Globaal bekeken
'Tegen betaling een alternatieve trouwplechtigheid', aldus de kop boven een ons toegezonden artikeltje in de Volkskrant. We geven het door zonder commentaar, omdat zulks bij een dergelijk curieus bericht overbodig is.
'Hij wilde niet in de kerk trouwen, want zijn aanstaande vrouw was niet gelovig. Daarom vroeg hij zijn broer of die niet een alternatieve kerkdienst wilde organiseren. Tom flikkers (25) stemde toe en vroeg studiegenoot Sabine du Croo de Jongh (29) of ze wilde helpen. Dat was het begin van Mikkers & du Croo: bureau voor trouwplechtigheden. Zes huwelijksplechtigheden hebben ze inmiddels verzorgd, negen staan er op stapel, waaronder het uitgestelde huwelijk van zijn broer.
In het begin dachten ze dat ze progessief Nederland aan de deur zouden krijgen, maar tot nu toe hebben ze alleen hardwerkende mensen met een eigen zaak langs gehad. "Veel mensen geloven ergens wel in God, maar de kerk zegt hen niets. Of ze kennen de weg naar de kerk niet meer. Toch willen ze hun overdenkingen benoemd zien. Daar helpen we ze mee", zegt Du Croo de Jongh.
Eerst voeren ze twee gesprekken met de aanstaande echtgenoten, dan gaan ze naar teksten zoeken. Du Croo de Jongh zit in de poëzie. Mikkers in het proza. Een stukje Shakespeare, een psalm van Tagore en een fragment uit The catcher in the rye van de Amerikaanse schrijver Salinger hadden ze voor een van de huwelijken uitgezocht. "De bruidegom had dat boek van Salinger vroeger gelezen en was daar erg onder de indruk van. Het boek gaat over het zoeken naar een bestemming in je leven. De bruidegom is een figuur waar dat bij paste", zegt Mikkers. "Daarna kwamen we bij de Indiase filosoof Tagore terecht. Die zegt dat er ondanks alle veranderingen altijd een bepaalde constante is. In dit geval kan dat degene zijn met wie je gaat trouwen." De teksten worden tijdens de plechtigheid voorgedragen. Vaak worden ze met "levende" muziek omlijst.
Hoogtepunt is het voorlezen van de trouwbelofte, die door Mikkers en Du Croo de Jongh is geschreven. Die belofte is een soort verklaring met welke intentie de bruid en bruidegom in het huwelijksbootje stappen. Vaak vindt de alternatieve kerkdienst tijdens het huwelijksfeest plaats. Daar worden ook de ringen gewisseld.
Ze hebben beiden theologie in Leiden gestudeerd. Du Croo de Jongh wordt binnenkort predikant in Haarlem. Mikkers studeert nog verder en houdt in zijn kamer in Leiden kantoor. Ze zeggen niet uit zendingsdrang met het bureau te zijn begonnen. "We hadden tijdens onze studie al eens gesproken over zo'n trouwbureau", zegt Mikkers. "Veel studenten theologie hebben toch oogkleppen op, ze kijken alleen maar naar de kerk. Met een toekomst van: ik word een dominee uit de jaren vijftig: een plaatselijke grootheid."
Volgens Mikkers lopen veel mensen uit de kerk weg omdat ze denken: "Het klinkt goed, maar wat heeft het met mij te maken". "Het huwelijk is toch een privémoment." Du Croo de Jongh vult aan: "Je hoeft niet per se die mensen iets mee te geven. Ons eerste doel is het huwelijk een goede start te geven. Een soort markering, het is toch een hele stap om te trouwen. Dat helpen we neerzetten".
Inclusief BTW betalen de bruid en bruidegom ruim elfhonderd gulden voor de "dienst". "We willen er iets aan overhouden, je moet toch een arbeidsprikkel hebben", zegt Mikkers. "Bovendien zijn we er veel tijd mee kwijt." Du Croo de Jongh: "Er is bij het trouwen een grote discrepantie tussen de materiële en immateriële zaken. De trouwjurk kan zo vijfduizend gulden kosten. Maar een uitleg waarom je gaat trouwen, dat is minder grijpbaar, dat vervliegt. Dus daar wordt al gauw op beknibbeld". Achteraf vindt het huwelijkspaar de plechtigheid vaak geweldig, zeggen ze.
Zelf hebben ze geen trouwplannen. Mocht het ooit zover komen, dan denken ze allebei dat ze in de kerk trouwen. Zij: "Voor mij is de kerk belangrijk, ik wil ook de zegen". Hij: "Ik denk dat ik uiteindelijk ook wel in de kerk zal belanden".'
'Een stedelijk monument', aldus de titel van een folder over 'gedenkplaats omgekomen Goudse joden'.
'Het monumentale grachtenpand Oosthaven 31 in Gouda – gebouw "De Haven" – is in 1991 ingrijpend gerestaureerd en gerenoveerd. Thans in gebruik voor begeleide kamerbewoning, jeugd- en ouderenwerk, en andere aktiviteiten, diende het pand vanaf 1894 bijna vijftig jaar lang als onderkomen voor joodse bejaarden. Als "Oude Mannen- en Vrouwenhuis" en later "Centraal Tehuis voor Israëlieten in Nederland" had het voor de joodse gemeenschap een landelijke funktie.
Het metaheerhuis achter in de tuin van het gebouwencomplex dateert van 1899, en is, met royale subsidie van de gemeente Gouda, eveneens geheel gerestaureerd. Het huisje bood plaats aan overleden bewoners alvorens dezen werden begraven. De naam "metaheerhuis" heeft betrekking op het joodse reinigingsceremonieel: het "wassen" van de dode met het oog op de door de Eeuwige geschonken verzoening. April 1943 vormde het dieptepunt in de geschiedenis van het tehuis. Onder de Duitse bezetter werden verzorgden en personeelsleden weggevoerd naar het concentratiekamp. Vrijwel allen zijn omgekomen.
De "Stichting Gouds Metaheerhuis i.o." heeft het plan opgevat om het metaheerhuis in te richten ter herdenking van, en herinnering aan de in de oorlogsjaren 1940-'45 omgekomen Goudse joden.
Het monument is in een authentieke omgeving gesitueerd, en zal zo een belangrijke bijdrage vormen aan het bewaren van de herinnering aan de vroegere plaatselijke joodse gemeenschap.
Enig bestaand gedenkteken in Gouda dat herinnert aan de vroegere joodse stadgenoten is het Joodse Poortje aan de Jeruzalemstraat. Dit monument was eertijds de entree tot de voormalige joodse begraafplaats aan de Boelekade en is daar in 1960 door de kleine joodse gemeenschap van een gedenksteen voorzien.
De inrichting van het metaheerhuis zal zoveel mogelijk sober van karakter zijn, in overeenstemming met de oorspronkelijke funktie van het gebouw.
Op de achterwand van het interieur zal een tekst uit het boek van de profeet Jesaja worden aangebracht:
"Eens zal Hij de Dood voor eeuwig vernietigen en zal de Heer, God de tranen van ieders gezicht wissen en de smaad Zijn volk aangedaan zal Hij over heel de wereld verwijderen, want de Eeuwige heeft het gezegd."
Jesaja 25 : 8
De tekst wordt zowel in het Hebreeuws als in het Nederlands op schrift gesteld.
Een ter inzage liggend gedenkboek zal de namen, voor zover bekend, bevatten van de joodse, Goudse medeburgers die zijn weggevoerd en omgekomen. Het boek biedt de bezoekers gelegenheid tot het neerschrijven van opmerkingen en het verwoorden van persoonlijke gevoelens.
Tenslotte wordt nog de doelstelling van de stichting en een verantwoording van de inrichting vermeld.
Om het plan – een blijvend stedelijk monument – te kunnen verwezenlijken is een startkapitaal van ƒ 15.000,– begroot.
U kunt ons helpen door het overmaken van een gift, of door het toezeggen van een jaarlijkse donatie. Het gironummer is 2006090 t.n.v. I. Ouweneel, penningmeester, te Gouda, onder vermelding van "Metaheerhuis".
Verder komt de stichting graag in kontakt met geïntereseerden, en met hen die informatie kunnen geven over de vroegere joodse gemeenschap in Gouda.'
In haar altijd lezenswaardige rubriek 'Gedicht dichterbij' in Op weg met de ander geeft mevr. A. D. Ooms Slob aandacht aan de dichter Jaap Kroonenburg.
'Deze dichter is op zevenendertigjarige leeftijd overleden. Ds. Buskes schreef ter inleiding in deze bundel en daar geef ik het volgende van door:
"Hij werd in Overleek in de buurt van Monnikendam geboren. Zijn ouders verloor hij op jeugdige leeftijd. Na de lagere school werd hij boerenknecht. Later probeerde hij met een kleine handel de kost te verdienen. Hij trok met een kar de streek door. Dat is eigenlijk alles wat wij van hem weten. Er is in het leven van Jaap Kroonenburg niet veel bijzonders gebeurd. Toen hij zestien jaar was, openbaarde zich de ziekte, die hem zijn verdere leven vergezelde totdat hij in 1938 stierf. Kort na zijn dood verscheen zijn bundel '"Mens en Nood'" samengesteld en ingeleid door Jan H. de Groot Hij heeft de drukproeven nog gezien, maar hij was niet in meer in staat ze zelf te corrigeren. Het grootste deel van zijn leven was hij ziek. Telkens moest hij weer in een sanatorium worden opgenomen. Tot de nood van de mens rekende hij ook de zonde, de verkeerdheid van ons bestaan, onze afkeer en vervreemding van God. Ook die nood heeft hij gekend. Maar in zijn eenzaamheid en zijn ziekte heeft hij ervaring dat wij niet God zoeken, maar dat de Heere ons zoekt."
De dichter kende de beperktheid van zijn dichterlijk vermogen, maar zijn verzen zijn eerlijk en verstaanbaar Jan H. de Groot zegt: "Hij heeft zich de beheersing van de taal eigen gemaakt en hij heeft volgehouden tot hij een vers schreef". In de levenskring waaruit hij voortkwam werden niet de dichters gevonden die tot grootheid komen.
De ontwikkeling was klein en naar de aarde gericht maar met alle hardnekkigheid van zijn Noord-Hollandse boerenaard heeft hij volgehouden. De kleine wereld waarin hij leefde heeft hem de stof geschonken voor zijn poëzie. Zijn gedichten zijn sterk verweven met het Noord-Hollandse land.'
Hier volgen drie gedichten uit de bundel 'Zij hebben witte klederen aan':
• Hulp
Ik had opnieuw en smadelijk verloren.
Gehoond en uitgefloten stond ik aan de kant,
gedoemd tot de mislukten te behoren,
een door het leven dor-gewaaide plant.
Verbitterd, wilde ik mijn lichaam gaan verminken.
Mij schurend langs de scherpe stenen laten gaan,
wanneer ik in het donk're water doodstil zou verdrinken…
Maar in die duist're nacht kwam iemand naast mij staan.
• De eenzame
Hij was al eenzaam toen hij nog een jongen was.
Toen werd hij door de and'ren kind'ren al gemeden.
Daar heeft zijn jonge leven diep onder geleden,
er ging iets breken, dat nooit meer geheel genas.
Hij werd gescholden om zijn hoge, ronde rug.
Dan riepen drieste stemmen aan zijn oren,
het wrede woord, dat hij niet aan kón horen.
En schreiend trok hij zich in 'd eenzaamheid terug.
En later zag hij overal dat scheldwoord staan.
Hij las het in de ogen van de jonge vrouwen.
Hij vond geen ogen, die hij kon vertrouwen.
Geen haven, die zijn eenzaam hart kon binnen gaan:
Hij werd een stille, in zich zelf gekeerde man.
Hij sloot zijn leven op, binnen de muren.
Zo bleef hij eenzaam, tot zijn laatste ure,
totdat God zelf hem in Zijn armen nam.
• Zegepraal
Heb dank, o Heer, voor al Uw zegeningen,
voor levensvreugde en voor levensleed,
voor weemoed en voor blijde herinneringen,
voor stille uren, die ik nooit vergeet.
Dank Heer, voor tranen en voor lege handen,
voor dagen zonder warmte en zonder zon,
dank voor Uw licht, dat in het donker brandde,
dank voor Uw kracht, waardoor ik overwon.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's