Aangevochten belijdenis
Inleiding
Toen John Bunyan vanwege zijn geloofsovertuiging gevangen werd genomen en 12 jaar lang in Bedford in Engeland in de cel zat schreef hij het bekende boek De christenreis. In dit aangrijpende boek vertelt Bunyan over de weg die de gelovige gaat als hij vanuit de stad Verderf reist naar het hemels Jeruzalem. Het is duidelijk dat die weg niet eenvoudig is. Allerlei obstakels en vijanden duiken op en blokkeren de weg naar het einddoel. Het is zonder meer waar dat de christen alleen door veel strijd ingaat in het Koninkrijk van God. Het geloof van een christen is een aangevochten geloof. Belijdt hij openlijk de naam van zijn God, dan komt er gegarandeerd verzet. En soms is hijzelf ook mede schuldig aan dieptepunten. Wanneer hij bijvoorbeeld met zijn medestrijder Hoop van het rechte pad afwijkt, vallen zij in handen van de reus Wanhoop, die hen opsluit in kasteel Twijfel.
Wat Bunyan hiermee wil zeggen is dat het geloof van een christen altijd wordt aangevochten. Het is een onrustig ding (Luther). Na hoogtepunten volgen dieptepunten. Zekerheid wordt besprongen door gevoelens van twijfel. Het is de strijd van een ieder, die Christus leerde volgen op zijn kruisweg.
Nu in deze tijd van het jaar onze nieuwe lidmaten de openbare belijdenis van het geloof afleggen, zou ik met hen eens willen nadenken over dit aangevochten belijden. Het zou kunnen zijn dat we ons daarin herkennen. Dat hoeft natuurlijk niet. Het kan ook zijn dat we op een spontane eenvoudige wijze voor Christus mogen uitkomen en niet geplaagd worden door twijfels en onzekerheden. Dat is een zegen. Maar anderen weten des temeer wat aanvechtingen betekenen. Vandaar dit artikel als een handreiking van een aangevochtene aan aangevochten medegelovigen.
Twijfel
Belijdenis afleggen van het geloof is ja en amen zeggen op Gods Woord. Op Zijn beloften en geboden. Op het werk van Christus voor ons. Dat Woord is tot je gekomen, meestal vanuit het verbond, waarin je als kind al werd opgenomen. Nu wordt dan het Woord op openlijke wijze beantwoord. Je komt er voor uit dat Gods Woord de waarheid is voor jou, heel persoonlijk.
Dan gaat het er maar niet om dat we alleen verstandelijk uitwendig instemmen met de Bijbel en de geloofswaarheden. Dat is geen belijdenis doen. Er is geen sterveling die zo'n jawoord van zijn bruid of van haar bruidegom zou nemen. Dat doet de Heere ook niet. Het gaat erom dat er een relatie is met Hem wiens Naam je belijdt. Dat is de Heere Jezus Christus. Belijden doe je met je hart. Het is een hartelijke keus.
Maar als de dingen zo liggen, dan juist kan het zijn dat je wordt aangevochten. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door twijfel aan jezelf Is mijn geloof wel echt? Is er wel echt een relatie met Christus? Belijdenis doen gaat toch samen met geloof en bekering en zijn deze dingen wel een realiteit in mijn leven? Als je op jezelf ziet, dan mis je zo vaak wat je zou willen bezitten. Een diep vurig enthousiast geloofsleven. Je vindt jezelf vaak zo laks en lauw.
Aanvechting kan er ook zijn door twijfel aan de inhoud van het geloof. Je stemt in met de waarheid van de Schrift en de belijdens van de kerk. Maar die waarheid schijnt soms zo te botsen op de dagelijkse werkelijkheid. Als je studeert en je gaat daarbij uit van een logisch waarheidsbegrip, dan kun je het moeilijk hebben met een Waarheid die in strijd schijnt met het logisch denken. Als je de nood in de wereld ziet, dan kan de twijfel knagen aan je geloof in de almacht en de liefde van God. Hoe kan Hij al die ellende in de wereld toelaten? Ook kunnen er bepaalde onderdelen van de belijdenis van de kerk zijn waar je het moeilijk mee hebt. Bijvoorbeeld de uitverkiezing.
De aanvechting kan ook komen door – schrik niet – twijfel aan de Heere zelf. Hoe dichter we het moment van belijdenis doen naderen, hoe meer we in het kasteel Twijfel en in handen van de reus Wanhoop kunnen verkeren (Bunyan).
De wereld
Met het bovenstaande is lang niet alles gezegd. Wie openlijk voor Christus uitkomt, is Zijn getuige. En het getuige-zijn roept altijd verzet op. Daar staat de hele Bijbel vol van. Denk maar eens aan Naboth, die vermoord werd door koningin Izébel en koning Achab. Denk aan Stefanus, die gestenigd werd door het Sanhedrin. Denk aan Johannes de Doper, die onthoofd werd. Het geloof in de Heere Jezus Christus past niet in het schema van de wereld. Daarom moet Zijn getuige sterven. Het woord voor getuige-zijn betekent ook: martelaar zijn. Hier hebben we dus te maken met een andere vorm van aanvechting, dan de aanvechting die uit jezelf opkomt. Nu komt ze niet voort uit het eigen hart, maar vanuit de omgeving. 'Indien ze Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen', zei Jezus tegen Zijn discipelen. Zo is het nog. Hoewel we in een land leven waarin godsdienstvrijheid bestaat kan het toch zo zijn dat de openbare belijdenis van het geloof ons niet in dank wordt afgenomen. Geloof is in onze maatschappij een privézaak en dat doe je maar thuis of in de kerk. Maar niet in het openbaar. Dat roept soms pure vijandschap op. Ik hoorde van een meisje dat niet aan haar familie durft te vertellen dat ze belijdenis doet, bang voor de 'represailles'. De vijandschap komt soms nog meer van mensen die zelf bij de Bijbel en de kerk zijn opgevoed, dan van pure antheïsten. Belijdenis doen door anderen is dan een vraag aan het eigen schuldig geweten. Die vraag verdring je dan maar door het onwaarachtige van het belijdenis-doen bij anderen aan te wijzen. Zo kan er in stilte erg geleden worden onder de aanvechtingen van de wereld.
Het Heilig Avondmaal
Een bijzondere vorm van aanvechting kan er zijn als het gaat om onze verhouding tot het Heilig Avondmaal. Zolang we nog geen belijdenis hebben gedaan staan we nog niet voor de persoonlijke vraag of we zullen deelnemen aan het Avondmaal. Maar zodra we de belijdenis afleggen staan we wel voor die vraag. Of zeggen we het nu niet goed? Is het wel een vraag? Hebben we met het belijdenis doen niet 'ja' gezegd op de vraag of we getrouw zullen zijn onder de bediening van het Woord en Sacrament? Maar dan kan toch de aanvechting komen. Als je opgevoed bent in een sfeer van avondmaalsmijding kan de eerste stap naar het Avondmaal bijzonder moeilijk zijn. Als je eigen ouders niet aangaan, als ze vinden dat jij er ook niet aan hoort, als er slechts een klein aantal gemeenteleden toetreedt, wat kan het dan moeilijk zijn om de weg der gehoorzaamheid aan de Heere te gaan. Dan wordt je heen en weer geslingerd door gedachten als: ik behoor wel aan te gaan, maar ik durf niet (mensenvrees). Maar als ik niet durf, kan ik dan wel belijdenis doen? Over stille aanvechtingen gesproken!
Beoordeling
Hoe moeten we nu vanuit de Schrift de aanvechting van het belijden zien? Is het een goed teken? Is het af te keuren? Het eerste wat ik zou willen zeggen is dat we moeten onderscheiden tussen aangevochten geloof en ongeloof. Het grote verschil tussen beide is dat bij aangevochten geloof sprake is van een relatie met de Heere, die dan onder druk staat, maar bij ongeloof geen sprake is van zo'n relatie. Dat brengt weer met zich mee dat aangevochten geloof weet van pijn en lijden, maar daar weet het ongeloof niets van. Er is een groot verschil tussen het aangevochten geloof van Thomas ten aanzien van de opgestane Christus en het ongeloof van de overpriesters en de farizeeën (Matth. 28 : 11vv). Iemand die worstelt met twijfels moet zich realiseren dat de overpriesters en de farizeeën wilden dat Jezus dood was.
Terwijl Thomas zo graag zijn Heiland zou weerzien en omhelzen. Toen hij Hem zag heeft hij Hem op wonderschone wijze beleden (Joh. 20 : 28).
Is het bijbels gezien niet gewoon te verwachten dat het ware geloof wordt aangevochten? Bestaat er wel geloof zonder aanvechting? Hoe diep gepeild is het wat de Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 51 bij de zesde bede: dat onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees niet ophouden ons aan te vechten. Wanneer Petrus de goede belijdenis beleden heeft, dan komt de satan en probeert een wig te drijven tussen hem en Jezus (Matth. 16). Wanneer deze zelfde discipel belooft: 'Ik zal U nooit verlaten, al zullen ze U allemaal verlaten', dan gaat het op slag mis en verloochent hij zijn Meester.
We moeten er dus gewoon op rekenen dat geloven altijd staat in het spanningsveld van de aanvechting. De boze heeft een ontelbaar aantal pijlen op zijn boog om die af te vuren op het openlijk uitkomen voor Jezus.
Ons karakter speelt hierbij trouwens ook een rol, al is dat secundair. Alle gelovigen kennen aanvechtingen, maar het maakt toch wel verschil of je een stabiel of een labiel karakter hebt. Ook het geestelijk klimaat waarin je opgroeit en leeft is van invloed. Een klimaat waarin onzekerheid wordt gekoesterd als het kenmerk van het ware maakt gegarandeerd slachtoffers, terwijl een bijbels geloofsklimaat ruimte biedt voor een gezonde geloofsontplooiing.
Medicijn
Wat te doen als we worden aangevochten in ons belijden? Is er wat tegen te doen? Jazeker. Onzekerheidsgevoelens door geloofsaanvechting hebben nog wel eens de neiging om zich te laten meedrijven op de golven van lijdelijkheid. Gevoelens van zelfmeelij zijn ons dan ook niet vreemd. Nu, die kant moet het niet op. Een gelovige dient zich niet mee te laten drijven, maar dient te strijden. Een levende vis zwemt tegen de stroom op, terwijl een dode vis meedrijft. Een bijbels kritische benadering van eigen aanvechtingen is dus gewenst. Alleen… daarmee ben je er nog niet uit. Wie in het moeras dreigt weg te zakken is er niet, met te constateren dat hij in een moeras zit en weet hoe dat kwam. Er is hulp van buiten, van Boven af nodig. Daarom is het zo belangrijk dat de spits van onze geloofsbeleving (spiritualiteit) zich niet richt op onszelf, ons innerlijk, ons gevoel, maar op Iemand buiten onszelf, dat is de Heere en Zijn Woord. Wat de Heere beloofd heeft houdt stand, hoe het ook met ons is. Zijn heilswerk is niet afhankelijk van onze gevoelens. Er is een gevaar dat we in Thomas' fuik zwemmen.
Dat is het isolement. Die houding is niet goed. We hebben in onze aanvechting de gemeenschap nodig. De aangevochtene heeft nodig dat er iemand is, die hem of haar begrijpt en die mee worstelt. Die met je bidt. Samen bidden is medicijn. En dan niet alleen meezuchten, maar elkaar wijzen op het houvast buiten ons. Belijdenis doen is geen belijdenis doen van jouw (grote) geloof, maar van Hem op wie het geloof zich richt: de Heere en Zijn Woord. Het is dan ook heel goed dat er op de belijdeniscatechese over aanvechtingen gesproken wordt en dat er in de preek in de belijdenisdienst aandacht aan wordt besteed. En dat er na de belijdenis gemeenschapskringen zijn in de gemeente waarin nieuwe lidmaten opgenomen worden en men geloofservaringen en aanvechtingservaringen kan uitwisselen.
Als Luther last van aanvechtingen had, ging hij zingen. Prima medicijn. Samen zingen tilt mensen uit boven hun twijfel. En wie toch blijft tobben met zijn aanvechtingen, kan misschien eens een pastoraal gesprek aangaan met de predikant of iemand anders die men vertrouwt.
Tenslotte
Geloof dat wordt beleden is een aangevochten geloof. We kunnen het ook omkeren. Geloof dat wordt beleden kent het 'nochtans'. Al twijfel ik, al voel ik me onzeker, al bespringen me de knagende vragen waar ik niet uitkom, nochtans leg ik mijn hand op het Woord van mijn God. Dat Woord is betrouwbaar.
Ik eindig met vraag en antwoord 44 van de Heidelbergse Catechismus te citeren:
'Waarom volgt daar: Nedergedaald ter helle?
Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertroost, dat mijn Heere Jezus Christus door Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, in welke Hij in Zijn ganse lijden, (maar inzonderheid aan het kruis) gezonken was, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.'
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's