Overwinnen van tegenstand
Het is toch goed, om verschillende vertalingen van de Heilige Schrift eens met elkaar te vergelijken. Een bepaalde uitspraak van het Woord, Gods krijgt soms door een andere overzetting ongekend nieuwe glans. Wat dunkt u bijvoorbeeld van dit woord uit Spreuken: Door hovaardigheid maakt men niets dan gekijf, maar bij de beradenen is wijsheid? Weet u, dat hovaardigheid niet alleen hoogmoed is, maar ook betweterij? Overmoed, gepaard met eigenwijsheid, verstoort het evenwicht onder de mensen. Wie alleen met zichzelf rekent, ondermijnt de gemeenschap. Daar ontstaat altijd botsing door. Beradenen zijn mensen, die naar goede raad willen luisteren. Wijsheid gepaard met ootmoed, houdt de samenleving in stand. Uit dit vers blijkt opnieuw, dat de praktische zin der wijsheid zich met name op de goede verstandhouding met de medemensen richt. Wijsheid is levenskunde. Door wijsheid weet men de goede verhoudingen onder de mensen te bewaren; de goede toon te vinden. Maar als men in het concert van het leven alleen op de eigen trompet aldoor blaast, overbluft men de anderen. In de wereldgeschiedenis is het einde van zulk een weg op den duur het Hitlerdom. Nergens beter dan dáár is de waarheid van dit woord gebleken.
Zo moet het er ons om te doen zijn nooit iets over de schreef te drijven. Wanneer wij bijvoorbeeld in een discussie een treffend argument voor onze mening hebben gevonden, dan moet het onze voornaamste zorg zijn onze tegenpartij niet te vernederen. Wanneer wij willen, dat iemand over iets zal nadenken, moeten wij hem daartoe de ruimte laten, en zorgen dat die gedachte bij hem niet altijd gepaard zal gaan met de herinnering aan iets wat hem pijnlijk is en boos maakt. Laat hem maar eens rustig aan hem zelf over in het overtuigen van zichzelf. Zo vertelt de oud-secretaris-generaal van de NAVO Luns in zijn levensherinneringen, dat hij in allerhande politieke discussies vaak gebruik maakte van deze gedachte. Hij strooide vooreerst allerlei gedachten om zich heen in de vergadering. Zij werden aanvankelijk niet geaccepteerd. Later ontdekte hij, dat zijn voorstellen werden aanvaard. Men was blijkbaar tot andere gedachten gekomen. Dan moeten wij niet de overwinnaar uithangen, aldus Luns, maar dankbaar zijn, dat de tegenstander zo'n voorstel heeft gelanceerd. Ook al hebben wijzelf de ideeën eerst naar voren gebracht. Ik heb menigmaal iemand gecomplimenteerd voor de oplossingen, die ikzelf eerst te berde had gebracht. Dat is nu levenswijsheid.
Kijk, wij kunnen dikwijls grote verrassingen meemaken, wanneer wij onze eigen argumenten bij anderen fris en groen zien opduiken. Wij meenden, dat de vogelen des hemels onze ideeën hadden weggepikt. Wij redeneerden, redeneerden… om te overwinnen, maar niet om de waarheid in de ziel van de ander te doen indalen. Wij moeten nooit de gewoonte hebben een overwinning in een gesprek als het ware uit te benen. Niet de nederlaag van het verstand is het doel, waarmee wij het zwaard des Geestes in onze strijd hanteren. Het gaat om de overgave van het hart. Wij hebben hier een levensles, die wij doorgaans weinig ter harte nemen. Maar wanneer wij deze les allengs in toepassing leren brengen, kunnen wij meer dan eens een verrassend gunstige uitslag verwachten. Als wij met iemand te doen hebben, die het met ons niet eens is, en het gelukt ons, hem op enigerlei manier vast te zetten, laat ons toch niet tonen, dat wij dit bewerkten, maar zijn gevoel sparen door aan het gesprek een andere wending te geven. Laat de ander de gevolgtrekkingen maken uit het gesprek. Laat hem maar eens aan zichzelf en aan eigen denken over. Dat is doorgaans vruchtbaarder dan wanneer wij dat doen en hem dwingen de conclusies te erkennen. Natuurlijk, de tegenstander moet wel ja zeggen, maar al wat in hem is, bruist er tegen op en hij zal na ons vertrek in bitterheid achterblijven.
Inderdaad, het is veel beter niet rechtstreeks te argumenteren, maar in de vorm van mededelingen onze bewijsgronden uiteen te zetten. Wij laten eenvoudig niet merken, dat wij er aan denken, dat ook onze gesprekspartner tot de tegenstanders behoort, voor wie die argumenten gelden. Het is volstrekt niet nodig, zijn oordeel te vragen over hetgeen wij meedeelden. Door dat oordeel voorbarig uit te lokken, voordat onze bewijsgronden nog eenmaal en andermaal door hem zijn overdacht, maken wij zelf het voor hem moeilijk, zijn oordeel te wijzigen. Antecedenten, ook in discussies, zijn altijd lelijke dingen. Ieder wil nu eenmaal graag de schijn hebben van consequent te zijn en gelijk te hebben gehad.
Op dit punt kunnen wij iets leren van de oude walvisvaart. Tegenwoordig zal in deze bedrijfstak ook wel alles geheel veranderd zijn. Maar wij gaan dan ditmaal ook van de oude gewoonte daar uit. Het is trouwens maar beeldspraak. De mens is weliswaar geen walvis, maar hij die mensen vangen wil, kan wel van de walvisvangst veel leren. De harpoen die uitgeworpen is en de vis heeft getroffen, wordt niet onmiddellijk aangehaald. Dan zou de vis met zijn onverzwakte kracht onderduiken. De walvis kan ook ontsnappen met een gapende wonde, terwijl de harpoen met een stuk uitgerukt vlees in handen van de vissers bleef, of hij zou die met zich slepen. Daarom deden de wasvisvaarders iets geheel anders. Ze vierden de lijn, zodra de harpoen trof, zolang ze konden, om daarna des te zekerder te zijn van de vangst. Dat moeten wij ook doen. Wanneer wij met een woord getroffen hebben, de lijn vieren; het voorts overlatende aan Hem, die regen en vruchtbaarheid geeft, dat het Woord vrucht zal dragen.
Helaas gaat het maar al te vaak heel anders toe. De hoogmoed speelt ons parten. Innerlijk zegevieren wij reeds. En nu draaien wij het zwaard, waarmee wij kwetsen nog eens om en om in de wonde. Wij maken daardoor de zwaardhouw wijder en pijnlijker zonder haar dieper te maken. Het gevolg is natuurlijk gekijf. Het spel van nietes en welles. Er komt toorn van, onverzettelijkheid en een kil debat. Wij winnen niets. Daarom is ook een debat doorgaans geheel zinloos. Hete hoofden en koude harten. Dat is het wat ons rest. Niemand kan uitmeten wat tegenwoordig wel de vruchteloosheid is van de ene commotie na de andere in de politiek. Luister eens een uur lang naar de radio, ontleed eens een aantal vraaggesprekken en interviews. En wat heeft de Spreukendichter gelijk! Zeker, het gaat vaak burgerlijk beleefd toe, maar een deskundige bemerkt hoe men met een pincet in iemands vlees prikt. De sfeer wordt vaak geheel bedorven. Men spreekt doorgaans geheel langs elkaar heen. Is het wonder dat velen zich hiervan afkeren?
De Heere Jezus Christus is ons op deze weg niet voorgegaan. Hij gaf gewoonlijk in één woord te tekst aan, waarvan Zijn hoorders dan de toepassing verder konden maken. Het was Hem genoeg tot de Farizeeën te zeggen: 'Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen op deze vrouw'. Tot de rijke jongeling zei Hij niets meer, toen deze bedroefd over de grote eis heenging. Het zaad was gestrooid en moest nu sterven en ontkiemen. Er treedt dan, om zo te zeggen, een stilte in, waarin de mens tot zichzelf moet komen. Een incubatietijdperk.
Nu zal wellicht een lezer zeggen: Maar wij hebben toch met zulke mensen te doen, die een wenk of een wijs woord niet begrijpen? Met andere woorden, de mensen hebben oogkleppen voor en oorkleppen aan hun hoofd? Zulk een manier van Jezus helpt toch niet? Maar dan antwoorden wij: De walvis behoort bij uitstek tot de dikhuiden. Het wapen dat wij hanteren kan niet voor ieder hetzelfde zijn. Maar de wijze van behandeling is dezelfde. Door het raspaard wordt het kwispelen met het uiteinde van de zweep al gevoeld. De olifant zou men op andere wijze moeten doen gevoelen wat men wil. Maar als dat eenmaal gevoeld is, moet het ons voldoende zijn. Het helpt niet om mensen steeds maar weer te plagen. Onze weg moet deze zijn, dat wij geraden willen worden. Beradenen zijn mensen, die naar goede raad willen luisteren. Wij zullen ons moeten matigen in onze begeerte om vluchtige overwinningen te zien. Het zou trouwens wat een hoogmoed kweken, als het aan mensen lag om voor de waarheid op de knieeën te gaan! Daar ligt misschen wel één van de grootste verzoekingen van deze eeuw: om door mensengeredeneer iemands denken te kunnen overwinnen. De strijd der theologen komt voor een groot deel daaruit voort. De Heere God doet het anders. Hij verandert het hart. En vandaar gaat het verstand anders denken.
A. van Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's