De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het lijden van Christus (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het lijden van Christus (1)

10 minuten leestijd

De vragen rondom het lijden zullen wel nooit tot rust komen. Telkens weer stellen mensen in situaties van leed en beproeving de vraag naar het waarom. Lijden weegt zwaar, heeft iemand eens gezegd.
Menigmaal worden we in pastorale contacten met situaties geconfronteerd, die ons doen zeggen: wie heeft daar woorden voor? En wie met een sluitende verklaring de vele vragen rondom het lijden probeert op te lossen, blijkt al te vaak een 'moeilijk vertrooster' (Job 16 : 1) te zijn.

De Man van smarten
Wanneer we nu het licht van het Evangelie proberen te laten schijnen over de vragen van het lijden, wordt onze aandacht gericht op het lijden van Jezus Christus, de Man van smarten (vgl. Jes. 53 : 3; Matth. 8 : 16-17).
Het is goed om te bedenken, dat Hij niet maar één van de vele lijdensgestalten is geweest, die de geschiedenis kent. Hoezeer Hij de mensen in alles gelijk geworden is, toch belijden wij, dat Zijn lijden uniek is.
'Jezus, Uw verzoenend sterven is het rustpunt van ons hart' zegt een bekend kerklied. De theologie van het kruis, zoals we die vooral bij Paulus vinden, is voor allen die in het spoor van Luther en Kohlbrugge willen gaan, het hart van de verkondiging. In de gereformeerde traditie kennen we in het kerkelijk jaar de zes of zeven lijdensweken, die aan Pasen voorafgaan.
Die nadruk op het lijden van Christus is niet toevallig. In de twaalf artikelen, het Credo van de kerk, wordt van de Zoon van God beleden: die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die gelden heeft. Op 'geboren' volgt dus direct het 'geleden'. En in de Heidelbergse Catechismus wordt dat in Zondag 15 in die zin uitgelegd, dat Christus tijdens heel Zijn leven op aarde geleden heeft.

Alleen maar gekomen om te lijden?
Nu is het opvallend, dat in de huidige theologie tegen deze directe overgang van de geboorte van Jezus naar Zijn lijden verzet wordt aangetekend. Het zou de indruk wekken, alsof Jezus alleen op aarde gekomen was om te lijden en te sterven, terwijl de vier Evangeliën toch ook grote nadruk leggen op Zijn levensweg, Zijn woorden. Zijn daden, de omgang met Zijn tijdgenoten. Zijn leven als jood onder de joden.
In de prediking en de géloofsbezinning dient dan ook, zegt men, meer nadruk gelegd te worden op het leven van Jezus, op Zijn humaniteit als inspiratiebron voor onze humaniteit (vgl. Berkhof, Heitink).
Jezus kwam, zegt Berkhof, uiteindelijk om te leven. Zijn sterven is de consequentie van Zijn levensweg. Lijden en sterven worden gezien als bezegeling van een plaatsvervangend leven voor anderen. Deze gedachten werken door zowel in de theologische bezinning als in de praktijk van het kerkelijk handelen.
Zo laat het zich in het licht van de bovengenoemde nadruk op het leven van Jezus verstaan, dat in de huidige christologische bezinning, de bezinning op de persoon en het werk van Jezus Christus, de aandacht vooral valt op een christologie van beneden: Jezus, de ware mens, de jood, de gehoorzame Zoon, de charismatische profeet, de leraar, de met de Geest vervulde.

De veertig dagen-tijd
Te wijzen is ook op een ontwikkeling in de liturgie van de tijd voor Pasen. Terwijl men in de gereformeerde traditie van ouds sprak over zes of zeven lijdenszondagen, waarbij in de prediking de lijdensweg van Christus overdacht werd, is het thans in verschillende kerken gewoonte te spreken over de veertig dagen-tijd, waarin men op weg gaat naar Pasen. Deze tijd wordt gezien als een tijd van bezinning, boete en vasten als voorbereiding op de viering van Jezus' lijden en opstanding in de Stille of Goede Week.
Op de vijf zondagen die aan Palmzondag voorafgaan wordt dan ook niet gepreekt over de lijdensgang van Jezus, maar over Zijn levensweg, te beginnen bij de verzoeking in de woestijn, een levensweg die roept tot navolging.
In dit verband herinneren we ook aan een onderzoek naar de wijze waarop Jezus ter sprake komt in het pastoraat. Daaruit blijkt, dat thema's als verzoening en verlossing terugtreden en dat het mens-zijn van Jezus grote nadruk krijgt (vgl. C. H. Lindijer e.a., Jezus ter sprake, Zoetermeer 1992).

Ontmoeting met het jodendom
Er zijn stellig ook enkele verklaringen te geven voor deze grote aandacht voor de mens Jezus als historische persoon, levend in het Palestina van de eerste eeuw.
Van grote invloed is geweest de ontmoeting tussen de kerk en het levende jodendom. Joodse geleerden als Plusser, Lapide, Ben-Chorin leggen nadruk op het jood-zijn van Jezus, Zijn rechtvaardigheid. Zijn respect en eerbied voor de Thora, Zijn omgang met de Vader, Die Hij Abba noemde. Zijn verbondenheid met synagoge en tempel.
Ook Zijn prediking aangaande het Rijk van God moet verstaan worden tegen de achtergrond van de joodse toekomstverwachting. De keus van deze Messiaanse profeet voor de armen en de outcasts en tegen de gevestigde orde maakten hem in de ogen van rijke joodse bovenlaag (de Sadduceeën) tot een staatsgevaarlijk individu in die onrustige tijd van relletjes en opstootjes.
Zijn dood aan het kruis moet dan ook, zegt men, op rekening geschoven worden van de Romeinen, die daarbij gesteund werden door pro-Romeinse leden van de joodse gevestigde orde.
Dat in de evangeliën vooral het aandeel van de joden aan Jezus' dood naar voren komt, verklaart men uit een toenemende anti-joodse gezindheid van de schrijvers van de evangeliën, met name Lucas en Johannes. En deze anti-joodse gezindheid wordt dan weer verklaard vanuit het feit, dat in de jaren waarin de evangeliën op schrift werden gesteld, de breuk tussen de synagoge en de gemeenschap van de Messiasbelijdende joden een feit werd.
Ook onder christelijke theologen zijn er velen die Jezus' dood allereerst en vooral zien als een Romeinse strafmaatregel. Jezus stierf als joodse rebel en martelaar. De traditionele christelijke nadruk op de theologie van het kruis (vgl. Luther) acht men op zijn minst eenzijdig en gevaarlijk, omdat het christenen blind maakt voor het kruis als symbool van menselijk lijden.

Solidariteit met de lijdenden
Dat brengt ons tegelijk bij een tweede aspect ter verklaring van de nadruk op de menselijkheid van Jezus, namelijk Zijn solidariteit met de lijdenden.
Op allerlei wijze worden we met dit menselijk lijden in de vorm van armoede, onrecht, honger, epidemieën, de gevolgen van oorlogsgeweld en terreur geconfronteerd.
Jezus wordt gezien als de brenger van goed nieuws voor de armen en als de strijder tegen onrecht, uitbuiting en terreur. Zijn partij kiezen voor de armen en de ontrechten maakte Hem verdacht bij de rijken en de weigestelden. Zijn dood is dan de dood van de martelaar die zijn strijd voor de gerechtigheid met zijn leven moet bekopen, en die daarin tot op de dag van vandaag vele navolgers heeft gehad: figuren als Gandhi, Romero en andere slachtoffers van geweld en terreur.

Uitdaging
De moderne visies op het lijden en sterven van Jezus vormen voor ieder die eerbiedig wil luisteren naar de Schrift een uitdaging. Anders gezegd: ook wie overtuigd is dat de kerk der eeuwen terecht het loflied gezongen heeft op het Lam dat onze zonden op Zich nam en dat dat loflied ook in onze tijd moet klinken, zal aan de waarheidselementen die er in de nieuwere visies liggen niet voorbij kunnen gaan.
In ieder geval stellen deze nieuwere opvattingen ons voor de vraag of wij, die ernst willen maken met het sola scriptura ook de gehele Schrift laten spreken. Al te snel hanteren we een 'bijbeltje in de Bijbel' en verwaarlozen we die momenten in het Schriftgetuigenis, die aan onze dogmatische concepten vragen stellen of die niet passen in onze manier van leven.
Hier speelt ook nog iets anders mee. Nederland wordt hoe langer hoe meer zendingsgebied. De grote woorden van de Traditie van de kerk blijken voor velen ver en vreemd geworden te zijn. Wellicht vraagt juist onze tijd om een 'insteek' bij de verhalen over Jezus' levensweg op aarde. Zijn woorden. Zijn wonderen. Zijn lijdensgang. Deze inzet bij de aardse Jezus kan en mag geen eindpunt zijn. Met heel mijn hart ben ik overtuigd van de waarheid van de klassieke Christusbelijdenis: waarachtig God en waarachtig mens.
Maar zoals door Jezus Zelf onderweg aan de discipelen gevraagd werd: 'Wie zeggen jullie, dat Ik ben?, zo kan het zinvol zijn moderne mensen allereerst kennis te laten maken met Jezus, zoals de evangeliën Hem ons tekenen. Opdat mensen zo vanuit de ontmoeting met Jezus' leven, leer en werk ingewijd worden in het hart van het christelijk geloof en opdat het gaandeweg komt tot de belijdenis, dat Jezus de Christus is, die voor ons gestorven en opgestaan is.

Slachtoffer
De bekende missioloog J. H. Bavinck schreef jaren geleden een fijnzinnig boekje over Jezus en Zijn lijden (De mens en zijn wereld), waarin mij altijd weer treft de wijze waarop hij laat zien hoe er in de evangeliën twee lijnen lopen: Jezus' lijden en sterven is gevolg van de uitbarsting ven demonische haat tegen God en openbaring van Gods heilige zondaarsliefde en gerechtigheid. 'De lijdensgeschiedenis is in twee richtingen waar, zij spreekt ons van den geboeiden God, Die door mensenhanden wordt voorgesleurd, maar zij vertelt ons tegelijk van den geboeiden Adam, die door God gedagvaard wordt voor het gericht. De lijdensgeschiedenis is twee dingen tegelijk: zij is de alleruiterste spits van de vlam der zonde (…) en zij is het rechtvaardig vonnis Gods over alle menselijke schuld' (blz. 104-105).
J. Verkuyl wijst er dan ook op in zijn boekje Lijden en begeleiden, dat Jezus offerlam is, maar ook slachtoffer.
Hij, de Heilige en de Rechtvaardige, is immers de mensen in alles gelijk geworden. Hij is, zegt Paulus in Galaten 4 : 4, geboren uit een vrouw, geworden onder de wet. Die wet heeft Jezus gehandhaafd in Zijn woorden en Zijn werken. In Zijn prediking stelde Hij de gerechtigheid van het Rijk van God centraal en kwam Hij op voor de heilige eis van de volkomen liefde jegens God en de naaste (vgl. b.v. Matth. 5 : 17vv en 22 : 34vv).
Zijn leven was daarom een oordeel over mens en samenleving, die Zijn volmaakte heiligheid niet verdroegen. Daarom werd Hij dan ook door die samenleving en met name de machthebbers en leidinggevenden op politiek en godsdienstig terrein veroordeeld en verworpen.
Jezus vervulde op die wijze het lot van de profeten, die in hun tijd door de machthebbers van Jeruzalem verworpen werden (Luc. 13). De evangeliën laten er geen twijfel over bestaan, dat joden en heidenen samen Jezus verworpen hebben. Ook het vierde evangelie, dat op vele plaatsen spreekt over de vijandschap van de joden, namelijk de leiders van het volk, geeft van de heiden Pilatus een allerminst gunstig beeld. Pilatus komt daarin naar voren als een scepticus, die meer bedacht is op zijn eigen positie en carrière dan op handhaving van het recht (vgl. Joh. 18 : 37, 19 : 12). Hij is het die Jezus veroordeelt tot de kruisdood, de wrede straf die in het Romeinse rijk werd voltrokken aan criminelen, vooral politieke misdadigers.
Het evangelie onthult ons, dat Jezus niet past in de structuren van onze verdorven wereld. Noch de Romeinen, noch de Zeloten, noch de religieuze leiders wisten raad met Hem.
Dat Hij slachtoffer werd, hangt samen met een opeenstapeling van onze menselijke schuld en ongerechtigheid. In de geschiedenis van Jezus' leven en lijden wordt ons onthuld wat zonde betekent en word ik persoonlijk er bij betrokken. Wat 'zonde' is, zien we nergens zo duidelijk als bij het kruis.
Wij hebben dan ook bij de vertolking van deze bijbelgedeelten in prediking en catechese te bedenken, dat het niet de joden zijn, die Jezus kruisigden, maar dat ik daaraan debet ben, zoals Rembrandt op zijn kunstwerken – de schilder beeldde zichzelf af –, Revius in zijn gedichten en Bach in zijn koralen duidelijk maakten.
We kunnen dna ook instemmen met Verkuyl als hij zegt dat het lijden van Jezus als slachtoffer van de demonische haat van mensen en hun misdaden jegens God en mensen Hem verbindt met duizenden, die bekend of onbekend hebben geleden en lijden onder onrecht, geweld, rassenhaat, vervolging om geloof of overtuiging.

A. Noordegraaf, Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het lijden van Christus (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's