigen valt echter de stelling, dat de bureaucratie in de kerk recht evenredig is toegenomen met het aantal mensen, dat werd vrijgesteld. Ieder voegt immers eigen documentatie toe aan datgene, wat al bestaat.
En verder werkt de wet van Parkinson: alle werk trekt werk aan en noopt tot uitbreiding van menskracht.
We peinsden op de betreffende vergadering nog even verder over de vraag van genoemde vrijgestelde predikant; een vraag, die als achtergrond heeft de sterke wijzigingen ook in het kerkelijk arbeidsveld.
Neem de zending. Vroeger trokken de pioniers er op uit en op het thuisfront was er één of ander armetierig kantoortje, van waaruit het zendingswerk – gedragen door een bestuur met uitsluitend 'vrijwilligers' – werd gestuurd en begeleid. Toegegeven, de communicatie wàs er soms ook naar. Géén telefoonverbindingen zoals vandaag. Geen snelle verplaatsingsmogelijkheden. Zo goed als zendelingen zèlf er tijden over deden om in het zendingsgebied te komen, om dan vervolgens maar aan het pionieren te slaan, zó lang duurde ook het leggen van de contacten met het thuisfront. Maar intussen gebéúrde wèl één en ander. Op de wijze van het mosterdzaad was er het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest.
Kort geleden promoveerde aan de theologische faculteit van de Rijksuniversiteit te Utrecht drs. B. Plaisier, gewezen zendingspredikant voor de GZB in Torajaland, het gebied waar de GZB zijn pioniersarbeid begon aan het begin van deze eeuw. De dissertatie is een omvangrijk document geworden inzake de uitwerking van zulke pioniersarbeid in Torajaland. Na een periode van windstilte kwam daar een kerk van Christus en ze is er tot vandaag, opgekomen uit het heidendom en staande gebleven in de stormen van de tijd, als minderheid in de Indonesische samenleving. Wat met eenvoudige, gebrekkige middelen begon, kan thans kennelijk op papier worden gezet in een lijvig proefschrift.
Papier
Ik zeg intussen: lijvig proefschrift: een omvang namelijk van liefst 700 pagina's. Laat ik hier dan alleréérst een kanttekening maken. Dat een proefschrift vandaag zó omvangrijk kan zijn – het gaat langzaam maar zeker zelfs 'normaal' worden na 'De Reuver' (703 pag.) 'Verduin' (864) en 'Kool' (1023) in successie – heeft op zich al te maken met het feit, dat we vandaag zo snel, uitgebreid en uiterst efficiënt kunnen werken. De tekstverwerker immers biedt daarvoor de unieke mogelijkheden. Proefschriften zouden bepaald minder omvangrijk zijn wanneer nog met de ouderwetse schrijfmachine met carbonlint zou moeten worden gewerkt. De moderne apparatuur nodigt de promovendus niet meer tot matiging.
Ook de 'gewone' predikant is vandaag trouwens in de greep van de tekstverwerker. Neem alleen al de 'productie' van de preek. Bekend is het verhaal van de predikant, die zijn preken uitschreef in het bekende prekenboekje en die, wanneer hij een verschrijving maakte, opnieuw begon. Totdat hij natuurlijk in één keer zijn preken foutloos opschreef De joodse sofeer trouwens – de man, die de thora calligrafeert – mag óók geen fout maken. Maakt hij er wèl een, dan moet ook hij opnieuw beginnen.
Nu zal menig dienaar van het Woord zulk een perfectie in de uitgeschreven tekst van zijn preken nooit hebben willen nastreven. Sommigen laten het boekje zelfs helemaal onbenut. Hier en daar is het zelfs weer een gebod – want gééstelijker – wanneer de preek niet wordt uitgeschreven. Een onzes inziens ondeugdelijke stelling. Het wordt echter op de wijze van alléén maar het boekje ook allemaal wel héél erg in een keurslijf gedrongen. Er moet ook de nodige geestelijke elasticiteit blijven, dunkt me. Zo maakte ik dertig jaar geleden een dienst mee, waarin de voorganger – hij preekt nog als emeritus – na een kwartier zwoegen-uit-het-boekje – het manuscript ter aarde wierp en 'los handje' verder ging. Om maar te zwijgen van wijlen ds. J. T. Doomenbal, die in Huizen, na tien minuten preken, een ander boekje uit zijn zak pakte, omdat hij in de reeds begonnen preekstof niet kon inkomen.
Laten we de uitgewerkte preek nochtans echter maar als het normale beschouwen.
Maar hoe dan ook, monnikenwerk is dan vandaag voor de 'perfectionist' niet meer nodig. Vandaag kan ook de dominee bij het produceren van zijn preek maar 'aanrommelen'. Een slordig begin van het werk levert op de tekstverwerker uiteindelijk toch een 'perfect' eindproduct. Aan het uitbreiden en tussenvoegen behoeft namelijk geen einde te komen. De preek wordt ruw in de tekstverwerker gestopt en er vervolgens gaaf uitgehaald. En wil de voorganger, bij gebleken tekortkomingen na eerste gebruik, de preek aanpassen en bijstellen, dan valt zulks vandaag eenvoudiger en netter uit te voeren dan in het handgeschreven boekje.
Intussen zijn er ook vandaag nog (zelfs jonge) dominees, die vinden dat een 'bevindelijke' preek het best uit te schrijven valt achter een 'eikenhouten' tafel.
Papier
Onze hele samenleving staat intussen vandaag bol van papier. De verwerkingsmogelijkheden zijn eindeloos. Neem het boek. Wat is de waarde nog van het boek? Elke week, wanneer men wéér de boekhandel binnenstapt, ligt er weer een heel assortiment nieuwe uitgaven. En vervolgens: elke maand, wanneer men wéér bij 'De Slegte' binnenstapt, treft men daar, om zo te zeggen, de boeken al aan, die men kort te voren nieuw in de boekhandel zag liggen. De productiemethoden zijn dermate efficiënt en snel, dat het boek vandaag meer een verlengstuk is van het wekelijkse magazine dan een echt boek. Productietechnisch stelt het uitgeven van een boek vandaag in ieder geval veel minder voor dan nog slechts enkele tientallen jaren geleden, toen alles nog 'in lood' geschiedde.
De tekstverwerker en andere up-to-date apparatuur maken intussen vandaag van de kerk óók een 'papierwinkel'.
Wat in de samenleving zo gewoon is geworden, is ook in de kerk 'gewoon' geworden. Ook de kerk is in toenemende mate een papieren-kerk geworden.
Ook binnen de kèrk wordt, om een voorbeeld te noemen, veel wat al een keer gepubliceerd is van een kaft voorzien, en het is een (vaak overbodig) boek.
Ook binnen de kèrk werken de tekstverwerkers op volle toeren. Ook daar braken de printers en de fotokopieerapparaten dagelijks hun leesvoer uit, met ook alle papiervermorsing vandien.
Wie gewend is te bewaren, moet steeds méér bewaren.
Archiveren is vandaag dan ook geen sinecure. De opslagruimten worden – de microfilm ten spijt – gróter en gróter.
De Schrift zegt, dat lezen vermoeiing des vleses is. Welnu, vandaag vindt die vermoeiing des vleses vooral plaats vanwege de fotokopieerapparaten en de printers. Wie alles zou willen lezen wat wordt aangeboden, zou geen stilte meer hebben om nog eens ècht te lezen.
Vier
In het Spreukenboek staat, dat er vier zijn, die nooit zeggen: ik heb genoeg: het graf en de baarmoeder en de aarde en het vuur. Vandaag kan er met een moderne variant als vijfde aan worden toegevoegd: de tekstverwerker, mitsgaders alle aanverwante, papierverslindende apparaten.
Is het allemaal tot geestelijke zegen? In de fabel van Jotham (Richteren 9) lezen we, dat de vijgeboom en de olijfboom en de wijnstok geen koning over de bomen wilden zijn. De doornstruik wilde het wél. Maar wanneer de doornen het voor het zeggen krijgen zijn we wel bij de val in het paradijs. Is vandaag zo het woud niet het grote slachtoffer van de papierverslindende apparaten?
Babelcultuur!
Papieren kerk
Toen de kerken van hout waren, waren de harten van goud, luidt een oud gezegde. Toen de kerken echter van goud werden, werden de harten van hout of van steen. Daarin zit een kern van waarheid, al moet men hier niet verabsoluteren. Met een variant valt evenwel te vragen of de papierenkerk zoveel meer geestelijke uitwerking heeft dan de kerk, die zich met eenvoudiger middelen moest behelpen, nog niet zó lang geleden. Alleen al de persoonlijke communicatie bijvoorbeeld heeft vandaag geducht te lijden onder de communicatie op papier.
Ook in de kerk is bureaucratie troef.
Ook in de kerk draait de papiermolen verder. De kerk is mede opgenomen in de jacht naar efficiency oftewel doelmatigheid.
Ook de kerk communiceert vandaag snel over 'de lengte en de breedte van de aarde'. Maar is het allemaal geestelijke winst?
Laat ik dan mezelf eerst onderbreken en zeggen, dat in de mogelijkheden, die de moderne techniek ons biedt, ook uitdrukkelijk zegen kàn zitten.
En laat ik éven uitdrukkelijk mogen zeggen, dat ik niet zou weten hoe het vandaag allemaal ànders zou kunnen. We kunnen immers niet meer terug naar de trekschuit, we kunnen ook niet meer terug naar het 'loodzetsel' van nog maar enkele tientallen jaren geleden en naar de schrijfmachine met carbonlint.
We kunnen en behoeven ook in zendingsverband niet meer terùg naar de primitieve trektocht door het oerwoud van diegenen, die vroeger werden gegrepen door het beloftevolle perspectief van kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. Het kan sneller.
Heeft het echter allemaal geestelijker uitwerking? Breacratie – een papieren-kerk – kan geestelijke ontplooiing ook in de weg staan. We mogen weliswaar geloven, dat ook vandaag de overmacht van de Geest onze kerkelijke papierwinkel machtig is te doorbreken. Maar die 'papierwinkel' kan ook een eigentijdse hindernis zijn voor de echte communicatie van het Evangelie.
Matting
Daarom is er dunkt me aanleiding ons van tijd tot tijd de vraag te stellen of alles wat kàn ook móét. Het verkeer vraagt vandaag om terugdringing. Het papier ook!
Móéten alle boeken zonodig verschijnen, die vandaag verschijnen?
Móéten alle stukken zo driftig worden gekopieerd, zodat mensen door de bomen het bos niet meer kunnen zien?
Móét de tekstverwerker zodanig worden uitgebuit, dat alles wat kan, ook mag en moet?
Vroeger werd het christenleven wel eens gekoesterd vanuit 'het hoekje, met het boekje'. Vandaag is het hoekje er nauwelijks meer. Hoe meer papier immers, hoe minder rust en stilte.
Ziehier, enkele overpeinzingen bij de ingang van 1994.
Met het voortschrijden van de jaren is ook binnen de kerk de invloed van de moderne techniek voelbaar geweest.
Ook de kerk is vandaag een kerk in het computertijdperk.
In het jaar, dat voor ons ligt, zal het ook in de kerk aan papierverwerking niet ontbreken.
Wordt ons ook in het nieuwe jaar gegeven dat het Boek het wint van het papier. Want hoe gemakkelijk verdwijnt het Boek onder de vèle boeken en onder de papiermassa. Moge de bureaucratie wijken voor de heerschappij van het Woord.
Een gezegend 1994 toegewenst.
v. d. G
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's