Globaal bekeken
In Opbouw (Nederlands Gereformeerde Kerken) troffen we een lezenswaardig artikel van H. R. S. van der Veen over 'Orgel en gemeentezang'. Daaruit het volgende over 'Het orgel' en 'De begeleiding':
'In de tweede en eerste eeuw voor onze jaartelling kwamen er al orgels voor in het Oostelijke Middellandse zeegebied, het waren waterorgels. De luchttoevoer naar de pijpen werd door waterdruk geregeld. De orgels werden gebruikt in de arena's en stonden in dienst van de keizerverering. In Byzantium zijn waarschijnlijk twee orgels ontstaan met twee blaasbalgen, die elkaar regelmatig afwisselden (± 8e à 9e eeuw).
De Byzantijnen schonken de koning van het Frankenrijk Pepijn de Korte in 757 een orgel met loden pijpen. Het werd geplaatst In de Corneliuskerk te Compiègne. Pepijn had nl. de Longobarden verslagen en de kerkelijke staat gesticht. Tijdens de regering van zijn zoon Karel de Grote, die veel voor de kerkelijke zang over had, zijn er orgels in het westen terechtgekomen. Van de 9e tot de 12e eeuw beschikten steeds meer kerken en kloosters over orgels met meerdere blaasbalgen. Ze werden gebruikt voor het muziekonderricht, maar vanaf de 12e eeuw ook in de liturgie betrokken. Het orgel had geen begeleidende funktie, maar gaf de toon aan bij het zingen van priester en koor. Het deelde ook in de verschillende zangen met het koor en werd voor en na de viering bespeeld.
Luther zag het gebruik van het orgel als middel om de jeugd bij het evangelie te betrekken. De organist speelde o.a. in Wittenberg (1536) aan het begin van de dienst en gaf na elk vers van een gemeentelied antwoord (alternatimspel).
In de calvinistische kerken ging het aanvankelijk heel anders. De zestiende-eeuwse synoden hadden het liturgisch gebruik van het orgel verboden, omdat het bij de tempeldienst van het Oude Testament hoorde. Men vond zelfs dat de orgels uit de kerken moesten worden verwijderd.
In de Zuidelijke Nederlanden is dat helaas in sommige gevallen gebeurd. Maar in de noordelijke gewesten bleven gelukkig de meeste orgels behouden, doordat de burgerlijke overheid zich er tegen verzette. Het orgel bleef dus bespeeld voor en na de dienst, want de organist was in dienst van de burgerlijke overheid. De gemeentezang werd geleid (zoals we zagen) door de voorzanger. Maar de organist kreeg er wel een taak bij. Hij moest de melodieën van de psalmen voor en na de dienst aan de kerkganger voorspelen.
Omstreeks 1630 is men het orgel gaan gebruiken voor de begeleiding van de gemeentezang. Dat gebeurde voor het eerst in Groningen in 1628. In 1630 volgde Franeker, terwijl in Arnhem in 1632 de orgelbegeleiding ingevoerd werd. In Delft gebeurde dat in 1634 en in Leiden in 1637. De grote stadskerken gingen hierin voorop. Veel dorpskerken kwamen pas aan het eind van de achttiende eeuw of in de negentiende eeuw in het bezit van een orgel. Constantijn Huygens publiceerde in 1641 een boek, waarin hij de orgelbegeleiding verdedigde. Hij beriep zich op de goede ervaringen die hij er mee had en wilde het niveau van de gemeentezang verbeteren.
De organist kreeg nu een totaal andere functie. Er waren nog geen geschreven zettingen. Koraalboeken verschenen pas aan het begin van de achttiende eeuw. Het begeleiden moest dus improviserend gedaan worden. Er werd niet-ritmisch gezongen. Wel werden er soms versieringen door de organist aangebracht, evenals door de voorzangeren de gemeente. Dat aantal was soms zo groot dat de melodieën onherkenbaar werden.'
In de rubriek Torenspitsen-Gemeenteflitsen' staan wekelijks wetenswaardigheden uit hervormde gemeenten. Neem ook eens iets over van een gemeente, die niet direct in de hervormd-gereformeerde route ligt, vroeg een lezer, en stuurde ons een folder over de hervormde gemeente van Volendam:
'Alvorens in te gaan op het ontstaan van de hervormde gemeenschap te Volendam, eerst iets over de voorgeschiedenis. Op de plaats waar nu een groot gedeelte van Volendam is gebouwd, was voor 1357 de haven van Edam (Volendammermeer). Er stonden hier maar enkele huizen, waarin o.a. de wachter voor de vuren en de bewakers van de schepen die in de haven lagen woonden.
Na het graven van de Nieuwe Haven als toegang tot Edam, werd de monding van de Ye, de oude haven, dicht gemaakt. Zo onstond de naar Follendam, Vooledam, Voolendam en uiteindelijk Volendam.
In 1492 waren in Volendam maar zes mensen die een vorm van belasting (schot) betaalden. In 1514 kwamen maar zeventien gebouwen voor een soort grondbelasting (verponding) in aanmerking. In 1606 telde Volendam slechts achtentwintig schoorstenen.
De geschiedenis van de kleine gemeenschap van Volendammer-hervormden, dateert uit het begin van de zeventiende eeuw. Bekend is dat rond 1630 de hervormden (toen nog gereformeerden geheten) te Volendam huisbezoek kregen van de twee predikanten uit Edam, die hiertoe eens in de drie maanden naar Volendam kwamen. Na 1644 werd als gevolg van de benoeming van een derde predikant te Edam, dit bezoek aan Volendam uitgebreid tot eens in de maand. In 1654 werd toestemming verleend om een protestantse schoolmeester te benoemen. Vanaf 1659 tot ver in de negentiende eeuw zijn deze schoolmeesters steeds met het kerkje verbonden geweest, o.a. als voorzanger.
In 1650 werd Volendam, toen bestaande uit een dorpje van honderd huizen, door tweehonderd gezinnen bewoond. Dit kwam waarschijnlijk door evacuatie, die als gevolg van een besmettelijke ziekte elders (Volenwijk bij Amsterdam?).
In verband hiermee werd door de kerkeraad van Edam in 1657 aan de Staten van Holland en Westfriesland medewerking gevraagd voor de bouw van een predik- en schoolhuis te Volendam. Rond de jaarwisseling werd hierin bewilligd. Door de Staten en het gemeentebestuur werd het kerkje aanbesteed. Na gereedkomen is het kerkje in eigendom gegeven aan de hervormden te Volendam. Op 6 oktober 1658 werd het ingewijd. Vanaf die tijd werd er om de twee weken gepreekt. Ook werd toen eens in de twee weken aan huisbezoek gedaan. Door de burgemeesters van Edam werden vanaf 1658 elk jaar opnieuw, twee en later drie kerkmeesters aangewezen, tesamen vormend het kerkbestuur van Volendam. Dit is geschied tot 1796, het jaar waarin de scheiding van kerk en staat plaats heeft (Franse tijd). Nadien werd de verkiezing van kerkmeesters verzorgd door de gemeenteleden te Volendam. In het begin alleen door stemgerechtigde mans lidmaten. Veel later pas in 1955 kregen de vrouwen kiesrecht.
In 1669 werd in Volendam een proponent (pas afgestudeerde predikant) aangesteld voor de wekelijkse diensten te Volendam. Deze proponent was tevens rector aan de Latijnseschool te Edam. De proponenten waren te Volendam tot in 1806 werkzaam. De laatste, Johannes Geldsligter, werkzaam van 1793 tot 1806, werd wegens wangedrag ontslagen. In de vakature is niet meer voorzien. Op 12 oktober 1807 werd in verband met de inkrimping, verordend vanwege koning Lodewijk Napoleon, de proponentsplaats opgeheven en werden de diensten te Volendam gekombineerd met die te Edam. Eens in de veertien dagen bedienden de predikanten van Edam, Volendam.
Op 6 november 1807 werd op voorstel van de president-burgemeester (er waren in die tijd vier burgemeesters) een glas- of tentjachtje aangekocht voor het vervoer van de predikanten naar en van Volendam. Dit was wel noodzakelijk daar tussen Edam en Volendam een veertiental sloten lagen, waarover men door middel van een enkele plank te voet kon gaan. Dit was voor de predikanten, met de toen gebruikelijke pandjesjas en hoge hoed, zoals in het verleden nogal eens was gebleken, een opgaaf.
Sindsdien is er weinig veranderd in de gang van zaken. In 1970 werd voor het eerst te Volendam het Heilig Avondmaal gevierd. Voordien was men aangewezen op de vieringen te Edam. Tot 1972 werden door de twee Edamse predikanten nog steeds een twaalftal predikbeurten vervuld. Naast deze officiële diensten, waarvoor dan ook een kerkeraadslid uit Edam meekwam, werden op de overige zondagen door de kerkmeesters, predikanten van buiten gevraagd.
Sinds 1972 worden te Volendam, naast de kerkmeesters (thans twee kerkvoogden) ook twee ouderlingen en twee diakenen bevestigd, welke samen de wijkcommissie Volendam vormen. Met de wijkcommissie van Edam, vormen zij samen de kerkeraad van de hervormde gemeente Edam-Volendam.
Vanaf december 1979 heeft de hervormde gemeente in Volendam, samen met die te Edam, een eigen predikant. Deze predikant gaat elke zondagmorgen om 11.00 uur in de dienst te Volendam voor.
Door de eeuwen heen heeft steeds een kleine gemeenschap hervormden en andere gelovigen de weg naar het kerkje weten te vinden om het Woord van God te horen verkondigen, een woord van Genade, van Liefde, van Hoop. Om samen te bidden en Zijn lof te zingen, ook nu in deze tijd.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's