De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

6 minuten leestijd

GORINCHEM
Reeds eeuwen domineert in Gorinchem de St. Janstoren, die met zijn hoogte van ruim 60 m hoog boven de bebouwing uitrijst. Oorspronkelijk vormde de toren een eenheid met de middeleeuwse kerk, die was toegewijd aan de stadspatroon St. Maarten. De toren werd gebouwd in de tweede helft van de 15e eeuw, maar de kerk was zeker een eeuw ouder. Het kerkgebouw had ramen met spitsbogen en had nog andere elementen, die kenmerkend waren voor de bouwkunst van de gotiek. Het was een zgn. kruiskerk met twee beuken van gelijke hoogte. De inwoners van Gorinchem hadden veel over voor hun bedehuis, waaraan door duizenden handen moet zijn gearbeid. De toren zou minder hoog worden dan oorspronkelijk was pedacht. Hij werd in zijn groei gestoord door verzakkingen, wat nog is te zien aan de scheve stand van de onderbouw. Bovendien kan geldgebrek natuurlijk ook een belemmerende factor voor voortgaande bouw zijn geweest. In plaats van een slanke bovenbouw kreeg de zware bakstenen kolos een achtkantige spits als bekroning, daarmee het silhouet van Gorinchem voor een belangrijk deel bepalend.
In de middeleeuwse stad was de parochiekerk het centrum van het kerkelijk gebeuren. Behalve de St. Maartenskerk kende Gorinchem nog andere kerken, zoals de Bagijnenkerk aan de Haarstraat en de Kapel aan de Arkelstraat; bovendien waren er nog enige kloosters te vinden, waar mannen en vrouwen een teruggetrokken leven leidden. Het kerkelijk leven nam een belangrijke plaats in in het bestaan van de middeleeuwer. Het kerkgebouw bevatte ongetwijfeld heel wat kunstschatten en kostbaarheden. Diverse gilden en broederschappen hadden er een eigen altaar.
De komst van de Geuzen in Gorinchem eind juni 1572 maakte abrupt een einde aan de gevestigde situatie. De in de stad aanwezige geestelijken werden gevankelijk weggevoerd. Onder hen waren Nicolaas Pieck, de gardiaan (overste) van het minderbroederklooster aan de Arkelstraat, Leonardus van Veghel, de laatste pastoor van de St. Maartenskerk, de onderpastoor Nicolaas van Poppel en met hen 16 anderen. Op 9 juli 1572 werden zij door de Geuzen op wrede wijze om het leven gebracht in een turfschuur bij Den Briel, wat geschiedde tegen het bevel van Willem van Oranje in.
Het midden in de stad staande kerkgebouw werd ontdaan van al wat herinnerde aan de katholieke traditie van weleer. Altaren, beelden, kerksieraden en schilderstukken verdwenen, evenals de gebrandschilderde ramen. Een onttakeld kerkgebouw met een sober interieur bleef over, waarin weldra diensten werden gehouden door predikanten, die de gereformeerde religie waren toegedaan.
De ideeën van Calvijn, Luther en andere hervormers vonden een gretig gehoor. Die geluiden waren niet nieuw, want reeds jarenlang hadden die denkbeelden op geestelijk gebied opgang gemaakt. De verbreiding moest echter in het verborgene plaatsvinden, omdat de overheid op gezag van keizer Karel V en koning Philips II krachtdadig optrad tegen degenen die de gevestigde orde, waarin de rooms-katholieke kerk een centrale plaats innam, ontrouw waren. Door de gewijzigde omstandigheden was de situatie nu geheel veranderd. Opvattingen, die eerst als ketters waren betiteld, konden voor het eerst vrijelijk worden verkondigd. In plaats van priesters gingen in de Grote Kerk predikanten voor en onder hun gehoor bevonden zich zowel de stadsbestuurders en aanzienlijke burgers, als de eenvoudige ingezetenen. Al in 1575 waren verscheidene predikanten in Gorinchem werkzaam, maar weldra liep hun aantal terug tot slechts twee. Een bekende predikant uit die beginperiode was Caspar Coolhaes, later hoogleraar te Leiden. Een zeer langdurige staat van dienst hadden: ds. J. Geesteranus (1593-1630), ds. J. Spiljardus (1618-1658), ds. J. Ubelman (1670-1715), ds. A. de Pecker (1860-1916) en in meer recente tijden: ds. J. Vreugdehil (1924-1954) en ds. C. van den Bosch (1961-begin 1986).
De Grote Kerk moest in september 1844 wegens verregaande bouwvalligheid worden gesloten en werd daarna gesloopt. Daarmee is een belangrijk historisch monument voor Gorinchem verloren gegaan. Herstel werd om financiële redenen niet haalbaar geacht. Besloten werd om op dezelfde plaats een nieuwe kerk te bouwen, eveneens aansluitend aan de monumentale toren.
Uit zuinigheidsoverwegingen werd het nieuwe kerkgebouw zo eenvoudig mogelijk gehouden. Inclusief het meubilair bedroegen de kosten nog geen ƒ 85.000,–. Het orgel uit de oude kerk werd slechts ten dele benut. Het instrument was in 1761 vervaardigd door de verdienstelijke orgelbouwer J. H. H. Batz, met gebruikmaking van onderdelen van een bijna een eeuw ouder orgel, dat was gebouwd door S. Cosijns. De orgelbouwer C. G. F. Witte veranderde het door hem aangetroffen orgel echter vrij ingrijpend, maar na ruim een eeuw – in 1960 – kreeg het, dankzij een grondige restauratie, zijn oorspronkelijke klank weer terug. Reeds vele jaren (vanaf 1-1-1953) wordt dit orgel bespeeld door de begaafde organist Jan Bonefaas.
Intussen was de hele Grote Kerk toe aan een grondige restauratie, die met voortvarendheid plaatsvindt. De kosten daarvan staan in geen verhouding tot de oorspronkelijke bouwkosten (zie hiervoor). De kosten van de restauratie van de buitenkant bedragen ± ƒ 3.300.000,–; voor het binnenwerk wordt bijna ƒ 1.000.000,– geraamd.
Door de na-oorlogse groei van Gorinchem kwam er behoefte aan een tweede kerkgebouw (met vergaderzalen). Na een periode waarin een houten noodkerk in gebruik was, werd een nieuwe kerk – een eigentijds gebouw met een 'tentdak' – in gebruik genomen; dat was op 18 maart 1964. Deze kerk heeft ± 550 zitplaatsen en heet de 'Exoduskerk'.
In de Hervormde gemeente te Gorinchem waren de 'richtingen' steeds duidelijk aanwezig. Er zijn met ontheffing van de bepalingen van ordinantie 2.10 van de kerkorde, nog steeds geen geografische wijkgemeenten gevormd. In plaats daarvan is de gemeente verdeeld in drie 'pastoraten' (zgn. mentale wijkgemeenten) met elk een eigen predikant en eigen ouderlingen en diakenen, de 'kleine kerkeraden' (zonder kerkordelijke bevoegdheden). Deze worden aangeduid als: Hervormd-Gereformeerd Pastoraat, het Middenpastoraat en het Open Pastoraat (oorspronkelijk de vrijzinnige richting). Tot 1955 hadden de vrijzinnigen – op grond van stemverhouding – de meerderheid in de kerkeraad en in de kerkvoogdij. Sinds ongeveer 1960 hebben de drie pastoraten, op grond van toen gemaakte afspraken, een gelijke vertegenwoordiging in die colleges.
De Hervormde gemeente van Gorinchem is in zekere zin een vrij getrouwe afspiegeling van de landelijke Hervormde Kerk. De gemeente is, wat structuur betreft beslist geen voorbeeld om na te volgen. Het is een gebrekkige gemeente, een gemeente van zondaren; en toch… een gemeente van geheiligden in Christus Jezus (1 Kor. 1 + 2). Een gemeente met hoogtepunten wanneer blijkt dat het gepredikte Evangelie bij ouderen en jongeren gehoor vindt en geloofd wordt, en wanneer dat geloof ook in het openbaar beleden wordt.
Het werd door velen ook als een hoogtepunt ervaren toen in de dienst van 20 oktober 1990 zeven verstandelijk gehandicapten belijdenis des geloofs aflegden. Maar ook dieptepunten als leden, zelfs die waarvan veel verwacht werd, afhaken en als het menselijke in het gemeenteleven domineert. Met elkaar bezinnen we ons veel aangaande de vragen van gemeente-opbouw in deze tijd. De vastheid en het voortbestaan van de gemeente hangt echter niet in de eerste plaats af van haar leden, maar – en dit geeft vertrouwen – van het Hoofd der gemente: Jezus Christus (zie antw. 54 van de Heidelbergse Catechismus).

A. Terlouw

N.B. De historische gegevens van vóór 1960 zijn ontleend aan een publicatie van de stadsarchivaris, dhr. A. J. Busch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's