De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heeft de kerk open normen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heeft de kerk open normen?

10 minuten leestijd

Nadat de hervormde synode enige tijd geleden besloten had tot het invoeren van het zogeheten partnerpensioen, dat wil zeggen een pensoenregeling voor niet-huwelijkse relaties, werd door een drietal predikanten daartegen bezwaar aangetekend bij de 'Generale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen'. Zij meenden, dat de synode met deze beslissing in strijd met de kerkorde had gehandeld, waarin namelijk alléén gesproken wordt over het huwelijk, dat als 'inzetting Gods heilig gehouden zal worden'.
Dit bezwaar is door genoemde commissie afgewezen. In het hiervolgende gaat het mij niet om die zaak op zìch maar meer in het algemeen om de aangevoerde argumenten. In de 'beoordeling' wordt namelijk gezegd, dat de kerkorde, naast bepalingen, die een bepaald 'welomschreven gedrag voorschrijven of verbieden' in juridische zin, ook zogenaamde 'open normen' bevat. Welnu, de norm in de kerkorde, dat 'het huwelijk als inzetting Gods zal heilig worden gehouden' is, blijkens genoemde 'beoordeling', zulk een open norm in kerkrechtelijke zin.

Wat 'open norm' hier betekent, wordt verder duidelijk in het vervolg, als wordt gezegd, dat het de commissie voorkomt 'dat er in de breedte van de kerk wat genuanceerder over huwelijk en relaties wordt gedacht dan in 1952'. Dàt nu lijkt op z'n minst een merkwaardige redenering. Is hoe gedàcht wordt méér norm dan wat kerkordelijk is vastgelegd? Open normen hebben dus kennelijk te maken met hoe in de breedte van de kerk wordt 'gedacht'?


Tijdens een bezinningsavond over de kerkorde voor de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland dook deze kwestie ook in andere zin op. Ten aanzien van de, ten opzichte van de huidige hervormde kerkorde, àfgezwakte artikelen inzake doop, huwelijk, ambt en avondmaal, kwam namelijk óók de situatie aan de orde. Bij het opstellen van de kerkorde – zo bleek – was mede uitgegaan van ontwikkelingen in déze tijd, oftewel van de gegroeide situatie na 1952. De situatie, zo werd van bevoegde zijde gezegd, moest ook voor honderd procent ernstig worden genomen. De norm volgt om zo te zeggen de gegroeide praktijk.
Open normen zijn kennelijk normen-inontwikkeling, gegéven namelijk de ontwikkelingen in het denken binnen de samenleving en alszodanig ook binnen de kerk zèlf. Daarover wil ik hieronder nog enkele opmerkingen maken.

Beginselen
In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog vond niet alleen bezinning plaats op de wijze van kerk-zijn, waarbij het dus tot een nieuwe kerkorde kwam, maar er was tevens diepgaande bezinning op de politieke inrichting van onze maatschappij. In die tijd braken mensen, die voordien tot confessionele partijen behoorden (vooral uit de Christelijk Historische Unie), samen met vooroorlogse socialisten dóór naar de Partij van de Arbeid. Met name ook in de Hervormde Kerk leidde die doorbraak tot ingrijpende discussies. Het ging toen over de zogeheten beginselen. De doorbraakchristenen verzetten zich tegen wat men noemde 'eeuwige, altijddurende beginselen'. Het ging hen om het zogeheten Gebot der Stunde, het gebod van het uur. Als het waar is – schreef dr. C. J. Dippel – dat beginselen in een partijpolitiek program zijn vast te leggen, behoeft men verder nergens meer over na te denken. Christelijk handelen echter in de politiek, zo stelde Dippel, is: voortgaan van beslissing tot beslissing, gewoon op zakelijke gronden. Wel ligt aan zulke beslissingen een geestelijke basis ten grondslag, maar christenen motiveren deze niet als een volbrengen van het gebod Gods.


Later hebben sommigen teleurgesteld afscheid genomen van de doorbraak, zoals die binnen de Partij van de Arbeid gestalte had gekregen. Van genoemde geestelijke basis was op den duur kennelijk niet zoveel merkbaar of mogelijk geweest. We zouden een stap verder kunnen gaan en willen vragen: zijn geestelijke waarden wel echt veilig gebleken bij de verdere ontwikkeling van de doorbraak?
Bij het verscheiden van minister Dales, zelf behorende tot de tweede generatie doorbraakchristenen, merkte de huidige fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer op, dat bij ethische kwesties toch altijd een zekere religieuze motivatie merkbaar was bij deze minister. Louter door dit te zeggen lijkt het erop, dat dit verschijnsel kennelijk een witte raaf is binnen de huidige PvdA. Maar overigens moeten we vragen hóé in ethische vragen de beslissingen in werkelijkheid dan zijn uitgevallen. Hoe zit het dan als het gaat om de beschermwaardigheid van menselijk leven, van zicht op huwelijk en gezin, en in algemene zin op recht en gerechtigheid?


Overigens is men in de loop der jaren ook in de christelijke politiek over beginselen gaan zwijgen of terughoudend gaan spreken. We houden het tegenwoordig op programs van uitgangspunten, die dan telkens bijgesteld worden. Moet echter niet in alle eerlijkheid worden gezegd, dat ook de christelijke politiek daarom vaak het spoor bijster is geraakt als het gaat om normen en waarden?
Zo èrgens, dan is in het politieke leven intussen wel duidelijk geworden wat ópen normen zijn. De normen worden dan in belangrijke mate bepaald door de stiuatie zelf: van onderop. En op den duur wordt de gegroeide norm tot wet.

De kerk
En dan nú terug naar de kerk. Toen dr. Dippel in de vijftiger jaren zijn gedachten ontwikkelde over de doorbraak, stelde hij ook, dat het niet de taak van de politicus is om het volk op te roepen tot gehoorzaamheid aan het Woord van God. Dat behoort tot de taak van de kerk, die hiertoe de mogelijkheid bezit van herderlijke schrijvens en boodschappen.
In het hervormd herderlijk schrijven van 1955, 'Christen zijn in de Nederlandse samenleving', werd dat ook met zoveel woorden gezegd. Van alle partijen en van alle christenen in de partijen werd wel gehoorzaamheid aan het Woord Gods verwacht. Maar ook in dit geschrift werd niet uitgegaan van beginselen. Alle partijen werden in principe mogelijk geacht voor een christen. Slechts wanneer uit de programma's en daden van een partij zou blijken, dat ze zich voor het christelijk getuigenis en voor de kritiek van het gebod Gods heeft toegesloten, moest de kerk van zo'n partij afmanen. Maar kennelijk – zo moeten we constateren – is er in de loop der jaren weinig aanleiding geweest om aan deze uitspraak consequenties te verbinden. Heeft dat te maken met het feit, dat alle partijen zo ópen staan voor de kritiek van het Woord of heeft het eerder te maken met het feit, dat de kerk zelf ook geen raad meer weet met de profetische roeping naar de overheid toe vanúit het Woord? Of acht (ook, zelfs) de kerk het voldoende als alles maar democratisch toegaat?
Met andere woorden: is de kerk zelf haar theocratisch zicht op het volksleven niet kwijt geraakt? Want theocratie is immers geen staatsinrichting maar een overtuiging, opkomend uit het belijden van het recht Gods op mens en samenleving!

Hoe open?
Als nu dan ook, zelfs in officiële stukken, gesproken wordt over 'open normen' in de kerk, zou het wel eens kunnen zijn, dat de seculariserende samenleving meer openheid heeft gekregen naar de kerk toe, dan dat de kerk nog profetische zeggingskracht heeft naar volk en overheid toe met betrekking tot 'normen en waarden'.
Laten we maar bij het voorbeeld in het begin van dit artikel blijven. In 1952 werd het huwelijk een 'inzetting Gods' genoemd. Nu denkt men – aldus de uitspraak inzake het genoemde bezwaarschrift – in de breedte van de kerk genuanceerder over huwelijk en relaties dan in 1952! Is dat omdat de kerk zoveel meer zicht heeft gekregen op datgene, wat het Woord in deze zegt, of is het omdat in de breedte van de sámenleving genuanceerder (om het zacht te zeggen) over huwelijk en relaties wordt gedacht?
De kerk is een kleine minderheid geworden in de samenleving. Beslissingen in ethische zaken vallen in onze samenleving binnen denkkaders, waar de kerk met haar boodschap nog nauwelijks toegang heeft. Van de weeromstuit heeft de samenleving dan ook eerder invloed gekregen op ethische beslissingen binnen de kèrk dan omgekeerd. Of de kerk wéét het zelf niet meer, en raakte tot machteloosheid gedoemd. Het ontbreken van een artikel over het huwelijk in de kerkorde is hier een teken aan de wand. In 1952 heette het huwelijk nog 'inzetting Gods'. Nu weten de zich verenigende kerken in deze níéts meer te zeggen.

Misverstand
Behoeft een christen dan niet meer, zoals Dippel suggereerde, na te denken als hij uitgaat van beginselen? Integendeel. Het bloedwarme of ijskoude leven van alledag vraagt ook om wegen, die gebaand moeten worden om de beginselen uit te werken. Beginselen zijn er niet om vanuit ivoren torens te roepen hoe het moet. Beginselen zijn er om mee op weg te gaan.
Nu spreekt de kerk echter de laatste tientallen jaren ook over 'de weg van het belijden'. Dat is ook enkele malen het geval in de nieuwe kerkorde. Maar een weg heeft een begin, een vervolg en een eind. Het begin wordt, als het goed is, gevormd door wat echt beleden wordt, de belijdenis. En zo vormt voor de praktijk van het leven het begin van de weg toch ook het beginsel. Van daaruit gaat de kerk op weg in bezinning, pastoraat en apostolaat. Wie niet weet waar de weg begìnt, weet ook niet waar deze úitkomt. De situatie is niet het beginsel zelve. De weg zelf is niet de norm.


Het zij toegegeven: beginselen kunnen zó gesloten en dan steeds strakker worden gehanteerd, dat de vraag naar de aansluiting bij het leven van de mensen, die niet door de boodschap van het Woord Gods innerlijk (of zelfs ook uiterlijk) zijn geraakt, wordt gemist. Door louter wettische hantering van beginselen, los van (pastorale) inleving in de levenspraktijk, kunnen ook misverstanden worden oproepen. Juist in de omgang met mensen, op de weg die gegaan wordt, zal toch moeten blijken hoe heilzaam de geboden Gods zijn voor mens en samenleving.
Afgeleide normen zijn daarbij nog iets anders dan op het Woord teruggaande beginselen – liever nog inzettingen – zelve.
Viering van de zondag, om een voorbeeld te noemen, is beginsel; de wijze waaròp de zondag wordt ingericht – met menselijke regels en bepalingen, die ook kunnen verschillen van situatie tot situatie – is àfgeleide norm. Die éne afgezonderde dag echter is als inzetting Gods heilzaam voor mens en samenleving. Hier over een 'open norm' te spreken lijkt vooralsnog ondenkbaar. Waarom ten aanzien van het huwelijk en andere inzettingen dan wel?
We hebben misschien de afgeleide beginselen wel eens te veel verward met het beginsel zelf. Maar daarmee is het beginsel nog niet overbodig.


Het echte beginsel ligt ongetwijfeld in de vreze Gods. Want de vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid. Maar daaruit komt voort de opdracht om de inzettingen Gods voor te houden aan kerk, volk en overheid.
Voor de praktijk van het leven spreke men dan ook nog liever over inzettingen dan over beginselen.
'Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest ter plaatse mijner vreemdelingschap', zegt psalm 119. Moet dat niet het grondgetuigenis van de kerk zijn, juist ook in de vreemdelingschap van een ontkersten(en)de samenleving? Beter dan over 'open normen' valt te spreken over inzettingen Gods. Die hangen samen met de geboden. Die kan de kerk, wil ze haar roeping trouw zijn, niet inwisselen voor open normen.

Is het voor de kerk(en) niet nodig nog eens diep na te denken over de vraag wat heilzamer is gebleken: onze 'open normen' of Gods inzettingen?
Open normen lijken meer aan de situatie van een seculariserende samenleving te zijn ontleend dan aan eerbied voor de inzettingen Gods. Of zijn ook de inzettingen Gods open?
Als de 'open norm' dan ook nog kracht van wet krijgt, mogen we ons afvragen welk verweer de kerk inzake ethische kwesties nog hebben zal tegenover een regelgevende overheid.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heeft de kerk open normen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's