'En in Jezus Christus'…
De Apostolische Geloofsbelijdenis (3)
De namen van onze Zaligmaker zijn als bronnen van troost, waaruit wij het water des levens scheppen met vreugde.
De Zoon van God heet Jezus.
Wie noemt Hem zo?
Allereerst God de Vader. Hij zendt Zijn engel met de boodschap: 'Gij zult Zijn naam heten Jezus…' Jezus: een naam uit Gods raad. Die naam is openbaring aan zondaars. God de Vader noemt Zijn enig Kind naar het werk dat Hij komt doen om ons te redden. Geen mens heeft die naam bedacht. Mensen krijgen vervolgens wel de opdracht het Kind van Maria de naam Jezus te geven.
Waarom belijden wij de Jezus-naam?
'Omdat Hij ons zaligmaakt en ons van al onze zonden verlost' (Cat., 11). Hij verlòst ons. Hij verlost òns.
Let ook op de tegenwoordige tijd: nú haalt Hij ons bij de zonde(n) vandaan. Vandaag bewijst Hij wat het inhoudt, dat Hij Jezus heet.
De Catechismus spreekt van 'al onze zonden' (antw. 29) en herhaalt dat in antwoord 34 (verg. antw. 1). Duidelijk klinkt het apostolische woord door: 'Hij heeft ons verlost. Hij verlost en zal verlossen'. Het eenmaal volbrachte werk van Jezus Christus – die voor ons tot zonde is gemaakt – wordt in het dagelijkse leven van de gelovigen toegeëigend. Wij mogen ook zeggen dat in het leven van het geloof de beloften van de Doop in vervulling gaan. Zo komt ook Gods Wet op zijn plaats te staan in een handel en wandel overeenkomstig de geboden van de Heere.
Dat doet de Zoon van God, Jezus, zegt de Catechismus.
'Omdat Hij!', zo lezen wij telkens weer. 'Hij', dezelfde als degene die in zondag 12 wordt beleden als de met de Heilige Geest Gezalfde. Wie in Hem gelooft, heeft aan Zijn zalving (Zijn Geest) deel. Christus is niet zonder christenen (zo. 12), de Zoon van God wordt in één adem genoemd met de kinderen van God (zo. 13).
Welnu: gezalfden noemen de Gezalfde 'Jezus'.
Praktisch betekent dat:
Bij de Heiland het heil zoeken en vinden. Hem hartelijk beminnen. 'Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad'.
Hem belijden. 'Uw Naam is een olie die uitgestort wordt'.
Hem volgen. 'Trek mij, wij zullen u nalopen'.
Hij is de Eerste. Hij roept en trekt. Hij heeft Zijn volgelingen. 'Omdat Hij'. Daar houden we 't op. Op Hèm.
Heel persoonlijk: Mijn Verlosser!
Zie Hem doende in het verlossingswerk. Zie op de aan het kruis genagelde. Hoor de spot: 'Anderen heeft Hij verlost. Zichzelf kan Hij niet verlossen'. Inderdaad, het is Hem om anderen te doen, om u, om jou die dit leest. In drie talen wordt aangekondigd wie de kruiseling is: Jezus. Hoe langer je naar de letters van de naam Jezus kijkt – zegt Luther – hoe groter ze worden. Je kunt er helemaal in met al je zonden. Je mag er in zoals je bent.
De naam Jezus klinkt bevrijdend in een wereld, waarin iedereen het druk heeft met zelfverlossing. Dat laatste lukt nooit. Wij kunnen het niet eens zeggen: Ik verlos, jij verlost, hij verlost, wij verlossen.
HIJ verlost! Dàt is het. Hij is het. 'Omdat Hij'.
Hij verlost. Dat deed Hij en dat doet Hij. Hij alleen. Hij volkomen.
Hij heet Jezus. Hij is de Christus, de Messias, de Gezalfde, de ambtsdrager: de Profeet, de Hogepriester, de Koning.
God de Vader heeft Zijn Zoon gezalfd met de Heilige Geest. 'Om te weten waartoe Christus door de Vader gezonden is en wat Hij ons heeft aangebracht, moeten wij vooral letten op zijn ambten (Calvijn, Inst. II, 15, 1).
Hij is onze hoogste Profeet en Leraar. Hij openbaart ons Gods raad. Een verborgen raad, nochtans geopenbaard. De naam Jezus (zagen we) is immers een en al openbaring, een naam uit Gods raad. Wij willen zo graag weten wat bij God verborgen is in Zijn raad. De katholieke Kerk belijdt dat Jezus Christus 'ons het verborgen raadsbesluit en de wil van God van onze verlossing volkomen heeft geopenbaard'. Wie wil weten wat er in het hart van God leeft, moet bij Jezus zijn. Daar worden niet alle raadsels ontward, niet alle geheimen van het Koninkrijk ontsloten, maar er wordt genoeg geopenbaard om te weten verlost te zijn.
Geopenbaard! Dat houdt in dat wij – wanneer wij Jezus de Christus belijden – gebonden zijn aan Gods Woord, aan de Heilige Schrift, aan de belofte(n). De Christus-belijdenis staat in de Heilige Schrift in het kader van de aanvechting van 'de poorten der hel', van de kruisweg, van het lijden door ouderlingen, overpriesters en Schriftgeleerden (Matth. 16). Gods tegenstander wil ons overweldigen door onze aandacht af te trekken van het 'er staat geschreven'. De Christus-belijdenis strookt niet met onze voorstellingen, met wat wij voelen en waarnemen. Petrus protesteert niet zomaar wanneer Jezus profeteert en praktisch gaat invullen wat het 'Gij zijt de Christus' inhoudt. 'Vlees en bloed' willen geen kruis, maar glorie; hier en nu reeds.
Wij worden geroepen 'de overste Leidsman en voleinder van het geloof' te volgen. De route die deze Gelovige gaat, leidt over Golgotha. Onze hoogste Profeet kan, wanneer Hij aan het kruis hangt, niets bekijken van de betrouwbaarheid van Zijn boodschap. In het zichtbare heeft Hij geen enkel houvast aan Zijn God. Nochtans!
Hij geeft Zich over als onze enige Hogepriester, om ons te verlossen met het enige offer van Zijn lichaam.
'Het is volbracht'.
Nòg pleit Hij voor ons bij de Vader.
Hij regeert ons als onze eeuwige Koning. De Koning heeft Zijn volk.
Goed onthouden: Hij is Koning als Hogepriester. Kruiskoning dus! Hij regeert ons door Zijn Woord en Geest, Hij beschermt en bewaart ons in de verworven verlossing. Zijn stijl van regeren is voor 't ongeloof niet aanvaardbaar, is voor wie niet in geloof op de Gekruisigde ziet, onverstaanbaar.
Maar hoe zullen wij in geloof op Hem zien en ons aan Hem onderwerpen? 'Daar regeert Christus als Koning, waar Hij het middelpunt van de verkondiging is' (Calvijn).
De preekstoel is Zijn troon.
Door de verkondiging van het Evangelie (= bediening / uitdeling van de Geest) openbaart Hij Zich en werft Hij Zich onderdanen. Koning Jezus regeert als het Lam dat 'als geslacht' staat in de troon van God. Koninklijk vergadert en bewaart Hij Zijn volk, dat Hem toezingt:
'Gij, Lam Gods, zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed uit alle geslachten en volken en talen en natiën en Gij hebt ons Gode gemaakt tot koningen en priesters…'
M. Verduin, Zeist
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1994
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's