De waarde van het christelijk beroepsonderwijs
Vooraf
Op zaterdag 21 november 1992 organiseerde de Hervormde Bond voor Inwendige Zending (IZB) in Barneveld een conferentiedag over 'schoolkeuze'. Deze conferentiedag en de verslagen erover in het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad hebben verschillende reakties opgeroepen bij mensen, die dagelijks binnen het christelijk onderwijs de christelijke identiteit op positieve wijze proberen uit te dragen. De reakties waren met name gericht op de uitlatingen van een van de sprekers van de conferentiedag. Genoemde spreker stelde: 'Je kunt op een gewone christelijke school niet meer verwachten dat de Bijbel aanvaard en uitgelegd wordt als Gods Woord'.
Wat moet deze uitspraak veel droefheid en teleurstelling tot gevolg hebben gehad. Met deze uitspraak wordt het gehele christelijk onderwijs veroordeeld en afgeschreven. Wil men hiermee aangeven, dat christenouders het christelijk onderwijs de rug moeten toekeren en hun toevlucht moeten zoeken bij het reformatorisch onderwijs? Zeker niet! Ik ben ervan overtuigd, dat medewerkers van veel christelijke scholen in ons land – in deze turbulente tijd – met grote bewogenheid jonge mensen in aanraking brengen met de waarden en normen zoals die door middel van Gods Woord tot ons komen. Het lijkt me daarom beter en meer verantwoord om ouders op te roepen binnen het christelijk onderwijs zoveel mogelijk staande te blijven en zo de verworvenheden van onze voorouders te bewaren. Ik weet uit ervaring dat dit strijd kost, maar het christelijk onderwijs is het meer dan waard!
Christelijk beroepsonderwijs
We zijn in ons land in het kostbare bezit van veel scholen voor christelijk beroepsonderwijs. Er is een lange weg aan vooraf gegaan om zover te komen. Sinds Thorbecke heeft het onderwijs van de opeenvolgende regeringen, van welke politieke samenstelling dan ook, veel aandacht gekregen. Zowel inhoudelijk als materieel is er door de ministers van onderwijs aandacht geschonken aan de verbetering van het onderwijssysteem. Door de industriële revolutie en daardoor de technocratisering van de samenleving ontstond begin van deze eeuw behoefte aan beroepsvorming en scholing. Er werden ambachtsscholen gesticht die met name geschoolde aankomende vakmensen moesten opleiden. Pas eind 1920 begon men in te zien dat erop die scholen meer moest gebeuren dan alleen handvaardigheid leren. Het duurde tot 30 april 1929 voor er een bestuurlijke organisatie voor christelijk beroepsonderwijs werd opgericht. Hoewel in Den Haag reeds een Christelijke Huishoudschool functioneerde, werden op 1 maart 1932 in Rotterdam en op 28 februari 1933 in Den Haag de eerste Christelijke technische scholen geopend. Tot 1940 was er een zeer langzame ontwikkeling in het Christelijke Nijverheidsonderwijs. In de kring van de protestantse christenheid was daarvoor weinig belangstelling, en ook technisch onderwijs was niet in trek. Nog steeds is bij velen in het land de gedachte aanwezig dat 'christelijk timmeren niet bestaat!' Na de Tweede Wereldoorlog kwam de kentering, mede door de reorganisatie op bestuurlijk niveau.
Christelijk beroepsonderwijs heeft veel te maken met de ethiek van het leven. Zo'n school heeft tot taak een christelijke levensopdracht mogelijk te maken. Het leren omgaan met techniek is voor een school voor beroepsonderwijs fundamenteel. De techniek is er voor de mens en niet omgekeerd. De techniek moet gebruikt worden tot heil van de mensheid en niet tot vernietiging.
Voor veel mensen is het acceptabel dat voor 12- tot 16-jarigen (het Voorbereidend Beroepsonderwijs) een christelijke school in stand wordt gehouden. Voor 16- tot 20-jarigen (Middelbaar Beroepsonderwijs) vindt men dit overbodig. Toch is het ook hier juist van groot belang om samen met de leerlingen te zoeken naar de ware zin van het leven. Dit is de groep leerlingen, waar de eindfase van de adolescentie zich manifesteert. In de puberteit ontstaat een duidelijke behoefte zichzelf als persoonlijkheid te definiëren. Juist in onze samenleving is de puber voortdurend bezig met het zoeken naar een identiteit. Verheven gevoelens en ideaalbeelden tegenover de kille, zwijgende en soms agressieve wereld vervullen de puber soms met depressieve gevoelens en stemmingen. De christelijke school is verplicht om vanuit haar doelstelling hier aandacht en zorg aan te besteden. We moeten ons wel realiseren, dat de gevoeligheden van de puber ook op een ander terrein kunnen liggen. De aantrekkingskracht van pop-feesten, van drug- en alcoholgebruik in groepen waar hij zich gemakkelijk aan conformeert, is groot. Bovendien staat vandaag het 'klassieke' gezinsleven op de helling. Steeds meer jongeren komen uit slecht functionerende of gebroken gezinnen, hetgeen sterke spanningen oproept. De jongere, de volwassene in wording, is kind van de rekening. Deze leerlingen moeten met veel zorg worden begeleid.
Geef ze iets mee!
Het is van fundamenteel belang, dat we onze leerlingen leren omgaan met de Bijbel als het Woord van God. Hier kan het aloude ideaal van de stichters van het christelijk onderwijs ten volle tot zijn recht komen. Samen met onze leerlingen kunnen we een antwoord zoeken op de vraag: 'Wat wil God van mij?' Het leren omgaan met de Bijbel is niet zo eenvoudig. Onze ervaring is dat niet elke leerling graag met de Bijbel omgaat. Van de docent wordt in dit verband veel tact en wijsheid gevraagd. Een aantal leerlingen is van huis uit gewend om de Bijbel te hanteren. Verder is er een groep leerlingen die het Bijbelgebruik gewoon accepteert en het als een gevolg ziet van hun schoolkeuze. Het is een unieke kans om de leerlingen te kunnen winnen voor het gebruik van de Bijbel. De docent zal hierbij duidelijk moeten maken dat zijn eigen mening ondergeschikt is aan die van de Bijbel. Het samen zoeken naar antwoorden op levensvragen en geloofsvragen is van groot belang. Want onze leerlingen hebben veel vragen. In het licht van de Bijbel zal dan ook blijken dat veel vragen geen nieuwe vragen zijn, alhoewel jongeren vaak denken dat ze met nieuwe vragen komen. Natuurlijk zijn er ook nieuwe vragen. Met het voortschrijden van de technische ontwikkelingen komen er inderdaad nieuwe vragen naar voren. Het samen zoeken naar een Bijbels antwoord is weliswaar moeilijk, maar zeker van levensbelang.
Christelijk beroepsonderwijs: moet dat?
Het zal duidelijk zijn dat voor mij het antwoord volmondig 'ja' zal zijn. Het is noodzakelijk 'gekleurd' onderwijs te verzorgen om de levensdoelstellingen die christenen hebben, te realiseren. Maar dit schept dan ook heel zware verplichtingen door namelijk goed onderwijs te geven en een goede christelijke opvoeding. De school mag niet alleen in naam christelijk zijn. De school moet zich profileren en voor ouders en leerlingen herkenbaar zijn.
Er is sprake van christelijk beroepsonderwijs als de godsdienstig-maatschappelijke vorming in relatie is gebracht met alle andere vakken. De rol die de docent in de school speelt, is daarbij van fundamentele betekenis. De docent immers is een blijvende schakel in het onderwijsleerproces. Natuurlijk mag de invloed van de ouders en het bestuur niet gemist worden in het geheel. Zij zijn het die de kaders aangeven waarbinnen de docenten kunnen opereren en functioneren. De docent heeft door zijn dagelijkse omgang met de leerlingen een geweldige invloed op hun functioneren en hun opgroeien naar een volwassen mens. Binnen het beroepsonderwijs heeft de docent meer de rol van 'begeleider' dan van 'leraar'. Daar komt nog bij dat op veel christelijke scholen voor beroepsonderwijs geen aparte godsdienstdocenten aanwezig zijn. Het is dan de taak van de 'vakdocent' om godsdienstonderwijs te geven. Dit is een zware opdracht. Toch heeft dit ook een aantrekkelijke kant. De relatie die op deze wijze, via lessen, met de leerlingen wordt opgebouwd, is groot en kan zeer diep gaan. Leerlingen kunnen een groot ontzag ontlenen aan de woorden van de docent. Het christelijk beroepsonderwijs heeft naast het aanleren van sociale vaardigheden, die in de uitoefening in de beroepswereld zo hard nodig zijn, de taak de kaders aan te brengen, waarbinnen 'de mens' als christen operationeel kan zijn. Dit is een fundamentele voorwaarde!
A. A. Korevaar, Bergambacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's