De plaats van de verstandelijk gehandicapte in de gemeente (2)
3. Wat leert ons de geschiedenis?
We hebben gehoord wat de bijbel ons zegt. Maar wat is er in de geschiedenis van terecht gekomen? Antwoord: bitter weinig. En dat geldt niet alleen in de maatschappij, maar niet minder binnen de kerk van de Heere Jezus. Om je diep te schamen.
Allereerst: in de maatschappij. In de Oudheid betekende verstandelijk gehandicapt zijn, dat je door de goden vervloekt was. In Sparta werden zulke kinderen in de ravijn gegooid. Ook in het Romeinse recht had de vader het 'recht' om een gehandicapt kind te doden. Velen werden in de Tiber verdronken. In de Middeleeuwen was het al niet veel beter. Deze mensen waren vaak een bron van vermaak voor de rijken. In de z.g. 'dolhuizen' stonden ze in hun hulpeloosheid te kijk voor de massa.
Maar ook in de kerk was er voor de verstandelijk gehandicapte geen plaats. Je schrikt van een uitspraak van Luther, die over een zwakzinnig kind sprak als over 'een brok vlees zonder ziel'. Hij raadde aan zo'n kind maar te verdrinken of te verbranden. Dat betekende, dacht hij, dat je streed tegen de duivel.
Vanuit het Piëtisme en Reveil kwam er in de 18e en 19e eeuw wel een kentering. Voor allerlei gehandicapten werden tehuizen gesticht. Maar ook hierin kwamen verstandelijk gehandicapten achteraan.
En het waren particulieren, die deze barmhartigheid beoefenden. De namen van de predikanten Heldring en Mr. Willem van den Bergh mogen met ere worden genoemd. Maar toen laatstgenoemde de diaconieën aanschreef om steun, lieten alle het afweten. Ze konden de noodzaak niet inzien om voor verstandelijk gehandicapten een tehuis te bouwen. Ds Trapman schrijft: de kerk doopte zwakzinnigen wel, maar schonk verder aan kind noch ouders pastorale aandacht.
Sprekend over de geschiedenis komen we bij het absolute dieptepunt. In onze eeuw gebeurd: de Tweede Wereldoorlog. Sterilisatie, abortus, het was in Duitsland aan de orde van de dag. Tussen 1939 en 1941 zijn 70 à 80 duizend verstandelijk gehandicapten vergast of vergiftigd. Motieven: het zuiver houden van het Arische ras. Of economische redenen: ze eten maar en hebben geen nut. Ik denk aan de vreselijke uitspraak van Hitler: 'Men verzorgt toch geen onkruid'. Dat alles gebeurde in ons z.g. christelijke Westen, nog maar twee generaties geleden! Om je weg te schamen.
Thans lijkt de stemming omgeslagen. Er is Goddank meer oog gekomen voor de plaats van de gehandicapte, ook in de christelijke gemeente. Maar laten we ons niet vergissen! Is de verstandelijk gehandicapte wel zo veilig in onze cultuur? Wie denkt hier niet aan erfelijkheidsonderzoek, met de daarop bijna vanzelfspreken de abortus, als het een gehandicapt kind betreft? De verstandelijk gehandicapte wordt nu al vóór zijn geboorte omgebracht. Hij staat hoog op de ranglijst voor euthanasie, onder het motief: 'Is voor een diepzwakzinnige de dood niet barmhartiger dan het leven?' Zo beslissen dan anderen voor hem!
En in hoeverre gaan ook economische motieven steeds meer een rol spelen? Zijn verzorging kost zoveel, zo redeneert men. En er zijn toch 'grenzen aan de zorg', zo is de opinie. Kortom, we zijn er niet gerust op, dat de 20e eeuwse mens zoveel humaner geworden is voor zijn gehandicapte naaste. Nee, de geschiedenis leert ons vooral hoe het niet moet. Laten we daarom luisteren naar de Schrift. Die toont ons de gehandicapte, als een mens die er voluit mag zijn voor Gods aangezicht. Ook als lid van Zijn gemeente. Anders begaafd, levend van dezelfde genade als ik.
4. Wat betekent dit praktisch voor ons?
Ik wil dit graag bespreken t.a.v. drie terreinen: pastoraat, catechese en kerkdienst. Ik begin bewust bij de pastorale zorg. Want als ergens een persoonlijke relatie belangrijk is, dan zeker hier.
4.1. Pastoraat.
Ten eerste aan het gezin waarbinnen deze mensen opgroeien. De vaak gehoorde klacht is, dat de kerkelijke gemeente het hier laat afweten. Het begint al bij de geboorte van een gehandicapt kind. Het betekent voor de ouders een schok. Te vergelijken met een rouwproces. Een kind ontvangen, dat levenslang afhankelijk zal zijn. Dat nooit de trots van vader en moeder zal kunnen zijn. Soms brengt het ouders in een geestelijke crisis. Schuldvragen. Of vragen als: Is dit een straf van God? Wat is het doel van dit geschonken leven?
Ik moet eerlijk bekennen: In de eerste jaren van mijn predikantschap heb ik veel te weinig aandacht gehad voor deze situatie. Het wordt als zeer pijnlijk ervaren, als de dominee of gemeenteleden met een boog om zo'n gezin heengaan. Vaak uit onbegrip of verlegen zijn met de situatie. Of dat de ouderlingen op huisbezoek net doen of er niets aan de hand is en naar dit kind niet eens vragen. Ouders verwachten geen zielig-doenerij (alstublieft niet), maar wel echte aandacht. En dan oppassen dat je als buitenstaander niet alles wilt verklaren, of alles dichtplakken met mooie bijbelteksten. Dat schept alleen maar afstand. Het gevoel: 'Die man of vrouw begrijpt ons niet'. Zeg maar eerlijk, dat u op heel veel vragen ook geen antwoord hebt. Maar wel er zijn! Als één lid van Christus gemeente lijdt, dan lijden toch alle leden?
Belangrijk is ook het voorbereidingsgesprekover de doop. Het teken van Gods trouw en liefde, ook voor dit kind niefzijn of haar begrensde mogelijkheden. Allerlei geloofsvragen kunnen ook dan weer aan de orde komen.
Een derde punt van pastorale aandacht is de z.g. uithuisplaatsing van een gehandicapt kind. Opnieuw een ingrijpend gebeuren voor ouders. Opnieuw kunnen schuldgevoelens, dat zij hun kind niet meer kunnen verzorgen, de kop opsteken. Soms ook schaamte tegenover familie, buren en kennissen, die zo gemakkelijk kunnen oordelen over 'wegdoen van dat kind'. Vooral de moeder valt daarna in een leegte. Heeft dit alles wel de aandacht van ons, christelijke gemeente?
Als de ouders ouder worden, komt er een nieuw probleem: Wie zal voor ons kind zorgen, als wij er niet meer zijn? In de praktijk heb ik vaak gemerkt dat ouders hopen (en bidden!) dat zij hun zoon of dochter zullen overleven.
Pastorale aandacht voor broers en zussen uit het gezin is evenmin overbodig. Vooral jongere kinderen dan het gehandicapte hoor je soms later zeggen: 'Wij kregen te weinig aandacht'. Anderzijds tref je bij andere gezinsleden ook grote liefde en betrokkenheid aan voor hun gehandicapte broertje of zusje. Velen van hen komen later zelf in de zwakzinnigenzorg terecht. En mijn ervaring is: Het is waardevol voor je catechisatie, als er zulke broers en zussen aanwezig zijn. De wijze waarop zij (van binnen uit) over hun gehandicapt zusje spreken, maakt vaak diepe indruk op de hele groep. Ook hier weer: een verrijking van het gemeente-zijn.
Maar naast pastoraat aan het gezin mag ook de pastorale omgang met de andersbegaafde zelf al onze aandacht hebben. Twee punten dienen hierbij in het oog gehouden te worden.
Ten eerste dat de verstandelijk gehandicapte twee leeftijden heeft. De kalenderleeftijd (b.v. iemand van 40 jaar) en de mentale leeftijd (verstandelijke ontwikkeling b.v. op het niveau van 4 jaar). Toch moeten we oppassen dat we hem of haar niet als een kind van 4 jaar behandelen. Hij of zij is een volwassen mens, met levenservaring en meer relaties dan een kind. Dus denk ook aan hun kalenderleeftijd.
Ten tweede het misverstand, als zouden deze mensen altijd blij zijn. God gaf wel de gave van blijmoedigheid. Maar ze kennen ook hun zorgen, hun verdriet. En wat is het belangrijk om juist dan dicht bij hen te zijn! Een groot probleem kan voor hen zijn, als anderen hen laten voelen: 'Jij bent niet zo als een ander'. Ze willen ook graag meetellen, iemand zijn. Nu de verstandelijk gehandicapte meer in de maatschappij geïntegreerd wordt – een goede ontwikkeling – wordt hij meer met zichzelf geconfronteerd. Ziet zijn eigen achterstand. Ook in dit opzicht doet een hand op hun schouder zoveel.
Het verlies van ouders kan diep ingrijpen in hun gevoelswereld. Heel concreet komen ze in aanraking met de dood. Ondanks een kinderlijk Godsvertrouwen kennen ze ook de menselijke angst voor de dood. Ook dit – zo mogelijk – bespreekbaar maken. Vanuit Pasen.
Om tot een goede pastorale omgang met hen te komen, zijn drie dingen zeer belangrijk. Allereerst een gelovige levenshouding van ouders en begeleiders of pastor. De anders-begaafde voelt sterk aan of jouw eigen geloolsvertrouwen echt is. Net als bij alle kinderen en jong-volwassenen is het hier helemaal: voorzeggen, maar vooral voorleven.
Ten tweede is nodig: restloos hun vriend willen zijn. Hem of haar volledig accepteren en zijn/haar problemen serieus nemen. Niet wegwuiven, wat maar al teveel gebeurt. Dan krijgt de relatie een knauw. Maar juist als hun 'vriend' mogen we heenwijzen naar de Heere Jezus. Zeker als pastor ben je voor hun gevoel representant van hun grote Vriend in de hemel.
Ten derde: niet neerbuigend met hen omgaan, maar met respect. De verstandelijk gehandicapte is niet 'zielig'. Hij is allereerst medemens, schepsel Gods, en daarna pas gehandicapt medemens. Dat zien we zo mooi in het Evangelie van Lukas, de dokter. Als hij vertelt hoe zieken en gehandicapten tot Jezus komen, schrijft Lukas altijd: 'Er was een mens met een verdorde hand. Een mens met een onreine geest'. Eerst een mens, en dan pas zijn kwaal of gebrek.
4.2. Catechese
Daar dit onderwerp verder op deze dag uitvoerig aan de orde komt, wil ik volstaan met een paar hoofdlijnen te trekken.
De uitnodiging voor catechisatie luistert al erg nauw. De standaard-uitnodiging ook verzenden aan een gehandicapte kind, kan bij ouders erg pijnlijk overkomen. 'Weet de kerk dan nog niet dat…' Maar hen overslaan kan weer het misverstand oproepen: 'Ons kind telt blijkbaar niet mee'. Een goede oplossing is m.i.: als kerkeraad dit gezin persoonlijk benaderen, zo enigszins mogelijk met het aanbod van een 'aangepaste' catechese.
Gedurende 17 jaar heb ik met grote vreugde mede-leiding gegeven aan een dergelijke catechisatie voor verstandelijk gehandicapten. Door de jaren heen bijna steeds dezelfde groep. Een wekelijks feest.
Hier zien we weer de gaven die de Heere aan hun gegeven heeft. Oprechtheid, openheid, vriendschap en trouw. Geen catechisatie waarin men zo weinig absent is. Bij sommigen de gave van muzikaliteit. Je zit midden in een bijbelverhaal, en opeens begint iemand te zingen: 'Welk een vriend is onze Jezus'. Onmiddellijk doet de hele groep van harte mee. Geen catechisatie waarop dit zo spontaan gebeurt.
De catechisatie begint altijd met het uitwisselen van ervaringen van de afgelopen week. Zo merken de deelnemers: we worden serieus genomen in onze leefwereld en gevoelens. Soms geeft dit al stof tot spreken voor het hele uur. Dan komt ter sprake hoe men afgelopen zondag de kerkdienst ervaren heeft. Eén van onze catechisanten heeft steevast het hoofdstuk, waarover gepreekt is, in de bijbel al opgezocht. Fijn, zo'n wekelijkse 'preekbespreking'! En nuttig voor een dominee om tot zijn verootmoediging soms te horen: 'We hebben u niet begrepen'. Dan mag je het nog eens uitleggen. De relatie met de kerkdienst, ook voorbereiding op een komende dienst, is veel sterker dan op een 'gewone' catechisatie.
Wat methodiek en leermiddelen betreft: We gebruikten allerlei mogelijkheden: uiteraard vertelling en gesprek, soms een stukje uitspelen, platen en tekeningen (het visuele element), waar-of-niet-waar spel, cassette-recorder met Kerst-of Paasliederen, muziek en zang (dan krijgen weer anderen hun kans). Maar naarmate de groep ouder werd – sommigen behoren al bijna tot de senioren – wilde men liever niet meer tekenen of plakken. Het vertel-gesprek kreeg meer en meer de voorkeur. Liefst over een bekende bijbelse figuur, b.v. een hele winter over Mozes, David of Elia.
Goede voorbereiding is nodig. Maar herhaaldelijk gebeurt het, dat het op deze avond toch heel anders loopt. Opeens komt iemand met een vraag, of legt een probleem op tafel waar hij of zij echt mee zit. Het mooie is: het is dan meteen het probleem van de hele groep. Hier merk je weer het sterke gemeenschaps-gevoel. En dat probleem krijgt dan altijd voorrang. Het leidt dikwijls tot heel intense pastorale gesprekken. Op hun niveau, maar met een openheid waar je alleen maar dankbaar voor kunt zijn. Over anders-begaafd zijn gesproken…
Heel belangrijk is het gebed. Vooral de voorbede aan het eind van het catechisatieuur. Iedereen mag gebeds-onderwerpen aandragen. Om de beurt spreekt dan één van de catechisanten het gebed uit. Taalkundig vaak wat gebrekkig, maar ontroerend in eenvoud en oprechtheid. Eén van onze groep, met de gave van een rijk fantasie-leven, heeft ons eens zes weken lang laten bidden voor haar broer die een ongeluk had gekregen en er ernstig aan toe was. Achteraf bleek, dat hem nooit iets overkomen was. En toch… we waren in deze ogenblikken dicht bij elkaar. En samen dicht bij God.
Wat ook mooi is: catechisatie met verstandelijk gehandicapten gaat ook door nadat men belijdenis heeft afgelegd. Men stelde dat in onze groep zelfs als voorwaarde. Zo leven deze gemeenteleden ons voor: je houdt nooit op leerling te zijn. Permanente leergemeenschap, daarin zijn ze velen in de gemeente een stap vooruit.
Tenslotte nog iets over het functioneren van hen die leiding geven aan deze catechisatie. (Ik heb erg goede ervaring om dit samen met iemand anders te doen, een niet-theoloog). De functie van de catecheet bestaat vooral in luisteren. Luisteren naar hun verhalen. En vooral naar de gevoelens die daar achter schuilgaan. Die heel serieus nemen. Ook daarin hun vriend zijn. En dan samen luisteren naar het Woord van onze grote Vriend en Redder, Jezus Christus.
T. van 't Veld, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's