De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Actuele ontwikkelingen in het diaconaat (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Actuele ontwikkelingen in het diaconaat (2)

9 minuten leestijd

De samenhang van diaconaat met pastoraat en apostolaat
Het ZWO-proces, het 'Luisterend Dienenpakket' en het op dit moment actuele project van de IZB en GDR 'De Herberg' te Oosterbeek noopt de diakenen na te denken over de samenhang tussen de begrippen Missionair en Diaconaal. Het gaat omZending en Werelddiakonaat, om een Missionair Diaconaal Centrum. Begrippen niet van elkaar te scheiden, wel te onderscheiden. Wat bedoelen we precies? Wanneer we vandaag spreken over de zending, dan gaat het om een totaalbegrip. We duiden dit ook wel aan met de term Missio Dei. De zending gaat van God uit. De zending is van God. God zendt Mozes; Hij zendt profeten; Hij zendt Zijn Zoon; Hij zendt Zijn Geest; Hij zendt in het verlengde daarvan Zijn gemeente. God zendt ons in de wereld om te getuigen en te dienen. Twee aspecten van Gods zending. Beide zijn opdracht van Hem. Het gaat om Woord en Daad! In het O.T. kennen wij het woord DABAR. Ook een totaalbegrip! Het een kan niet zonder het ander! Woord en Daad horen bij elkaar. We lezen dit bv. ook in de zendingsopdracht in Matth. 28 : 16-20: Gaat dan heen (=zending) en leert (=pastoraat) en onderhoudt (=diaconaat) alles wat Ik u geboden heb. Datgene wat Hij ons gezegd en voorgedaan heeft, moeten we doen. Een tweede voorbeeld daarvan vinden we treffend in Matth. 25 : 33-41. In dit gedeelte is sprake van een diaconaal criterium voor het beërven van Gods Koninkrijk.
Let daarbij op de woorden IK BEN en GIJ HEBT: Ik ben hongerig geweest en gij hebt mij gevoed. Predikanten en ouderlingen horen we nog wel eens spreken over 'crisispastoraat'. Er is in dergelijke situaties veelal sprake van meer dan 'geestelijke' nood alleen. Het betreft ook vaak psycho-sociale noden. Het een komt vaak uit het andere voort, of heeft met elkaar te maken. Het is voor het diaconaat van belang om het geestelijke en het materiële niet van elkaar los te koppelen, of tegenover elkaar uit te spelen. Diaconale hulp, herbergzaamheid en onderlinge zorg kan zeker bijdragen tot of zelfs voorwaarde zijn voor het opheffen van psychische spanningen of geloofsproblemen. Ik pleit er dan ook sterk voor, dat diakenen bezoekwerk doen. In ieder geval goed op de hoogte zijn van de noden van naasten in de knel. Een WAO-er vertelde mij eens heel treffend hoe hij de eerste dagen van het 'WAO-er zijn' beleefde. 'M'n vertrouwen op God was er niet. Ik voelde me bekeken, kon voor m'n omgeving wel door de grond zakken. De muren kwamen op me af. Ik voelde dat de buurt over me sprak. Het enige wat ik nog een beetje kon, was fietsen, totdat een groepje jongelui tegen me riep: "Hé ouwe, kun je niet een beetje snel aan de kant gaan?" De maat was vol… Toen wilde ik er wel even uit… even weg uit m'n omgeving om tot inkeer en tot mezelf te komen, om na te denken over m'n toekomst…' Wat kan dan in zo'n situatie pastorale hulp en herbergzaamheid belangrijk zijn, samengaan en elkaar aanvullen.

Besteding van het diaconale geld en diaconaal beleid
Ik heb wel eens tegen diakenen gezegd: je kunt een mooi beleidsplan maken. Je kunt dit boekje volschrijven met wat je allemaal doet, je kunt het presenteren en zeggen: Kijk, dat zijn wij nu, geweldig! Maar nu je motieven, je persoonlijke motieven en de richting waar je heen wilt als diaconie, dáár gaat het m.i. om. Wie zijn we eigenlijk als diakenen, waar staan we voor en wat is onze roeping als (diaconale) gemeente. Het grootste voordeel van een beleidsplan vind ik eigenlijk alleen maar dit: dat we ontdekken wie we zijn als ambtsdragers en gemeente en dat we een kostbare roeping hebben te vervullen. Een beleidsplan brengt ons als het goed is tot verdieping en bezinning, geeft zicht op het geheel en geeft de richting aan voor de toekomst. Noopt om bestaande activiteiten te evalueren en zo mogelijk te veranderen of aan te vullen. Ik pleit voor een apart door de diaconie zelf opgesteld diaconaal beleidsplan, dat tevens dienst kan doen als diaconaal hoofdstuk in het gemeentelijk beleidsplan. Uiteraard opgesteld in overleg en in samenspreking met kerkeraad en kerkvoogdij.

Het geeft u als diakenen de gelegenheid zich met elkaar goed te oriënteren op het diaconaat. Ervaringen bij het maken van beleidsplannen met diakenen hebben diepgang opgeleverd, inzicht, verdieping, motivatie en het blijkt tevens een goed middel voor publiciteit te zijn. Wat zeker ook niet in een beleidsplan mag ontbreken is een verhaal over de besteding van het diaconale geld, met daaraan vooraf een principiële stellingname voor wie de gaven van de christelijke handreiking bestemd zijn. M.a.w. wie zijn de armen in deze tijd? Heeft u criteria op basis waarvan u besluit om bepaalde instellingen c.q. stichtingen wel of niet een financiële ondersteuning te geven?

Welk beleid heeft u, diaconie, m.b.t. het vermogen en het onroerend goed? Is er overleg mogelijk met de kerkvoogdij en is men van elkaars verplichtingen voldoende op de hoogte? Is alles wat u uitgeeft werkelijk diaconaal? Is er wekelijks wel een dienst van de christelijke handreiking in de eredienst naar 1 Kor. 16 en Zondag 38 van de H.C.? Moeten alle opbrengsten van kerkpleinacties, dankstondcollecten e.d. altijd geheel in de kerkvoogdijkas terecht komen? Het zijn zomaar enkele vragen. Er is veel meer over te zeggen. Ik zou er dit nog van willen zeggen: De diaconie is geen filantropische of particuliere instelling, maar een ambtelijk orgaan. D.w.z. de diaconie is primair geroepen de gelden via de eigen kerkelijke kanalen voor diaconale doeleinden beschikbaar te stellen. Doelen, die louter en alleen van het kerkelijk c.q. ambtelijk diaconaat afhankelijk zijn. Waarbij de stelregel geldt: Wat landelijk kan, landelijk uitvoeren! Wat provinciaal kan, via het PDC-bijdrageadvies en wat regionaal of plaatselijk kan, die verantwoordelijkheid daar laten uitvoeren!

Een diaconale gemeente
Waartoe zijn onze gemeenten geroepen? Kort en bondig: om een gemeenschap te zijn. Een gemeenschap waarin allen, niemand uitgezonderd, geroepen zijn te wandelen waardig der roeping met welke gij geroepen zijt, zegt Paulus in Efeze 4. Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde. Het geheim van die gemeenschap? Het elkaar verdragen in liefde. Hoe dat, kan? Door de eenheid van de Geest en de band des vredes. Wij allen zijn geroepen een bijdrage te leveren aan de opbouwvan de gemeente des Heeren, diaconaal bezig te zijn, elkaar 'geestelijk' toe te rusten. Elkaar ook op te scherpen in liefde. De gemeente als gemeenschap is een oefenplaats voor wederkerigheid en dienstbetoon.
Als Paulus de gemeente van Macedonië en Achaje oproept een handreiking te doen aan de arme christenen in Jeruzalem, dan gaat het de apostel niet om geld alleen, maar om veel meer. Er is sprake van wederkerigheid. Handreiking wil in dit verband zeggen: gemeenschap met elkaar hebben en dat kan nooit van een kant komen. Geroepen tot wederzijdse assistentie. Je zou ook kunnen zeggen: een gemeenschap verplicht! In Gods Koninkrijk gaat het om een menswaardig bestaan. Prof. Bavinck heeft eens gezegd: bestaan, leven is dienen. De wet van het dienen ligt onder elk schepsel. Zo heeft God de mens als kroon van Zijn schepping bedoeld. Het doel van diaconaat is om de ander tot recht te laten komen, om de ander te voltooien, omdat de ander zo uniek is, zo persoonlijk met schitterende gaven. In Christus vraagt onze Hemelse Vader wederkerigheid van allen die Hem liefhebben. Diakenen zijn geroepen om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon. Om de gemeente ook voor te gaan in de dienst.
De gemeenteleden mogen aan die roeping beantwoorden met materiële gaven en andere gaven tot meerdere eer en glorie van Hem en Zijn Koninkrijk...

Tenslotte
Ik wil eindigen met enkele concrete aandachtspunten voor de diaken vandaag:
1. Als het goed is, gaat het diaconaat niet buiten ons om. Wie anderen oproept om bv. tot een ander consumptiegedrag te komen, zal daarin zelf het voorbeeld moeten nemen. M.a.w.: Is mijn levensstijl overeenkomstig mijn boodschap. Ben ik als diaken geloofwaardig, integer, kwetsbaar soms, consequent en principieel? Het gaat hier om de 'ethiek' van het diaconale handelen. Men leze 1 Tim. 3.
2. Ik pleit voor persoonlijke betrokkenheid. Persoonlijke ontmoetingen met mensen in de knel. De diaken dus op bezoek, op weg om te leren kijken – zoals iemand eens treffend schreef – door de ogen van de onderliggende.
Breng als diaconie eens gerichte bezoeken aan bv. het Roosevelthuis, het MDC 'De Herberg', het EBC 't Harde, een jongerenadviescentrum, een gevangenis of een AZC.
3. Bezinning en toerusting. Neem daar als diaconie veel tijd voor. Er is materiaal voldoende voorhanden. Bespreek met elkaar eens een actueel diaconaal vraagstuk. Daarnaast pleit ik voor een persoonlijk gerichte bijbelstudie. Mediteer voor uzelf eens over bepaalde diaconale bijbelgedeelten. Neem stille tijd voor uzelf. Het verrijkt uw leven en u mag er anderen in laten delen…
4. De diaconale vergadering is bij uitstek een plaats om in het gebed de noden aan God voor te leggen. Maar ook persoonlijk pleit ik voor een intensief gebedsleven. Is er voldoende aandacht voor de voorbeden in de eredienst? Komen de noden dichtbij en veraf wel voldoende aan de orde? Laten we niet vergeten dat er sprake is van dienst der gebeden!
5. Ik pleit voor een goede taakverdeling onderling. We hoeven niet alles en kunnen niet alles doen. Weet men voldoende af van elkaars gaven in de diaconie? Ook hier geldt: Niet het vele is goed, maar het goede is veel! Zoek ook eens naar gaven om bv. nieuw diaconaal werk op te pakken. U blijft er als diakenen fris bij…
6. Ik acht het van groot belang dat de gemeente beantwoordt aan haar roeping diaconaal bezig te zijn. Schept u voldoende mogelijkheden daartoe d.m.v. bv. werkgroepen of commissies? Is er voldoende voorlichting over het diaconaat, bv. via de catechese, het kringwerk, gemeente-avond, informatie via het kerkblad?
Bij dit alles besluit ik met te zeggen: Zo de Heere wil en wij leven en… zo Hij het huis niet bouwt…
Ik wens u allen en mezelf toe dat persoonlijke gebed: 'Doorstroom, beziel en zegen mij, opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!'

A. Peters, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Actuele ontwikkelingen in het diaconaat (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's