Uit de Pers
Samen Onder Weg
SoW-zaken blijven ons raken in de kerkelijke pers. Van allerlei kanten wordt er gereageerd. Het blijft voor dag- en weekbladen een welkom thema. Een onderwerp, dat in de emotionele sfeer ligt, krijgt meestal veel aandacht. Een gecombineerde classisvergadering van Gereformeerden en Hervormden in Amsterdam leverde een 'echte ontmoeting' en een open en eerlijk gesprek op tussen de Bonder ds. C. Blenk en de Gereformeerde dr. M. J. Aalders. Dat meldt ons het redactioneel vann 'in de Waagschaal', nieuwe jaargang 22 nr. 17 van 15 januari 1994. Ds. Blenk hield een sterk persoonlijk getoonzet verhaal onder de titel 'Wat bezielt ze?'. Met die 'ze' bedoelt hij kennelijk de bezwaarden tegen het huidige SoW-proces uit de kring van Bonders en Confessionelen. Ik heb begrepen ddat het complete stuk van ds. Blenk wordt opgenomen in de tweede editie van het Knipselboek, dat door de Gereformeerde Bond wordt uitgegeven met informatie uit de pers over SoW en dat de volgende maand zal verschijnen. Na eigen voorgeschiedenis te hebben vermeld om aan te geven hoe hij staat in de kerkelijke ontwikkelingen van de recente jaren, gaat ds. Blenk als volgt verder.
In die beginnende jaren '80 was ik lid van de combi-synode, die toen de staat van hereniging wilde gaan uitroepen, honderd jaar na de Doleantie. Zo wilde men dan Afscheiding en Doleantie symbolisch ongedaan maken. Maar toen heb ik gezegd: dit is zelfbedrog. Wil je die bewegingen ongedaan maken – en dat wil ik ook –, dan moet je eindelijk aan hun intentie recht doen. Maar voorzover de gescheiden kerken nog achter die intentie staan (dus Chr. Geref., Geref. Gem., Vrijgem. Geref. enz.) zitten ze hier zelfs niet op de publieke tribune. Ik weet wel dat die andere kerken niet makkelijk zijn. Maar de NH-Kerk heeft schuld aan hen: heeft zij ooit niet ds. Hendrik de Cock in de gevangenis laten zetten?! Na afloop kwam er een gereformeerde diaken naar me toe: wie was die meneer De Cock?
Wat is er toch gebeurd? Mijn gereformeerde collega Aalders spreekt van een emancipatiebeweging uit de vorige eeuw, die bij de volgende generaties het isolement verlaat en vragen gaat stellen. En dat klopt wel. Maar was en is dat alles? Zo doet hij geen recht aan de geestelijke strijd van het voorgeslacht, die moderne vragen zijn er en kennen wij ook. Maar welke antwoorden geef je? Is het de cultuuromslag van de jaren '60? Maar hoe kom je geestelijk door een cultuuromslag heen? Kuitert brak met Barth's 'loodrecht-van-boven'. Hij ontdekte: alle spreken over Boven komt van beneden: Ook Barth was 'contextueel'. Maar is dat alles? Het hele Apostolicum komt bij Kuitert in geding. En waarom resoneert dat zo? Na het verlies van de bevinding wankelen nu ook de 'objectieve' heilsfeiten. En de christelijke ethiek erbij. Zij hebben een gevoel van bevrijding. Maar begrijpt u wel, hoe geschokt wij zijn? En hoe geïrriteerd zij weer zijn, als zij n.b. via SoW zowaar weer geconfronteerd worden met dat verleden? ledere pastor kan toch begrijpen, dat deze voorgeschiedenis doorgesproken moet worden, willen deze uitééngegroeide partners samen kunnen trouwen?
Wij moeten óók niet in het verleden blijven steken. De historicus Bouman waarschuwde ervoor niet 'in de ban van de geschiedenis' te raken. 'Bonders' moeten erop letten, dat hun authentieke boodschap niet door conservatieve verpakking verkeerd overkomt. Waar zijn de profetische en priesterlijke figuren, die ons inspireerden?
Ds. Blenk stelt de vraag aan de orde of de Gereformeerden wel echt het confessionele gehalte van de nieuwe kerk zullen komen versterken of verder verzwakken.
Dat ligt landelijk natuurlijk wel anders. In het Noorden zijn nog vele Gereformeerde Kerken rechtzinnig. Op de Veluwe is de Ned. Herv. Kerk nog gewoon orthodoxe volkskerk. Regionale meerderheden kunnen landelijke minderheden zijn. Maar dan moet je juist oppassen. De Hervormde Gemeente in Amsterdam was vóór de Doleantie in meerderheid orthodox geworden. Dat leidde tot de vergaderingen in gebouw Frascati. Ik moet daar altijd even aan denken als ik nu naar orthodox-hervormde ambtsdragersvergaderingen ga. Met die vrees ging ik ook naar die G.B.-vergadering in Putten, 1992. Maar dit was anders! Geen program als destijds. Eerder een gebed. Sprak de voorzitter niet over psalm 74: 'Gedenk Uw verbond'. En dan een appèl tot de synode! 'Neem ons dit hervormd-zijn niet af', zei de secretaris. 'Wij kunnen niet mee en wij kunnen niet weg'. Ik was weer gerust. Is mijn vriend Jan van der Graaf niet ook door Hoedemaker gestempeld? Geen partijdenken. 'Heel de kerk en heel het volk'. Zolang zulke mannen onze roergangers zijn, hoeven we geen tweede Doleantie mee te maken. Nog voel ik de ontroering van het machtige psalmgezang in de Oude Kerk van Putten: 'Herdenk Uw trouw aan ons voorheen betoond'. En dat slaat dan in die psalm op het hele verbondsvolk. Maar van Groen van Prinsterer heeft iemand eens gezegd: 'hij heeft een vuur ontstoken dat hij zelf niet meer blussen kon'. Ik huiver bij geluiden in eigen kring als: dan zetten wij de Hervormde kerk voort. Daar spreek ik die huiver ook uit.
Ik hoop óók dat het lukt de Ned. Herv. Kerk te behouden. Maar als een déél die voort zou zetten, zou dat toch een breuk betekenen. Ook als anderen die zouden veroorzaken! En vergissen wij ons niet: een breuk die niet tussen de 'bond' en de 'rest' zou heengaan, maar dwars door de bondsgemeenten zelf. Dat leert de geschiedenis. Gaat het dan, bondgenoten, niet meer om de verdediging en verbreiding van de waarheid in de hele kerk? Was de reglementenbundel dan echt minder erg dan de ontworpen kerkorde? Wij beroepen ons toch op 'hen die bleven'? En wat zegt Calvijn over de kerk in zijn institutie? Reformatie, maar géén separatie. Dieper nog: de profeten bleven bij het oude verbondsvolk. Al zal het moeilijker worden, dan verandert dat toch onze roeping niet? Ik moet vaak aan ds. Boer denken, die na de zoveelste nederlaag zei: wij moeten hoger en lager zien. Hoger: naar de Heere. Lager: naar de gemeente, waarin wij het Woord mogen bedienen.
Het broederlijk vermaan in de woorden van ds. Blenk in de richting van onze eigen positie dient mijns inziens door ons allen ter harte genomen te worden. Niet om daarmee de strijd om een werkelijk belijdende kerk af te zwakken, maar juist om deze werkelijk te voeren daar waar het van ons verwacht wordt. Niet onder gelijkgezinden, maar in het geheel van de kerk. Maar ds. Blenk richtte eveneens een broederlijk vermaan tot de leden van de combiclassis, waar hij voor sprak.
Maar op een combi-classis als deze zou ik richting combi-synode willen zeggen: speel toch niet met vuur. Waar SoW kan, laat het daar gebeuren. Maar leg dit niet op aan anderen. Dwing geen gemeente, maar ook geen classis. Ook ik ben – zoals u merkt – voor ontmoeting op classisniveau. Maar gedwongen ontmoeting is geen ontmoeting. Leg niemand een synodaal juk op, alstublieft. Daar hebben we genoeg ellende van gezien. Stem verontrusting niet weg. Maar luister echt. Dat is meer dan 'aanhoren'. Haal geen bruggenbouwer onderuit. Wij zijn dankbaar voor tegemoetkomingen inzake de nieuwe kerkorde. Wij begrijpen dat Luthersen inzake 'Leuenberg' bogen voor 'Putten'. Ik begrijp dat het geduld van allang gefedereerde gemeenten op is: waarom zeggen die bonders nu nòg nee. Dat moet inderdaad uitgelegd worden, want dat zit dieper dan u denkt. Kunt u zich de positie van 'aboriginals' indenken?
Of denkt u zich het omgekeerde eens in: Stel nu eens dat het de 'bonders' lukken zou om samen te gaan met de andere afgescheiden kerken (en er zijn vele banden) en stel nu eens dat de zgn. Gereformeerde Gezindte dan… de, meerderheid zou behalen in de NH-Kerk – zou ú dan buigen onder háár juk? Als u dan ook nog ondervertegenwoordigd was? Maar goed, het gáát natuurlijk niet om de meerderheidsvraag, maar de waarheidsvraag. Daarom moet toch echt het geloofsgesprek gevoerd worden, zoals de gereformeerde synodepraeses nu zei.
Een geloofsgesprek, ja. Op ds. Blenks woorden volgde een repliek van de Gereformeerde collega dr. M. J. Aalders. Hij geeft de grote veranderingen in zijn kerken min of meer toe. De GKN worstelen met een identiteitscrisis: wat is nog het eigene van de Gereformeerden? Hij acht echter alle verandering niet per se slecht. Hij ziet daarom in de geschiedenis van de GKN geen drama van verval. Er zijn ook goede dingen te melden in de ontwikkelingen binnen zijn kerken.
Voor een positieve verandering grijp ik terug op de discussie tussen Kuyper en de latere ethischen over het schriftgezag, en over Kuypers angst voor de schriftkritiek (waar blijf je dan?) die de hele discussie voor toen en later heeft vergiftigd. Wat hebben wij gereformeerden onder de angst voor een eerlijk gesprek over de Schrift in zijn menselijke gestalte geleden! En wat een zegen is het dat je tegenwoordig geen tuchtprocedure hoeft te vrezen als je je overeen synoptisch probleem uitlaat. Ik hoop dat hieruit lering kan worden getrokken: je kunt je kerk (of je bond) wel één of twee generaties afschermen tegen invloeden van buiten, maar op een dag breekt de dijk door. (Lijkt het trouwens maar zo, of klopt de indruk dat bondspredikanten bij voorkeur promoveren op een biografie, liever dan op exegetische studies?) Wellicht is het verstandiger, zoals de latere ethischen deden en zoals het grote midden in de Hervormde Kerk heeft gedaan, de vragen van het moderne leven werkelijk onder ogen te zien. Het isolement maakt een kerk ook kwetsbaar.
Dat zal waar zijn dat het isolement je kwetsbaar maakt. Soms kan zo'n isolement wel nodig zijn, vooral in tijden van geestelijke zwakte, om te bewaren wat ons is toevertrouwd. Openheid leidt licht tot aanpassing. Ik weet best dat isolement alléén ook weer geen oplossing is voor het kerk-zijn in deze tijd. Onder de drempels van onze gemeenten sijpelt het eigentijdse denken volop naar binnen. Dat dienen we ons steeds te realiseren in prediking, catechese en pastoraat. Dr. Aalders betreurt het dat Kuitert representatief wordt geacht voor de GKN. Hij wijst er op dat er onder een toenemende groep predikanten in zijn kerken verwantschap wordt beleefd met bv. de Charismatische Beweging, dat er sprake is van een nieuwe ontvankelijkheid voor het spirituele leven. Hij sluit zijn repliek af met o.a. de volgende woorden: 'Zullen we tot een gesprek over Schrift en belijdenis kunnen komen dat niet belast is door machtsdenken? Durven we de hermeneutische vragen aan Schrift en belijdenis – wellicht de belanggrrijkste die er zijn – werkelijk te stellen?' Als hij de factor 'machtsdenken' ter sprake brengt, hoop ik dat hij dat gevaar over de hele breedte ziet van de kerken die bij SoW betrokken zijn. Niemand is vies van macht. In de wereld en in de kerken evenmin. Het geeft ook onszelf in deze spannende dagen reden tot zelfonderzoek. Waar is het ons in ons positie kiezen in SoW uiteindelijk om begonnen? En willen, kunnen en durven we de hermeneutische vragen aan?
Naar welke kerk onderweg?
Aan het ontwerp kerkorde voor de toekomstige Verenigde Protestantse Kerk is in de kerkelijke pers ook al brede aandacht gegeven. Dr. S. Meijers schreef voor de jongste aflevering van het blad Wapenveld, jaargang 43 nr. 6, december 1993 een uiterst fundamenteel artikel met als opschrift 'Overwegingen rondom een nieuwe kerkorde: Verleden, alternatief en perspectief'. Vanuit de historie van de Reformatie, 1816 (reglement koning Willem I), 1951 (werkorde) en 1953 (nieuwe kerkorde Hervormde kerk), via wat hij noemt de 'operaties en transplantaties' van deze kerkorde in o.a. de vorming van buitengewone wijkgemeenten en deelgemeenten tot en met de perforatie van de wijkgrenzen, komt hij tot de formulering van de criteria waaraan een nieuwe kerkorde gemeten dient te worden. Het is té uitvoerig om in deze rubriek eruit te citeren. Het is allen die zich met de onderhavige materie moeten bezighouden zéér ter lezing aanbevolen. Ik wil het slot van dr. Meijers' bijdrage slechts citeren, omdat hij daarin een beoordeling geeft van standpunten, die tot nu toe vanuit de hervormd-gereformeerde sector ingenomen zijn naar het ontwerp KO toe incl. de daarmee samenhangende voortgang van het SoW-proces.
Deze KO wringt stukjes van een puzzel die niet passen aan elkaar en legaliseert het compromis in plaats van het binnen een structuur zijn plaats te geven.
Er is al een aantal veranderingen aangebracht, waaronder noodzakelijke aanvullingen en verbeteringen van formuleringen. Een aantal daarvan kwam uit de 'rechterhoek'. Enerzijds vinden wij dat dit gebeuren moet. Anderzijds moeten we vaststellen, dat daarbij altijd het grondpatroon gehandhaafd blijft: deze KO is geen KO die compromissen kènt, maar zelf over de hele linie een geformaliseerd compromis is. Het verwondert mij dan ook diep, dat men zich ter rechterzijde zo weinig op de structuur van het geheel richt, en de indruk wekt dat men bezig is met iets dat wellicht nog een beetje acceptabel kan worden gemaakt (de GB, de CV, dr. J. Hoek in Theologia Reformata 36, 3, p 228vv). Waarom komt men toch niet met alternatieven? Zo deze uitblijven, wacht ons een puur congregationalistische 'kerk' met als stolp daaroverheen een steeds duurder wordend bureaucratisch bestuur.
Veel voorstellen zijn niet slechts gericht op incidentele principiële verbeteringen, maar vooral op het behoud van het eigene van 'rechts'. Dit oogt heel pastoraal en is vaak ook oorbaar, omdat men brokken wil vermijden. Maar, dat wil deze KO zelf ook al. Wij dienen echter te beseffen, dat wij in deze dilemmatische situatie – iets wat principieel verwerpelijk is, nochtans proberen op te lappen – ten diepste maar één taak centraal hebben te stellen: de voortgang van de bediening van de verzoening. Onze God is na 1886 niet veranderd en wellicht wil Hij gereformeerde prediking tot breder zegen stellen in de toekomst, een zegen die uit 'rechtse' gemeenten uitbreekt naar anderen, ook naar de GKN, toe, en die zo ook onszelf beschaamt en daardoor klein houdt.
Is men echter bovenal op zelfbehoud uit, op behoud van eigen identiteit, dan doet men kwaad. Enerzijds versterkt men het (m.i. onaanvaardbare) federatieve karakter van deze KO, dat inhoudelijk congregationalisme betekent, en anderzijds schept men vijvers, waarin het water niet meer ververst wordt vanwege het ontbreken van onderlinge gemeentelijke cominunicatie. Dan komt de zogenaamd gereformeerd-hervormde identiteit nòg meer in de uiterlijke adat te liggen. Dan zou het wel eens kunnen zijn dat, net als bij de invoering van de deelgemeenten en de perforatie van de wijkgrenzen, gereformeerd-hervormden bij de eersten zouden behoren die van deze onaanvaardbare en af te wijzen KO en hotelkerk profiteren: tot eigen grote geestelijke schade.
We zijn inderdaad niet klaar met een aantal wijzigingen die onze eigen positie in de toekomstige kerk veilig stellen. Een kerkorde is daar te fundamenteel voor. Er is de komende tijd werk aan de winkel in de bezinning op het wezen van de kerk naar Schriftuurlijke maat. Vanuit het hoofdbestuur zullen binnenkort overwegingen worden aangereikt en samenkomsten voor ambtsdragers worden belegd om juist over de zaak, waar dr. Meijers de vinger bij legt, met elkaar te spreken. Zijn bijdrage aan de bezinning is m.i. van fundamenteel belang, juist ook inzake onze komende stellingname bij de voortgang van het SoW-proces.
J. Maas
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's