Boekbespreking
W. J. op 't Hof, Voorbereiding en bestrijding. De oudste gereformeerde piëtistische voorbereidingspreken tot het Avondmaal en de eerste bestrijding van de Nadere Reformatie in druk. De Groot Goudriaan, Kampen 1991, 176 pag., ƒ 47,50.
In deze studie worden twee geschriften behandeld. Beide hebben betrekking op het Nederlands gereformeerde piëtisme in de eerste decennia van de zeventiende eeuw en verschaffen ons nieuwe gegevens.
In het eerste opstel krijgen we een indruk hoe Paschasius Baers in 1597 te Leeuwarden door twee preken voorbereiding tot het Avondmaal hield. Baers was aanvankelijk een karmelieter monnik uit Gent, die omstreeks 1579 tot de Reformatie overging. In 1580 werd hij te Hoogkarspel in Noord-Holland als gereformeerd predikant beroepen, waar hij tien jaar gewerkt heeft. In 1590 ontving Baers een beroep uit Leeuwarden.
Baers poneert, dat allen die buiten Christus zijn, niet tot het Avondmaal worden toegelaten. Welke betekenis hebben de twee voorbereidingspreken? Ze geven een goed inzicht in de liturgie van de voorbereidingspreken. Zo moesten de Avondmaalgangers tijdens de voorbereidingspreek opstaan en drie belijdenisvragen en een genade- en oordeelverkondiging beantwoorden. Dit wijst op het volstrekt serieus nemen van de heiligheid van het Avondmaal.
Volgens Op 't Hof is de mate waarin het piëtistische gedachtengoed in Baers' geschrift openbaar komt, zo groot, dat er gesproken mag worden van een werk van volledig piëtistische aard.
Welke bronnen heeft Baers gebruikt? Er is een overvloed van Bijbelteksten. Hij ontleent argumenten aan de klassieke oudheid. Baers noemt niet-christelijke auteurs als: Euripides, Sophocles en Apuleius. Hij beroept zich op gezaghebbende rooms-katholieke auteurs. Onbevangen weet hij het goede in hun werken op prijs te stellen. Ook blijkt dat Baers hele stukken uit het boek van Thomas à Kempis 'De Imitatione Christi' heeft overgenomen.
Het tweede opstel gaat over Jacobus Burs en zijn geschrift Threnos uit 1627. Burs werd in 1612 predikant te Tholen. Tot aan zijn overlijden in 1650 is hij hier gebleven.
Burs behandelt in zijn Threnos alle aspecten van het vierde gebod. Aan de kwestie van de sabbat wordt de meeste aandacht geschonken. Het tweede hoofdonderwerp is de reformatie van de zeden. Het derde hoofdmotief is de tucht.
Burs is met Threnos de eerste – gereformeerde – publieke bestrijder van de gereformeerde piëtistische beweging van de Nadere Reformatie in de geschiedenis geworden. Het verschil tussen Burs en de Nadere Reformatie zit uitsluitend in de opvatting over de heiliging. De Thoolse predikant beoogt ook wel reformatie, maar veel gematigder dan de genoemde beweging. Het publiceren van Threnos gaf aanleiding tot een pennestrijd, waarin de landelijke Gereformeerde Kerk van hoog tot laag betrokken zou raken.
De Nederlandse auteurs tegen wie Burs zijn Threnos richt, zijn de gebroeders Willem en Eeuwout Teellinck en naar alle waarschijnlijkheid Josias van den Houte, Godefridus Udemans en Daniël van Laren.
Op 't Hof heeft met zijn studie nauwkeurig werk gedaan. Bovendien geeft hij telkens een objectief oordeel. De lezer krijgt de indruk dat de schrijver het studieveld beheerst.
Wie geïnteresseerd is in het Nederlands gereformeerde piëtisme, kan door de nieuwe gegevens kennis vermeerderen. Voor deze nieuwe gegevens uit oude geschriften zijn we Op 't Hof dankbaar.
J. Harteman, Wezep
Rien Poortvliet, De aanloop, uitgave Kok, Kampen, 224 pag., ƒ 69,50.
Opnieuw heeft Rien Poortvliet zijn vaste afnemers en daarbij telkens aansluitende liefhebbers verrast met een schitterend natuurboek. Stuk voor stuk zijn de platen die hij maakte juweeltjes. Hier een vogel, daar een eenzame kreek, dan weer een afbeelding van enkele dieren, dichtbij of veraf; een enkele vos in de sneeuw of een aantal vossen samen, wilde zwijnen en herten, een eland in de wouden van Noord-Europa, maar soms ook een boerderij of een zeehond, met op de achtergrond een passerend schip; nu eens beelden uit het heden, dan uit een ver verleden; dieren die er nog zijn en dieren die zijn verdwenen, zoals de mammoet.
Ook nu weer wisselt Poortvliet zijn afbeeldingen af met korte teksten, in verstaanbaar alledaags Nederlands, kortaf en treffend, herinnerend aan kleine gebeurtenissen in het verleden of gericht op het heden, of verwijzend naar het familiearchief.
De titel is ontleend aan oude 'wildmanstaal'. Als iemand op wild zat te wachten heet dat, wanneer er wild in de buurt komt, 'aanloop'. Wanneer Poortvliet geen aanloop had máákte hij aanloop. En dan peinsde hij verder over wild, dat er in vroeger dagen liep. Zo ontstond dit fraaie boek. Het werd opgedragen aan Prins Bernhard. Af en toe neme men de opmerkingen over de prehistorie met een wetenschappelijke korrel zout. Maar het boek mag er zijn!
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's