Globaal bekeken
Uit 'Predikant en samenleving' (orgaan van de Bond van Nederlandse predikanten) knipten we de volgende twee lezenswaardige stukjes:
• De ouderling
'De vraag die hij mij stelde zal ik niet licht vergeten. De vraag van een ouderling. Kammer heet hij.
Ik bedoel niet dat hij zegt: "Zal ik uw jas aannemen?" Dat zegt hij altijd als ik tweemaal per jaar in zijn kerk kom. Ook niet dat hij vervolgens zegt: "Mag ik uw tekst weten." Dat vraagt hij ook elke keer.
Ik keek nog even in mijn preek. Kammer zag het. Hij ziet gewoonlijk alles. Hij vroeg: "Stoort het u dat wij doorpraten?" Maar die vraag bedoel ik ook niet. Ook niet zijn gebed voor de dienst. Met zijn eigen woorden bidt hij dat we een goede dienst mogen hebben.
Onopgesmukt en eerlijk. Kort en krachtig. Dat gebed wordt gebeden wanneer de klok over het dorp luidt. Daarna is het stil tot de koster ons komt halen.
Ik verbrak die stilte even omdat ik een cassettebandje zag zwerven. "Waar is die voor?" fluisterde ik.
Kammer draaide zich om, keek en fluisterde terug: "Voor het geval u meer dan twee uur preekt".
Diaken Bos: "Dat kan niet, ik heb een koe op kalven". Ik weer: "Ik zal het kort houden".
Kammer: "Dat kan ook niet U wordt er voor betaald". Daarna trokken we ons gezicht in de plooi en gingen we.
De vraag die ik bedoel kwam na de dienst. Ik had in de toren de kerkgangers een hand gegeven en ik keerde terug in de kleine consistoriekamer. Daar stond Kammer met de anderen. Hij keek mij vrolijk aan, zoals hij is, en vroeg: "Hebt u het goed gehad, dominee?"
Die vraag dus.
Ik wist niet zo gauw wat ik moest zeggen. De vraag overviel mij. Kammer bleef mij aankijken. Toen ik tenslotte schuchter "ja" zei, zei hij: "Wij ook. Mooi". Verder ging het gesprek niet.
Maar die vraag is mij lang bijgebleven. Wat bedoelde hij? Hij zei niet: u hebt het goed gedaan. Hij zei: hebt u het goed gehad, dominee?
Het ging er hem niet om of mijn ijdelheid gestreeld was. Daaraan zou gedacht kunnen worden, maar in dit geval niet Kammer bedoelde eenvoudig dat hij daarom gebeden had: een goede dienst. Waarom zou hij niet beniewd zijn of hij verhoord was?
Het klonk alsof ik op reis geweest was. Mij dunkt, dat Kammer begrepen heeft, dat uiteindelijk niet alleen de gemeente "onder het Woord" staat, maar de predikant zelf ook.
Alsof ik op reis geweest was. Vanaf het moment dat de ouderling je de hand geeft. In zekere zin is het ook een reis die je doet, de kansel op. Wat moet je daar zeggen? Je zegt: onze hulp is in de naam van Hem. Een stilering is dat van de schreeuw: God help!
Toen ik student was kende ik een predikant, die ik heel hoog achtte. Hij vertelde me ooit dat hij vaak met aarzeling naar de kansel ging en dat hij in stilte bad: "Here God, U moet het zelf maar weten".
Op de kansel sta je dan. Mooi gezegd: om een dialoog te dienen. Het gesprek van de Eeuwige met de mensen en van de mensen met Hem. Dat gesprek moet er uit komen. Het moet klank krijgen. In een heen en weer. Het ene moment ben je op weg naar de mensen, het andere moment kom je bij ze vandaan. Een reis? Waarom niet: een reis. Weggaan en terugkomen.
"Dominee, hebt u het goed gehad?"
Ik heb die reis nu bijna tweeduizend maal gemaakt. Niet zonder kleerscheuren. Niet zonder eenzaamheid.
Maar ik heb het goed gehad. Goed. Ja.'
R. v. d. 't Lindenhout
• Dominees geven bijna nooit wat
'Onlangs vroeg ik na de kerkdienst in de consistoriekamer om het collectezakje met het doel zelf ook wat aan de collecte te geven. De collectante keek wat verbaasd en merkte op: "Dominees geven bijna nooit wat".
Ik schrok daar wat van. Er zijn dus vrij veel dominees, die vanaf de kansel de collecten aankondigen, hen misschien ook aanbevelen en er zelf niets aan geven.
Dat kan natuurlijk niet. Collega 's maken zich zo ongeloofwaardig. Ook ongeloofwaardig als zij de naam hebben dat zij zo goed kunnen preken. Ook een dominee is toch een ondeelbaar wezen! Zijn optreden op de kansel moet toch in overeenstemming zijn met zijn optreden in de consistoriekamer!
En laten zij vooral niet zeggen dat zij het financieel toch al zo moeilijk hebben met hun opgroeiende kinderen en zo…
Misschien wanen zulke voorgangers zich nog in de achttiende eeuw toen adel en geestelijkheid voor van alles vrijstelling hadden. In dat geval lopen zij met hun denken twee eeuwen achter en zijn dan niet alleen ongeloofwaardig maar ook nog belachelijk.
De opmerking: "Dominees geven bijna nooit wat", is voor ons allen beschamend.
Barend Koole, em. predikant Steenwijk
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's