De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

In Iran werd op 21 december 1993 de predikant Mehdi Dibaj tot de galg veroordeeld vanwege wat in dat islamitische land genoemd werd 'godslastering'.
N.B. Dezer dagen kwam het bericht intussen dat hij, na de velerlei aandrang uit de wereld maar vooral ook na gebed van velen, alsnog is vrijgelaten.

Hier volgt het pleidooi, dat hij zelf op 3 december tijdens een rechtszitting voorlas (geciteerd uit Open Doors), met vooraf een toelichting.

• 'Mehdi Dibaj heeft zich 45 jaar geleden op 14-jarige leeftijd tot het christelijk geloof bekeerd. Hij is geboren uit islamitische ouders. Sinds zijn bekering was hij een actief christen, die heeft meegewerkt aan christelijke radioprogramma's in het Farsi (Perzisch). Er worden nog steeds programma's van hem uitgezonden vanuit het buitenland, gericht op Iran. Ook heeft hij meegewerkt aan verschillende bijbelvertalingen en aan kinderbijbels en evangeliserend materiaal in het Perzisch. Twee jaar heeft hij gediend als zendeling in het buurland Afghanistan, voordat hij dat land werd uitgezet.
Dibaj komt uit een vooraanstaande Iraanse familie. Veel familieleden zijn hooggeplaatste islamitische geestelijken. Door zijn godsdienstige activiteiten heeft hij zijn familie in opspraak gebracht. Men neemt aan dat zij er voor gezorgd hebben dat hij gearresteerd werd.
Hij heeft negen jaar gevangen gezeten in de stad Sari, waarvan twee jaar in eenzame opsluiting in een donkere cel van een meter in het vierkant, voordat hij in een hoorzitting op 3 december vorig jaar zijn zaak mocht verdedigen. (…)
Mehdi's vrouw heeft zich onder druk van haar familie van hem laten scheiden en is teruggekeerd tot de islam. Zij is nu getrouwd met een fundamentalistische moslim. Zijn vier kinderen, in de leeftijd van 17 tot 22 jaar, zijn het christelijk geloof trouw gebleven. (…)'


• 'In de heilige Naam van God,
die ons leven en ons bestaan is.'

'In alle nederigheid dank ik de Rechter van hemel en aarde voor deze kostbare gelegenheid, en in gebrokenheid van geest verwacht ik de Heere, om mij naar zijn beloften te verlossen uit deze rechtszaak. Ook smeek ik de geëerde leden van het hof naar mijn verdediging te luisteren met geduld en met eerbied voor de Naam van de Heere.
Ik ben een christen, een zondaar die gelooft dat Jezus voor mijn zonden aan het kruis is gestorven, en die mij voor de heilige God gerechtvaardigd heeft door zijn opstanding en overwinning over de dood. Hierover spreekt de ware God in zijn heilig Woord, het Evangelie. Jezus betekent "Redder", "want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden". Jezus heeft de straf voor onze zonden betaald met zijn eigen bloed. Hij heeft ons een nieuw leven gegeven, opdat wij met hulp van de Heilige Geest zouden leven tot eer van God. Zodat we een dam tegen corruptie en een kanaal voor zegen en genezing zouden zijn, terwijl we beschermd worden door de liefde van God.
Als antwoord op deze goedheid heeft Hij van mij gevraagd, dat ik mezelf verloochen en me volkomen aan Hem onderwerp als zijn toegewijde navolger, zonder vrees voor mensen, zelfs niet als zij mijn lichaam doden, maar dat ik vertrouw op de Schepper van het leven die mij gekroond heeft met de kroon van genade en ontferming, en die de grote beschermer en beloner is van zijn beminden.
Ik ben beschuldigd van "geloofsafval"! De onzienbare God, die onze harten kent heeft ons christenen de verzekering gegeven dat wij niet gerekend worden onder de afvalligen die vergaan zullen, maar onder de gelovigen, zodat wij ons leven zullen behouden. Volgens de islamistische wetgeving is een afvallige iemand die niet gelooft in God, de profeten of de opstanding der doden. Wij christenen geloven in alle drie!
Ze zeggen: "Je was moslim en je bent christen geworden". Nee, zeg ik, vele jaren was ik zonder religie. Na lang zoeken en studeren heb ik gehoor gegeven aan Gods roepstem en ben ik In de Heere Jezus gaan geloven zodat Ik het eeuwige leven verkreeg. Mensen kiezen hun geloof, maar een christen wordt gekozen door Christus. Hij zegt: "Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen". Wanneer was dat? Vóór de grondlegging der wereld.
De mensen zeggen: "Vanaf je geboorte was jij een moslim". God zegt: "Vanaf den beginne was jij een christen". Hij verklaart dat Hij ons duizenden jaren geleden uitgekozen heeft, ja vóór de schepping van het heelal, opdat wij zijn eigendom zouden zijn door het offer van Jezus Christus! "Christen" wil zeggen: hij die toebehoort aan Jezus Christus.
De eeuwige God, die vanaf het begin het einde overziet en die mij heeft uitverkoren tot zijn eigendom, wist van eeuwigheid wiens hart tot Hem getrokken zou worden, en ook wie zijn geloof en eeuwige zaligheid zou verkopen voor een bord soep. Ik heb liever de hele wereld tegen mij als ik maar weet dat de almachtige God met mij is. Ik word liever een afvallige genoemd, als ik maar weet dat ik de goedkeuring heb van de God der heerlijkheid. Want de mens ziet naar wat voor ogen is, maar God ziet het hart aan. En voor Hem, de God der eeuwen, is niets onmogelijk. Alle macht in hemel en op aarde is in zijn handen.
De almachtige God zal verhogen wie Hij wil en anderen zal Hij vernederen. Hij zal sommigen aannemen en anderen afwijzen, sommigen naar de hemel zenden en anderen naar de hel. Als God dan doet wat Hem belieft, wie kan ons scheiden van de liefde van God? Of, wie kan de band tussen de Schepperen het schepsel verbreken, of wie kan het hart verslaan dat trouw is aan zijn Heer? Hij zal veilig en zeker zijn in de schaduw van de Almachtige! Onze toevlucht is de genadetroon van God die is opgericht van den beginne. Ik weet in Wie ik geloof, en Hij is bij machte om wat aan Hem is toevertrouwd te bewaren tot het einde, tot ik het Koninkrijk van God bereikt heb, de plaats waar de rechtvaardigen stralen als de zon, maar waar de boosdoeners hun straf in het hellevuur zullen ontvangen.
Ze zeggen me: "Keer terug!" Maar naar wie zal ik terugkeren uit de armen van mijn God? Is het juist om te geloven wat de mensen zeggen, in plaats van het Woord van God te gehoorzamen. Ik wandel nu al 45 jaar met de God van Wonderen. Zijn goedheid overschaduwt me en zijn vaderlijke liefde en zorg geven mij een grote verplichting.
De liefde van Jezus heeft mijn hele wezen vervuld en ik voel de warmte van zijn liefde in ledere vezel van mijn lichaam. Door zijn rijke zegeningen en wonderen heeft God, die mijn heerlijkheid, mijn eer en mijn beschermer is, zijn zegel van goedkeuring aan mij gehecht.
Deze beproeving van mijn geloof is een duidelijk voorbeeld. De goede God vermaant en bestraftallen die Hij lief heeft. Hij beproeft ze ter voorbereiding op de hemel. De God van Daniël, die zijn vrienden beschermde in de vurige oven, heeft mij nu al negen jaar in de gevangenis beschermd. Alle kwaads dat mij is overkomen heeft meegewerkt ten goede, zozeer dat ik overvloei van vreugde en dankbaarheid.
De God van Job heeft mijn geloof en toewijding op de proef gesteld ten einde mijn geduld en trouw te versterken. Tijdens deze negen jaren heeft Hij me bevrijd van al mijn verantwoordelijkheden, zodat ik onder de bescherming van zijn gezegende Naam mijn tijd kon doorbrengen met gebed, de bestudering van zijn Woord, met doorzoeking van mijn hart in gebrokenheid van geest, zodat ik kon groeien in de kennis des Heeren. Ik dank de Heer voor deze unieke gelegenheid. "In mijn benauwdheid gaf U mij ruimte, genezing in mijn ontberingen. En uw goedheid deed me herleven." O, welke een zegeningen heeft God bereid voor wie Hem vrezen!
Ze maken bezwaar tegen mijn evangeliseren. Maar, "Als u een blinde ziet in de buurt van een put en hem niet waarschuwt, dan hebt u gezondigd" (Perzisch gedicht). Het is onze religieuze plicht om, zolang de deur van Gods genade openstaat, boosdoeners ervan te overtuigen dat zij zich moeten bekeren van hun zondige wegen en dat zij hun toevlucht moeten zoeken bij Hem, zodat zij gered worden van de toorn van een Rechtvaardig God en van de komende vreselijke straf.
Jezus Christus zegt: "Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnenkomt zal hij behouden worden". "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij." "De behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden." Van al Gods profeten is alleen Jezus Christus uit de doden opgestaan. Hij is voor eeuwig onze levende middelaar.
Hij is onze Heiland en Hij is de Zoon van God. Hem kennen is het eeuwige leven kennen. Ik, een nietswaardige zondaar, heb zijn verschijning liefgehad en al zijn woorden en wonderen die staan opgetekend in het Evangelie, en ik heb mijn leven in zijn handen gelegd. Voor mij is het leven een gelegenheid om Hem te dienen en de dood is een nog betere gelegenheid om met Christus te zijn. Daarom stel ik mij er niet alleen mee tevreden om voor de eer van zijn heilige Naam in de gevangenis te zijn, maar ik ben bereid om mijn leven te geven voor mijn Heere Jezus, en zo eerder zijn Koninkrijk binnen te gaan, de plaats waar Gods uitverkorenen het eeuwig leven binnengaan, maar de bozen de eeuwige verdoemenis.
Moge de schaduw van Gods goedheid en zijn zegenende en genezende hand op u zijn en voor altijd blijven. Amen.
Met gepaste eerbied,
uw christengevangene,
Mehdi Dibay.'


Hier volgt de tekst bij een afbeelding van de terechtstelling van de graven van Egmont en Hoorne (5 juni 1568) in Brussel, uit 'De Spaansche Tyranye geschiet in Nederland' (Benoist Rigaud, 1570), overgenomen uit 'De Grote Markt van Brussel' (uitgave Tirion, Baarn).

Hoorn en Egmont Edel Graven,
Wat zijt ghy hier meer als slaven,
Die door 't ongenadich woort
Van den Bloethont wert vermoert:
Niet en mocht u goede meeningh
Sijn van sware straff verkleeningh,
Noch u diensten veel en groot
Mochten tragen uwe doot.

Wreetheyt nochtans niet u Zielen
Maer alleen 't vleysch mocht vernielen,
U onschuld'ge vrye geest
Klimt ten Hemel onbevreest.
Soo langh als 't vermaerde schrijven
In dit uwe Lant sal blijven,
Sal oock dees 'n swaer ellent
Voor Lants welvaert zijn bekent.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's