De plaats van de verstandelijk gehandicapte in de gemeente (1)
1. De gehandicapte gemeente
Mag ik beginnen met een stelling? Die luidt aldus:
'Een gemeente, die geen volwaardige plaats biedt aan haar gehandicapte leden, is zelf zwaar gehandicapt. Sterker nog: die gaat niet in de voetsporen van haar Meester, Jezus Christus'.
Dat wil ik graag aantonen in deze lezing. Maar dan ook positief laten zien wat een waardevolle bijdrage gehandicapten aan het gemeenteleven kunnen geven. In de wijkgemeente die ik 20 jaar heb mogen dienen zijn we gezegend (ik bedoel dat heel letterlijk) met een gezinsvervangend tehuis voor verstandelijk gehandicapten èn een tehuis voor dove bejaarden. Ik heb de jaren door meer en meer ervaren, dat hun aanwezigheid een zegen in de gemeente is.
U hebt me gevraagd te spreken over de verstandelijk gehandicapte. Eigenlijk spreek ik liever over anders begaafd zijn. In het woord 'gehandicapt' wordt de nadruk gelegd op wat zij niet kunnen. Dat gebeurt in de samenleving maar al te veel. Ds. Trapman schrijft: 'Dit heeft eeuwenlang een groot lijden over hem gebracht'. Maar door de jaren heen heb ik mogen ontdekken, hoeveel gaven deze mensen wel van God gekregen hebben.
Als we spreken over de plaats van de verstandelijk gehandicapte of anders-begaafde in de gemeente van Christus, wil ik graag drie aspecten aan de orde stellen:
1. Wat zegt de bijbel?
2. Wat leert ons de geschiedenis?
3. Wat betekent dit praktisch voor ons?
2. Wat zegt de bijbel?
Het antwoord zou kunnen zijn: niets. Over verstandelijk gehandicapte mensen wordt in de bijbel niet met zoveel woorden gesproken. We kunnen ze niet maar zo op één lijn stellen met mensen met een 'boze' of 'onreine' geest, die we zo vaak in de Evangeliën ontmoeten. Als de Heiland op aarde komt, gaat ook de tegenmacht van de duivel zich openbaren.
Ook met de 'armen van geest', over wie Christus spreekt in de Bergrede, worden in eerste instantie geen verstandelijk gehandicapten bedoeld. Het gaat in deze zaligspreking over een gééstelijke levenshouding: mensen zonder enige godsdienstige pretentie, die geen andere Helper hebben dan de Heere. En die het dan ook in geloof en overgave helemaal van Hem verwachten. Zo 'arm van geest', het is te hopen dat u en ik dat allemaal zijn.
Maar toch staat de hele bijbel vol van Gods liefdevolle houding, juist ook t.a.v. gehandicapten. Dat blijkt al in het Oude Testament. We lezen daar zo duidelijk voor wie de Heere bijzondere aandacht heeft. De hele lijn van het O.T. is: God kiest voor het zwakke, het onaanzienlijke. Niet de sterke Kaïn, maar de nietige Abel. Niet de krachtige Ismaël, maar zijn veel zwakkere broer Izaäk. Niet de sterke jager Ezau, maar Jakob. Niet de machtige volken rondom, maar het onbetekenende volkje Israël.
Het is alsof we Paulus al zien schrijven in I Cor 1: 'Het zwakke in deze wereld, het verachte en hetgeen niets is, dat heeft God uitverkoren'. In deze wereld gelden andere normen: jong zijn, vitaal, een goede carrière opbouwen. Dat doet het. Dan beteken je wat. Maar Gods liefde kiest anders!
Ik denk ook aan de wetten uit het O.T. De Thora (regels ten leven van onze goede God) neemt het voortdurend op voor de 'arme'. Daarmee worden niet alleen armen in financieel opzicht bedoeld. Maar mensen die (omdat ze geen stukje eigen land hebben) afhankelijk zijn van anderen. Maar vooral diep afhankelijk van hun God. Ze hebben maar één hoop: dat de Heere Zich zal ontfermen. En dat doet Hij! De God van Israël neemt het op voor wees en weduwe en vreemdeling (Psalm 146). Of zoals Psalm 72 het zo ontroerend zingt:
Hij zal de Redder zijn der armen,
Hij hoort hun hulpgeschrei.
Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij.
Wat een Evangelie voor onze verstandelijk gehandicapten, die levenslang afhankelijk zijn van anderen en vaak zo eenvoudig vertrouwen op hun grote Vriend, deze God van Israël.
In het Nieuwe Testament vinden we deze lijn geheel terug. Rondom de Heere Jezus verdringen zich als 't ware de 'armen'. Ze worden met name genoemd: lammen, blinden, doven, misvormden. En Hij geneest ze allen! Juist bij deze 'hulpelozen' blijkt vaak ongedacht geloof te leven, in de ontmoeting met Hem. En bij hun genezing ontvangen ze ook vergeving en gemeenschap. Kortom, Jezus redt hen naar ziel en lichaam. Het is opmerkelijk, hoe vaak in de genezingsverhalen mensen ook uit hun isolement (maatschappelijk en kerkelijk) worden verlost. Christus stuurt hen terug naar de samenleving (integratie). Ze horen er – wat Hem betreft – helemaal bij als volwaardige leden.
Ik denk ook aan de woorden van Jezus over de 'kleinen'. Hij zegt heel scherp: 'Veracht hen niet. Anders is het beter dat een molensteen om je hals gebonden wordt' (Matth. 18 : 10). Het gaat hier in eerste instantie over de kinderen. Maar zou dat niet minstens zoveel gelden voor verstandelijk gehandicapten?
En dan komen we bij Matth. 25, waar Christus spreekt over het laatste oordeel. Waar kijkt Hij dan naar, als heel ons leven aan de orde komt in dat ontzaglijk uur? Hij zal vragen: 'Ik was hongerig, en gaf jij Mij te eten? Ik was in de gevangenis, en heb jij Mij opgezocht?' We mogen, meen ik, in de lijn van de bijbel aanvullen: 'Ik was gehandicapt, en had jij echte aandacht voor Mij?' En dan dat machtige antwoord: 'Wat jij aan Mijn minste broeder gedaan hebt, dan heb je Mij gedaan'. Horen we? Christus vereenzelvigt Zich hier helemaal met deze mensen, die in de maatschappij waren afgeschreven. Onder deze 'minste broeders en zusters' in de gemeente kunnen we toch zeker ook de verstandelijk gehandicapte rekenen. Maar Jezus kiest voor hen. 'Aan Mij gedaan'. Hij beschouwt hèn als Zijn vertegenwoordigers op aarde. Wijlen collega Trapman, zelf vader van een zwaar gehandicapt kind, schrijft: 'In de zwakzinnige, in dat gekortwiekte leven, ziet de Heer ons aan'. In hen ontmoeten we de Zoon des mensen.
Er zou nog veel meer te noemen zijn. Laten we vooral nog luisteren naar I Cor. 12. Paulus gebruikt daar voor de gemeente het beeld van een lichaam. Christus is het hoofd, elke christen een lid van het lichaam. Er zijn sterke leden en zwakke. Maar let erop, dat geen enkel lid gemist kan worden! Ieder heeft een eigen, onmisbare functie. Er staat zo mooi in vers 22: 'Ja, veeleer de leden die ons dunken de zwakste van het lichaam te zijn, die zijn nodig'. Die ons dunken de zwakste te zijn. Maar de Heere God denkt daar anders over!
En dan staat er niet: 'Die zwakke leden, daar moeten wij voor zorgen'. Zelfs niet: 'Die horen er bij'. Maar nog veel sterker: 'Die hebben wij nodig'. Zonder hen is de gemeente niet compleet. En zelf gehandicapt.
O ja, er is wel een rangorde. Maar heel anders dan je zou verwachten. God geeft de mééste eer aan die leden, die door ons het minst geëerd worden (vers 23 en 24). Letterlijk staat er in het Grieks: degenen die achteraan staan, de achterblijvers. Wie denkt ook hier niet aan onze verstandelijk gehandicapte medebroeders en -zusters? In de harde maatschappij tellen ze niet mee. Het lijkt of zij zonder veel nut zijn. Zij stonden achter in de rij, toen de Geest Zijn gaven uitdeelde? Zo denken wij in onze hoogmoed. Maar God geeft ze een ereplaats in Zijn gemeente. En Hij kan ze gebruiken in Zijn Koninkrijk. Ook zij delen in de gaven die de Heilige Geest aan de gemeente geeft. Anders begaafd.
We concluderen dus, dat verstandelijk gehandicapten niet alleen maar object zijn. Object van onze barmhartigheid. Ze hebben niet alleen een ontvangende rol, maar ze mogen ook subject zijn. Ze hebben andere leden van de gemeente wat te geven. Wat kunnen wij dan van hen leren? Voorlopig volsta ik met zes gaven, zes leerpunten voor ons.
1. Hun aanwezigheid in de gemeente laat zien hoe diep Gods liefde gaat. Dat de Heere niet aanknoopt bij onze menselijke kwaliteiten: verstand, goed kunnen organiseren, redeneren, en noem maar op. Het gekortwiekte leven van de zwakzinnige is voor Hem zoveel waard, dat Hij ook voor hen Zijn eigen Zoon wilde geven. Hij geeft toekomst, ook waar het leven maar weinig kansen geeft.
2. De verstandelijk gehandicapte wil ons, andere gemeenteleden, leren dat bij Christus andere normen en waarden gelden. Niet alleen maar rekenen met 'ik' en 'hebben', succes en status. Maar leren om rekening te houden met de ander, voor wie de Heere Jezus ook alles wil betekenen.
3. Een gave die onze God aan de verstandelijk gehandicapte gaf is: een sterk gevoel voor wat echt is. Hij of zij voelt feilloos aan, of de ander alleen maar interesse veinst of werkelijk in hem of haar geïnteresseerd is. Trapman schrijft: hij voelt aan je handdruk, of je hem accepteert. Wat een gave in een wereld vol van leugen en schijn!
4. In onze westerse samenleving, waar de ratio (het verstand) zo'n grote rol speelt, schonk God aan deze mensen juist een teer gevoelsleven. Wat kunnen ze zich verwonderen en spontaan blij zijn. Vaak gevoelvol reageren op anderen. Blij zijn met de blijden, huilen met hen die bedroefd zijn, die gave van Gods Geest uit Rom. 12 is heel bijzonder aan hen geschonken.
5. Ik noem de gave van de vriendschap. Ze zijn zelf zeer gevoelig voor vriendschap. Maar wat kunnen ze ook een vriendschap bieden! Als je echt hun 'vriend' geworden bent, laten ze je nooit vallen. Trouw en loyaliteit, waar onze egoïstische maatschappij om schreeuwt.
6. Tenslotte hun sterke gevoel woor gemeenschap. Terwijl kerkmensen, die een goed verstand van God gekregen hebben, vaak ruzie en kerkscheuringen maken, speelt voor de verstandelijk gehandicapte al die gescheidenheid niet. Belangrijk is voor hem/haar: gemeenschap met God en met elkaar.
Anders begaafd
Nee, laten we het gehandicapt zijn niet gaan romantiseren. Alsof hij of zij een soort 'heilige' zou zijn, aan wie de erfzonde voorbij is gegaan. Hij of zij wordt dan heel bijzonder en daarmee opnieuw apart gezet. Ook deze mede-christen kan alleen door genade behouden worden.
Verstandelijk gehandicapt zijn blijft een kruis, een inbreuk op Gods goede schepping. Mr. Jan van der Hoeven, bekend van het boek 'Scheel Engeltje', schrijft: 'Ik weet waar ik het over heb. Ons vierde kind, Aat, is een mongool èn hij is de grote rijkdom van ons leven… Maar als één van onze kinderen ons zou opbellen met de mededeling dat er een verstandelijk gehandicapte baby geboren was, zou ik beslist niet zeggen: 'Kind, wat een zegen!' Ik zou bitter wenen'. Maar we mogen wel stellen, op grond van Gods Woord: De Heere heeft extra zorg voor de gehandicapte. Ook hij of zij is voluit mens Gods. Daarom moeten wij hen niet alleen accepteren. Dat is nog te weinig. Maar ik pleit voor integratie: volwaardig lid van Gods gemeente mogen zijn. Met de gaven die God hun gaf.
T. van 't Veld, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's