De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

Dezer dagen werd ik nog weer eens herinnerd aan wijlen ds. M. Groenenberg, jarenlang visitator-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, waarin ook een aantal jaren samen met ds. W. L. Tukker. Bij het nog weer eens doornemen van het alleraardigste boekje 'Groen Bekeken' (Boekencentrum, 's-Gravenhage), waarin zijn kolommen onder die naam uit Hervormd Utrecht gebundeld zijn, stuitte ik op de volgende stukjes:

• Bij het afscheid van wijlen ds. W. L Tukker van Groot Ammers.

'(…) We hebben in de stampvolle kerk van Groot Ammers horen lezen uit de Statenvertaling en uit de oude berijming psalmen gezongen op "hele noten". In dat opzicht is ds. Tukker helemaal een gereformeerde bonder. Maar echt binnen de Hervormde Kerk. Hij is zo door en door hervormd. Hij is wel gevoelig voor de hele gereformeerde gezindte, maar het is ondenkbaar dat hij bijvoorbeeld ooit de Hervormde Kerk zou verlaten. Daaraan moest ik ook denken toen ik in de prachtige gerestaureerde kerk van Groot Ammers, waarop hij zo trots was, zat te luisteren naar de toespraken. Ik zocht in de bijbel voor me psalm 73 op waarvan een woord me te binnen schoot. Er is een moment in het leven van ds. Tukker geweest, dat hij het in onze kerk niet meer mee kon maken. Dat was toen het besluit in de synode was gevallen dat ook vrouwen ambtsdrager konden zijn. Hij bedankte toen voor de Generale Visitatie en wankelde even op de grens van de Hervormde Kerk. Moest hij de kerk niet verlaten? Maar hij bleef, ook in de visitatie.
Hij kon doodeenvoudig niet. En ik dacht aan psalm 73: indien ik gezegd had, ik zal aldus spreken, zie dan ware ik afvallig geweest aan het geslacht van uw kinderen.
Misschien begrijpt u dit allemaal niet. U begrijpt niet dat iemand zo zwaar kan tillen aan de toelating van de vrouw tot het ambt U begrijpt niet, dat iemand zo diep geworteld kan zijn in de kerk, nu mensen zo vlot van kerk verwisselen of de kerk loslaten. Maar ds. Tukker kon de Hervormde Kerk niet verlaten terwijl velen zeiden: nou zie je het eens! Nu moet je er uit stappen. Hij deed het niet, omdat hij dan "afvallig zou worden aan het geslacht van uw kinderen".
Ook in deze laatste dienst legde hij er de nadruk op, dat we zo ontzaglijk veel aan de kerk hebben te danken. En ook in dat besef zijn Tukker en ik één, als ik het zo mag zeggen. Hij is nu emeritus, maar gaat in zekere zin gewoon door omdat hij bijstand in het pastoraat wordt in de miniatuurgemeente Sirjansland bij Zierikzee, die nog niet helemaal van de verwondering is bekomen, dat zij ds. Tukker als predikant krijgt.
Ze zijn druk bezig een bungalow voor hem te bouwen en de trots op deze pastorie in wording stond op het gezicht te lezen van de twee Sirjanslanders, die ik na afloop bij de koffie sprak. Al staat er dan geen verhaal over dit afscheid in de grote kranten.'


• Over het gebruik van vreemde woorden.

'U zult in wat ik schrijf zelden of nooit vreemde woorden tegen komen. In het gebruik van vreemde woorden zit voor mijn gevoel altijd een zekere minachting voor mensen. Het interesseert je niet of ze je begrijpen. Je spreekt alleen maar tot de mensen van je eigen niveau, het vreemde-woorden-niveau. En daar staat dan warempel en ongewild toch een vreemd woord: niveau. Terwijl ik zo'n hekel heb aan lieden die het gewichtig over "items" hebben en duidelijk "aitems" zeggen, want ze kennen hun Engels, hoewel ze natuurlijk evengoed "onderwerpen" kunnen zeggen.
Dat het niet altijd eenvoudig of zelfs onmogelijk is vreemde woorden te vermijden, bewijs ik dus zelf. Toch zit het niet alleen in het gebruik van vreemde woorden. Het is niet zo, dat je kunt denken: als ik nou maar geen vreemde woorden gebruik, dan begrijpt iedereen me. Nee, je hele taalgebruik is anders dan van weer andere mensen. De kerk wil academisch gevormde predikanten en dat is prachtig. Ik ben er niet voor, dat de kerk dat moet loslaten. Maar toch: de kerk en de kerkgangers lijden daaronder! Ze wordt er door versmald tot degenen die de taal verstaan die in prediking en literatuur wordt gebruikt.
Nee, ik bedoel niet de zogenaamde tale Kanaäns. Daar kun je op schelden, hoewel je zelf een taal uitslaat die even ontoegankelijk is voor hele volksstammen van mensen. Je spreekt alleen maar voor een bepaalde laag. Ik ben me daar wel van bewust en probeer vertaalwerk te doen, maar soms mislukt dat radicaal. Kortgeleden sprak ik voor een kring van oudere gemeenteleden. Men mocht vragen wat men wilde. De vraag was: Wie is nou eigenlijk die Ghomeiny en wat is zijn geloof? Ik vertelde wat ik van hem wist en weidde uit over de Islam. Daarbij rolde het woord Mekka me zo maar van de lippen. Een dag later sprak ik een mevrouw, die er bij was geweest. Ze zei: prettig, dat ik u alleen tref. Ik durfde het gisteren niet te vragen, maar: Waar ligt nou eigenlijk Mekka?
Ineens was ik mij er van bewust, dat ik er nonchalant van uit was gegaan, dat iedereen wist waar Mekka lag en dat ik daarmee een gevoel van schaamte had veroorzaakt.
Dat is maar een voorbeeld. Je kunt het woord Mekka vervangen door al die termen, die ons zo maar van de lippen rollen, als we het hebben over secularisatie, over ideologieën, over existentie én creatie. En op de vleugels van deze woorden stijgen we snel uit de gezichtskring van hele groepen mensen.
Wat doen we daaraan? Dat we ongeschoolde arbeiders verloren hebben In de kerk is stellig niet tot één oorzaak te herleiden. Maar één van de oorzaken is stellig het woordgebruik.'


• Over een (heel) vroegere G.B.-collega in Vlaardingen.

'In Vlaardingen had ik een gereformeerde bondscollega naast me van een zeer stevig soort. Hij was een wat dreigend uitziend man en velen sidderden voor hem. Hij was ongeveer veertig jaar ouder dan ik, maar zonder mezelf een held te noemen moet ik zeggen dat ik geen spoor van angst voor hem kende. Integendeel, we konden best met elkaar opschieten. Ik had de indruk dat hij nooit meer enig theologisch boek of iets dat er op leek las. De boekenkasten waren van glazen deuren voorzien en elke poging om er achter te kijken werd afgewezen. Voor een jonge dominee, die erg geïnteresseerd was in theologie, ook al was die anders dan de mijne, was dat een zware beproeving. De bladen die je wel eens zag liggen (slingeren deed er in zijn kinderloze huis niets) waren de Waarheidsvriend en het Gereformeerd Weekblad en Alle den Volcke, allemaal organen uit de kring van de Gereformeerde Bond. Daar buiten las hij niets. Ja toch, hij las de NRC. Dat was en is nog steeds min of meer een deftig blad. Deftigheid verheft boven tal van verschillen. Bovendien stonden er de beursberichten in, waarin hij bijzonder geïnteresseerd was en die mijn belangstelling nooit hebben vermogen te wekken. Maar daarom was hij geen cent minder dan ik. Wel enkele centen rijker. Op een kleine vergadering op zijn studeerkamer viel het me op dat hij bij bepaalde bewegingen wat kraakte. Op een gegeven moment zei ik nieuwsgierig tegen hem: man, wat kraak je toch? Het lijkt wel of je in papier bent verpakt. Tenslotte vertelde hij het me: Het was winter en hij was erg bevreesd voor kouvatten. Nu had hij gehoord dat krantenpapier zo beschermend was. Het was niet dik en sloot toch goed af. Vandaar dat hij zich, zodra het winter werd wat borst en rug betreft in kranten wikkelde. Hij zei het doodernstig, maar natuurlijk begon het spotduiveltje bij mij zijn werk te doen. Zo, zei ik, dus jij klimt in een liberale krant gewikkeld 's zondags de preekstoel op, en je zit in diezelfde krant gewikkeld bij je gemeenteleden in de kamer op huisbezoek. Als het nu de Waarheidsvriend nog was, zou het begrijpelijker zijn. Nee, zei hij, dat kan immers niet. Die is te smal en tekort. Tegenwoordig zou hij stellig het Reformatorisch Dagblad hebben gelezen. Dat heeft ook de grootte van een blad dat geschikt is om je in te wikkelen tegen de koude. En de beginselen zijn voor een man als mijn collega veel aanvaardbaarder. Hoewel, soms denk ik als ik mensen over kerk en maatschappij hoor praten: hij is wel stevig in de leer, maar onder alles is hij kennelijk gewikkeld in de liberale beginselen. Aan de buitenkant zie je het niet, maar soms hoor je duidelijk de ondergrond kraken.'


Hier volgt een gedicht van Co 't Hart uit haar recent verschenen bundel 'Omdat er een belofte is' (Kok/Voorhoeve, Kampen) over 'De verloren zoon' (Luk. 15 : 11-32):

De vader noodt zijn jongste zoon
met uitgestoken armen.
Hij ziet de rafels om zijn lijf
en met een groot erbarmen,
heeft hij hem vorstelijk gekleed.
Rust uit, mijn zoon. Ga zitten, eet.

Hij vraagt niet naar 't verdwenen geld,
de jaren zonder zin.
Er valt geen onvertogen woord,
er is een nieuw begin.
De zoon, ootmoedig en verrast,
kijkt naar zijn ring, die feilloos past

Eén plaats aan tafel blijft er leeg,
die van de oudste zoon,
die van zijn vader niets begrijpt,
hem overlaadt met hoon.
Verteerd door jaloezie en haat,
wordt hij de zoon, die buiten staat.

En of zijn vader hem al zegt:
Jij was toch steeds bij mij,
al wat ik heb, dat is van jou.
Je broer is er, wees blij!
De oudste zoon, hij mijdt het huis.
De vader draagt opnieuw een kruis.

v. d. G

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1994

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's