De tiende encycliek van Paus Johannes Paulus II
Over de moraalleer
Onlangs is de Nederlandse vertaling van de tiende encycliek van Paus Johannes Paulus II verschenen. Zij is gedateerd 3 augustus 1993, en is gegeven (zoals dat heet) in het vijftiende jaar van zijn pontificaat. De Duitse vertaling was ook in Nederland al eerder beschikbaar. Nu hebben wij de tekst, aanmerkelijk later, in onze taal. Ik verwijs ernaar via de publikatie in Kerkelijke Documentatie 121 (jrg. 21, nr. 9-10, december 1993).
Er is intussen in de dagbladpers al het een en ander over geschreven. Ik zou dus reacties en commentaren in dit artikel kunnen betrekken. Dat doe ik niet. Het gaat er mij om iets over de inhoud te zeggen. De hoofdlijnen zal ik natekenen. De vertaling beslaat 75 pagina's, in tweekoloms druk. Het is dus een tamelijk uitvoerig stuk.
De encycliek telt drie hoofdstukken en een besluit. Zoals alle stukken uit Rome, is ook deze encycliek in secties verdeeld. Er wordt meestal naar deze secties verwezen. Er zijn er niet minder dan 120.
De ondertitel luidt: 'Aan alle bisschoppen van de Katholieke Kerk over enkele fundamentele kwesties van de kerkelijke moraalleer'. Een encycliek wordt benoemd en geciteerd naar de eerste woorden van de oorspronkelijke tekst. Die is in het Latijn gesteld. Deze encycliek heet 'Veritatis splendor', hetgeen we vertalen kunnen met 'De schittering van de waarheid'.
Uit de ondertitel blijkt dat het gaat over de moraalleer. Men kan zeggen over dat gedeelte van de theologie, dat zich bezighoudt met de vragen van goed en kwaad, ofwel die van het zedelijke leven. De encycliek handelt over de grondslagen van de ethiek, over de crisis waarin de zedelijkheid verkeert. De Paus wijst erop dat die crisis ook binnen de rooms-katholieke kerk wordt gevonden. De encycliek analyseert de oorzaken en wijst een uitweg, door de oude leer opnieuw te betuigen. De encycliek gaat ook op praktische zaken in, maar draagt een overwegend leerstellig karakter.
Een bijbels kader
Drie dingen vallen al lezend op. Allereerst het feit dat de hele setting van de encycliek een bijbels kader vertoont. Hoofdstuk I 'Meester, wat voor goeds moet ik doen?' gaat uit van Mattheüs 19 : 16 en bespreekt in verschillende paragrafen het gesprak van Jezus met de rijke jongeling. Hoofdstuk II 'Stem uw gedrag niet af op deze wereld' verwijst naar Romeinen 12 : 2. In dit hoofdstuk worden ook andere schriftplaatsen besproken. Hoofdstuk III 'Anders zou het kruis van Christus zijn kracht verliezen' verwijst naar 1 Korinthiërs 1 : 17. Dit hoofdstuk bevat in de tekst wel verwijzingen naar bijbelplaatsen, maar is niet zozeer opgezet vanuit een centraal schriftgedeelte.
Belerend, in het oude spoor
Het tweede wat opvalt, is het sterk belerende karakter van de encycliek. Er is op het gebied van de ethiek in de rooms-katholieke kerk heel wat aan de gang. In deze encycliek worden de bisschoppen onderwezen over de grondslagen van de ethiek. Zij moeten op hun beurt de gelovigen de waarheid voorhouden. Op de professoren in de ethiek wordt een beroep gedaan naar dit onderwijs te luisteren en zich loyaal op te stellen.
Het derde wat opvalt, zijn de vele verwijzingen naar vroegere officiële stukken, documenten van Vaticanum II, encyclieken van directe en vroegere voorgangers. Meestal zijn er in een encycliek nogal wat noten te vinden. Het getal 184 is echter wel erg hoog. Deze verwijzingen hangen er mijns inziens mee samen, dat de Paus in de crisis van de moraal de lijn van het verleden wil doortrekken. Ik kan het ook omgekeerd zeggen: Hij wil laten zien dat zijn standpunt op het verleden teruggaat en daarmee is in het spoor van de traditie van de kerk. De moderne moraalleer wijkt van de traditie af Zij botst daarop. De Paus buigt de lijn terug.
De inhoud
Nu iets over de inhoud. Op drie punten wil ik wijzen. De Paus is voortdurend in gesprek, beter gezegd in kritisch debat met moderne inzichten. Hij signaleert een verabsolutering van de vrijheid. Daarmee gepaard gaat de overtuiging, dat er geen absolute normen en waarden zijn. Dit leidt tot relativisme en subjectieve willekeur. Een van de methoden van de nieuwe moraalleer is een ontkoppeling aan te brengen tussen de persoonlijke, de morele positiekeus (ook wel optie genoemd). Dat is dan een gewetensbeslissing. Hiervan losgemaakt wordt – en dat is de andere pool – het praktisch handelen. Gevolg van deze ontkoppeling is: Wie het goed bedoelt en wie de juiste instelling heeft, handelt goed, wat hij ook doet. Op de achtergrond constateert de Paus ten diepste een ontkoppeling van geloof en moraal, en een dichotomie. Hij bedoelt dat de relatie tussen geloof, onze persoonlijke instelling èn onze daden wordt doorgesneden. Dat zijn twee aparte grootheden.
De Paus verdedigt als grondstelling de onontbindbare en onmiskenbare samenhang van vrijheid en waarheid. Alleen wie naar de waarheid luistert, kan vrij zijn. Zie al naar Adam en Eva in het paradijs.
De Paus stelt dat er gestalten van vrijheid zijn en aangeprezen worden, die bevrijd moeten worden.
De natuurwet
Die waarheid is ons gegeven in Gods openbaring in Jezus Christus. Zij is ook te vinden in de natuurwet, omdat en voorzover de natuurwet met die openbaring overeenstemt. Deze waarheid bedreigt de vrijheid niet, maar fundeert haar juist. Die waarheid brengt absolute geboden, waaraan mensen moeten gehoorzamen. Het is niet aan hen om zich tegen de keuzen van de kerk, lees het leergezag en de Paus te verzetten.
Uitvoeriger wordt gesproken over het geweten. Het wordt hoog geprezen. Echter enkel omdat en voorzover het zich voeg naar de natuurwet en zich dus schikt naar de uitspraken van het leergezag. Het geweten wordt zelfs het heiligdom van de mens genoemd.
Intussen wordt er stevig uitgehaald naar moderne ethische stromingen, waaronder het teleologisme. Deze stroming verklaart een daad goed, als het bereikte of te bereiken doel goed is.
Als derde punt noem ik het feit dat het hele hiërarchische systeem van de rooms-katholieke kerk en theologie het normerende raam is, waarbinnen de verdediging van de leer plaatsvindt. Vandaar de oproep tot gehoorzaamheid aan de Paus en aan het leergezag.
Tenslotte moet ik erop wijzen dat de natuurwet beslist over allerlei brandende ethische vragen. Voorbehoedmiddelen worden met zoveel woorden genoemd en afgewezen. Vanwege de nadruk op de eenheid van ziel en lichaam, kan men tussen de regels doorlezen dat ook andere seksueelethische en medisch-ethische vraagstukken door de natuurwet worden beslist, zoals reageerbuisbevruchting, kunstmatige inseminatie en een homoseksueel leven.
Waardering
Hoe over de inhoud te oordelen. Ook nu drie punten. Het is te waarderen dat de Paus tegen het zedelijk relativisme stelling neemt. Hij roept de bisschoppen en de gelovigen van een verabsoluteerde vrijheidsgedachte en -beleving terug naar absolute normen. De eenheid van waarheid en vrijheid is een bijbels gegeven.
Op dit punt waardeer ik de encycliek positief. Er is moed voor nodig om met gezaghebbende stem dit standpunt te vertolken. Het is geen wonder dat er enkele secties aan het martelaarschap worden gewijd. Belijden doet lijden.
De natuurwet
Moeilijk heb ik het met de nadruk op de natuurwet. Alsof de inhoud daarvan voor ieder duidelijk is en vaststaat. Alsof we uit de natuur allerlei regels en voorschriften regelrecht kunnen aflezen. Prof. Douma heeft jaren geleden een rectorale rede aan dit onderwerp gewijd. Hij heeft de hele conceptie vanuit reformatorisch standpunt kritisch besproken.
Er wordt wel op de Schrift gewezen in de encycliek, maar die fungeert naar het natuurrecht toe niet kritisch. In tal van opzichten zeg ik tegen het opkomen voor absolute geboden ja. Hoe je aan de inhoud daarvan komt, is echter minder overtuigend dan de verdediging ervan.
Typisch rooms-katholiek
Tenslotte, de encycliek is typisch een produkt van Rome. Het leergezag, de Paus beslist in casu. De bisschoppen moeten dienovereenkomstig de gelovigen instrueren.
Vrijheid en genade gaan harmonisch samen. Schrift en rede passen bij elkaar. De mens kijkt omhoog èn naar zichzelf.
De slotsecties zijn een eerbetoon aan Maria, die zondeloos is geweest. Op haar hulp en voorbede mogen we vertrouwen.
Dit slot is bepalend voor heel de heilsleer, die de Paus als basis voor het zedelijke leven aanbrengt. Het verband tussen geloof en leven wordt terecht benadrukt. Dat de encycliek zulke typische roomse trekken laat schitteren, verwondert niet. Johannes Paulus II is een Paus van de Maria-verering. Het betekent wel dat ik er mijn handtekening niet onder kan zetten, al zal ik met instemming naar bepaalde elementen eruit verwijzen.
W.H. Velema
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's