Historisch en confessioneel bepaald geding om de kerk
Samen op Weg ter sprake in Amsterdam
In Amsterdam bestaat al geruime tijd een theologencafé. In een overigens ordentelijke zaal bij de Nieuwe Kerk in Amsterdam komen wekelijks theologen uit diverse kerken en andere geïnteresseerden op vrijdagmiddag bijeen, om een spreker aan te horen en met hem in gesprek te gaan. Vorige week was ondergetekende uitgenodigd om in kort bestek te spreken over het thema 'Hervormd en gereformeerd: samen tegen elke prijs?'
Het antwoord liet zich bevroeden. In die Amsterdamse ambiance benaderden we de tegenstand tegen Samen op Weg vanuit verschillende motieven, namelijk een historisch, een kerkelijk en een confessioneel motief en een motief met betrekking tot de verschillende kerkelijke culturen, ook in onderlinge samenhang.
Hieronder volgen, samengevat, de overwegingen, waarbij enkele zaken, die wel eens eerder genoemd zijn, herhaald worden; waren namelijk deze ook in de Amsterdamse context onvermijdelijk.
Waarover niet?
Wanneer de vraag aan de orde is of hervormd en gereformeerd tot elke prijs samen moeten, komen enkele vragen niét aan de orde.
In de eerste plaats gaat het dan niet om de vraag hoe het moet in gemeenten – zoals ook een stadsgemeente als Amsterdam – waar samengaan nodig is om te overleven of waar samengaan echt gewild wordt. De mogelijkheid voor federatie blijve in die gevallen onverlet en moet kerkordelijk goed worden onderbouwd en geïntegreerd.
In de tweede plaats gaat het ook niet om de vragen van de oecumene, liever van de bijbelse eenheid der kerk in het algemeen. Samen op Weg heeft weinig te maken met wat vandaag 'oecumene' heet. Gegeven het feit, dat in ons verdeelde kerkelijke landje zoveel kerken buiten beeld zijn, is Samen op Weg niet meer dan een incident, een uit nood geboren toevalligheid, het (voortijdig!, v.d.G.) einde van 'een huishoudelijke twist' (A. A. Van Ruler).
In Samen op Weg gaat het echter om de gemeenten in het algemeen, en dan om de gemeenten sámen, dus om de kerk. In dat licht bezien is de vraag aan de orde: samen tot elke prijs?
Historisch
Amsterdam was in de vorige eeuw het centrum van genoemde huishoudelijke twist. Daar voerden dr. Philippus Jacobus Hoedemaker en dr. Abraham Kuyper hun scherpe polemieken inzake het kerkelijk vraagstuk.
De vader van Hoedemaker was met H. P. Scholte meegegaan in de Afscheiding. Zijn moeder – een bevindelijke vrouw – bleef de Hervormde Kerk trouw. Ze kreeg van Godswege een belofte, dat haar zoon het Evangelie zou prediken in de Hervormde Kerk.
Nadat Hoedemaker enige tijd was uitgeweken geweest naar Amerika, vanwege de kerkelijke troebelen, bewilligde hij bij terugkeer in Nederland in twee kerkdiensten op hetzelfde tijdstip in Amsterdam, namelijk in de afgescheiden gemeente en in de hervormde gemeente. Hij bedankte uiteindelijk voor de eer in de afgescheiden gemeente. Staande op de kansel van de hervormde Oosterkerk kwam toen zijn roeping tot hem: 'hier is uw plaats, dit is uw werk.'
Waar hoort men nog van zulke innerlijke 'Weisungen', als bij moeder en zoon Hoedemaker!
Die roeping werd intussen bevestigd. Via Veenendaal en Rotterdam leidde de weg van Hoedemaker naar Amsterdam. Nadat hij aanvankelijk bij de door Kuyper opgerichte Vrije Universiteit betrokken was geweest, bedankte hij daar op 1 september 1887 als 'hoogleraar'. De VU zou geen zegen zijn voor de Hervormde Kerk.
Hoedemaker voegde in die dagen Kuyper toe het befaamde woord: 'Indien gij met uw 15.000 getrouwen een dolerende kerk vormt, is Jan Rap en zijn maat voor mij de voortzetting van de historische kerk der vaderen.'
Even is Hoedemaker nog predikant in Nijland geweest. In 1889 kwam hij echter voor de tweede keer naar Amsterdam, na in de meer dan honderd man tellende kerkeraad voor heel Amsterdam met één stem meerderheid te zijn beroepen (op weg naar de beroepingsvergadering overleed een tegenstander van dit beroep). Toen begon de strijd met Kuyper pas goed. Hoedemaker noemde de Doleantie een mislukte oplossing van een probleem, dat daardoor onoplosbaar zou worden.
Hoedemaker zag de vaderlandse kerk in het licht van het verbond. Dat verbond mocht niet gebroken worden. Daarmee werd de kerk namelijk ook van haar wortels in de geschiedenis van het Gemenebest alhier losgemaakt.
Hoedemaker kwam in zijn Amsterdamse strijd met Kuyper zo tot één conceptie inzake kerk en staat, die immers beide geboren waren in de worsteling om de gereformeerde religie in dit land.
In zijn afscheidsbrief aan de Confessionele Vereniging – hij bedankte toen hij meende dat deze vereniging teveel een partij werd – schreef hij o.a.:
'(…) ik behoor zeker niet bij hen, die zich in een eng kringetje opsluiten, die zich om de "verbreking van Jozef" niet bekommeren, die onder de invloed van de beginselen der Doleantie staan… Ik ben eenvoudig een mens, die de belijdenis zal blijven beamen, zolang hij niet overtuigd is dat zij op dit of dat punt afwijkt van het Woord waaraan hij zich gebonden voelt; een christen die zich één weet met allen die uit en naar de waarheid leven, ja voorzover zij dit doen, ook met hen die "de God der vaderen zoeken, hoewel niet naar de reinigheid des heiligdoms"; een hervormde die in de abormale toestand waarin de kerk verkeert niet de allerminste aanleiding vindt om haar te verlaten, veeleer het tegenovergestelde… en een prediker die meer dan ooit zijn roeping gevoelt, waarlijk te zijn wat God hem gemaakt heeft.'
Die worsteling nu om de kerk is wèg in Samen op Weg. Het gaat niet meer om de kerk in het licht van haar geschiedenis, in het licht van het historisch gegevene. Daarom zeg ik 'nee' in antwoord op de vraag of samengaan van hervormd en gereformeerd tegen elke prijs móét.
Kerkelijk
Over welke kerk spreken we nog in Samen op Weg? Niet meer over de gereformeerde of hervormde kerk van dit land, in continuïteit met haar geschiedenis. Vandaag gaat het om een verenigde Protestantse Kerk in Nederland. Alleen de naam al! Ooit stelde Hoedemaker tegenover Kuyper de vraag: 'is de protestant geen christen en de calvinist geen protestant?' Ook in die dagen was het kennelijk al zo, dat 'protestant' weliswaar nauwer begrensd was dan 'oecumenisch', met namelijk Rome erbij, maar ruimer dan calvinistisch oftewel gereformeerd.
Bij 'protestants' nu gaat het ook vandaag om de ruimte. We spreken niet meer over de ene nationale, gereformeerde kerk in dit land, in haar historische gestalte, op grond van het verbond, maar over een plurale, een meervoudige kerk.
Het verbond ontbréékt zelfs jammerlijk in de nieuwe kerkorde. Dat blijkt niet alleen bij de artikelen over de trits doop, belijdenis en avondmaal, het blijkt ook uit het terzijde stellen van de geboorteleden; het blijkt vooral hieruit, dat de kerk zelve niet gefundeerd is in het verbond Gods. Het gaat derhalve ook niet meer om een kerk, die zich in al haar geledingen geroepen weet tot gehoorzaamheid aan de God van het verbond.
Nog afgezien van de deelname van de Lutheranen, moet gezegd worden, dat er in Samen op Weg geen sprake is van herstel van de gebroken vaderlandse kerk, geen terugkeer tot de kerk der vaderen. Er is ook geen mystieke, bevindelijke hártstocht meer om die kerk, zoals we die bij Hoedemaker tegenkomen, tegenover de rationeel berekenende benadering van Kuyper.
Intussen riep ooit de (nu) Amsterdamse dominee C. Blenk op een triosynode: 'waar zijn de afgescheidenen van 1834?'
Hoedemaker zei, zoals gezegd, tegen Kuyper, dat de Doleantie een mislukte oplossing was voor een probleem, dat daardoor onoplosbaar dreigde te worden. Samen op Weg nu lijkt minstens zo zeer een mislukte poging voor de oplossing van het probleem, dat nu echter definitief onoplosbaar lijkt te worden. Andere kerken van gereformeerde confessie raken nu immers geheel buiten beeld. De wederkeer-optie van de Afscheiding (terug naar de belijdenis der vaderen maar, wanneer de Hervormde Kerk daartoe terugkeert, ook wederkeer naar die kerk) lijkt voorgoed geblokkeerd.
Wanneer nu echter de (Hervormde) Kerk dreigt te worden losgemaakt van haar historische wortels, kan er geen toekomst zijn. De kerk is geen bedrijf, waarmee men willekeurig reorganiseren kan. De kerk is planting Gods. Dat heeft met wortels te maken, wortels in de geschiedenis.
En daarom, 'hervormd en gereformeerd: samen tegen elke prijs?' Omwille van de kerk: nee!
Confessioneel
De historische kerk is intussen kenbaar aan haar belijdenis.
Toen de vaderlandse kerk daaraan níét meer voldoende kenbaar was, zeiden dolerenden: we vertrekken.
Toen dezelfde kerk, na méér dan anderhalve eeuw weer uit het dal omhoog geheven leek te worden en weer belijdende kerk wilde zijn (in 1951), zeiden de dolerenden óók 'nee'.
'Gemeenschap' met de belijdenis der vaderen, zoals de hervormde kerkorde stelde, was voor hen, evenals overigens voor hervormde gereformeerden, onvoldoende garantie voor een gereformeerde kerk. Gereformeerden miskenden zelfs de legitieme notie van de bevinding in die uitdrukking. In de (deze!) Amsterdamse Nieuwe Kerk zei prof. dr. J. Severijn – toen voorzitter van de Gereformeerde Bond – tijdens een bijeenkomst van kerkelijke prominenten in 1948, op de vraag wat gemeenschap met de belijdenis voor hèm betekende: 'dat zit hier' (hij sloeg zich op de borst): 'Wij geloven met het hart en belijden met de mond' (N.G.B.).
Gereformeerden hadden een meer rationeel bepaalde confessionele instelling. In het hervormd gereformeerd gesprek in de zestiger jaren werd de Hervormde Kerk van gereformeerde zijde daarom nog massief confessioneel op maat gesneden en als zodanig ontrouw verweten. Alles wat niet strookte met 'Schrift en belijdenis' werd in principe uitgezuiverd. Voor 'Jan Rap en z'n maat' was zeker geen plaats. Daarom is de structuur van een plaatselijke gereformeerde kerk tot vandaag een andere dan die van een hervormde gemeente.
Intussen heeft bij de nazaten der Doleantie de de-confessianalisering toegeslagen. De deconfessionalisering begon bij de christelijke organisaties, die op zich een erfenis van de Doleantie waren. Maar die deconfessionalisering werd ook theologisch rigoreus onderbouwd. We stonden en staan met de ogen te knipperen als we zien hoe snel zich hier de theologische Wende bij de gereformeerden heeft voltrokken.
Men heeft nog maar nauwelijks nágedacht over de uitdrukking gemeenschap met de belijdenis, of men heeft dit begrip al in de armen gesloten. Maar dan in de zin van 'dynamisch belijden', typisch een zegswijze uit de Doleantiecultuur.
De uitdrukking 'gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht' in de kerkorde voor de verenigde kerk is nu dan ook, met de inbreng van de Gereformeerden daarbij, veel spanningslozer aanvaard dan in 1951 het geval was, toen de hervormde kerkorde werd behandeld. Gereformeerden liepen daarbij zelfs het hardst te hoop tegen Dordt.
In de vijftiger jaren zei de hervormde synodepraeses dr. A. A. Koolhaas, in antwoord op de vraag of samengaan van hervormd en gereformeerd moest: als het nu niet gebeurt, zal het de vraag zijn of het over twintig jaar nog confessioneel verantwoord gebeurt.
De tijd hééft het geleerd. 'Hervormd en gereformeerd: samen tegen elke prijs?' Ook in confessioneel opzicht moet het antwoord ontkennend zijn.
Kerkcultuur
Dit brengt me tenslotte op de kerkelijke cultuur. Het gaat bij de nazaten van de Doleantie alles dynamisch toe. Nog in de zestiger jaren zei men unaniem 'nee' tegen 'hervormd en gereformeerd samen', dit vanwege de belijdenis. Nu zeggen gereformeerden unaniem 'ja'. En dan ook: met voortvarendheid, graag! 'Als eenmaal synodaal besloten is, moet je niet verder zeuren'. Zo zijn we in de Hervorrnde Kerk echter niet met elkaar getrouwd. Dat blijkt ook nu in het Samen op Wegproces.
Waar het daarbij óók en misschien wel met name om gaat is de kwestie van het geduld. Geduld als een afgans van Gods geduld met een ontrouw volk, waar ieder, die van schuld weet, zichzelf bij inrekent. Vandaar de afkerigheid van afscheiding.
Dat betekent ook: lijden aan de kerk in haar gedeformeerde gestalte.
Dat vraagt ook om verootmoediging en schuldbelijdenis.
Maar nochtans bij dit alles ook geduld. Daarbij smekende om Gods genadige toewending: 'Aanschouw het verbond…' (Ps. 74). Daarbij overingens ook scherpelijk aanwijzend en afwijzend wat niet is náár het Woord.
Die gestalte van schuldbesef en geduld past niet in de historisch bepaalde cultuur van de Gereformeerde Kerken. Vandaar dat bijvoorbeeld allerlei nieuwe ontwikkelingen ook direct normatief worden.
Ik waag het erop hier H. M. Kuitert nog eens ten tonele te voeren, ook al heeft hij geklaagd 'kop van Jut' te zijn.
Vandaag gaat het in (gereformeerd) Amsterdam, dunkt me, opnieuw om kerk en Vrije Universiteit. In de zestiger jaren introduceerde aan de Vrije Universiteit de bioloog Lever de evolutietheorie, nadat de VU tijdenlang studenten had geworven met (o.a.) de these, dat de VU het enige instituut was, dat zijn studenten argumenten verschafte tégen de evolutietheorie. Binnen de natuurwetenschappelijke faculteit – met respect denk ik, wat de oorspronkelijke koers betreft, aan de pas overleden hoogleraren G. J. Sizoo en R. Hooykaas – kwam in dit opzicht met Lever een wending. Kuitert pakte de handschoen op en stelde de consequentie, dat gereformeerden moesten komen tot een ander Schriftverstaan \('Verstaat gij wat gij leest?'). In die jaren regende het echter in de Gereformeerde Kerken bezwaarschriften tegen Kuitert vanwege zijn niet-gereformeerde Schriftvisie.
En nu? Kuitert kwam met zijn befaamde boek 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof', een boek met een Schriftvisie 'van onderop'. En vandaag pleegt men – zo lijkt het wel – heiligschennis wanneer men nog een vinger naar Kuitert durft uitsteken. Gegeven deze dynamische ontwikkelingen in theologisch opzicht zijn we er beducht voor dat hervormde gemeenten worden meegenomen in 'de vrije val' der gereformeerden. Want het gaat snel toe.
Gezien ook dit verschil in kerkcultuur moet 'nee' gezegd worden, als het gaat om de vraag of hervormd en gereformeerd samen moeten tegen elke prijs; maar dan wel in samenhang met de eerstgenoemde motieven.
Samen op Weg zou een verlate greep van de Doleantie op de kerk kunnen zijn. Maar nu in een dynamisch deconfessionaliseringsproces.
Tenslotte
Waar 'ik' dan tenslotte naar verlang?
1. Ik verlang hartstochtelijk naar de ene, ongedeelde hervormde, want gereformeerde kerk in dit land, ook in deze tijd gericht op het hele volk, profetisch en priesterlijk.
2. Ik verlang hartstochtelijk naar een kerk, die in gehoorzaamheid aan de Schriften het genadeverbond weer ernstig neemt in haar belofte en vermaning, met zicht op belijdenis en geschiedenis.
3. Ik verlang hartstochtelijk naar een kerk, die een moederfunctie heeft, met echt op de Schrift gegronde geborgenheid voor ieder.
4. Ik verlang hartstochtelijk naar een kerk, die als zodanig ook beschermend staat om al haar gemeenten en deze niet brengt in een harnas, waarin niet te gaan valt.
Die kerk zien we niet in een voortgaand Samen op Weg. De prijs, die betaald wordt, is dan ook te hoog, kerkelijk, historisch en confessioneel. Niet tegen elke prijs!
Zo, tot géén prijs.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's