De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De omgang met de belijdenis (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De omgang met de belijdenis (1)

Antwoord aan dr. M. A. Smalbrugge

12 minuten leestijd

Erkentelijk
Voordat ik inga op hetgeen dr. M. A. Smalbrugge inhoudelijk ter sprake brengt, wil ik eerst mijn dankbaarheid uiten voor het feit dat en ook voor de wijze waarop hij met ons in discussie gaat. Wat hem drijft is duidelijk: hij wil de hervormd-gereformeerden behouden voor de nieuwe Verenigde Protestantse Kerk in Nederland (verder: VPKN). Zijn discussie is hoogstaand en theologisch van niveau. Dr. Smalbrugge vertoont ook affiniteit met de reformatie. In zijn reactie zie ik iets terug van de theologische discussie zoals die zich afspeelde ruim veertig jaar geleden bij het ontstaan van de hervormde kerkorde. Mijn oprechte dank daarvoor!

Gemist
Dit is juist wat ik op de diverse synoden rond de nieuwe kerkorde zo pijnlijk gemist heb: het indringend met elkaar spreken en toetsen of wij ons wel werkelijk bewegen in het spoor van de Schrift. Ik beweer niet dat zulke discussies binnen de Commissie Kerkorde helemaal niet gevoerd zijn, maar ter synode heb ik het diepgravend toetsen aan en confronteren met de Schrift wel gemist.
Gemist heb ik ook het tasten naar onze verbondenheid met de reformatie. Wat dat betreft ervaar ik uw bijdrage niet als een versterking van de synodale discussie, maar veel meer als een nieuwe, een derde 'stem'. Hiermee bedoel ik, dat zelfs wanneer wij het eens zouden kunnen worden, bij mij de principiële bezwaren tegen de nieuwe kerkorde en tegen de aanstaande fusie niet weggenomen zouden zijn.

Bescheiden
Als lezers van de Waarheidsvriend het artikel van dr. M. A. Smalbrugge als moeilijk en compact ervaren, dan wil ik ter bemoediging wel uiten dat het bij mij net eender ligt. Ik heb zijn artikel gelezen en herlezen. Steeds weer stelde ik bij allerlei zinnen de vraag: 'Wat wordt hier eigenlijk gezegd? Wat zijn de consequenties van deze uitspraak?' En als ik voor mijzelf het antwoord enigszins geformuleerd had, vroeg ik mij weer af: 'Maar heb ik dr. Smalbrugge wel goed begrepen? Doe ik hem wel recht?' Dit vermeld ik met opzet om de opponent te laten weten, dat als ik hem niet juist weergeef, dit niet met opzet gebeurt. De zaken die door u ter sprake gebracht worden, kunnen wel een heel boek vullen. Ik heb de indruk dat de inhoud ervan voor uzelf veel voorwerp van overdenking is geweest en dat u vanuit de helderheid die u hierover voor uzelf verkregen hebt, nu samenvattend schrijft. Dat maakt het voor mij niet eenvoudiger om uw kritische bijdrage aan het gesprek te beantwoorden. Maar weest van mijn oprechtheid overtuigd, wanneer ik u in bescheidenheid verzeker zo goed mogelijk naar u te hebben willen luisteren.

Kerngedachte
Het gaat dr. M. A. Smalbrugge in zijn artikel met name om mijn, om onze omgang met de belijdenissen. Een goed deel daarvan ontgaat hem en dat om theologische redenen.
In het vervolg van Smalbrugges artikel wordt inderdaad duidelijk dat het verschil in theologisch denken het verschil bepaalt in de visie op en de omgang met de belijdenissen.

De Reformatie en de traditie
De eerste kardinale stelling van dr. Smalbrugge is dat de Reformatie afscheid genomen zou hebben van het idee dat er leringen zijn die overal, te allen tijde en door iedereen geloofd moeten worden. In die zin nam de Reformatie afscheid van het dogma. Geen leer kan aanspraak maken op waarheid zonder dat de Geest dat bevestigt en bewerkt. Niemand kan bij voorbaat aanspraak maken op de Geest. Zelfs de Schrift ontkomt niet aan dat zegel van de Geest. Als de Geest het ons niet betuigt blijft 'het' een lege waarheid. Tot zover de weergave.
Als ik dr. Smalbrugge inderdaad goed begrepen heb, dan is mijn antwoord dat naar mijn beleving zijn inzet onjuist is. De Reformatie heeft zich niet uit verzet tegen het Roomse dogmatisme en de daarmee gepaard gaande zekerheid bewogen naar de tegenovergestelde zijde van onzekerheid en a-dogmatisme. Integendeel, de Reformatie heeft vanuit het grondprincipe 'Sola Scriptura' alle dingen willen toetsen aan het Woord.
Dit betekent (negatief) allereerst, dat verworpen moet worden wat als vaste waarheid verkondigd wordt, terwijl het tot het Woord niet te herleiden is. Zonder enige restrictie zet Calvijn de geloofsbelijdenis van Genève in met deze woorden:
'Allereerst belijden wij, dat wij de Schrift alleen willen volgen als regel van ons geloof en onze godsdienst, en wij dulden niet dat daar iets bijgemengd wordt door het verstand van de mensen, buiten het Woord van God uitgedacht; en wij hangen geen andere leer aan in het geestelijk bestuur, dan die uit dat Woord genomen is, zodat er niets aan toegevoegd of van afgedaan wordt, gelijk wij onderwezen worden door het verbod van God.'
Even duidelijk komt deze zaak aan de orde in Remedie XX van Calvijn tegen artikel 20 van de faculteit der heilige godgeleerdheid te Parijs. Als de faculteit daar 'bewijst' dat men veel moet aannemen uit de traditie van de kerk, antwoordt Calvijn dat wij hebben te blijven bij de leer van Christus. Met instemming haalt hij Augustinus aan dat alles wat niet in de Schriften geopenbaard is, niet noodzakelijk is voor ons heil, omdat God het anders niet weggelaten zou hebben. De reformator besluit met de opmerking:
'Kortom, daar wij de waarheid van ons geloof alleen aan God moeten ontlenen, besluiten wij, dat het rechte geloof alleen gegrond is op de Heilige Schriften, die van Hem zijn uitgegaan, aangezien Hij ons daarin heeft willen onderwijzen, niet ten halve maar ten volle, over alles wat Hij wilde dat wij zouden weten en dat, naar Hij voorzag, nuttig voor ons zou zijn.'
Calvijn beweert dus niet dat er geen zekerheid en geen waarheid is, maar dat de waarheid van ons geloof alleen aan de Schrift ontleend kan en moet worden en voortdurend aan diezelfde Schriften getoetst moet worden.

De Schrift en het getuigenis van de Geest
Met dr. Smalbrugge ben ik het eens dat zelfs de Schrift in de reformatorische optiek niet aan het zegel van de Geest ontkomt. Tegelijk denk ik met hem fundamenteel van mening te verschillen. Calvijn zal nooit formuleren dat de Schrift in haarzelf leeg blijft onder het zegel van de Geest. Het is niet zo dat de Schrift door het getuigenis van de Geest tot Gods Woord wòrdt, terwijl de Schrift omgekeerd zonder dat getuigenis een leeg mensenwoord zou blijven. Calvijn denkt niet op dezelfde wijze als later Karl Barth. De Schrift is voor Calvijn het Woord van God. De Schrift heeft het getuigenis van de Geest niet nodig (Zij is het getuigenis van de Geest), maar wij hebben het nodig.
Waarom geloven de ware gelovigen vast en zeker als wat in de heilige boeken geschreven staat? Artikel 5 van de NGB zegt:
'Niet zozeer, omdat ze de Kerk aanneemt en voor zodanige houdt; maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat zij van God zijn.'
Calvijn zegt niet dat de Kerk niet mag getuigen dat de Schriften Gods Woord zijn. Integendeel, hij doet zelf niet anders. De ganse Kerk getuigt: Uw Woord is de waarheid. Maar als dan aan de gelovigen gevraagd wordt hoe wij dat weten en waarom wij dat geloven, dan verwijzen wij niet naar de kerk ('De kerk zegt het') en ook niet naar allerlei mensen ('Augustinus gelooft dat en Calvijn zag het ook zo'), maar dan verwijzen wij naar ons hart: de Heilige Geest heeft mij daarvan overtuigd.
Al zou iedereen loochenen dat de Bijbel Gods Woord is, al zou heel de synode daar unaniem een andere uitspraak over doen, ik blijf het nochtans geloven, want ik heb deze zekerheid nooit aangenomen op gezag van de kerk. De Geest heeft het mij geleerd en zo stem ik in met de kerk, met alleen die dit belijden.
Op zichzelf koppelt ook Calvijn de Schrift en de Kerk, maar in deze volgorde: niet de Kerk maakt de Schrift van de Geest vast, maar de Geest maakt door Zijn Woord de Kerk vast. Christus is niet daar waar de kerk is (Rome), maar waar Christus is daar is de Kerk. En dat betekent tegelijk: waar Christus met Zijn Geest is.

Vergelijking met de beloften
Dat de Schrift het Woord Gods is en zonder het getuigenis van de Geest geen leeg testament, kunnen wij ook heel duidelijk zien als Calvijn spreekt over Gods beloften. Die beloften worden niet pas beloften van God als zij door de Geest aan ons verstand worden geopenbaard en in ons hart verzegeld worden. De beloften hebben als beloften van God kracht in zichzelf. De kracht en de eigenaardigheid van de beloften kunnen volgens Calvijn zelfs door ons ongeloof en onze ondankbaarheid niet uitgeblust worden (Inst. III.2.32). Maar wat doet de Geest dan? Hij maakt de beloften effectief bij ons, zodat de werkdadigheid van de beloften openbaar komt, als zij bij ons geloof gevonden hebben.

Niet 'ver-geest-eiijkt'
Door het geheim van de Geest wordt de waarheid, dat de Schrift Gods Woord is, niet 'ver-geest-elijkt' tot een spiritueel geheim van en voor ingewijden dat alleen subjectief waar is voor hen. De gelovigen weten door de Geest subjectief (onderwerpelijk) zeker dat het objectief (voorwerpelijk) waar is, dat de Bijbel het Woord Gods is. Dat geeft artikel 5 van de NGB aan het slot aan:
'En dewijl zij ook het bewijs van dien bij zichzelf hebben; gemerkt de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen die daarin voorzegd zijn, geschieden.'

De Schrift onvoorwaardelijk norm en regel
Dat de Geest de gelovigen persoonlijk overtuigd heeft dat de Schrift het Woord van onze God is, heeft bij Calvijn niet de consequentie die ik enigszins proef bij dr. Smalbrugge namelijk als zou de kerk eigenlijk niet met zekerheid overtuigd kunnen zijn en getuigenis kunnen geven van hetgeen waar is. Ik stem er van harte mee in dat de kerk niet beschikt over de waarheid. Maar de ware kerk is wel gegrepen door de waarheid. De ware kerk buigt voor Christus als de waarheid. Zij wordt geleid door de Geest der waarheid. Zij bidt om de genade en mag ervaren de gave van de genade dat haar gang en treden vastgemaakt worden in het Woord der waarheid en zo getuigt zij van de waarheid. Zij belijdt wat zij door Gods Geest heeft mogen verstaan van de waarheid Gods. Dit beroep op het werk van de Geest geeft geen ruimte voor Dopers beroep op en doorvloeien met de Geest. Integendeel. Bij dit alles is Gods Woord de enige norm en regel. De Geest is herkenbaar aan Zijn eigen Woord.
In het ware geloof heeft dit niets te maken met het in pacht hebben van de wijsheid en van de waarheid. Voor Calvijn is de leerlinggestalte immers kenmerkend. De ware gelovigen bidden met Psalm 119: 'Open mijn ogen, opdat ik de wonderen van Uw wet mag zien en eren'. Bovendien is het kenmerkend voor het geloof dat het de gelovigen doet bukken voor het Woord. De gelovigen laten zich in hun denken en handelen corrigeren door het Woord. Zo spreken zij in hun belijden uit wat zij verstaan hebben uit het Woord en zij zijn tegelijk in hun uitspreken aanspreekbaar op het Woord. Op deze wijze zal de kerk haarzelf ook geen bemiddelende rol toeschrijven als heilige, zelfstandige grootheid. Een kerk die door bovenstaande geheimen bepaald wordt, zal haarzelf in haar verkondigende en belijdende roeping alleen verstaan in dienst van en aan het Woord. Zo'n kerk weet alleen de naam kerk waardig te zijn, zolang deze haar dienst aan het Woord blijft. Zo zal deze kerk belijden en zo zal deze kerk leven met haar belijdenissen. Maar zo'n kerk mag ook met gezag spreken waar zij Christus' eigen Woord doorgeeft, dat zij door de Geest heeft leren verstaan.

Geen roomse lijn
Als een kerk op bovenstaande wijze belijdende kerk is, zal zij met haar belijdenissen niet omgaan in roomse zin. Zij zal geen belijdenis accepteren als aanvulling op het Woord met een zelfstandig waarheidsgehalte. Alleen dat belijden wordt uit- of nagesproken dat zij herkent als echo op het Woord. Belijden is voor haar alleen belijden als amen op het Woord. Dogma en confessies worden alleen daar nagezegd waar zij herkend worden als voluit schriftuurlijk.
In deze positieve zin en in een positieve context heeft Calvijn zich nimmer verzet tegen belijden en tegen belijdenissen. Integendeel, Calvijn heeft zich er met zijn collega's niet voor niets voor beijverd om alle inwoners van Genève de eed te laten afleggen op de door hem opgestelde belijdenis!!!
Het 'Sola Scriptura' (alléén de Schrift) was voor hem niet hetzelfde als 'sine confessionibus' (zonder belijdenissen), maar het hield voor hem wel in, dat in de belijdenissen alleen dat beleden werd, wat door de Schrift duidelijk geleerd werd.
In dat verband moet u mijn verzuchting zien in mijn impressie over de triosynode: 'Niets kan meer met zekerheid gesteld worden. Er zijn verschillende zaken waarvan wij niet meer kunnen zeggen dat zij onder ons volkomen zekerheid hebben, dat zullen alleen nieuwe, diepgaande studies kunnen duidelijk maken'.
Op de synode heb ik diep ervaren, dat wij eigenlijk niets meer met zekerheid weten, ook al wordt het in de Schrift duidelijk geleerd. De oorzaak daarvan ligt in het feit dat artikel 5 van NGB niet meer beleden wordt als door onze vaderen, terwijl ik op grond van het Woord en door het getuigenis van de Geest in mijn hart het met hen nog op dezelfde wijze meezeg. Ik zeg het in de twintigste eeuw niet omdat de NGB het zegt, maar omdat ik door Gods genade hetzelfde geloof met de vaderen deelachtig ben. Daarom spel ik het ook in de twintigste eeuw na dat er geen andere Naam onder de hemel gegeven is waardoor wij moeten zalig worden dan alleen de Naam van Jezus Christus. Daarom belijd ik als een absolute waarheid dat er buiten dit christelijk geloof, buiten het geloof in Christus geen zaligheid gevonden wordt.

R. van Kooten, Soest

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De omgang met de belijdenis (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's