Geen cultuurchristenen maar Evangeliebelijders
'Een staatsman niet, een evangeliebelijder', luidde de lijfspreuk van Groen van Prinsterer. Deze kernachtige formulering dringt zich onweerstaanbaar bij mij op, gezien de plotselinge neergang bij de verkiezingen van die christelijke politieke stroming, die in dit land, sinds jaar en dag het centrum van de politieke macht vormt.
Twee weken geleden gaven we in deze kolommen aandacht aan de gegevens van het Sociaal en Cultureel Planbureau met betrekking tot geloof en godsdienstigheid in Nederland. We gaven toen ook enige aandacht aan reacties uit de kring van de christelijke organisaties, die eigenlijk nauwelijks van verontrusting blijk gaven. De ledentallen bleven immers behoorlijk op peil, dit vanwege uitstraling, die deze organisaties nog steeds zouden hebben náár en de aantrekkingskracht, die ze uitoefenen òp mensen, die niet (meer) tot een kerk behoren. Zolang men de leden maar houdt, is er kennelijk weinig reden voor verontrusting. Cultuurchristendom heet dat. Toen de grote neergang van de kerk jaren geleden zich aankondigde, begon men te spreken van kerk-buiten-de kerk. Nu heet het cultuurchristendom.
Zo heeft, zegt men nu, ook christelijke politiek aantrekking op een grijs gebied in onze samenleving, op mensen, die hun godsdienstigheid wel niet tonen in kerkelijke meelevendheid, maar die nochtans gevoelig zijn voor 'evangelische inspiratie'. Intussen werd vorige week bij de verkiezingen hardhandig de rekening gepresenteerd. De politieke aardverschuiving, die optrad, zal zeker te maken hebben met politiek beleid, dat op allerlei vlakken onlusten onrustgevoelens heeft wakker gemaakt (A.O.W., allochtonen). Mij dunkt echter, dat onhelderheid, om het zacht te zeggen, omtrent de C in de politiek, kiezers pok naar twee kanten deed uitzwermen. Enerzijds naar partijen, waar men op zodanige wijze ernst maakt met het christelijk gedachtengoed, dat men dat ook vanuit Wet en Evangelie en niet vanuit een vage 'christelijke inspiratie' verder wil uitdragen. Anderzijds naar partijen, waarnaar mensen kennelijk zonder al te veel moeite zo (en zelfs op grote schaal) de overstap kunnen maken, zonder dat ze dan het besef hebben in confessioneel opzicht een sprong te maken.
Duidelijkheid
Laat ik op voorhand zeggen om de verkiezingsuitslag op zich niet te treuren. Eén en ander moest een keer gebeuren. Het zou louterend kunnen werken. Het wordt tijd, dat we een keer opgeschrikt worden met betrekking tot de echte crisis, die achter dit alles ligt. Ons land is niet verlegen om christelijke politiek, die hóé dan ook poogt het centrum van de macht te behouden, met medewerking intussen van aanhangers van andere godsdiensten en van cultuurchristenen. Nederland zit te wachten op evangeliebelijders in de politiek, op mensen en bewegingen, die christelijke hartstocht leggen in hun politieke ambacht.
In NRC-Handelsblad nam VVD-leider Bolkestein alvast een voorschot op discussies, die komen gaan, in ieder geval komen móéten. Hij pleitte ervoor in het beginselprogram van de VVD weer te verwijzen naar het christendom, zijnde belangrijke inspiratiebron als het gaat om normen en waarden. Laten we aannemen, dat Bolkestein hier, met het oog op de komende landelijke verkiezingen, politiek handig inspeelde op de gevoelens van onzekerheid bij veel kiezers. Alsof christelijke waarden bij de VVD veilig zijn! Maar er zit toch warempel ook een niet te ontkennen waarheid in wat hij zegt, namelijk dat in de brede christelijke politiek de echte christelijke uitstraling vaak ontbreekt. Het ontbreekt aan mensen, die ervoor stáán! Kenmerkend acht hij, dat minister Hirsch Ballin wel telkens pleit voor 'normen en waarden' in onze samenleving maar dat daaraan niet het woord 'christelijk' wordt verbonden.
Waar zijn inderdaad de christelijke normen en waarden? Ze worden één voor één bij wetgeving zelfs onder tafel gewerkt. Laat men dàn ook niet treuren om moreel verval onder het volk, als het gaat om 'mijn en dijn' en veiligheid op straat.
Evangelie en cultuur
Toen ons land nog een christelijke samenleving was – of althans heette te zijn – en toen de kerken nog floreerden, of althans toen kerkgebouwen nog gevuld waren met kerkgangers, was er altijd weer de discussie over de verhouding van christendom en cultuur. Kerk en cultuur moesten op elkaar betrokken zijn. Welke mooie woorden we daar allemaal ook voor bedachten, het gevolg is wel geweest, dat niet zelden de kerk minstens zo sterk – en allengs sterker – door de cultuur werd beïnvloed (besmet), als dat de cultuur nog beïnvloed werd door de kerk, liever nog door het Evangelie. Is de kerk niet vaak trendvolger van de cultuur geworden?
Welnu, in die lijn doorredenerend is het kennelijk zo, dat, wanneer mensen het dan in de kerk zelve niet meer zo zien zitten en er dan ook metterdaad niet meer zitten, dan maar gemikt moet worden op buitenkerkelijke 'gelovigen'.
Dezer dagen stond in Trouw intussen een artikel onder de titel 'Buitenkerkelijke gelovigen, verenigt u'. Die roep om samenbundeling mag opmerkelijk heten. Zo is nu eenmaal ook de kerk ontstaan, als een (uitgeroepen!) gemeenschap van afzonderlijke gelovigen. Hier is nu dus sprake een roep om een georganiseerde kerk-buitende-kerk. Maar intussen komt dit buiten-kerkelijk geloven niet veel verder dan het 'volgen van Jezus' als 'het grote Voorbeeld' en rekent het af met 'onaanvaardbare lijdenstheologie' en ook met de gedachte van 'scheiding tussen mensen.' Men drukt zich uit in vage bewoordingen als dat 'De Bron van alles Eén is.'
Maar vroeg Jezus niet ooit aan Zijn discipelen: Wilt gijlieden ook niet heengaan? Is Hij niet gekomen om het zwaard te brengen ? (Mt. 10 : 34 e.v.)
De vraag is in feite wèlk christendom wèlke aantrekkingskracht heeft op wèlke buitenkerkelijken.
Christendom, dat op bondgenootschap mikt met cultuurchristendom, zou zelf al wel eens potentieel tot het cultuurchristendom kunnen behoren.
Ook diegenen, die zich nog geen buitenkerkelijken noemen, zouden hier al wel de buitenkerkelijken van morgen kunnen zijn.
Ook diegenen, die stuur geven aan de christelijke organisaties, daarbij mikkend op een grijs gebied van niet-kerkelijken, zouden innerlijk zelf al wel eens tot het grijze gebied kunnen behoren. Hoevelen van diegenen, die de christelijke organisaties bemannen of bevrouwen, brengen trouwens, al behoren zij nog tot de zielen, die kerken nu eenmaal tellen, nog hun lichamen mee ter kerke!
Het Evangelie
Ik kom nu terug op de uitspraak van Groen van Prinsterer: een staatsman niet, een evangeliebelijder. Daarin ligt opgesloten, dat Groen niet allereerst politicus wilde wezen en dan maar zien zou hoe hij van het Evangelie nog iets terecht bracht in de politiek. Hij wilde allereerst Evangeliebelijder zijn. Dat toonzette zijn staatsmanschap. Van welke zaken moet een christenpoliticus halszaken maken? Van zaken, waarbij het Evangelie in het geding is. Die moeten een kabinetscrisis waard zijn.
Zo laat de lijfspreuk van Groen van Prinsterer zich intussen doorvertalen naar alle andere terreinen van het leven. Dat er een wisselwerking is tussen christendom en cultuur is zonneklaar. Christenen leven niet in kloosters, maar staan ook midden in het volle leven. Ze staan om zo te zeggen midden in de cultuur. Maar het is, bij geestelijke ontwáárding van die cultuur, wel alle zeilen bijzetten om aan de windvang van de tijd tegenweer te bieden. Helaas is christendom vandaag, vanuit een cultuur-vriendelijke opstelling, goeddeels meegezogen in de trend, die in de cultuur zelf aan de orde is.
In Centraal Weekblad (Gereformeerde Kerken) heeft recent prof. dr. H. M. Vroom, hoogleraar aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit, ervoor gepleit, dat de kerk weer getuigende kerk zal zijn. 'Nu de tijd om te getuigen', luidt de titel. Alsof de echte kerk iets anders kàn zijn dan getuigende kerk. Vroom wilde echter zeggen: de kerk heeft zoveel openheid getoond naar de wereld toe en heeft daarom zoveel dingen gerelativeerd, dat het nu tijd wordt weer duidelijk naar buiten te zeggen wat onze eigenlijke boodschap is.
Op zich moet ook hier gezegd worden, dat het verheugend is als ogen open gaan. Maar de kerk is toch niet vandaag zus en morgen zo? De kerk is kerk van Jezus Christus en is altijd geroepen tot getuigenis en dienst. Als dat getuigenis verslapt in een situatie, waarin de kerk nog breed aanwezig is in de samenleving, dan ziet ze zichzelf verschrompelen. De kerk plukt al lang de vruchten van de openheid naar de cultuur, althans van het feit, dat ze haar profetisch-kritische positie daarin prijs gaf. En nu lijken te volgen de confessionele verbanden, die het nog een tijd lang wisten te redden met randkerkelijken, met 'cultuurchristenen'.
Wanneer het klaar getuigenis van het Evangelie intussen vandaag niet klinkt, in een tijd van crisis, zal de echte crisis niet worden overwonnen. De kerk zal geen aantrekkingskracht hebben en de christelijke verbanden geen echte werfkracht meer.
Het wordt tijd voor diep zelfonderzoek.
We zijn zo langzamerhand in een situatie gekomen, dat niet-weten wéten is, dat twijfel de hoogste zekerheid is, dat een woord van Waarheid als zelfverzekerdheid geldt, dat getuigenis aangaande dingen, die volkomen zekerheid hebben, triomfantelijk heet en dat christendom tevreden is met cultuurchristendom.
We roepen intussen, dat het fout gaat in onze samenleving. Waarom gaat het fout? Omdat 'christelijke' politiek klappen krijgt? Omdat centrumdemocraten oprukken? Omdat kiezers vervreemd raken van de politiek? Allemaal symptomen, dat wel!
Maar gaat het misschien fout, omdat het aan evangeliebelijders mankeert in een ontkerstenende cultuur?
Gaat het misschien fout, omdat politieke leiders en leiders van christelijke organisaties, maar ook gewoon christenen op allerlei posten in de maatschappij en in het leven, zelf niet meer weten wat ze geloven en dan ook niet meer wakker liggen van de geestelijke neergang van ons volk?
Gaat het misschien fout omdat christenen genoegen zijn gaan nemen met cultuurchristendom, omdat dat eigenlijk in het verlengde ligt van hun altijd gekoesterde cultuuroptimisme?
Gaat het misschien fout, omdat we niet meer weten wat het is de versmaadheid van Christus te dragen?
Het is toch één en al christelijke lamlendigheid wat de klok slaat?
Bolkestein werpt het balletje op van 'de krachtige man'. We hebben een soort Charles de Gaulle nodig, zegt hij, een krachtig leider, die weer orde op zaken stek.
Liever niet! Nee, we hebben niet één krachtige man nodig. We hebben evangeliebelijders nodig:
mensen die weten van de echte levensverbintenis met Christus;
mensen, die vanwege Hem weten van het heil-zame, dat ligt in het onderhouden van Zijn geboden, en in de beloften van het Evangelie;
mensen, die daarom niet spreken over normen en waarden in het algeméén, maar die aan dìè aan normen en waarden geloven, die hun waarde ontlenen aan Hem, die ze als Hoofd van Zijn gemeente en als Heere der wereld gegeven heeft;
mensen, die op het gebod niet willen inleveren vanuit een vage evangelische gedachte; mensen die van het Evangelie niets wensen af te doen als ze het gebod onderstrepen.
Graf Ludwig von Zinzendorff zei: ik ken maar één hartstocht, dat is Hij slechts Hij (Christus). Als die hartstocht er niet is, kan de christelijke organisatie(drift) ons gestolen worden, of ze nu algemeen christelijk, gereformeerd of reformatorisch heet. Ze zal niet veel meer dan christendommelijkheid inhouden. Cultuurchristendom, zonder christelijke bevlogenheid, die uit het hart voortkomt, zonder de liefde van Christus als motief, zonder de schrik des Heeren als tegenpool, zal geen werfkracht hebben.
Cultuurchristenen niet, evangeliebelijders!
Belijdenis
In de vorige eeuw maakte zich een christendom boven geloofsverdeeldheid breed. Het bleek de dood in de pot te zijn. En christelijk Nederland sloeg aan het organiseren.
In de naoorlogse jaren kwamen we bij de kerk-buiten-de kerk. En christelijk Nederland sloeg aan het re-organiseren, ook in de richting van christendom boven geloofsverdeeldheid.
Nu heet het cultuurchristendom. En christelijk Nederland slaat nu aan het rekenen. Politiek vertaald betekent het, dat je dan eens naar rechts en dan eens naar links buigt, maar het mankeert intussen aan christelijke normen, die teruggaan op gebod en belofte.
We hebben nodig evangeliebelijders, die de ontkerstening door hun hart voelen kermen en nochtans met overtuiging durven uitroepen: Christus alléén – de Weg, de Waarheid en het Leven. Omdat buiten Hem alle wegen doodlopen.
Dezer dagen doen weer (gelukkig nog) duizenden mensen belijdenis van het geloof. Mogen ze vooral Evangeliebelijders zijn. Geen cultuurchristenen, die het vandaag nog in naam zijn maar morgen ook zonder de Naam kunnen.
Wie vandaag komt tot de rechte belijdenis in het hart, zal niet afvallen. Dat belooft de Schrift. Hij (zij) zal wel geroepen zijn tot getuigenis, tot Evangeliebelijdenis in een godloze cultuur. Dat betekent strijd, pijn, tegenkanting.
Kerk en cultuur sluiten vandaag – zo òòit – niet op elkaar aan. Ze staan met elkaar op spanning. Vanwege het unieke en heilzame van de boodschap: Jezus Christus en Dien gekruisigd! Onze enige Hoop.
Waar Christus verschijnt is het vóór of tégen. Dat is kiezen, ook in de politiek.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1994
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's