Theocraten moeten uit hun isolement
Theocraten moeten uittreden uit het getto, hun isolement, en dienen missionair gericht te zijn, zegt drs. C. Blenk in een pas verschenen boekje 'Uitgedaagd' (Boekencentrum, 's-Gravenhage). In dat boekje gaat een aantal politiek betrokkenen of directgeïnteresseerden uit de 'Gereformeerde Gezindte' in op de uitdagingen, waarvoor 'bijbelgetrouwe' christenen staan; in een minderheidspositie, na de cultuursomslag, die in de zestiger jaren begon en die in politiek opzicht leidde tot fundamentele veranderingen in wetgeving ten aanzien van abortus, euthanasie en 'gelijke behandeling'. Drs. Blenk spreekt zelfs van 'oude' theocraten, alsof hij zeggen wil, dat ze een verdwijnende groep vormen in onze samenleving.
Mij dunkt, dat drs. Blenk met deze uit spraak de spijker op de kop slaat. Het is immers een innerlijke tegenstrijdigheid als men wèl het volksleven stelt onder de kritiek van het Woord en onder fundamentele normen, die aan dat Woord zijn ontleend, en niet tegelijk bereid is getuigenis aangaande Wet en Evangelie te geven onder het volk. Een diepgeworteld (theocratisch) levensbesef, dat Gods recht het totàle leven van mens en samenleving geldt, mag niet in een zweetdoek binnen het getto worden gekoesterd, maar vraagt om aanraking met het brede leven, in politiek en maatschappij, in wetenschap en cultuur.
Wet en Evangelie
Ik las bovengenoemd boekje tijdens vakantie in Tunesië, een land met hoogstens vierduizend (veelal verborgen) christenen temidden van een overweldigende islam meerderheid. Ik peinsde dáár na over Blenks uitspraak. Missionair zijn in zó'n situatie, hoe moet dat? Gedachten over theocratie en het stellen van de samenleving onder de kritiek van het Woord Gods zijn hier wel erg theoretisch en ver weg. Hier gaat het er alleen maar om hoe 'enkelen' bereikt worden met de boodschap van het Evangelie. In dit grote land werken zo inderdaad driè evangelisten. Ze proberen het zaad te strooien in een akker, waarvan de aarde bepaald niet 'toebereid' is te noemen. De zegen is er ook slechts in het verborgene; verborgen namelijk vanwege de vreze der islamieten. En in zondagse diensten laten zich alleen enkele tientallen buitenlanders verzamelen, die ook in vakantietijd de gemeenschap met anderen onder het Woord zoeken.
In één van die zondagse diensten nu was aan de orde het Schriftgedeelte over 'Jezus en de sabbat' uit Mattheüs 12. Jezus moest Zich verdedigen tegen de wetsgetrouwe farizeeën, die er kennelijk weinig van wilden weten, dat de wet 'ten goede' is. Met een verwijzing naar Leviticus 24 vers 9 zegt Jezus dan, dat de priesters in het heiligdom zelfs aan de sabbatswetten ontheven waren. Zelf gaat Hij – zo zegt Hij – de oudtestamentische tempeldienst te boven. 'En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is.'
Ook de wet zal uiteindelijk de barmhartigheid dienen: 'Ik wil barmhartigheid en niet offerande'.
Het twistgeding met de farizeeën loopt dan ook uit op het niet mis te verstane woord van Jezus, dat het op de sabbatdagen geoorloofd is wèl te doen. De geboden en verboden op die dag hebben alleen betekenis als ze staan in het teken van weldoen. Wat is intussen groter weldaad op de sabbat dan de heiliging van de Naam. In de dienst van het heiligdom zijn dááraan ook de wetten ondergeschikt. Wanneer het om de heiliging van die Naam in de openbare eredienst gaat, zullen er geen wetten mogen zijn, die deze heiliging tegenstaan of blokkeren. En zo geldt dat ook voor de heiliging van het leven, niet in het minst ook in het doen van barmhartigheid.
Actueel
De discussie tussen Jezus en de farizeeën is niet beperkt tot de tijd, waarin Jezus leefde. De eeuwen door zijn wetten en regels gehandteerd, die uiteindelijk de heiliging van het leven, in de zin van het weldoen, afbreuk doen. In de dienst van het Evangelie, ook op de sabbat, is de wet echter ondergeschikt aan het doel.
Wie durft nog vragen welke middelen, ook op de 'sabbat', geoorloofd zijn in de missionaire taak! Ik schreef dit, nogmaals, in een land, waar het Woord schaars is. Ik denk hier aan de machtige mogelijkheden, die Trans World Radio heeft om dáár binnen te komen, waar evangelisten 'life' geen toegang hebben. Dat de uitzendingen van TWR niet ongezegend blijven blijkt uit ontroerende brieven, die telkens worden gepubliceerd.
Intussen blijkt uit de discussie tussen Jezus en de farizeeën, dat de sabbatswet zó strak , gehanteerd kan worden, dat de heiliging wordt tegengestaan. Juist op de sabbat gaat het immers ook om de publieke heiliging van de Naam. Niet in het getto der wetsgezinden, maar in de wereld zal de Heilige Naam worden verkondigd, met de oproep tot heiliging van het leven.
Profetisch en priesterlijk
Ik kom nu ook in ander verband terug op de uitspraak van ds. Blenk, dat theocraten uit hun getto moeten. In de brede maatschappelijke discussies over waarden en normen, die eeuwenlang hun publieke geldigheid hadden in onze van ouds christelijke samenleving, is het gevaar niet denkbeeldig, dat we als 'bijbelgetrouwe' christenen uitsluitend de wet hanteren en met de wet in de hand agressief in verzet gaan. Of, wanneer we hier ook de roeping van de kerk beklemtonen, dat we uitsluitend de profetische roeping van de kerk ('Tot de wet en tot de getuigenis') onderstrepen. Het is inderdaad de Schrift zelf overduidelijk, dat de profeet geroepen is het hele volk op te wekken tot een leven naar Gods inzettingen en af te manen van wegen van ongerechtigheid! In de wekroep tot gerechtigheid heeft de kerk inderdaad een profetische roeping en, als afgeleide daarvan, hebben ook christenen in politiek en maatschappij een profetische taak. Maar ook dan gaat het om het-volk-ten-goede.
Mij dunkt dat het bij dit alles noodzaak is juist ook de priesterlijke taak van de kerk, vanuit het Evangelie der verzoening, uitdrukkelijk te onderstrepen. In de missionaire opdracht gaat het toch om het profetische en het priesterlijke beide. En dan kan men zich afvragen wat er eerst is: het priesterlijke of het profetische. Met zeker recht valt te stellen, dat in een samenleving, die aan het Evangelie ontzinkt maar waarin er nog wel kennis van wordt gedragen, het profetische voorop mag staan. Als een appèl tot terugkeer tot de God, die men verlaten en Wiens heilzame inzettingen men prijs gegeven heeft. Maar geldt dit zo ook (nog) in een samenleving, die post-christelijk heet en waarin velen geen notie meer hebben van het heilzame van de waarden, die in het Evangelie verankerd zijn? Moeten dan niet op z'n minst de priester en de profeet sàmen gaan?
Trouwens, de profeet zèlf kan niet zonder de priester. Neem Mozes. Prof. dr. W. H. Gispen noemt hem in één persoon: 'een nationale held, een profeet, een wetgever, en schrijver'. In ieder geval een persoon, die, toen de Godsopenbaring nog uitsluitend aan Israël was voorbehouden, leider van het volk èn profeet (Godsman) in één was. Maar om in zijn roeping staande te kunnen blijven had Mozes soms wel daadwerkelijk de ondersteunende armen van Aäron nodig.
En neem alleen al de indrukwekkende betogen aan het eind van Mozes' leven (Deut. 27 t/m 30). Het gaat in die profetische woorden van Mozes om de zegen èn de vloek, het leven èn de dood, in die volgorde.
Ook in de profetie gaat het om het heil des volks.
Wie daarom volstaat om, vanuit een getto, het volk alleen de wet voor te houden en niet ook priesterlijk gericht wil zijn op het heil, de heling van het volk, zou wel eens kunnen vallen onder het oordeel, dat Jezus over de farizeeën velde in Zijn twistgesprekken over de sabbat. 'Ik wil barmhartigheid, geen offerande'.
Verzet
We willen zelfs nog een stap verder gaan. Een mens kan een ijveraar zijn voor de wet en nochtans een vijand van het Evangelie. Zolang de wet gepreekt wordt, scherpelijk gepreekt wordt zelfs, laten mensen zich 'het' nog wel gezeggen. Daarin kan men zelfs behagen scheppen. Niet zodra klinken echter de lieflijke tonen van het Evangelie of het verzet breekt los.
Enerzijds komt een mens in verzet wanneer hem wordt voorgehouden, dat hij zelfgekozen wegen moet loslaten en geroepen is naar Gods wil te leven. Maar anderzijds kan vijandschap niet minder losbreken, wanneer de liefde van Christus wordt verkondigd.
Zo mag het ook niet uitgesloten worden geacht, dat soms de wet wordt gekoesterd jegens de samenleving, maar dat er sprake is van afkerigheid om het volk te confronteren met de Boodschap van Heil voor goddelozen.
Daarom is Blenks uitspraak, dat theocraten geroepen zijn hun getto te verlaten en missionair te zijn geen 'open deur', die wordt ingetrapt. Hier wordt een spiegel voorgehouden, die alles te maken heeft met het samengaan van de profeet en de priester in het publieke leven.
Zegenende Handen
Toen Jezus van de aarde naar de hemel opvoer, deed Hij dat met zegenende handen. Eerst waren nog slechts Zijn jongeren onder Zijn zegenende handen. Maar naarmate Hij verder van de aarde en dichterbij de hemel kwam, werd het gebied onder die zegenende handen steeds groter.
Het gaat in de zegen van het Koninkrijk van Christus ook om de wereld. Het Koninkrijk Gods gaat boven de kerk uit, het zal een zuurdesem zijn in de wereld. Van dat Koninkrijk zijn apostelen en allen, die in de traditie van het apostolisch getuigenis staan in de wereld, ambassadeurs.
Zou het, juist nu er ten aanzien van heilzame waarden en normen in onze samenleving zo veel op het spel staat, niet een testcase voor de geloofwaardigheid van het christelijke getuigenis zijn of er wel de hartelijke bereidheid is de profeet en de priester hand in hand te doen gaan?
Het gaat om zegen èn vloek, om leven èn dood. Met dat getuigenis kan men ook in een minderheidspositie dienend bezig zijn. Maar de Wet zonder het Evangelie dient de heiliging van het leven niet. Kan deze zelfs blokkeren. Christus wil barmhartigheid en geen offerande!
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's