Een geopende fontein
'Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.'Zacharia 13 : 1
Wie het brede verband van het bijbelwoord van hierboven op zich laat inwerken, merkt terstond op hoe de profeet herhaalde malen zegt 'te dien dage'. Zacharia verkondigt, wat Israël op de dag des Heeren, dus in de heilstijd, wedervaren zal. God zal de zonde uit Israël wegdoen. Dit zal de heiliging van Gods volk ten gevolge hebben. Te dien dage… de profeet bedoelt er de tijd van de nieuwe bedeling mee, waarin Christus zou verschijnen om Zijn grote verlossingswerk te volbrengen.
In zekere zin heeft er steeds onder de oude volken op aarde wel een vage behoefte in de harten naar reiniging van zonde gewoond. Men zocht de vervulling van die behoefte evenwel op dwaalsporen. Veel heidense godsdiensten schrijven voor, dat hun aanhangers zich van het aanklevende kwaad dienen te zuiveren door ceremoniële wassingen in een rivier of ander heilig water. Daar heerst de mening, dat het water meer dan het lichaam wassen kan.
Maar u verstaat, het water kan nooit meer dan zinnebeeld der zielereiniging zijn. Zo was het ook in Israël in gebruik. Nergens is er aanleiding om bij dat water aan toverwater te denken; nergens leeft in de Schrift de gedachte dat de zonde vanzelf door het water zou verdwijnen. Water is steeds beeld van de reiniging der zonde door het bloed en de Geest van Christus.
Zacharia's woord voert onze gedachten nu stilaan naar Golgotha, aan de voet van het kruis, waar het volmaakte offer eens voor al geslacht werd, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Zacharia denkt nu aan een opwellende bron, zoals er velen in de aarde verborgen zijn. Op een bepaald moment breekt die uit de diepte van de aarde te voorschijn om de dorstende niensheid van water te voorzien of ook te reinigen. Die bron is toegankelijk geworden; juist op precies dezelfde manier is de reinigende genade Gods eens lang verborgen geweest, want Hij heeft ons liefgehad met een eeuwige liefde. Maar in Christus is zij uit de diepten van Zijn eeuwige ontferming tevoorschijn gebroken. Zij is in de zending van de Zoon in het volle daglicht gekomen. Met name, toen Christus Zijn ziel tot eenschuldoffer gesteld en daardoor de zonde der Zijnen verzoend en voor 's Heeren aangezicht heeft bedekt!
Er is een geopende fontein. Een opwellende bron, die voor ieder te bereiken is, wanneer hij behoefte aan reiniging heeft. Deze behoefte leeft niet in het natuurlijke hart van ons mensen. Wij houden ons niet graag voor zo boos en verkeerd als de Schrift ons tekent. Het vertrouwen op de krachten van onszelf, het geloof aan de karakteradel is diep geworteld in ons binnenste en door geen aardse macht uit te roeien. Niemand op de gehele wereld aanvaardt de waarheid uit zichzelf, dat eenieder in zonde ontvangen en geboren is. Daarom gaat de grote massa de fontein van de reiniging voorbij en zoekt elders levensverbetering. Want dat is het proces: niet levensvernieuwing wordt gezocht, hoogstens een oplapping; een reparatie van de geschonden levenswerkelijkheid met behulp van menselijke middelen. De één doet dat met pure inspanning van de wil, de ander dwingt zich door middel van ijzeren zelftucht tot een hogere levensnorm. Het mag dan een periode lang gelukken – maar het beginsel deugt niet. Ineens stroomt de lava weer uit de vulkaan.
Eerst door de verlichtende genade van de Heilige Geest leren wij onszelf zien zoals wij werkelijk zijn. Als diep bedorven zondaren, onbekwaam uit onszelf tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Bovendien met een schuld beladen, die wij niet af kunnen schudden en waardoor wij ons gedrukt en beklemd voelen en onszelf verfoeien. Wie daar een levende kennis van omdraagt gaat de op Golgotha geopende fontein niet koel en onverschillig voorbij. Hier is een wonderlijke genade in zijn oog, dat de Heere in Christus een reinigende bron heeft willen ontsluiten voor melaatsen van de hoofdschedel af tot de voetzolen toe. Neen, hij komt niet haastig doorgaans tot dat reinigende water. Verreweg de meesten hebben een aarzelend geloof, dat alleen maar stap voor stap ons tot het kruis der verzoening brengt. Het is als bij de mist, die in de herfst traag over de velden hangt. Je kunt ternauwernood een paar honderd meter voor ogen zien. En – als dan de zon eindelijk doorbreekt, hoe lang duurt het dan nog voor de flarden van de nevels oplossen in het klare licht? Welnu, zo is het ook voor de ervaring van onze ziel. Wij dragen nog zoveel mee, voordat wij tot levenshelderheid komen. Wij zijn wel in de zuivere leer opgevoed en onderwezen, maar het is telkens weer of wij door rookgordijnen ons heen moeten worstelen voor en aleer wij ons verblijden in de heldere dag!
Wanneer God u in Christus aanziet, met wie u door het geloof verenigd bent, ziet Hij u schuldvrij en smetteloos voor Zijn heilig aangezicht staan. Door het geloof bent u dit in waarheid. Maar zodra u op uzelf ziet, moet u onmiddellijk erkennen in diepe ootmoed, dat wat u in Christus bent, nog lang niet in uzelf bent. Elke dag komt er ook als gelovige voor u nieuwe schuld bij. Er gaat geen moment voorbij of wij worden opnieuw door vlekken en rimpels besmet. Daarom is het een grote zegen, wanneer u telkens weer tot die reinigende fontein de toevlucht mag nemen en er niet beschaamd mee uitkomt
Deze fontein doet immer weer nieuwe wateren opwellen. Steeds opnieuw is de verzoening in Christus even vers en onveranderlijk. Elke maal is de reiniging weer tot op de bodem toe. Fundamenteel en geheel. Het is een gevende fontein. Hij vraagt niets terug dan de dank van ons hart en van ons leven.
A. v. Brummelen, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's