De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrees niet, geloof alleenlijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrees niet, geloof alleenlijk

7 minuten leestijd

'En Jezus terstond gehoord hebbende het woord dat er gesproken werd, zeide tot de overste der synagoge: Vrees niet, geloof alleenlijk'.(Markus 5 : 36)

Wanneer de Heere Jezus is teruggekeerd van de overzijde van het meer van Galilea, vergaderde een grote schare bij Hem. Gelukkig, zo moet men gedacht hebben, eindelijk is Hij gekomen. En één onder de schare moet dat nog sterker gedacht hebben: eindelijk. Die ene is Jaïrus, een overste van de synagoge van Kapernaüm. In die synagoge heeft Jezus veel gepreekt. Het is wel zeker dat Jaïrus dikwijls onder het woord van Jezus verkeerd heeft. Of het hem veel gedaan heeft? We lezen er niets van. Maar nu is het anders. Zijn enig kind is ernstig ziek, stervende. O, dat is wat, als u uw enige kind moet missen. Wat gaat er dan in een vaderhart, in een moederhart om. U zou wel alles willen doen om uw kind te behouden. En dan denkt Jaïrus aan de Heere Jezus. Blijkbaar heeft de prediking van Jezus toch wat uitgewerkt in het hart van Jaïrus. Hij gaat de sterfkamer uit en gaat naar Jezus en valt aan Zijn voeten. Let daar eens op. Er zijn mensen die soms jaren lijdelijk op een wonder in hun leven zitten te wachten. 'De Heere zal het moeten doen'. En dat is waar. Dat besefte Jaïrus ook. Maar dan wacht hij niet tot Jezus eens langs komt. Hij zegt niet tegen zijn vrouw: 'Misschien valt het ons nog eens ten deel'. Nee, hij gaat Hem zoeken, hij valt Hem te voet en bidt: 'Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde en zij zal leven.' Om meer dan genezing alleen vraagt Jaïrus en daaruit blijkt dat hij toch al iets van Jezus' prediking begrepen had. 'Opdat zij behouden worde'. Dat is waartoe Christus naar deze aarde gekomen is. Om te behouden. Hij is immers de Behouder van zondaren. Redder van lichaam en ziel beide. En om dat gezegende werk vraagt Jaïrus voor zijn kind. Vraagt u daar wel eens naar voor uw kinderen? Dat doet u toch wel? De Heere is een Hoorder der gebeden. Dat zien we ook hier. Direct gaat de Heere Jezus mee. Maar, o mensen, wat krijgt Jaïrus het dan nog moeilijk. Want de schare wil er bij zijn en zien wat Jezus gaat doen. In de nauwe straatjes van Kapernaüm komen ze nauwelijks vooruit. Bovendien is er ook nog een vrouw die al twaalf jaren ziek is en van achteren de zoom van Jezus' kleed aanraakt en wordt genezen. O, en dan keert de Heere Jezus ook nog om, om te vragen wie Zijn kleed heeft aangeraakt. En dan wacht Hij net zolang tot die vrouw aan Zijn voeten ligt. Jaïrus kan het wel uitschreeuwen: 'Heere, maak toch wat haast, straks is het te laat'. Zo wordt Jaïrus zwaar beproefd. Op Gods tijd wachten, misschien is dat ook uw ervaring, is zo'n zwaar werk. Ze beproeft de Heere wel eens door te wachten met de uitredding, opdat we het des te meer van Hem zouden verwachten. En dan komt de zwaarste beproeving voor Jaïrus. Uit zijn huis komen enigen, die zeggen: 'Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk?' Ze zeggen dus: 'Hou maar op, ze is dood, het is te laat!' En zal die stem ook niet in Jaïrus geklonken hebben: 'Wat valt gij de Meester nog lastig, het is te laat!' Dat is de stem van Jaïrus' verstand en tegelijk ook de stem van de satan, die altijd geroepen heeft en nog roept: 'Val Jezus met uw problemen toch niet lastig. Voor u kan het toch niet meer!' Kent u die stem? Maar Jezus hoort dat woord en juist op het moment dat Jaïrus dreigt te bezwijken, zegt Hij, beveelt Hij: 'Vrees niet, geloof alleenlijk'. 'Vrees niet'. Niet menen dat er nu geen uitkomst meer is. Niet eigen verduisterd verstand en zo Gods tegenstander het laatste woord geven. Wat dan? 'Geloof alleenlijk'. Wat bedoelt de Heere Jezus daarmee? Zoiets als 'geloof het maar', het heeft als het ware niets te betekenen? Ja, zo kunnen we ook over het geloof spreken. 'Geloof het maar!' Dat kun je nog zelf. Maar dat staat hier niet. Er staat: 'Geloof alleenlijk'. Dat is heel wat anders. Laat ik het met een beeld proberen duidelijk te maken. Ons hart is van nature net een hotel, waar van alles in huist. Ons eigen 'ik' woont in de mooiste kamer. Maar het is omringd door allerlei gasten. We hebben de duivel uitgenodigd om bij ons te logeren, al vanaf de zondeval. En de duivel komt nooit alleen. Hij brengt met zich mee een heel leger van vleselijke begeerten. Dikke vrienden van de duivel zijn 'uitwendige godsdienst' en 'dode orthodoxie'. Die vraagt de duivel veel mee uit logeren te gaan. Telt u de gasten eens in het hotel van uw hart. Wat huist er in uw hart? En weet u waar al die gasten geen bezwaar tegen hebben?
Dat de Heere Jezus ook wel een kamertje mag hebben. Niet te groot natuurlijk, maar Hij mag er wel bij. Nu, dat is 'geloof het maar'. Dan kun je blijven wie je bent. Er hoeft geen gast de deur uit, alleen Jezus erbij. Het vraagt geen offers en het brengt geen strijd. Maar Jezus zegt: 'Geloof alleenlijk'. Dat betekent dat alle andere gasten de deur uit moeten. Christus vraagt het alleenrecht om te wonen in ons hart. Alles moet opzij wat zich met Hem niet onder één dak laat verenigen. Dat is de bekering: het afsterven van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. 'Geloof alleenlijk'. Dat is: stel op Mij alleen uw vertrouwen. 'Vrees niet, geloof alleenlijk'. Dat is de weg tot het wonder. 'Geloof, vertrouw als een kind dat Ik kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naad'ren van de dood, volkomen uitkomst geven'. En dan? Moet Jaïrus dan alleen verder? Nee, de Heere Jezus laat het niet bij het bevel tot geloof alleen. Hij gaat met Jaïrus mee of liever Jaïrus gaat met Jezus mee, achter Jezus aan! Zo komen ze bij Jaïrus' huis en daar zegt Jezus tegen de klaagvrouwen: 'Wat maakt gij beroerte en weent gij? Het kind is niet gestorven, maar slaapt.' Maar de klaagvrouwen lachen Hem uit. Ze weten het toch zeker veel beter: dood is dood. Dat lachen is ten diepste spotten met de macht van Christus. Jaïrus lacht echter niet, hij wacht. Lacht of wacht, het is maar één letter verschil, maar het is hier wel het verschil tussen ongeloof en geloof. En dan drijft Jezus al die klagers uit. Het woord 'uitdrijven' wijst erop dat het moeite kost hen te doen vertrekken. De gasten in het hotel van ons hart laten zich zomaar niet wegsturen. 'Vrees niet, geloof alleenlijk'. En dan, in de doodse stilte van de sterfkamer klinkt Jezus' machtswoord: 'Talítha kûmi; gij dochtertje (Ik zeg u), sta op'. 'En terstond stond het dochtertje op en wandelde'. Hoe is het mogelijk? Twee woorden en een dode is weer levend. Dat is nu enkel omdat de Heere Jezus Zelfde dood is ingegaan. Hij is als het ware op de plaats van dit meisje gaan liggen. Maar Hij is opgestaan, triumferend over dood en graf. In deze geschiedenis valt reeds het licht van de Paasmorgen naar voren. Over dood en ongeloof is Jezus de overwinnende Koning. En diezelfde Jezus leeft nog. Nog maakt Hij dode zondaren levend. Valt Hem toch te voet. Niets is Hem te wonderlijk. 'Ja maar', zegt u, 'zou het voor mij nog wel kunnen?' Waarom zou Hij u overslaan? Zijn woord is welgemeend! O, pleit toch op Zijn woord, want het is een woord met macht. 'Vrees niet', zo spreekt Hij en Zijn enige voorwaarde is: 'Geloof alleenlijk'. Vrees niet, al is uw geloof nog zo wankel en teer. Geloof alleenlijk, de Heere Jezus vraagt alleen om alles van Hem te verwachten. Ja, aan Jezus' voeten, daar gebeuren, ook nu nog, wonderen. Beproef het maar!

W. L. Smelt, Kockengen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vrees niet, geloof alleenlijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's