De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nadenken over onze kinderen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nadenken over onze kinderen

10 minuten leestijd

Hebt u wel eens opgemerkt hoe eigenaardig het in het Evangelie staat: laat de kinderkens tot Mij komen, terwijl wij toch lezen, dat de moeders ze tot hem brachten. Er blijkt uit Jezus' Woord dit in ieder geval wel, dat de kinderkens niet voortgesleept behoefden te worden en niet vol angst het behuilde gezicht van die vreemde man afwendden. Jezus oefende klaarblijkelijk aantrekkingskracht uit op die kinderen. Mij dunkt – zit daarin niet een wenk voor de opvoeding van de kinderen? Het komen tot Jezus moet geen gevolg zijn van dwang op het kind uitgeoefend. De landeren moeten niet worden gesleept en gesleurd naar de plaatsen waar over de Heiland wordt gesproken. Wanneer dat gebeurt, hebben wij wel eens te klagen over een levenshouding, die helemaal krom en scheef gaat. Er zijn voorbeelden te noemen van ouderen, die levenslang hun ouders een verwijt maken vanwege allerlei plichten, die hun op de schouders werden gelegd. Er zijn er, die daarover nu boeken schrijven en er dik geld aan verdienen. Zij zijn hun frustraties levenslang niet te boven gekomen.


Het is wel gebeurd, dat kinderen tot straf tweemaal naar de kerk werden gezonden of ter beloning van één kerkgang werden vrijgesteld. Dat gebeurde bijvoorbeeld een eeuw geleden met de weesjongens in een provinciestad in Holland. Ze hadden zich dapper gedragen bij het blussen van een brand en mochten nu de eerstvolgende zondag thuisblijven van de avonddienst. 't Zou dan beter zijn ze tot straf niet te laten opgaan. Verhindert ze niet om tot Jezus te komen is het Woord. Maar daar zijn vaak zoveel belemmeringen, die de ouders, ook godvrezende ouders, op de weg van hun kinderen werpen, waardoor zij verhinderd worden tot Jezus te gaan.


Er bestaat een soort vertroebeling van de gewetens, dat de noodlottigste gevolgen met zich meebrengt. Alles bijvoorbeeld wordt voor zonde verklaard, ook de natuurlijkste uitingen van levenslust en levensvreugd. Zo maakten wij eens mee, dat kinderen aan het kerkje spelen waren. De trap in de schuur was de preekstoel, de mondharmonica het orgel, de wasteil aan de muur was de kerkklok, de bezemsteel diende om op de teil te slaan. Zo waren de kinderen in hun spel verdiept, dat ze niet eens bemerkten hoe daar de boze buurvrouw aankwam. Ze kenden maar één psalm: Opent uwe mond… Op dat moment kwam de buurvrouw binnen en bestrafte hardnekkig dit pure kinderspel. De siddering vloog door die simpele kinderzielen heen. Neen, dan was de oude grootvader wijzer, die zich doodgemoedereerd onder de zingende kinderschare zette en vrolijk tot aan het einde meezong…


Geen wonder, als het natuurlijke kinderleven zo gefnuikt wordt, dan is het van tweeën één: of het kind, dat onder die druk wordt opgevoed, wordt schuw en mijmerend. Het kan zich in niets meer verblijden, het vreest overal de slang onder het gras. Of het denkt: als toch alles zonde is, wat ik doe, dan komt het er ook niet op aan wat ik doe. Daar komt nogal eens bij, dat bij de opvoeding vooral de zuiverheid der leer op de voorgrond wordt gesteld; dan meent het kind al spoedig in zijn rechtzinnigheid een toestemming te hebben voor het kwaad, dat het doet. Het gebeurt nogal eens, zoals wij weten, dat men later die rechtzinnigheid, wier holheid men heeft leren kennen overboord werpt en zinkt dan weg in puur materialisme. Gehele gemeenten kunnen in zulk een gang afglijden, niet omdat ze onrechtzinnig werden bepreekt, maar omdat het alleen holle klanken waren. Er is verzuimd geworden naar recht te onderscheiden tussen een ernstig Evangelie der genade of een ware, maar dorre leer.


Wij hebben hemelse wijsheid nodig om te waarschuwen. Er wordt zo gauw iets tot zonde gestempeld, terwijl later een geheel ander oordeel moet worden gevormd. Hier wreekt zich vooral een manco in de prediking. Het blijkt ons wel eens, dat wij een ander oordeel hebben dan anderen, die men een even ernstige levensvoering niet kan ontzeggen. Voor diegenen geldt blijkbaar een andere maatstaf. Wij mochten vroeger niet gaan kijken naar de uitvoering van een fanfaregezelschap op de markt van het dorp in het openbaar op een mooie zomeravond, maar o, schrik, toen wij het toch waagden, de kinderen van de dominee stonden vooraan. Eigenlijk zijn wij daar jarenlang niet uitgekomen. Zulk een verwarring bracht dat in ons kinderhart!…


Trouwens, nu wij het toch over de dominee hebben, er bestaat in de gemeente soms zo'n soort idee, dat voor de huisgenoten van de predikant zonde is, wat geen zonde is voor de leden van de gemeente zelf. Je kunt je dan als predikant naar deze onredelijke eisen schikken en aan je kinderen allerlei voorschrijven of onthouden, wat je anders nooit zou gebieden of verbieden. Men kweekt dan een dubbele moraal. Een pastoriemoraal en een gemeentemoraal. Wij behoeven niet op te merken, dat zo'n levenshouding wrevel kweekt in kinderharten. Dat loopt er op uit, dat zij het maar een droef bestaan vinden om predikantskinderen te zijn en dat zij, wanneer zij het maar enigszins kunnen, alles afschudden, wat met dat feit in verbinding staat. Nog herinneren wij ons als de dag van gisteren dat gemeentelid, dat ons voorhield, dat er van predikantskinderen nooit wat terechtkwam. Deze had zich voor de trein geworpen, een volgend kind was verdronken, een derde was aan lager wal geraakt – het ergste was, dat het allemaal nog klopte ook. Naam en toenaam werden genoemd. Pas veel later zagen wij, dat het maar een deel van de werkelijkheid was. Er zijn ook mooie voorbeelden te vinden!


Natuurlijk moet het gezin van de predikant een goed gezin zijn. Predikanten wonen nu eenmaal in een glazen huis. Zo ooit, dan geldt het voor hen, dat zij en hun huis als een stad op een berg liggen, die iedereen in het oog valt. Maar het is nog wat anders dat een preddikant van zijn kinderen oude mannetjes en oude vrouwtjes moet maken. Je mag lachen in een pastorie, waarom niet?… Het leven in een pastorie geeft maar al te vaak oorzaak van dolle situaties te zien; wonderlijke voorvallen mee te maken. Je moet wel van hout zijn, om dan je ernst te bewaren. Dat vlakt heus niet uit, dat er ook ernstige dingen zich voordoen. Juist een voorganger weet van diepe schrijnende levensgevallen. Zelden leert men het leven beter zien dan dáár, ook al beweert men het tegendeel. Het ideaal is toch wel dìt, dat predikantskinderen later met vreugde terugzien op het ouderlijk huis. Het natuurlijke leven mag daar worden geleefd, ook voor de kinderen. En bovendien, wat zal het een zegen zijn als het Woord Gods, daar gestrooid, ontkiemt onder degenen, die er het dichtst bij zaten!


Een gezellig ouderlijk huis bewaart ook voor zonden tegen het zevende gebod. De verleiding om dit gebod te overtreden is telkens groot voor jonge mensen, die geen gezellig thuis hebben. Het gebeurt nog maar al te vaak, dat ouders 's avonds visite houden of op visite gaan. Wat is er dan voor de kinderen aardigheid aan om thuis te blijven? De televisie staat tegenwoordig vaak aan, maar dat apparaat doet ons de kunst van converseren verleren. Er is bij ons niets aan thuis, zei ons onlangs een jongen – je kunt nooit meer eens praten met vader en moeder. Daarom ga ik maar weg naar mijn vrienden en dan zetten we wel wat òp om de avond spannend te maken. U moet dan zelf maar invullen wat dat spannend maken betekent. Het is dan ook goed als ouders althans één avond in de week thuis te blijven en die avond dan voor het gezin te geven. Van een bekend schrijfster lazen wij nog onlangs, dat ze bijna altijd thuis was. Zo hebben wij het ook ondervonden. Er zijn nog vele moeders, die thuis zijn de hoogste deugd achten en zij hebben gelijk. Waarom dat altoosdurende uitgaan – de mensen kunnen zich niet meer vermaken. Er móet altijd iets. De televisie kan de sfeer totaal bederven. Trouwens, als er één ding is, dat de passiviteit bevordert, dan is het dit instrument. En werd het nu maar met wijsheid gebruikt, maar dat is het kwalijke punt…


Wij weten, dat onze kinderen naar veel gelegenheden kunnen gaan, waar wij ze nu juist niet graag zien. Dan komt het op de fantasie aan om juist in huis wel allerlei te doen of te spelen, waardoor het de kinderen in huis gezellig gemaakt wordt. Wat is het mooi als vrienden thuis mogen komen! Helaas, daarop stuit vaak de wrevel af. Ouders moeten weten, dat gastvrijheid ook wat kost. Tijd en geld. In iedere gemeente zijn er nog van die gezinnen, waar het een zoete inval is. Wij hebben opgemerkt, dat daar juist gave mensen opgroeien, die leren met anderen om te gaan. Wie van catechisanten houdt en met ze praat, gevoelt aldra of zulke jongelui uit een gaaf gezin voortkomen, dan wel uit scheve gezinnen, waar alles wordt gekritiseerd. Van die zondagavonden in de kinderjaren zal het afhangen, of de kinderen zich op den duur aangetrokken gevoelen tot het ouderlijk huis, dan of zij het zoveel mogelijk ontvluchten zullen. Trouwens, zou het nog wel gebeuren, wat eens de oude professor Tholuck deed? Hij ging van tijd tot tijd met studenten wandelen en tijdens die wandeltochten ontspon zich een vertrouwelijkheid, die voor velen van hen een eeuwige zegen heeft betekend. Jonge mensen hebben tegenwoordig zo'n behoefte om te praten en zij hebben een veel opener levenshouding dan wij vroeger. Wij gingen veel stijver door het leven. Wat de mallotigheden van de jonge mensen betreft – daar moet u maar dwars doorheen kijken.


Kinderen zijn nu eenmaal kinderen. Wij behoeven ons niet te schamen gespeeld te hebben, het is veel erger het spel nooit te hebben gestaakt. Daar zijn plichten, waarvan het kind van jongs af aan moet worden gewend; daar zijn goede gewoonten, die het van jongs af aan moet leren. Daar is het gebed. Laat het kind ook weten, dat evenmin als vader en moeder al de wensen van het kind toestaan, opk de hemelse Vader niet alles geeft zoals het van Hem gevraagd wordt, omdat Hij beter weet, wat nodig is, dan het verstandigste kind. Daar is het meegaan naar de kerk. Als uw kinderen met u mee willen gaan, zendt ze niet weg naar een jeugdsamenkomst, omdat zij toch van de preek niets begrijpen en zich maar vervelen. Daar kan toch wel eens het een of ander zijn, dat hen boeit en dat zij meenemen. Wat men als kind meeneemt, neemt men mee voor heel zijn leven. Wees voorzichtig met een ijzeren dwang! Zorg dat zij graag meegaan en graag mee blijven opgaan.


Daarom hebben wij predikanten ook aan de kinderen te denken, die mede in de kerk zitten. Laat er ook voor hen iets in onze preek zijn, wat onder hun bevatting valt. Neen, niet een afzonderlijk stuk als het ware toegesneden voor kinderen, maar iets dat hen, ook hen, doet luisteren. Niet in het kinderachtige schept het kind en allerminst het grote kind behagen. Het wil graag als een groot mens behandeld worden. Maar daarom kunnen wij toch wel iets geven, dat ook op het kind vat heeft. Wij kunnen zo goed gebruik maken van voorvallen uit de zendingsgeschiedenis of uit de gewone kerkgeschiedenis, als illustraties van hetgeen de preek als hoge geestelijke waarheden geeft. Pluk rondom uit levensbeschrijvingen, uit mooie boeken. Grijp maar uit het volle leven, dat is altijd interessant. Zulke delen van de preek kunnen middelen zijn, waardoor een leven lang liefde tot Christus ontstaat.

A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nadenken over onze kinderen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's