De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe (on)middelijk is bevinding?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe (on)middelijk is bevinding?

13 minuten leestijd

'Bevinding is een volwaardige partner in de mystieke traditie van het christendom. Het gaat niet aan om denigrerend over die sectoren van de kerk(en) te spreken waar deze bevinding nog 'leeft'. De bevindelijke stromingen in de reformatorische kerken zouden uit hun (zelf gewilde) isolement kunnen komen wanneer ze weer meer oog kregen voor hun eigen eerste fase, vlak na de Reformatie, toen het sociale engagement nog meedeed'.

In dit citaat is aan het woord dr. Jurjen Beumer, in zijn proefschrift getiteld 'Intimiteit en solidariteit', – 'over het evenwicht tussen dogmatiek, mystiek en ethiek' (uitgave Ten Have, Baarn).
Dezer dagen was er een besloten studiebijeenkomst, waarin aspecten van dit proefschrift werden besproken. Persoonlijk heb ik daar gereageerd op Beumers uitspraak, dat bevinding en mystiek 'broer en zus' zijn van elkaar. Maar – zegt Beumer dan – de bevindelijk gelovige kan op het ethische vlak nog wel een en ander leren van de mysticus. Het boek van Beumer staat niet op zichzelf. Vandaag is er allerwegen aandacht voor mystieke ervaring. Geschriften van allerlei vroegere mystici worden weer opnieuw uitgegeven.
Hoe zit dat nu met bevinding en mystiek? Hier volgen enkele gedachten, waarbij ik eerst enkele noties uit het boek doorgeef.

Mystiek
Wat is mystiek? Hier volgen een paar typeringen.
Mystiek spreekt van (binnen) uit.
'Mystiek laat zich niet vangen in regels, maar ontstaat uit een spontane ervaring'. 'Mystiek verdraagt het dan ook nauwelijks als geloofservaring in een geloofsleer wordt omgezet.'
Mystiek is verder een vorm van spiritualiteit. Want er is 'een binnenkant van de dingen'.
Mystiek is de intieme zijde van het geloof, die het hóófd (het verstand), het hàrt (de vreugde) en de hánd (de daad) bij elkaar houdt.

In de mystiek gaat het vooral om de overweldigende ervaring van 'de liefde' of van 'de Liefde' (hoofdletter).
De mysticus als persoon is 'iemand, die op overweldigende wijze de tegenwoordigheid ervaart van iets, dat hemzelf overstijgt en veel werkelijker is dan al hetgeen men doorgaans voor werkelijkheid aanziet.'
Wat dat 'iets' dan is? Een rechtstreeks antwoord geeft de mystiek niet. Dat 'iets' verdicht zich gaandeweg tot een Iemand. En die Iemand is dan 'iets van God'. De mysticus voelt in zijn mystieke beleving ook 'zijn normale ikheid verdwijnen.' Met andere woorden de mens versmelt in de Godheid.
Toch is mystiek – ik volg nog steeds Beumer – ook geen pure emotie, niet louter gevoel. Een mystieke ervaring overkomt een mens. Het is intussen wel een weten 'van binnenuit'.

(On)middelijk
Hier zijn we dan bij het meest wezenlijke van de mystiek: kennen van binnenuit, niet van buitenaf. 'Het is een on-middelijk weten, in de letterlijke zin van het woord: er is geen middel tussen de werkelijkheid, die zich openbaart en de eigen ervaring, geen woord, geen beeld, geen leerstelling, geen gedachte. Zoals bij een omhelzing'.
Dat is dus de kern van de kwestie. Mystiek is on-middelijk. Er komt geen middel, geen 'tegenover' (zeg: een 'Waarheid' buiten de mens) aan te pas. Ze bloeit van binnen in de mens op.
Toch wordt ook gezegd, dat in de mystiek God verschijnt als 'iets dat beslag legt op de mens'. Er gebeurt iets met de mens als 'het Weerlicht van de Heilige' hem treft.
Bij deze formuleringen kan men zich dan afvragen of het nu echt van binnenuit gebeurt of toch (ook) van buitenaf. Er is onder mystici kennelijk ook verschil. Maar, ook al wordt beaamd dat in de mystiek God uiteindelijk Zelf werkt, doorslaggevend is kennelijk, dat het 'onmiddellijk' gebeurt, zonder een middel, dat tot de mystieke ervaring voert. Een mens komt op direct wijze tot de 'vereniging' met God. En wanneer er in de mystiek verder ook sprake is van de persoon van Jezus, dan wordt een mens 'met Jezus Christus gelijk gemaakt'.


Zoals gezegd, in de mystiek gaat het niet om een norm buiten de mens. Mystici nemen niets 'voor zoete koek' aan. 'Geen enkele instantie hoeft hen te vertellen hoe ze moeten geloven, geen kerk, geen leerboek, geen ouderlijk gezag.' Van geloofsleer wil, als gezegd, de mysticus helemáál niet weten. Een mysticus kan dus kennelijk niet dwalen. Hij hoeft zich ook niet te voegen in een geheel. Beroep op eigen innerlijk is voldoende en doorslaggevend.
Wel is voor christelijke mystiek 'de Schrift van belang.' Maar die is toch kennelijk niet doorslaggevend. In ieder geval verwerpt de mysticus 'de massieve opvatting van het Woord Gods', zegt Beumer. Het gaat om een wisselwerking tussen ervaring en Schrift, waarbij kennelijk de Schrift niet de doorslag geeft. Het gáát om de ervaring.

Bevinding
Tot zover kort over de mystiek.
Is bevinding nu inderdaad 'een protestantse variant' op de (van huis uit rooms katholieke) mystiek? Beumer meent van wel. Hij komt dan te spreken over wat we 'toeëigening des heils' noemen. Ook de Reformatie erkende immers, dat het Sola Scriptura (alléén de Schrift) niet kan zònder die toeëigening.
Oók in de reformatorische traditie gaat het om ervaring. Hij noemt hier vervolgens het Schriftwoord 'En niet meer ik, maar Christus leeft in mij' (Gal. 2 : 20). Dat zou bevinding dicht bij mystiek brengen.


Ik laat nu verder de onderscheiden typeringen uit het boek van Beumer over bevinding terzijde.
Het lijkt mij echter goed om maar van meet af te zeggen, dat bevinding en mystiek broer en zus lijken maar intussen elkaars vijanden wel eens zouden kùnnen zijn.
Ik besef, dat het nauw luistert om dit te onderbouwen.
Het is ongetwijfeld zo, dat bevinding vaak rakelings langs de mystiek ging of mystiek ontspoorde in de geschiedenis. Jean de Labadie is er een voorbeeld van. Hij ging uit van de on-middelijke werkingen van de Geest in het hart van de wedergeborenen. Zo is de overgang naar sectarische stromingen vaak vloeiend geweest in de geschiedenis. Men denke aan Zwart Jannetje, of de Zwijndrechtse Nieuwlichters. Bevinding kan doorvloeien naar mystiek. Het is voorts zo, dat er elementen in de bevinding zijn – ervaring van de liefde Gods – die aan mystieke beleving verwant lijken te zijn.
Bevinding wordt echter – en daar zit 'm de kneep – niet on-middelijk maar middelijk gewekt. De Geest neemt het uit Christus, middels het Woord, en verkondigt het ons. Ervaring is geloofservaring, gegeven met de overmacht van de Geest, die het Wóórd doet leven, zodat een mens gaat op-leven. De Geest neemt bezit van het hart van een mens door het Woord. Het Woord is en blijft het 'tegenover' (Waarheid van buitenaf) van de bevinding, de toetssteen dus ook voor de echtheid ervan.
Dat Woord komt van buitenaf tot de mens. Het wordt ìn hem niet gevonden. Dat Woord moet zelfs opruiming houden in de Augiasstal van binnen. Er moet voor het Woord door de Geest plaats worden gemaakt. Daartoe wordt de mens innerlijk verbrijzeld. Niet om zijn 'ikheid' te laten verdwijnen in God, maar om die te laten sterven. De Geest schept Zich woning, inwoning, maar houdt daarbij ook opruiming.
Het gaat zo in het geloof dus bepaald om méér dan verstandelijke aanvaarding van objectieve waarheden. De Geest werkt inwendig, hartgrondig, ontdekkend en ook niet buiten het gevoel om.


De Geest voert echter ook tot Christus. Dat is het uiteindelijke doel van Geesteswerking. De liefde Gods wordt in onze harten uitgestort door de Heilige Geest, die ons is gegeven, zegt Paulus.
Bij bevinding daarvan gaat het om meer dan ervaring van onbestemde liefde. Het gaat om bepaald iets anders dan versmelting met iets 'dat iets van God heeft.'
Bij bevinding gaat het namelijk om de ervaring van de radicaliteit van de zonde en om de radicaliteit van de genade: 'Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven.'
Bevinding is zo ten diepste concrete ervaring van wat God in Christus dééd – voor eens en voor goed – vóór ons en dan vervolgens door Zijn Geest uitwerkt ìn ons. Zonder het Christus-voor-ons en Christus-buiten-ons valt er niets wezenlijks te ervaren in ons. Dan rest een mystieke Christus-idee.


Dat zulk een ervaring van de liefde Gods in Christus intussen met diep gevoel kan gepaard gaan, zodat een mens tot tranen toe bewogen kan zijn, is zeker. Een mens krijgt God lief niet alleen met zijn hele verstand en ziel en kracht, maar ook met zijn gemoed. Maar bevinding is daarmee nog niet pure gevoeligheid.
Bevinding kan ook, naar het voorkomt, als bij blikseminslag uit de hemel gewekt worden, senkrecht von Oben, loodrecht van boven. Maar dan nòg gaat het om woorden Gods, die binnendringen. Ook die bevinding borrelt niet op vanaf de bodem van het menselijk hart. Die bodem is zonder 'tegenóver' moerasbodem.


Deze bevindelijke tonen klinken zo – inderdaad – ook door de profetische geschriften van de Bijbel heen. Een mens wordt door de profeten op zijn plaats gezet, ontdekkend, tot gehoorzaamheid leidend. Hij wordt tot de orde geroepen, voor Gods Aangezicht door elkaar geschud.
Maar in het bevindelijke heeft naast de profeet ook de priester een plaats. Dat heeft alles te maken met de priesterlijke dienst van Christus. Christus heelt in die dienst niet alleen wonden. Hij verzoent zonden. Dàt van binnen te ervaren is pure verrukking. Zo kan een mens weer tot God naderen. Met God samenvloeien doet de mens echter ook in de bevinding van de verzoening niet. God is God. God blijft God. Dat is het wezenlijke verschil met de mystiek. Alleen de Heilige Geest is God-in-ons. God en mens komen elkaar in Christus door de Geest wel nader. Ze worden het eens in de veroordeling vanwege de schuld. Maar dan schept de Geest ook de ervaring, in verwondering, van de vreemde vrijspraak.
Dat alles betekent intussen, dat bevinding iets nalaat. Het is met de bevindelijke ervaring niet weer over, in afwachting van de volgende ervaring. ('Zo genoten, zo weer toegesloten'!) Bijbelse bevinding geeft grond onder de voeten in de schuldvergeving. Een mens leert van buitenaf en zo van binnenuit, dat God hem als goddeloze rechtvaardigt om-niet, uit louter genade.


De gevoelige bevinding kan intussen bij een gelovige ook weg zijn. De tijd van eerste liefde gaat over. Een mens kan in duisternis komen. Maar ook dan is het gelóóf nochtans bij Christus bewaard. Christus is uiteindelijk ook in de dieptebevinding en in afwezigheid van bevinding de grond buiten ons, niet in ons.
Ook dit Godsgemis wordt alleen doorbroken middels het Woord, middels het Woord alléén. 'Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis, door Zijne smaak èn hart èn zinnen strelen', zegt de psalm (119 : 84 ber.). En we mogen weten van de vertroosting der Schriften, waardoor een mens hoop op God krijgt.


Maar bevinding is uiteindelijk ook weer niet méér dan geloofsbevinding. Bevinden is geloofs-kennen. Maar dan wel kennen zoals ik gekend bèn.
Een gelovig mens, die een bevindelijk mens is, weet ervan overmocht te zijn door de genade, overmand te zijn door de Geest. Maar in dat bekennen, als de Heilige Zich bekend maakt in de worsteling met God, gebéúrt er wel wat. Daarvoor schieten woorden tekort. Daarvoor is nauwelijks taal.
Maar verder: de rechtvaardige zal uit zijn geloof leven.

Middelijk
Er dient dus een dikke streep te worden gezet onder het middelijke van de bevinding. Bevinding dient getoetst te worden. Bevinding mag niet in mystieke wateren komen. Neemt dan ook de mysticus niets 'voor zoete koek aan', een bevindelijk mens doet dat zo, in die letterlijke betekenis van het woord, óók niet, maar leert nochtans wel het Woord beámen. En vanuit dat Woord leert een mens, in de bevinding door de Geest, wat het betekent tot kind te zijn áángenomen. Maar alleen vanwege het heil, dat in het Woord is geopenbaard.
En verder, in de bevinding word ik niet aan Jezus gelijk. Ik word Hem wel gelijkvormig, ga geestelijk, met eerbied gezegd, op Hem lijken. Dat brengt tot navolging.


Dit alles samen genomen moet men zeggen, dat mystiek en bevinding niet hetzelfde zijn. Bevinding is naar mijn overtuiging dan ook geen 'protestantse variant' op de mystiek. In de rechte bevinding staan Woord en Geest centraal. In de rechte bevinding gaat het om de kennis, die weliswaar alle verstand te boven gaat, maar die intussen onze harten en zinnen bewaart in Jezus Christus.
Die bevinding valt zeker niet te systematiseren. De Geest waait waarheen Hij wil. Maar de Geest van God blijft wel onderscheiden van de geest van de mens. En de Geest neemt het uit Christus.

De wereld
Intussen herinnert Jurrien Beumer een bevindelijk mens wel aan een wezenlijke bijbelse notie, die – dat zij hem toegegeven – maar al te veel veronachtzaamd is. Die ligt opgesloten in het tweede deel van het citaat, waarmee dit artikel begint: het sociale engagement. Ik noem het liever anders: de heiliging in het publieke leven. Hier herinnert Beumer aan de roeping van de christen in de wereld. Hij maakt er terecht op attent, dat de Nadere Reformatie – die sterk opkwam voor de bevinding – in de beginfase ook voluit op het publieke leven was gericht. Het ging om de heiliging van het totale leven. Pas in de tweede fase, toen de Nadere Reformatie doorvloeide naar piëtisme, kwam er de pure verinnerlijking: vroomheid, die zich opsluit in zichzelf en zich afsluit van de wereld.


Bevindelijk leven echter heeft inderdaad ook te maken met de heiliging van het leven, met de praktijk der godzaligheid. Het woord Godsvrucht is nog beter. Het tekent, dat het geloof ook in de vruchten openbaar komt. Wie dan ook voor Gods aangezicht leeft, weet zich ook in de bredere verbanden van het leven voor Gods Aangezicht gestèld, geróépen. Het gaat inderdaad om hàrt en hóófd en hànd, onafscheidelijk samen.
Bevindelijk leven heeft zo ook helemaal te maken met doorleving van de zonde, die de levensverbanden doortrekt. Dat is verbonden door mystieke beleving van 'wereldsmart'. Daar, in die verbanden, is het namelijk niet zoals Gòd wil dat het is. Daar is de ontwrichtende werking van de zonde, die in het hart van mensen zit.
Bevindelijk leven heeft ook smart om de smart, die de wereld doorkreunt vanwege de gebrokenheid van het bestaan, maar heeft ook vreugde om heling en heiliging, ook in de bredere levensverbanden.
Een bevindelijk mens is dan ook niet a-politiek. Hij weet, dat ook het politieke gebeuren zich afspeelt Coram Deo, voor Gods Aangezicht. Daarom is hij theocratisch. Het gaat om de theocratie als levensbesef, vanuit de doorleefde kennis dat God Schepper en Eigenaar, Richter en Rechter, Heere der heren is. Het gaat ook in de politiek om de Gloria Dei, de eer van God. Daarom verbreedt bevinding zich van het hart naar het hele leven.


Het is dan evenwel een misvatting, dat een bevindelijk mens eigenlijk christelijke politiek moet afwijzen en zou moeten dóórbreken in de politiek, zoals christenen dat gedaan hebben in de naoorlogse jaren toen ze zijn doorgebroken naar de PvdA. Maar dat krijgt men ervan als men in de mystiek blijft steken. Want er is dan geen 'tegenover' meer, geen toets, geen wet ook die het leven, ook het publieke leven, wil regelen, geen wet dan die we zelf maken. Het mystieke leven namelijk is geen verantwoording verschuldigd aan een Ander. Het bevindelijke leven is dat wel.
Maar juist daarom – omdat al onze werken door God geoordeeld zullen worden – staan de vensters van het bevindelijke leven open naar de wereld en naar de schepping. Daar zal gerechtigheid een plaats hebben. Gerechtigheid zoals de Schrift die kent. En zolang die er niet is wordt er om gezucht.
Maar die gerechtigheid is meer dan (mede)menselijkheid. De humaniteit is namelijk niet veilig als de levende afglans van Gods gerechtigheid uit het besef wegzakt. Het recht Gods, in de Schriften verklaard, is ook in het publieke leven het objectieve 'tegenover' van de bevinding.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe (on)middelijk is bevinding?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's