Hij was in de wereld
Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend(Johannes 1 : 10)
Het eerste, wat ons in Johannes 1 : 10 opvalt, is, dat er driemaal over de wereld wordt gesproken: Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Daardoor krijgen we meteen zicht op de wereldomvattende betekenis van Jezus, dus ook van Zijn komst in het vlees. Jezus heeft met de wereld te maken. Dus niet alleen met de kerk, met ons persoonlijk, met Israël, maar met de wereld. Daarover nadenkend, gaat het er niet om, dat wij ons in die grote wereld verliezen. Nee, het gaat erom, dat wij iets van Jezus' grootheid zien, in Zijn macht maar ook in Zijn oneindige liefde en genade, opdat wij Hem zouden eren, en temeer ons aan Hem zouden toevertrouwen.
We beginnen met het midden van de tekst. De wereld is door Hem gemaakt. Want Hij is het Woord, dat in de beginne was bij God, dat zelf, God was, en waardoor alle dingen zijn gemaakt, niets uitgezonderd (vers 1-3). Er staat eigenlijk: alle dingen zijn door Hem geworden. Dat betekent, dat niet alleen alle dingen door Hem zijn geschapen, maar dat na de schepping alle leven, dat de eeuwen door is ontstaan en tot ontwikkeling is gekomen, door Hem is gegeven en geleid. Daar heeft Hij de hand in.
De wereld is door het Woord gemaakt. Maar dat Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (vers 14). Dat Woord is Jezus, die geboren is in Bethlehem, die geleden heeft en gestorven is, die verzoening heeft verworven voor ons zonden. Die Jezus heeft de wereld gemaakt. Onze Redder is dus ook onze Schepper. En omgekeerd: onze Schepper is onze Redder. Niet alleen ons behoud, maar ons hele bestaan rust in Zijn hand.
Zo gaan wij ook het eerste deel van de tekst verstaan: Hij was in de wereld. U denkt dan wellicht aan Bethlehem. Terecht. Maar Johannes 1 grijpt hoger en het grijpt terug. Ook dit zijn van Jezus in de wereld heeft met 'alle dingen' te maken, waarover vers 3 spreekt, en waarvan vers 4 zegt, dat daarin het 'leven' is en het leven is het licht' der mensen. En dan zegt vers 9 nog: dat licht verlicht ieder mens, komende in de wereld.
Dat zijn 'in de wereld' slaat dus ook op de tijd vóór Jezus' geboorte. Toen was Hij al in de wereld, toen was Hij al het licht der mensen, van ieder mens, die ter wereld kwam. Dus is Jezus niet alleen onze Redder, en ook niet alleen onze Redder èn Schepper, maar Hij is het leven zelf en het licht zelf, voor alle mensen.
Als een mens geboren wordt, zeggen wij wat plechtig: hij of zij heeft het levenslicht aanschouwd. Dat is waar. Maar Johannes 1 : 10 geeft er de volle diepte aan. Het leven zelf is een geschenk, een genadegeschenk uit de handen van het Woord, dat Jezus is. Om een ander voorbeeld te noemen. Als na lange dagen van regen en donkerheid, de zon door de wolken breekt, ademt de ziel op. Geen wonder. Want dit licht komt van Jezus vandaan. Als Jezus niet het leven en het licht der mensen was, zou het leven een hel zijn. Ieder mens moet het van Jezus hebben, of ze het geloven of niet.
Maar nu het vervolg van de tekst: …en de wereld heeft hem niet gekend. Hoe is dat nu toch mogelijk? Onze eerste reactie is: wat pijnlijk voor Jezus. Is dat nu het antwoord? Mijn lezer, heeft de zonde u wel eens pijn gedaan? Uw eigen zonden, maar ook de zonden van de wereld? Hoeveel zijn dat er niet? Hoeveel pijn bezorgen ze Jezus niet? Dan denk ik nog niet allereerst aan Jezus' lijden en sterven in het vlees. Maar ook aan Zijn lijden daarvóór, vanaf de eerste zonde reeds. Jezus is dan al het Lam, dat de zonde der wereld draagt. En die zonde is de afwijzing, de ontkenning van Jezus' liefde. Dat heeft in Israël zijn hoogtepunt gekregen. Daarom is op Golgotha het lijden van Jezus ook tot zijn hoogte- en dieptepunt gekomen. Golgotha is het culminatiepunt van Jezus' lijden aan en vanwege de wereld. Is er iemand geweest, die zo aan de wereld heeft geleden als Jezus? En toch is Jezus doorgegaan met het Licht en het Leven der wereld te zijn. Want Johannes 1 geldt nog. Dat is zijn volhardende liefde. Daar mogen we de wereld dus op aanzien. Op haar schuld in de afwijzing van Jezus, aan wie zij alles te danken heeft. Maar ook op de volhardende liefde en trouw van Jezus aan Zijn wereld. Want nog steeds blijft het gelden, dat Hij in de wereld is, en Hij is haar leven en haar licht.
Ik zou me kunnen voorstellen, dat u nu vraagt: maar wat moeten wij daar nu mee? Ik wijs op drie andere woorden uit het Johannesevangelie, uw nadere overweging waard. Het eerste is Johannes 3 : 16. Alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft… Ik lees daaruit, dat de Heere nog steeds van Zijn wereld houdt. Hij laat niet varen het werk Zijner handen. De wereld blijft Zijn wereld. Daarom volgt er in vers 17 op: 'Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden'. Dat is toch wel een wonder van genade. De wereld zegt al maar: ik ken u niet, ik wil niets van u weten. En in Jezus blijft God maar zeggen: Ik houd van je. Ik kan en wil je niet loslaten. Ik wil je behouden. Zo denkt God, zo denkt Jezus over de wereld. Daarom laat Hij zich noemen 'de zaligmaker der wereld' (Johannes 4 : 42). Mijn lezer, hoe denkt u over de wereld?
Het tweede vind ik in Johannes 16 : 33, een woord van Jezus aan Zijn discipelen, vlak voor Zijn sterven. 'In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen'. Wat en hoe heeft Jezus dan overwonnen? Ik denk, dat Hij de macht van de duisternis en het ongeloof, waaraan de wereld zich heeft prijsgegeven, heeft overwonnen. Dat betekent, dat deze wereld, door Jezus gemaakt en in stand gehouden, gedragen en verdragen en door alles heen blijvend liefgehad, eenmaal volkomen en rechtmatig Hem zal toebehoren. Daarom mogen wij de moed erin houden.
En dan het derde. Johannes 17 : 15, een moment uit het hogepriesterlijk gebed. 'Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze'. Dat versta ik zo, dat niet alleen Jezus de wereld vasthoudt, ondanks alles, maar dat hij aan Zijn discipelen vraagt, dat zij de wereld ook vasthouden. Niet om met haar mee te doen in haar boosheid en ongeloof. Want dan geldt, dat èn Jezus èn Zijn discipelen zich van deze wereld distantiëren en intussen lijden aan haar ongeloof. Dat laatste maakt vooral de verdrukking van de discipelen in de wereld uit. Men leze in dat licht vers 9: Ik bid niet voor de wereld'.
Maar de wereld mogen zij vasthouden wel in die zin, dat zij in die wereld iets mogen uitstralen van de verzoenende en vernieuwende liefde van Jezus, dwars door alle tegenstand en vijandschap heen.
Dus nog een keer. Jezus was al in de wereld, want de wereld is door Hem gemaakt. Maar de wereld heeft Hem niet gekend. O, hoe ontzettend is het ongeloof! En toch heefft Hij de wereld lief en Hij heeft haar al overwonnen. En tot u en tot mij zegt Jezus: laat de wereld zien, dat Ik haar leven en haar Licht ben.
C. Graafland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's